<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:3481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-16T13:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.26273, NL19.26612 en NL19.26613</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:3481">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:3481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-16T09:52:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:3481 Rechtbank Den Haag , 08-04-2020 / NL19.26273, NL19.26612 en NL19.26613</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:3481:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:3481:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Haarlem </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers:	NL19.26273</para>
      <para>NL19.26612</para>
      <para>NL19.26613</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster 1] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        [geboortedatum 1] , </para>
      <para>verzoekster 1,</para>
      <para>v-nummer [V-nummer 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster 2] ,geboren op [geboortedatum 2] ,verzoekster 2,v-nummer [V-nummer 2] ,</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] ,geboren op [geboortedatum 3] ,verzoeker,v-nummer [V-nummer 3] ,</bridgehead>
    <para>allen van Turkse nationaliteit,<?linebreak?>gezamenlijk te noemen: eisers,<?linebreak?>(gemachtigde: mr. M.A. Krikke),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, </bridgehead>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 23 oktober 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd.</para>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. </para>
      <para>Op 19 maart 2020 heeft verweerder de bestreden besluiten ingetrokken.</para>
      <para>Naar aanleiding hiervan hebben eisers het beroep ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.</para>
      <para>De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.</para>
      <para>Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is de proceskosten voor het indienen van het beroepschrift te vergoeden tot een bedrag van € 525,-.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekers. Daarbij heeft verweerder zich bereid verklaard de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 525,- te vergoeden. Verweerder stelt zich op het standpunt dat sprake is van samenhangende zaken, nu de beroepen van verzoekers gelijktijdig door verweerder zijn behandeld, de rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en de werkzaamheden, gezien de sterk op elkaar lijkende beroepschriften, in de drie zaken nagenoeg identiek zijn. Verweerder verwijst daarbij naar artikel 3 van het Bpb. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verzoekers stellen zich op het standpunt dat verweerder gehouden is drie maal de proceskosten te vergoeden, omdat de gronden in de zaak van verzoekster 1 en die in de zaken van verzoekster 2 en verzoeker niet gelijk zijn en omdat de rechtbank drie afzonderlijke zaaknummers aan de beroepen heeft toegekend.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verweerder drie afzonderlijke beschikkingen heeft geslagen op de asielaanvragen van verzoekers en dat verzoekers drie afzonderlijke beroepschriften hebben ingediend bij de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank komen de beroepsschriften van verzoekster 2 en van verzoeker dusdanig overeen dat bij die twee beroepen sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Bpb. Beide beroepschriften richten zich voornamelijk op de vrees voor vervolging die verzoekster 2 en verzoeker ervaren ten gevolge van de (vermeende) associatie van hun ouders met de Gülen-beweging. Het beroepschrift van verzoekster 1 wijkt af van de beroepschriften van verzoekster 2 en verzoeker, nu het voornamelijk ziet op de vrees voor vervolging die verzoekster 1 ervaart ten gevolge van haar (vermeende) associatie met de Gülen-beweging. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom geen sprake van samenhangende zaken tussen het beroep van verzoekster 1 enerzijds, en de beroepen van verzoekster 2 en verzoeker anderzijds. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift in de zaak van verzoekster 1 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift in de zaken van verzoekster 2 en verzoeker met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.050,-.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Mac Donald, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Rechtsmiddel<?linebreak?>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>