<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:9642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-02T14:52:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.13173</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:9642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:9642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-02T14:51:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:9642 Rechtbank Den Haag , 28-09-2020 / NL20.13173</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:9642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel. Somalische. Opvolgende aanvraag. Verwestering. Uiterst moeilijk of nagenoeg onmogelijk te veranderen kenmerken. Actoren van vervolging. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:9642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.13173</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [Naam], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.M. Veld),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. Sweerts).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 24 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.13174, plaatsgevonden op 18 september 2020. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1994 en bezit de Somalische nationaliteit.</para>
    <para />
    <para>2. In 2009 is eiser Nederland ingereisd en heeft hij asiel aangevraagd. Bij besluit van 18 juni 2009 is aan eiser een asielvergunning verleend. Bij besluit van 15 oktober 2014 is de geldigheidsduur daarvan verlengd.</para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 26 juni 2017 is eisers asielvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot 22 augustus 2014 en is tegen eiser een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van tien jaren. Het daartegen door eiser ingestelde beroep is ongegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_67d43371-a922-4ab5-9fb0-2626932a97ae" /></para>
    <para />
    <para>4. Op 3 oktober 2018 hebben de Nederlandse autoriteiten een verzoek van de Duitse autoriteiten om eiser terug te nemen geaccordeerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_abe3590b-b2c3-4c9b-947a-d1f726e2061b" /> Op 16 januari 2019 is echter door de Duitse autoriteiten meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken.</para>
    <para />
    <para>5. Op 12 september 2019 heeft eiser in Nederland een opvolgende asielaanvraag ingediend. Deze is bij besluit van 25 september 2019 buiten behandeling gesteld.</para>
    <para />
    <para>6. In deze zaak gaat het om eisers tweede opvolgende, in totaal derde, asielaanvraag van 2 oktober 2019. Deze is bij besluit van 8 januari 2020 afgewezen. Het daartegen door eiser ingestelde beroep is gegrond verklaard<footnote-ref linkend="_a05f4ff0-fe4d-4a53-9079-3af7bb198b64" />, waarbij aan verweerder is opgedragen om opnieuw te motiveren of aan eiser na terugkeer verwestering zal worden toegedicht en of eiser in zijn voormalige woonplaats Abduwak te vrezen heeft voor de beweging Al Shabaab. Bij het bestreden besluit is eisers asielaanvraag opnieuw afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw.<footnote-ref linkend="_dd3fbe60-fefb-4506-8fdf-4c3f1b35c687" /></para>
    <para />
    <para>7. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eiser voert aan dat verweerder heeft miskend dat aan hem bij terugkeer verwestering zal worden toegedicht. Daarbij wijst hij erop dat hij geen kennis meer heeft van de Somalische cultuur en omgangsvormen omdat hij sinds zijn vijftiende in Nederland verblijft en dat hij niet praktiserend religieus is.</para>
    <para />
    <para>9. Niet in geschil is dat, ook wanneer het niet gaat om Afghaanse vrouwen, een beroep op verwestering dient te worden beoordeeld aan de hand van de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_f6840bdb-8411-4cf9-9829-251f986fa040" /> van 21 november 2018.<footnote-ref linkend="_30da3af3-cc2b-4407-bdd8-a2fc077d602f" /> Daarin is kort weergegeven neergelegd dat het enkel aannemen van een westerse levensstijl geen aanleiding is om een asielvergunning te verlenen maar dat sprake moet zijn van verwestering die voortkomt uit een godsdienstige of politieke overtuiging, dan wel van uiterst moeilijk of nagenoeg onmogelijk te veranderen kenmerken die voortkomen uit een westerse levensstijl, die voor een actor van vervolging reden zijn om een vervolgingsgrond uit het Vluchtelingenverdrag<footnote-ref linkend="_5c7b4d91-bff2-47cc-bdbc-3111e176bc1b" /> toe te dichten. </para>
    <para />
    <para>10. Met de hiervoor onder 6. genoemde gegrondverklaring is in rechte vast komen te staan dat eisers gedragingen niet voortkomen uit een godsdienstige of politieke overtuiging. Verder heeft de rechtbank overwogen dat van eiser verwacht mag worden dat hij zich na terugkeer aanpast (rechtsoverweging 5.2.1) maar ook dat de hiervoor onder 8. genoemde kenmerken niet gemakkelijk te veranderen zijn (rechtsoverweging 5.3.3). Daarmee is nog niet gegeven dat er in het geval van eiser sprake is van uiterst moeilijk of nagenoeg onmogelijk te veranderen kenmerken die leiden tot vervolging.</para>
    <para />
    <para>11. Ten aanzien van eisers stelling dat hij niet praktiserend religieus is, heeft verweerder terecht overwogen dat niet is gebleken dat dit tot problemen zal leiden. Daarbij heeft verweerder terecht in aanmerking genomen dat eiser heeft verklaard dat hij voorafgaand aan zijn vertrek naar Nederland ook niet praktiserend religieus was en dat zijn manier van leven toen niet verschilde van die van andere jongens in Somalië. Ten aanzien van eisers stelling dat hij sinds zijn vijftiende in Nederland verblijft en geen kennis meer heeft van de Somalische cultuur en omgangsvormen, heeft verweerder terecht gewezen op het feit dat eiser wel vloeiend Somalisch spreekt en dat niet is gebleken dat het niet mogelijk is voor hem om zich, mede gelet op zijn jonge leeftijd, de Somalische gewoonten weer eigen te maken.</para>
    <para />
    <para>12. Verder heeft verweerder terecht overwogen dat niet is gebleken dat er in eisers voormalige woonplaats Abduwak een actor van vervolging aanwezig is. Niet langer in geschil is dat de beweging Al Shabaab daar niet aan de macht is. Eisers stelling dat Al Shabaab daar nog wel invloed heeft en dat er ook andere actoren van vervolging zijn, is niet aannemelijk gemaakt. De door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 12 juli 2019<footnote-ref linkend="_e35842fc-ab0e-4deb-8959-7494b64ba7d3" /> heeft betrekking op het inmiddels achterhaalde ambtsbericht uit 2017<footnote-ref linkend="_887a0ce6-d269-4729-b7ad-95f8b0684f06" />. Ter zitting heeft verweerder terecht opgemerkt dat uit het namens eiser aangehaalde meest recente ambtsbericht<footnote-ref linkend="_af78c4b5-94c4-4d22-8d8c-eedc7558a7a5" /> niet is af te leiden dat Al Shabaab invloed heeft op plaatsen waar het niet aan de macht is en evenmin dat niet praktiserende soennitische moslims per definitie gevaar lopen. Voor zover eiser in de gronden van beroep de door verweerder gebruikte landeninformatie aanhaalt, gaat dit over gebieden waarin Al Shabaab wel aan de macht is. </para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder eisers asielaanvraag terecht opnieuw heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.S. Hamans, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_67d43371-a922-4ab5-9fb0-2626932a97ae" label="1">
    <para> Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, 14 februari 2018 (ECLI:NL:RBROT:2018:930).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abe3590b-b2c3-4c9b-947a-d1f726e2061b" label="2">
    <para> Verordening (EU) Nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a05f4ff0-fe4d-4a53-9079-3af7bb198b64" label="3">
    <para> Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, 25 maart 2020 (ECLI:NL:RBNNE:2020:1403).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd3fbe60-fefb-4506-8fdf-4c3f1b35c687" label="4">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6840bdb-8411-4cf9-9829-251f986fa040" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30da3af3-cc2b-4407-bdd8-a2fc077d602f" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:3735.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c7b4d91-bff2-47cc-bdbc-3111e176bc1b" label="7">
    <para> Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (<emphasis role="italic">Trb.</emphasis> 1954, 88), zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 1967 (<emphasis role="italic">Trb.</emphasis> 1967, 76).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e35842fc-ab0e-4deb-8959-7494b64ba7d3" label="8">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:2393.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_887a0ce6-d269-4729-b7ad-95f8b0684f06" label="9">
    <para> Algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Centraal- en Zuid-Somalië van 23 november 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af78c4b5-94c4-4d22-8d8c-eedc7558a7a5" label="10">
    <para> Algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Somalië van 31 maart 2020.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>