<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:4124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-07T14:56:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.5225</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:4124">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:4124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-07T14:51:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:4124 Rechtbank Den Haag , 06-05-2020 / NL20.5225</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:4124:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veilig land van herkomst, Marokko, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:4124:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.5225 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser </bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.M.A.F.C. Lienaerts), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: M.M.E. Disselkamp). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege kan blijven, omdat partijen – al dan niet expliciet – hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van hun recht ter zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 29 april 2020.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1992] . Volgens verweerder is eiser onder meerdere aliassen bekend.  </para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft op 11 februari 2020 een asielaanvraag ingediend. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij in Marokko is beroofd van zijn iPhone en dat hij daarbij in zijn arm is gestoken. Hij heeft hiervan aangifte gedaan, maar de daders zijn niet opgepakt. Hij heeft daarom een hekel gekregen aan Marokko. Hij heeft een maand gewacht en heeft toen Marokko verlaten. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Relevante elementen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft het voorgaande niet als relevant element aangemerkt, omdat het een incident is dat geen raakvlakken heeft met het Vluchtelingenverdrag dan wel artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).  </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser wel als relevant element aangemerkt. Verweerder heeft enige twijfel over de verklaringen van eiser over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, maar volgt hem daarin toch.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geschil </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het geschil in deze zaak gaat over de vraag of Marokko in het algemeen en in het individuele geval van eiser als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. Eiser vindt dat dit niet kan. Hij heeft daartoe verschillende beroepsgronden aangevoerd, waarop de rechtbank hierna zal ingaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veilig land van herkomst </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene situatie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank oordeelt dat verweerder Marokko in zijn algemeenheid terecht als een veilig land van herkomst heeft aangewezen. De rechtbank wijst daartoe op de brief van de Staatssecretaris uit 2016.<footnote-ref linkend="_e35dcfa6-ff44-4c64-ae13-a1cf4659463d" /> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), de hoogste rechter in asielzaken, heeft geoordeeld dat de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst terecht is. Dat de Marokkaanse politie corrupt zou zijn, betekent niet dat Marokko in het algemeen niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. De ABRvS heeft dit al bij de beoordeling van Marokko als veilig land van herkomst betrokken.2 De enkele verwijzing naar algemene bronnen over de situatie in Marokko leidt er niet toe dat het oordeel van de hoogste rechter over corruptie in Marokko niet langer kan worden gevolgd.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Individuele situatie van eiser </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Omdat Marokko in het algemeen een veilig land van herkomst is, moet eiser aannemelijk maken dat dat voor hem niet geldt. Hier worden zware eisen aan gesteld.  Dat volgt ook uit vaste rechtspraak van de ABRvS.<footnote-ref linkend="_46eb91ab-6bef-4c12-9fd2-7b760b497729" /></para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank oordeelt dat verweerder heeft kunnen beslissen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem persoonlijk geen veilig land is. Eiser heeft weliswaar gesteld dat hij in Marokko is beroofd, maar hij heeft hiertegen aangifte kunnen doen. De aangifte is ook in behandeling genomen. Dat de behandeling van de aangifte van eiser er niet toe heeft geleid dat de daders meteen zijn opgepakt, betekent niet dat hij het slachtoffer is geworden van corruptie van de politie. Ook betekent dit niet dat de Marokkaanse autoriteiten tegenover eiser zijn verdragsverplichtingen niet nakomen en dat Marokko in zijn individuele geval niet meer is aan te merken als veilig land van herkomst.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. De conclusie is dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.  </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, rechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>06 mei 2020</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Mr. L.C. Michon</para>
              <para>Rechter</para>
              <para>Rechtbank Midden-Nederland</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>K.S. Smits</para>
              <para>Griffier</para>
              <para>Rechtbank Midden-Nederland</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <bridgehead role="bold">Documentcode: [documentcode]</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel </title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e35dcfa6-ff44-4c64-ae13-a1cf4659463d" label="1">
    <para> Zie de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 9 februari 2016, nr. 19637/2123 2 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:209 en ECLI:NL:RVS:2017:210.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_46eb91ab-6bef-4c12-9fd2-7b760b497729" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>