<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:8233</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-27T15:47:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20-2486</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:8233">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:8233</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-27T15:47:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:8233 Rechtbank Den Haag , 13-08-2020 / AWB 20-2486</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:8233:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Weigering LVV </para>
        <para>Het beleid betreffende de toegang tot de LVV moet aangemerkt worden als buitenwettelijk begunstigend beleid. Eiser voldoet niet aan de voorwaarden voor opvang in de LVV, omdat hij afkomstig is uit een veilig derde land. Niet is gebleken dat verweerder zijn beleid niet consistent toepast.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:8233:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/2486 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken  in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] , van Ghanese nationaliteit, eiser</para>
      <para>(gemachtigde: [naam] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 15 november 2019 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het formulier van </para>
      <para>12 november 2019 waaruit blijkt dat eiser niet is toegelaten tot de LVV<footnote-ref linkend="_b7d6e628-a72e-4a43-b251-9b4f3eb5c80c" />. Het bezwaar is bij besluit van 5 maart 2020 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 maart 2020 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser tegen dit besluit ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld te laten weten of zij op een zitting willen worden gehoord. Geen van partijen heeft laten weten dat te willen, waarna de rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft de rechtbank verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Eiser is in de gelegenheid gesteld om dit te onderbouwen. Hij heeft dit in deze procedure nagelaten. Eiser moet daarom in deze procedure griffierecht betalen. Dat heeft eiser (alsnog) gedaan. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser is een ongedocumenteerde vreemdeling. Op 12 november 2019 heeft eiser zich in persoon gemeld bij het LOA<footnote-ref linkend="_5826bc9d-32f3-4bb0-8c7f-87f326f83f3a" /> en verzocht om toegang tot de LVV. Eiser heeft op dezelfde dag een formulier ontvangen waaruit blijkt dat hij niet is toegelaten tot de LVV. Tegen dit formulier heeft eiser bezwaar gemaakt. </para>
    <para>3. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat eiser niet in aanmerking komt voor de LVV, aangezien hij afkomstig is uit een veilig land (Ghana) en hij daarmee niet tot de doelgroep behoort. Ook wijst verweerder eiser erop dat hij zich kan melden op de VBL<footnote-ref linkend="_9fb46068-72ed-4306-9cad-aa96a79dafbd" /> onder de voorwaarde dat hij meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland. In de VBL zal worden beoordeeld of hij in aanmerking komt voor plaatsing. Verweerder kan volstaan met dit aanbod voor onderdak in de VBL volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Van een schending van artikelen 3 en 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_f9b26c19-faa6-4209-9f88-c83ddbfd525b" /> is dan ook geen sprake, aldus verweerder. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat verweerder de procedure zoals omschreven in het Convenant<footnote-ref linkend="_73ae69ef-5af1-46c9-87d0-cf6acc59e91e" /> en het Programma Vreemdelingen niet heeft gevolgd. De casus van eiser is niet kenbaar besproken op het LSO<footnote-ref linkend="_ed62b13f-8880-4ba9-9f26-f85ed0b378d7" />. Eiser is een ouder kwetsbaar persoon. Volgens eiser heeft verder ten onrechte geen verdragsrechtelijke afweging van zijn belangen plaatsgevonden. Ook is geen rekening gehouden met het corona-virus. Ten aanzien van de VBL voert eiser aan dat verweerder niet kan volstaan met dit aanbod, omdat vanwege het corona-virus niet gewerkt kan worden aan vertrek. Daarnaast is de VBL op dit moment gesloten vanwege het corona-virus. </para>
    <para />
    <para>5. Het beleid met betrekking tot de LVV staat in het Uitvoeringsplan 24-uursopvang ongedocumenteerden (Uitvoeringsplan) en is nader uitgewerkt in het Handboek Programma ongedocumenteerden (Programma) en het Proces programma ongedocumenteerden (Proces). Uit het Uitvoeringsplan en het Proces blijkt dat personen afkomstig uit een veilig derde land niet in aanmerking komen voor opvang. Alleen als er zeer concrete indicaties zijn dat een ongedocumenteerde aanspraak maakt op een vergunning of zich voorbereidt op vertrek uit Nederland kan een uitzondering worden gemaakt.</para>
    <para />
    <para>6. Het instellen van de LVV in Amsterdam is gebaseerd op de overeenkomst die is gesloten tussen verweerder en de Vereniging voor Nederlandse Gemeente op </para>
    <para>29 november 2018 en het Convenant dat op 2 april 2019 is gesloten tussen verweerder, de gemeente, de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Immigratie en Naturalisatiedienst en de Politie. Een formele wettelijke basis ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat de artikelen 3 en 8 van het EVRM de overheid niet verplichten tot het bieden van meer voorzieningen dan de VBL.<footnote-ref linkend="_0e8306ae-f17a-4a3c-bc17-6654bf9540b9" /> De overheid is dan ook niet op basis van enige internationale of wettelijke verplichting gehouden om daarnaast ook opvang in een LVV te verstrekken. Het beleid betreffende de toegang tot de LVV moet dan ook worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Volgens vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_456de9eb-4a07-4262-9495-5946a397bef7" /> dient de bestuursrechter het bestaan en de inhoud van buitenwettelijk begunstigend beleid als een gegeven te aanvaarden en blijft de rechterlijke toetsing als gevolg daarvan beperkt tot de vraag of het beleid consistent wordt toegepast. In dat geval toetst de rechter slechts marginaal. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt vast dat Ghana geldt als veilig land, zodat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor opvang in de LVV. Uit hetgeen eiser heeft aangevoerd in bezwaar en beroep blijkt verder niet dat hij aanspraak maakt op een vergunning of bezig is te vertrekken. Het besluit opvang te weigeren is dan ook in overeenstemming met het Uitvoeringsplan en het Proces. De rechtbank volgt ook niet het betoog dat verweerder de procedure niet correct heeft gevolgd. Uit het schema op pagina 1 van het Proces blijkt namelijk dat de door eiser genoemde zaken zoals de bespreking in het LSO pas plaatsvinden als aan de voorwaarden voor toelating wordt voldaan. Daar was in het geval van eiser - zoals hierboven is overwogen - geen sprake van. Niet is gebleken dat verweerder zijn beleid niet consistent toepast. Verweerder heeft een belangenafweging om deze reden achterwege kunnen laten. De rechtbank stelt verder vast dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit voor de vreemdelingenketen nog geen maatregelen golden in verband met de coronacrisis.<footnote-ref linkend="_84e2bcf4-a9ec-48b7-8b5a-b2e7e3ea526f" /> Verweerder kon dan ook volstaan met de mededeling dat eisers zich voor opvang kon melden bij de VBL. Uit de getroffen coronamaatregelen blijkt overigens niet dat het aanbod voor opvang in de VBL illusoir is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verzoek om vaststelling van de dwangsom </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Eiser vindt dat verweerder hem een dwangsom is verschuldigd. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser heeft verweerder op 23 januari 2020 een brief gestuurd vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar. Het formulier waaruit blijkt eiser niet is toegelaten tot de LVV dateert van 12 november 2019. De laatste dag waarop bezwaar tegen dit besluit kon worden ingediend was op 24 december 2019. Verweerder diende op grond van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uiterlijk op 4 februari 2020 op het door eiser ingediende bezwaarschrift te beslissen. De brief van 23 januari 2020 kan, nu op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken, niet worden aangemerkt als een ingebrekestelling in de zin van artikel 4:17, derde lid, van de Awb. Dat betekent dat verweerder aan eiser geen dwangsom verschuldigd is.<footnote-ref linkend="_531b73e1-970d-44dc-8941-985039385d41" /></para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. F. Grundmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op  <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>								  rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b7d6e628-a72e-4a43-b251-9b4f3eb5c80c" label="1">
    <para> Landelijke Vreemdelingen Voorziening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5826bc9d-32f3-4bb0-8c7f-87f326f83f3a" label="2">
    <para> Loket Ongedocumenteerden Amsterdam. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fb46068-72ed-4306-9cad-aa96a79dafbd" label="3">
    <para> Vrijheidsbeperkende Locatie. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9b26c19-faa6-4209-9f88-c83ddbfd525b" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73ae69ef-5af1-46c9-87d0-cf6acc59e91e" label="5">
    <para> Het Convenant Pilot-LVV in gemeente Amsterdam. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed62b13f-8880-4ba9-9f26-f85ed0b378d7" label="6">
    <para> Lokale casusoverleg. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e8306ae-f17a-4a3c-bc17-6654bf9540b9" label="7">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 30 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3281.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_456de9eb-4a07-4262-9495-5946a397bef7" label="8">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van </para>
    <para>18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2813.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_84e2bcf4-a9ec-48b7-8b5a-b2e7e3ea526f" label="9">
    <para> Zie de brief van de minister van Justitie en Veiligheid van 15 maart 2020 aan de Tweede Kamer, waarin maatregelen worden aangekondigd en de brief van de Staatssecretaris van 20 maart 2020 aan de Tweede Kamer, waarin deze maatregelen worden uitgewerkt.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_531b73e1-970d-44dc-8941-985039385d41" label="10">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP3711.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>