<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:2730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-04T07:21:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.2097</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2730">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-26T15:43:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:2730 Rechtbank Den Haag , 20-02-2020 / NL20.2097</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:2730:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ei, Gambiaanse nationaliteit, internationale bescherming in Italië, registratie, mondelinge uitspraak, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:2730:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.2097</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>v-nummer: [nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 24 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.2098, plaatsgevonden op 20 februari 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen B.J. Kane. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat de aanvullingen en correcties niet in het voornemen zijn besproken. De rechtbank volgt die stelling niet, omdat de aanvullingen en correcties wel in het bestreden besluit zijn besproken en niet blijkt dat hierop onvoldoende acht is geslagen.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft op 4 november 2019 een asielaanvraag ingediend en op die dag heeft verweerder Eurodac geraadpleegd. Hieruit blijkt dat eiser op 6 mei 2017 in Italië een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft vervolgens informatie opgevraagd bij de Italiaanse autoriteiten, omdat getwijfeld werd over de door eiser gestelde leeftijd. Uit het antwoord van Italië van 18 december 2019 blijkt dat eiser in Italië onder een andere naam en met twee ander geboortedata staat geregistreerd. Ook blijkt hieruit dat eiser op 25 juli 2019 in Italië internationale bescherming heeft gekregen. Nu dit recent verkregen informatie is, volgt de rechtbank niet de stelling van eiser dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn vergewislicht. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht verweerder afgaan op de door Italië verstrekte informatie. Het is dan ook aan eiser om met documenten aannemelijk te maken wat zijn werkelijke geboortedatum is. Hij heeft zijn land verlaten en het ligt op zijn weg om te bewijzen wie hij is. De rechtbank volgt niet het betoog van eiser dat hij onmogelijk aan documenten kan komen. </para>
    <para />
    <para>3. Nu eiser in Italië een asielvergunning heeft gekregen, heeft hij een zodanige band met Italië dat het voor hem redelijk is om daarheen te gaan<footnote-ref linkend="_7b796f6d-078f-4b1e-b98e-ca0451c0722c" />. Weliswaar wordt geloofd dat eiser in Italië problemen heeft gehad met [naam 2] maar verweerder gelooft niet dat hij bij terugkeer in Italië heeft te vrezen voor deze [naam 2] . De rechtbank volgt dat standpunt, omdat eiser weinig concreet heeft verteld over de gestelde bedreiging door [naam 2] . Bij voorkomende problemen (met [naam 2] ) wordt van eiser verwacht dat hij hiervoor de bescherming vraagt van de Italiaanse autoriteiten. Eiser heeft verklaard dat hij dit niet eerder heeft gedaan. </para>
    <para />
    <para>4. Ten aanzien van de positie van vreemdelingen met een asielvergunning in Italië overweegt de rechtbank dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de situatie in Italië voor hen zo slecht is dat sprake is van extreme armoede of het ontbreken van eerste levensbehoeften en rechteloosheid. </para>
    <para />
    <para>5. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 20 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7b796f6d-078f-4b1e-b98e-ca0451c0722c" label="1">
    <para> op grond van artikel 3.106a, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>