<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:8049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-02T16:24:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.27146</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:8049">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:8049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-02T16:24:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:8049 Rechtbank Den Haag , 29-06-2020 / NL19.27146</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:8049:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Italië / proces-verbaal van mondelinge uitspraak / geen procesbelang vanwege vertrek met onbekende bestemming / beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:8049:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL19.27146</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres, v-nummer: [V-nummer 1] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>mede namens haar minderjarige kind:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, v-nummer: [V-nummer 2] ,</para>
      <para>hierna gezamenlijk aangeduid als eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.W. Griffioen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft via Skype plaatsgevonden op 29 juni 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft voor zitting stukken ingediend waaruit blijkt dat de Nederlandse autoriteiten de Italiaanse autoriteiten op 10 december 2019 hebben geïnformeerd dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken. Daarnaast blijkt uit deze stukken dat eiseres samen met haar zoon op 8 december 2019 Frankrijk is ingereisd en daar asiel heeft aangevraagd en verweerder het verzoek van de Franse autoriteiten om terugname van eisers op 12 januari 2020 heeft afgewezen. Verweerder heeft daarom ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat eisers geen procesbelang hebben. <?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank heeft ter zitting de volgende motivering gegeven voor het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor aanhouding van de behandeling van het beroep is geen aanleiding. Uit de door verweerder ingediende stukken blijkt dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en mogelijk in Frankrijk verblijven. In beginsel stellen eisers dan geen prijs meer op de door hen aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als eisers contact onderhouden met hun gemachtigde over de procedure. Gelet op wat de gemachtigde van eisers ter zitting naar voren heeft gebracht is hiervan geen sprake. Dit maakt dat eisers geen belang hebben bij de beoordeling van het beroep. Dat niet is uit te sluiten dat eisers mogelijk geprobeerd hebben om contact op te nemen met hun gemachtigde en zij zich genoodzaakt voelden om het asielzoekerscentrum te verlaten vanwege de genomen maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan maakt dit niet anders. Dit doet namelijk niet af aan de verantwoordelijkheid van eisers om contact te onderhouden met hun gemachtigde over de procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaart, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft partijen ter zitting gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2020 door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroes, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>