<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:5154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-01T14:53:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">nl.20.5007</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:5154">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:5154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-01T14:53:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:5154 Rechtbank Den Haag , 26-03-2020 / nl.20.5007</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:5154:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Slovenië, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:5154:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.5007</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 23 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ingestemd met afdoening buiten zitting<footnote-ref linkend="_7689d5d5-ee49-43d8-b1ca-9a3292bd2b54" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_c339f14c-b76f-4b50-90da-a458b4f9a445" /> is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Slovenië een verzoek om terugname gedaan. Slovenië heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert in beroep tegen het bestreden besluit aan dat in Slovenië sprake is van ernstige systeemfouten in de asielprocedure en –opvang, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Hij verwijst daartoe naar rapportage van AIDA<footnote-ref linkend="_d48fbcdd-4ea2-441d-b20b-0edac6e9061b" /> van 2018, update maart 2019, en van Amnesty International van juni 2018. Subsidiair vindt eiser dat verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Tot slot heeft eiser gewezen op het recente reisadvies over Slovenië (18 maart 2020) en de omstandigheid dat verweerder overdrachten in het kader van de Dublinverordening heeft opgeschort.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder ervan uitgaan dat Slovenië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat Slovenië dit niet doet. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daarin niet geslaagd.  Het persoonlijk relaas van eiser biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de asielprocedure en –opvang in Slovenië niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat eiser naar eigen zeggen slechts twee dagen in Slovenië heeft verbleven<footnote-ref linkend="_a2053bd3-1b72-4bb2-9a91-dd3707652ac9" /> en er daarna voor heeft gekozen dat land te verlaten. De stelling dat eiser niet in de gelegenheid is gesteld zijn asielmotieven naar voren te brengen, kan dan ook geen doel treffen. Ook uit de aangehaalde rapportage van AIDA en Amnesty International valt niet af te leiden dat in Slovenië sprake is van systeemfouten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Uit het AIDA-rapport blijkt dat de grote asielinstroom weliswaar gevolgen heeft gehad voor de wachttijd, maar dat asielzoekers nog altijd binnen een maand worden gehoord. Dat asielzoekers in afwachting van de indiening van hun asielaanvraag moeten verblijven in een <emphasis role="italic">Asylum Home</emphasis> en dat dit zeven dagen kan duren, is gelet op de verblijfsomstandigheden<footnote-ref linkend="_3b018dd2-1551-42cd-87d9-cbed273e3f2e" />, niet aan te merken als onmenselijk. Bij het horen in de asielprocedure wordt gebruikgemaakt van tolken, zij het dat de kwaliteit van de tolkendiensten niet altijd voldoet aan de standaarden. Anders dan eiser heeft betoogd, kan daarom niet worden gezegd dat klagen bij de autoriteiten niet mogelijk is als daarvoor aanleiding bestaat. Daarmee kan nog niet gesproken worden van een systeemfout. Ook blijkt dat asielzoekers toegang hebben tot een rechtsmiddel en tot kosteloze rechtsbijstand. Dat er sprake is van <emphasis role="italic">push backs</emphasis> van asielzoekers aan de grens, raakt eiser als Dublinclaimant niet, nu Slovenië met het claimakkoord heeft toegezegd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen. Om dezelfde reden treft de stelling dat niet gegarandeerd is dat eiser weer toegang tot de asielprocedure krijgt en dat hij opvang krijgt, geen doel. </para>
    <para />
    <para>4. De subsidiaire beroepsgrond van eiser dat verweerder toepassing had moeten geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, faalt eveneens. De rechtbank begrijpt dat eiser met zijn beroepsgrond heeft willen betogen dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt. Eiser heeft geen beroep gedaan op andere omstandigheden dan die zien op onderwerpen die van betekenis zijn voor de beoordeling of er aanwijzingen zijn dat Slovenië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Verweerder heeft reeds daarom geen gebruik hoeven maken van zijn beoordelingsruimte om bijzondere, individuele omstandigheden als hiervoor bedoeld aanwezig te achten. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 2014<footnote-ref linkend="_863a1d96-cd27-4194-8105-c45b9f8a68ed" />.</para>
    <para />
    <para>5. Het recente reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over reizen naar Slovenië strekt ertoe dat niet-noodzakelijke reizen naar dat land worden ontraden, in verband met het corona-virus. Om dezelfde reden heeft verweerder overdrachten van en naar andere Dublinlidstaten opgeschort. Deze informatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet afdoen aan verweerders bevoegdheid om eiser over te dragen aan Slovenië zodra de omstandigheden zich daartoe lenen.  </para>
    <para />
    <para>6.  Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Loonstra, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7689d5d5-ee49-43d8-b1ca-9a3292bd2b54" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c339f14c-b76f-4b50-90da-a458b4f9a445" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d48fbcdd-4ea2-441d-b20b-0edac6e9061b" label="3">
    <para> Asylum Information Database.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2053bd3-1b72-4bb2-9a91-dd3707652ac9" label="4">
    <para> Pagina 5 rapport aanmeldgehoor Dublin 18 november 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b018dd2-1551-42cd-87d9-cbed273e3f2e" label="5">
    <para> Pagina 20 van het AIDA-rapport.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_863a1d96-cd27-4194-8105-c45b9f8a68ed" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2014:3164.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>