<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:8207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-17T13:42:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/581331 / HA ZA 19-1069</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:8207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:8207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-16T13:29:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:8207 Rechtbank Den Haag , 26-08-2020 / C/09/581331 / HA ZA 19-1069</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:8207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing vorderingen in vrijwaringsprocedure. Geen voldoende belang door afwijzing vorderingen in de hoofdzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:8207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="68c74439-ab29-4bf7-80b9-5b287b8e5928" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3c863b6b-81dc-4be2-ab19-cb525a004a7d" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/581331 / HA ZA 19-1069</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 augustus 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de Maatschap]
        </emphasis> te [plaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. P.H. Kramer te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis> zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [de Maatschap] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 15 juli 2019 met producties 1 tot en met 5;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het ter rolzitting van 23 oktober 2019 tegen gedaagde verleende verstek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor het vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze vrijwaringszaak hangt samen met de hoofdzaak met nummer C/09/566476 / HA ZA 19-66. In de hoofzaak heeft eiseres (hierna: [eiseres in hoofdzaak] ) gevorderd dat [de Maatschap] aansprakelijk is tegenover [eiseres in hoofdzaak] en een bedrag van € 89.185,39 dient te betalen vermeerderd met wettelijke rente. [eiseres in hoofdzaak] heeft op grond van een door de rechtbank Amsterdam op 1 juli 2015 gewezen vonnis, een vordering met executoriale titel jegens haar voormalig echtgenoot, [gedaagde] . Mr. [A] (hierna: [A] ), werkzaam bij [de Maatschap] , heeft als voormalig advocaat van [eiseres in hoofdzaak] deze vorderingen niet kunnen verhalen op [gedaagde] en heeft daarbij volgens [eiseres in hoofdzaak] een beroepsfout gemaakt. [eiseres in hoofdzaak] heeft [de Maatschap] daarom aansprakelijk gesteld voor de schade die zij daardoor stelt te hebben geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de Maatschap] meent dat de bedragen die [eiseres in hoofdzaak] van [de Maatschap] vordert, feitelijk door [gedaagde] moeten worden gedragen. [de Maatschap] heeft om die reden deze rechtbank verzocht [gedaagde] in vrijwaring te mogen dagvaarden. Dit is toegestaan bij vonnis van 8 mei 2018 in de hiervoor genoemde zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de Maatschap] vordert in deze procedure:</para>
        <para>1. voor recht te verklaren dat [gedaagde] hoofdelijk aansprakelijk is jegens [eiseres in hoofdzaak] , voor de door haar geleden schade;</para>
        <para>2. voor recht te verklaren dat in de onderlinge verhouding tussen [de Maatschap] en [gedaagde] ex. artikel 6:10 jo. 6:102 jo. 6:101 BW de door [eiseres in hoofdzaak] geleden schade volledig door [gedaagde] gedragen dient te worden en [gedaagde] te veroordelen om aan [de Maatschap] (hoofdelijk) te vergoeden hetgeen [de Maatschap] aan [eiseres in hoofdzaak] zal moeten betalen;</para>
        <para>3. subsidiair voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [de Maatschap] ;</para>
        <para>4. subsidiair [gedaagde] te veroordelen om aan [de Maatschap] diens volledige schade te vergoeden (zijnde het bedrag dat [de Maatschap] op grond van het vonnis in de hoofdzaak aan [eiseres in hoofdzaak] verschuldigd zal zijn);</para>
        <para>5. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen salaris advocaat, de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten als [gedaagde] deze niet binnen 14 dagen na het wijzen van het vonnis betaald heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft in deze zaak verstek laten gaan. Nu de vordering van [eiseres in hoofdzaak] in de hoofdzaak tussen [eiseres in hoofdzaak] en [de Maatschap] niet voor toewijzing in aanmerking komt, heeft [de Maatschap] geen voldoende belang in de zin van artikel 3:303 BW bij haar vorderingen in vrijwaring. Deze vorderingen van [de Maatschap] in vrijwaring zullen dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen grond een proceskostenveroordeling uit te spreken nu [gedaagde] niet in de procedure is verschenen en geen proceskosten lijkt te hebben gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Erich en in het openbaar uitgesproken op door mr. D. Nobel, rolrechter, 26 augustus 2020.<footnote-ref linkend="_6da1ea94-2716-4643-bb3b-b6d0fa876a70" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6da1ea94-2716-4643-bb3b-b6d0fa876a70" label="1">
    <para>type: 2753</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>