<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-21T10:52:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2020:140</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.29445 en NL19.29446</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:397">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:397</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-21T10:01:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:397 Rechtbank Den Haag , 13-01-2020 / NL19.29445 en NL19.29446</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:397:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel slaagt niet. De informatie die eiser heeft ingeroepen ziet met name op de behandeling van en situatie voor asielzoekers die illegaal het land willen betreden. Dat betekent niet dat vreemdelingen die in het kader van de Dublinverordening worden overgedragen aan Kroatië in dezelfde situatie terecht komen. Het beroep op artikel 16 van de Dublinverordening slaagt evenmin, omdat de personen bij wie eiser wil verblijven niet behoren tot de kring van familieleden genoemd in dat artikel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:397:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL19.29445 (beroep) en NL19.29446 (voorlopige voorziening)</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser/verzoeker, hierna: eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        [persoonsnummer]
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Drenth),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. Söylemez).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 3 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen om overdracht te voorkomen voordat op het beroep is beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 januari 2020. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_f4f0f486-b328-4b6b-b5f5-ac03cb3e09c7" /> is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het interstatelijk vertrouwensbeginsel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser betoogt dat hij niet aan Kroatië overgedragen kan worden, omdat ten aanzien van Kroatië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser stelt dat hij slecht behandeld is, geïntimideerd en niet voorzien van tolken en rechtsbijstand. Hij is opgepakt en gedwongen tot afgifte van zijn vingerafdrukken en het tekenen van papieren. In het opvangcentrum ontbraken de meest basale voorzieningen: er was nauwelijks eten, nauwelijks mogelijkheid tot persoonlijke verzorging en een slechte hygiëne. Het recht om te klagen in Kroatië is illusoir want eiser spreekt de taal niet en tolken- en rechtsbijstand is niet gegarandeerd. Eiser doet een beroep op een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 oktober 2019<footnote-ref linkend="_8b98490e-d801-4e25-9784-b3b222b77274" /> en de rapporten die daarin worden genoemd, een uitspraak van het Zwitserse Bundesverwaltungsgericht van 12 juli 2019<footnote-ref linkend="_8fb13349-fb9e-44ff-a322-7beb87d9d6fa" /> en het AIDA-rapport inzake Kroatië van 20 maart 2019.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) overweegt dat het uitgangspunt is dat verweerder ten aanzien van Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dat anders is. Eiser is hierin niet geslaagd, gelet op het navolgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verweerder heeft in zijn verweerschrift en ook ter zitting gewezen op de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 18 december 2019.<footnote-ref linkend="_cb7507d4-2071-4f23-98b2-5668dc1ff454" /> Hierin heeft zittingsplaats Haarlem de door eiser ingeroepen rapporten en uitspraken uitvoerig betrokken en heeft geconcludeerd dat de inhoud daarvan met name ziet op het optreden van de Kroatische autoriteiten tegen asielzoekers aan de grens en het geweld dat daarbij wordt gebruikt. Dat betreft asielzoekers die illegaal het land willen betreden. Dat asielzoekers aan de grens in Kroatië te maken kunnen krijgen met zogenaamde ‘push backs’, betekent niet dat vreemdelingen die in het kader van de Dublinverordening worden overgedragen aan Kroatië in dezelfde situatie terecht komen. Dat volgt ook niet uit de door eiser ingeroepen informatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Hoewel, zoals eiser ook ter zitting heeft betoogd, uit deze informatie wel blijkt dat sprake is van een zorgelijke situatie, is de rechtbank van oordeel dat dit onvoldoende is om te concluderen dat Kroatië zich ten aanzien van Dublinterugkeerders, zoals eiser, niet de internationale verplichtingen nakomt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Ook het persoonlijk relaas van eiser biedt onvoldoende aanknopingspunten voor die conclusie. Eiser heeft onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd welke voorzieningen er ontbraken in de opvang en op welke punten dat strijdig is met de Opvangrichtlijn. Datzelfde geldt voor het door hem gestelde ontbreken van tolken- en rechtsbijstand. Bovendien heeft eiser in het aanmeldgehoor Dublin verklaard niets in Kroatië te hebben meegemaakt, behalve dat hij zijn vingerafdrukken moest geven terwijl hij dat niet wilde en dat hij twee dagen in detentie heeft gezeten omdat hij illegaal in het land was. Dit betekent niet dat Kroatië zich niet aan de internationale verplichtingen houdt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Familieleden in Nederland</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Eiser wil graag bij zijn familieleden in Nederland verblijven op grond van artikel 16 van de Dublinverordening. Hij heeft een schriftelijke verklaring overgelegd van [de personen] , die verklaren een speciale familieband te hebben met eiser en graag voor hem te willen zorgen in financieel opzicht maar ook voor zijn welzijn. Zij ondersteunden eiser ook al in Syrië. </para>
      <para />
      <para>5. Het beroep op artikel 16 van de Dublinverordening slaagt niet. Eiser heeft verklaard bij zijn oom en tante in Nederland te willen verblijven. Of [de personen] zijn oom en tante zijn, is niet duidelijk geworden. De gemachtigde van eiser heeft begrepen dat het om een neef gaat. Niet ter discussie staat in elk geval dat [de personen] niet tot de kring van naaste familieleden behoren die onder de reikwijdte van artikel 16 vallen. Alleen daarom kan de beroepsgrond al niet slagen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Omdat op het beroep is beslist, is geen voorlopige voorziening meer nodig. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen. </para>
      <para />
      <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak NL19.29445</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak NL19.29446</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bode, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M. Journée, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f4f0f486-b328-4b6b-b5f5-ac03cb3e09c7" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b98490e-d801-4e25-9784-b3b222b77274" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2019:11305.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8fb13349-fb9e-44ff-a322-7beb87d9d6fa" label="3">
    <para> Kenmerk E-3078/2019, beschikbaar via www.vluchtweb.nl. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb7507d4-2071-4f23-98b2-5668dc1ff454" label="4">
    <para> Zaaknummer NL19.28106, ECLI:NL:RBNHO:2019:10755 (niet gepubliceerd).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>