<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:5886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-18T12:34:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/305</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:5886">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:5886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-30T09:17:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:5886 Rechtbank Den Haag , 29-06-2020 / AWB 20/305</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:5886:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>uitspraak 8:54 van de Awb. het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend. De termijn is niet verschoonbaar. </para>
        <para>uitspraakdatum is 29 juni 2020</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:5886:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/305</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 29 juni 2020 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] , van Burudese nationaliteit, </para>
      <para>V-nummer: [#]</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. W. Volkers, advocaat te Groningen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, </bridgehead>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 november 2019 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een identiteitsbewijs type W of W2 afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 december 2019 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
      <para>Verweerder heeft op 19 mei 2020 een verweerschrift ingediend. Hierop heeft eiser bij brief van 29 mei 2020 gereageerd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de griffierechten. Hij heeft zijn verzoek onderbouwd met een verklaring van afwezigheid van inkomen en vermogen. Mede gelet op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 februari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:282). is de rechtbank van oordeel dat het beroep op betalingsonmacht moet worden gehonoreerd, zodat eiser vrijgesteld is van de verplichting tot het betalen van griffierecht.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en verweerder de termijnoverschrijding niet verschoonbaar heeft geacht. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eiser voert aan dat de het overschrijden van de bezwaartermijn verschoonbaar is, zoals bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Eiser is met het besluit van 1 november 2019 naar Vluchtelingenwerk (VWN) gegaan. Daar kreeg hij te horen dat hij het besluit aan zijn advocaat kon laten zien op de bespreking van 3 december 2019. Hij heeft hiermee zijn best gedaan om tijdig te ageren op het besluit en heeft vertrouwd op het advies van VWN die in het asielzoekerscentrum aanwezig zijn om te helpen met hun post. Eiser benadrukt dat hij geen kennis heeft van de werking van besluiten en dat hij tijdig contact heeft gezocht met VWN. Het bezwaarschrift is door eisers handelwijze slechts 1 dag te laat. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>5. Nu eiser eerst op 3 december 2019 aan verweerder kenbaar heeft gemaakt dat hij bewaar maakt tegen het besluit van 1 november 2019 is dat bezwaar, gelet op de bezwaartermijn van vier weken die is bepaald in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, niet tijdig ingediend. </para>
    <para>6. De rechtbank ziet in de hiervoor aangevoerde reden geen grond voor het oordeel dat het overschrijden van de bezwaartermijn verschoonbaar is. Het feit dat eiser zich tijdig tot VWN heeft gewend, maakt niet dat hij daarmee tijdig bezwaar heeft ingesteld bij verweerder. Evenmin maakt dat daarmee het overschrijden van de bezwaartermijn verschoonbaar is. De termijnoverschrijding dient dan ook voor rekening en risico van eiser te blijven. Dat de termijnoverschrijding slechts een dag betreft maakt voorgaand oordeel niet anders. </para>
    <para>5. Het beroep is kennelijk ongegrond.</para>
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Mac Donald, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier. De beslissing is gedaan op 29 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Rechtsmiddel<?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>