<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:9520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T09:00:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 5755</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:9520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:9520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-30T16:28:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:9520 Rechtbank Den Haag , 01-10-2020 / AWB - 20 _ 5755</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:9520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vovo buiten zitting afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:9520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR  20/5755 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 oktober 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L. van der Meulen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 28 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het projectplan “Oeververvanging Gouwe voor werkvak [nummer] , het Nauw van Boskoop” op grond van de Waterwet vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld (zaaknummer SGR 20/4629). Verzoeker heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het projectplan voorziet in de vervanging van de oeverconstructie in werkvak [nummer] . Dit vak is op te delen in twee subvakken, te weten [nummer] en [nummer] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij brieven van 11 september 2020 en 25 september 2020 heeft verweerder meegedeeld dat niet vóór 1 april 2021 met de werkzaamheden wordt gestart in subvak 8b, waar verzoeker woont.</para>
      <para />
      <para>3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker, gelet op de brieven van verweerder van 11 september 2020 en 25 september 2020, thans geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Nu in het subwerkvak waar verzoeker woont in elk geval gedurende een half jaar geen werkzaamheden worden uitgevoerd, doet zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter momenteel geen dreigende onomkeerbare situatie voor die behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening rechtvaardigt.</para>
      <para />
      <para>4. De voorzieningenrechter zal het verzoek gelet op het vorenstaande afwijzen.</para>
      <para />
      <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>