<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:6345</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T15:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.9762</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:6345">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:6345</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T12:45:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:6345 Rechtbank Den Haag , 09-07-2020 / NL20.9762</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:6345:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Dublin Duitsland. Had de zienswijze langer moeten worden afgewacht? Lag het op de weg van gemachtigde van eiser om contact te zoeken met verweerder?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:6345:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.9762</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [v-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. L.B. Vellenga-van Nieuwkerk),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. van der Heijde).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hierin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert het volgende aan. Eiser heeft verweerder vanwege de coronacrisis per fax van 17 maart 2020 verzocht om uitstel te verlenen voor het indienen van een zienswijze. Naar aanleiding van dit verzoek is de gemachtigde van eiser (hierna: gemachtigde) op 18 maart 2020 gebeld door mevrouw [verweerder] van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Zij gaf voorlopig uitstel tot 21 april 2020, maar als de situatie dan nog onveranderd was, dan zouden ze wel zien. Op 2 april 2020 verscheen de Signalering AC relevante zaken (hierna: de Signalering). Daarin staat vermeld dat in asielzaken coulant met uitstelverzoeken zal worden omgegaan en dat het in de rede ligt eerst contact op te nemen met de indiener als er na het verstrijken van de termijn geen zienswijze is ontvangen. Verweerder heeft echter geen contact meer met gemachtigde opgenomen. Daarom dient het beroep gegrond te worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit niet onzorgvuldig is genomen. De zienswijze had niet langer moeten worden afgewacht. Het lag op de weg van gemachtigde contact te zoeken met verweerder. Er is immers uitstel verleend tot 21 april 2020. Vervolgens is er pas negen dagen na het aflopen van de termijn beslist. Uit de Signalering volgt niet dat verweerder verplicht is om telefonisch contact te zoeken met gemachtigde. Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat wat er staat in de Signalering over contact zoeken met eiser niet slaat op de situatie als er al uitstel is verleend. Daar komt bij dat het uitstel op 18 maart 2020 ook telefonisch is besproken met gemachtigde en dat gemachtigde na het verstrijken van de termijn geen contact heeft gezocht met verweerder. Er is reeds coulant gehandeld met het verzoek om uitstel. Verder heeft verweerder onderbouwd aangegeven dat er voor gemachtigde contactmogelijkheden waren met het betreffende asielzoekerscentrum. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In de Signalering relevante zaken nr. 9 staat op pagina 2, voor zover hier relevant, het volgende vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In asielzaken zal met verzoeken om uitstel voor indiening van de zienswijze coulant worden omgegaan. Eventueel zal de advocaat worden gevraagd naar alternatieve mogelijkheden voor een nabespreking, zoals telefonisch of via facetime. Ook ligt het in de rede eerst contact op te nemen met de indiener als er na het verstrijken van de termijn geen zienswijze is ontvangen.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het gezien de omstandigheden niet aan verweerder was om na het verstrijken van de termijn op 21 april 2020 telefonisch contact te zoeken met gemachtigde. Daarbij betrekt de rechtbank dat gemachtigde een uitstel van vier weken heeft gehad hetgeen verweerder uitdrukkelijk met haar heeft besproken op 18 maart 2020. Voorts wordt meegewogen dat de gemachtigde niet heeft toegelicht wat zij heeft ondernomen om contact te krijgen met eiser en dat gemachtigde vóór het verstrijken van de periode van vier weken geen nader uitstel heeft verzocht. Ook weegt in de beoordeling van de rechtbank mee dat gemachtigde niet op zitting is verschenen, terwijl zij  inmiddels wel contact heeft gehad met haar cliënt hetgeen onder andere valt te lezen in haar schriftelijk bericht van 5 juni 2020 en 1 juli 2020 aan de griffier van de rechtbank en dat zij ook overigens geen inhoudelijke gronden heeft ingediend. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is gedaan op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>