<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:7588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-24T09:00:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 / 7605</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:7588">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:7588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-11T10:08:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:7588 Rechtbank Den Haag , 10-08-2020 / AWB - 19 / 7605</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:7588:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugkeerbesluit en inreisverbod. Niet gebleken dat eiser een familieleven heeft met een familielid in de Europese Unie. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:7588:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/7605</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.M. Polman),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.M.A. Coenen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser opgedragen onmiddellijk de Europese Unie te verlaten en hem een inreisverbod opgelegd voor 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft per telefoon- en beeldverbinding plaatsgevonden op 23 juli 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1994 en heeft de Albanese nationaliteit. Direct voorafgaand het opleggen van het bestreden besluit is eiser gehoord.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft het bestreden besluit opgelegd omdat eiser onrechtmatig in Nederland verblijft en het risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken.</para>
    <para />
    <para>3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij in de Europese Unie familie heeft wonen met wie hij regelmatig contact onderhoudt. Eiser heeft dit niet in de zienswijze naar voren gebracht omdat hij zijn familieleden niet wil benadelen.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Eiser heeft de oplegging van het terugkeerbesluit niet betwist. Hij verbleef onrechtmatig in Nederland. Dat betekent dat verweerder op grond van artikel 62, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet alleen bevoegd, maar ook verplicht was om een terugkeerbesluit uit te vaardigen. Verweerder moet dan ook ingevolge artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw een inreisverbod opleggen. Aan de orde is hier of verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 66, achtste lid, van de Vw, om humanitaire of andere redenen had moeten afzien van het opleggen van het inreisverbod of aanleiding had moeten zien de duur van het inreisverbod te verkorten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet had hoeven afzien van het opleggen van het inreisverbod of de duur ervan had moeten verkorten. Eiser heeft in het gehoor voorafgaand het opleggen van het bestreden besluit desgevraagd aangegeven neven in Engeland en Italië te hebben en nooit contact met ze te hebben. Hieruit blijkt dat eiser geen familieleven uitoefent met familieleden in de Europese Unie. Verder is niet gebleken van een afhankelijkheidsrelatie of belemmering die maakt dat de familieleden hem niet kunnen bezoeken in Albanië. Ook in beroep heeft eiser geen aanvullende motivering gegeven van het gestelde familieleven. Verweerder heeft in de verklaringen van eiser geen aanleiding hoeven zien om hieromtrent uitgebreider te motiveren dan hij heeft gedaan.</para>
      <para />
      <para>5. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is gedaan op 10 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>						de rechter is verhinderd te</para>
      <para>						ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>