<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:2584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:09:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-1165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2020-0213</rdf:li>
          <rdf:li>RAV 2020/48</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2584">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-22T12:58:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:2584 Rechtbank Den Haag , 25-03-2020 / 12-1165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:2584:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige overheidsdaad. Executies in Zuid-Sulawesi door Nederlandse militairen in 1946-1947. Bewijsbeoordeling. Toekenning shockschade aan kind dat executie van vader heeft gezien. Begroting materiele schade (inkomstenderving).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:2584:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d3536554-84ba-40b8-8981-f9c2963a5a4b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2eae4c08-6303-458e-8702-bcd8b12d2f63" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 25 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de procedures van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaaknummer / rolnummer: C/09/428182 / HA ZA 12-1165</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 [eisende partij 1] ,</bridgehead>
    <para>	wonende te [woonplaats 1] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[eisende partij 2]</emphasis>,</para>
    <para>	bij leven wonende te [woonplaats 1] , Zuid-Sulawesi, Indonesië, </para>
    <para>4.	<emphasis role="bold">[eisende partij 3]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 1] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>5.	<emphasis role="bold">[eisende partij 4]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 1] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>12.	<emphasis role="bold">[eisende partij 5]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>18. de stichting <emphasis role="bold">STICHTING KOMITE UTANG KEHORMATAN BELANDA</emphasis>,</para>
    <para>	gevestigd te Heemskerk,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaaknummer / rolnummer C/09/458254 / HA ZA 14-96</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 [eisende partij 6] ,</bridgehead>
    <para>	wonende te [woonplaats 3] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[eisende partij 7]</emphasis>, </para>
    <para>	wonende te [woonplaats 4] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië, </para>
    <para>5.	<emphasis role="bold">[eisende partij 8]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 5] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>6.	<emphasis role="bold">[eisende partij 9]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 6] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië, </para>
    <para>10.	<emphasis role="bold">[eisende partij 10]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 7] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>11.	<emphasis role="bold">[eisende partij 11]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 8] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië, </para>
    <para>12.	<emphasis role="bold">[eisende partij 12]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 9] , [woonplaats 2] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    <para>13.	<emphasis role="bold">[eisende partij 13]</emphasis>,</para>
    <para>	wonende te [woonplaats 10] , [woonplaats 10] , Zuid-Sulawesi, Indonesië, </para>
    <para>18. de stichting<emphasis role="bold"> STICHTING KOMITE UTANG KEHORMATAN BELANDA</emphasis>,</para>
    <para>	gevestigd te Heemskerk, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaaknummer/rolnummer C/09/467029 / HA ZA 14-653</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij 14]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 17] , Zuid-Sulawesi, Indonesië,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaaknummer/rolnummer C/09/472892 / HA ZA 14-1020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eisende partij 15] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eisende partij 16]</emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats 11] , Indonesië,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaaknummer/rolnummer C/09/472901 / HA ZA 14-1021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr> [eisende partij 17] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats 12] , Indonesië,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[eisende partij 18]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 13] , Indonesië, </para>
    <para>5.	<emphasis role="bold">[eisende partij 19]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 14] , Indonesië,</para>
    <para>6.	<emphasis role="bold">[eisende partij 20]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 15] , Indonesië,</para>
    <para>7.	<emphasis role="bold">[eisende partij 21]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats 16] , Indonesië,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>eisers en eiseressen, </para>
      <para>advocaat: mr. A. Vossenberg te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in alle procedures</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon <emphasis role="bold">DE STAAT DER NEDERLANDEN</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Den Haag,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat: mr. K. Teuben te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde in alle zaken blijft aangeduid als ‘de Staat’. Eiser sub 18 in de procedures met zaak-/rolnummer C/09/428182 / HA ZA 12-1165 en C/09/458254 / HA ZA 14-96 blijkt aangeduid als ‘Stichting KUKB’ en de natuurlijke personen die als eisende partij optreden worden net als in de eerdere tussenvonnissen individueel aangeduid met (het laatste gedeelte van) hun eigen naam en tezamen als ‘de weduwen en kinderen’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na het uitbrengen van de dagvaardingen is een aantal weduwen en kinderen overleden. Bij gebreke van een schorsing en artikel zijn zaak op grond van wetsartikel 225 lid 2 Rv<footnote-ref linkend="_79b0223f-da85-4a3d-9263-86959a91935b" /> voortgezet op hun naam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedures blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 31 januari 2018 en de daarin genoemde stukken;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de processen-verbaal van de getuigenverhoren op 3, 9, 17, 19, 24, 25 en 30 april 2018, 1 mei 2018, 25, 26 en 28 juni 2018, 2, 3, 5, 6 en 11 juli 2018, 18 en 23 oktober 2018 en 7 februari 2018;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusies na enquête van partijen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aktes van partijen in de zaken [eisende partij 15] en [eisende partij 16] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De weduwen en kinderen stellen dat hun echtgenoten en vaders in 1946-1947 zijn geëxecuteerd door Nederlandse militairen in het toenmalige Zuid-Celebes in Nederlands-Indië, het huidige Zuid-Sulawesi in Indonesië. Zij houden de Staat uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk voor de schade die zij daardoor stellen te hebben geleden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zoals is overwogen in de tussenvonnissen, is voor toewijzing van de vorderingen vereist dat in rechte komt vast te staan dat de weduwen en kinderen 1) weduwe of kind zijn van 2) een destijds door Nederlandse militairen onrechtmatig geëxecuteerde man. De weduwen en kinderen dragen de bewijslast van deze stellingen. In alle zaken twisten partijen over de door de weduwen en kinderen gestelde toedracht van het overlijden van hun echtgenoot of vader. Alle weduwen en kinderen zijn toegelaten dit te bewijzen. Daarnaast zijn [eisende partij 9] , [eisende partij 16] en [eisende partij 21] wier identiteit en/of de familierechtelijke band met de overleden man niet vaststaat, toegelaten tot het bewijs daarvan. De weduwen en kinderen hebben schriftelijk bewijs bijgebracht en bewijs door het horen van getuigen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het rapport van de door de rechtbank benoemde deskundige R. Cribb</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 27 januari 2016<footnote-ref linkend="_3ab58557-f4e3-438a-8150-b4db98a3e0db" /> heeft de rechtbank in de procedures met zaak-/rolnummers C/09/428182 / HA ZA 12-1165, C/09/458254 / HA ZA 14-96, en C/09/467029 / HA ZA 14-653 de historicus R. Cribb (hierna: Cribb) benoemd als deskundige, met het oog op beantwoording van – voor zover van belang – de volgende vragen:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Zijn op de erebegraafplaats Tanete uitsluitend mannen (her)begraven die slachtoffer waren van onrechtmatige executies tijdens zuiveringsacties in 1946 en 1947 door militairen van het DST en/of andere KNIL-eenheden ? Kan dus worden uitgesloten –  zo ja, op grond waarvan – dat op de erebegraafplaats van Tanete (ook) doden zijn (her)begraven die door andere omstandigheden om het leven zijn gekomen waarvoor de Staat niet aansprakelijk te houden is, zoals bijvoorbeeld slachtoffers van legitieme gevechtshandelingen ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Liggen in het ommuurde gedeelte van het ereveld op Suppa uitsluitend slachtoffers van het bloedbad in dat dorp op 28 januari 1947 ? Kan worden vastgesteld op de graven die buiten het ommuurde gedeelte van het ereveld van Suppa liggen van standrechtelijk geëxecuteerde personen zijn ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Kan op basis van de locatie van een graf op het ereveld Taccorong worden vastgesteld of de persoon in kwestie standrechtelijk is geëxecuteerd ? Blijkt uit de locatie van de graven van [A] en [B] op de begraafplaats Taccorong dat deze mannen standrechtelijk zijn geëxecuteerd ? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is bij het (her)begraven op deze drie erebegraafplaatsen ten aanzien van iedere overledene nagegaan of hij slachtoffer was van een onrechtmatige executie voordat hij daar werd (her)begraven ? Zo ja, hoe is dat gebeurd en door wie ? Is dit in enige administratie vastgelegd en kan daarvan een afschrift worden verkregen ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Kunt u vaststellen of op de erebegraafplaats in Tanete (her)begraven zijn de echtgenoten van partijen [eisende partij 6] , [eisende partij 8] , [eisende partij 12] en [eisende partij 7] , en zo ja, op basis van welke concrete gegevens (anders dan alleen de eigen partijverklaring) ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wanneer, in opdracht van wie, door wie en op welke wijze is de ‘<emphasis role="italic">lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba ’</emphasis> opgesteld? Zijn hierop uitsluitend slachtoffers van een onrechtmatige executie vermeld, en zo ja, op grond waarvan trekt u die conclusie ? Zo niet, kunt u vaststellen of de op deze lijst vermelde vader van partij [eisende partij 5] ( [C] ) slachtoffer was van een onrechtmatige executie, en zo ja, op basis van welke concrete gegevens (anders dan alleen de eigen partijverklaring) komt u tot die conclusie ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Op welke wijze zijn de vier in het geding gebrachte lijsten van de sociale dienst opgesteld ? Zijn hierop uitsluitend slachtoffers van een onrechtmatige executie vermeld, en zo ja, op grond waarvan trekt u die conclusie ? Zo niet, kunt u vaststellen of de op deze lijst vermelde echtgenoten en vaders van partijen in deze procedure – te weten op de eerste lijst: de echtgenoten van [eisende partij 14] ( [D ] ) en de vaders van [eisende partij 1] ( [E ] ) , [eisende partij 2] ( [F] ) en [eisende partij 4] ( [G] ), op de tweede lijst de (gestelde) echtgenoten van [eisende partij 6] ( [H] ), [eisende partij 8] ( [I ] ), [eisende partij 12] ( [J] ), [eisende partij 7] ( [K] ), [eisende partij 9] ( [A] ), [eisende partij 10] ( [B] ) en [eisende partij 11] ( [L] ) en de  vader van [eisende partij 5] ( [C] ), op de derde lijst de (gestelde) echtgenoten van [eisende partij 9] ( [A] ) en [eisende partij 10] ( [B] ) en op de vierde lijst de echtgenoten van [eisende partij 6] ( [H] ), [eisende partij 8] ( [I ] ), [eisende partij 12] ( [J] ) en [eisende partij 7] ( [K] ) – slachtoffers waren van onrechtmatige executies, en zo ja, op basis van welke concrete gegevens (anders dan alleen de eigen partijverklaring) komt u tot die conclusie ?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Kunt u vaststellen of op of rond 14 januari 1947 onrechtmatige executies hebben plaatsgehad in de plaats die tegenwoordig kampong Coka wordt genoemd en – zo ja – of de vader van [eisende partij 3] ( [M] ) daarbij om het leven is gekomen ?</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 27 juli 2016<footnote-ref linkend="_649714bd-7b3b-489d-b244-e8e9495975e4" /> is de opdracht van Cribb uitgebreid met de volgende vragen (doorgenummerd ten opzichte van de onder 2.3 bedoelde vragen):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>in zaak C/09/472892 / HA ZA 14-1020:</para>
      </parablock>
      <para>9. Heeft begin 1947 na de zuiveringen in Makassar een standrechtelijke executie plaatsgehad bij de brug bij Katimbang, waarbij de echtgenoot van [eisende partij 15] , [N] , door Nederlandse militairen is doodgeschoten ?</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>in zaak C/09/472901 / HA ZA 14-1021:</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>10. Blijkt uit de locatie van de graven van [O] , [P] , [Q] en [R] op de begraafplaats TMP Ganggawa Mario dat deze mannen door Nederlandse militairen standrechtelijk zijn geëxecuteerd en, zo ja, waarom, of zo nee, waarom niet ?</para>
        <para>10. Is bij het (her)begraven op deze erebegraafplaats ten aanzien van iedere overledene nagegaan of hij slachtoffer was van een standrechtelijke executie door Nederlandse militairen voordat hij werd (her)begraven ? En, zo ja, hoe en door wie en is dat in enige administratie vastgelegd en kan daarvan afschrift worden verkregen ?</para>
        <para>10. Is de vermelding van de namen van de hiervoor genoemde mannen op de gedenkmuur van Ganggawa Mario relevant voor de beantwoording van de vraag of deze mannen standrechtelijk zijn geëxecuteerd door Nederlandse militairen – en, zo ja, in welke zin ?</para>
        <para>10. Wanneer, in opdracht van wie, door wie en op welke wijze is de slachtofferlijst Ganggawa Mario opgesteld ? Staan hierop uitsluitend slachtoffers van standrechtelijke executies door Nederlandse militairen en zo ja, op grond waarvan trekt u deze conclusie ?</para>
        <para>10. Kunt u vaststellen of de echtgenoten van [eisende partij 17] ( [O] ) en [eisende partij 19] ( [P] ) zijn omgekomen bij de standrechtelijke executies door Nederlandse militairen die op 7 februari 1947 hebben plaatsgevonden in Bulo Wattang ?</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Tijdens de comparitie van partijen op 27 oktober 2017 is het concept-rapport besproken met Cribb, die zich tijdens de zitting in zijn werkkamer in Australië bevond. Met instemming van partijen gebeurde dit via een skype-verbinding. Na deze comparitie heeft Cribb zijn eindrapport uitgebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>	De weduwen en kinderen zetten uiteen dat zij de overtuiging hebben dat Cribb een kwalitatief gebrekkig onderzoek heeft verricht, zich onvoldoende op de feiten heeft georiënteerd en kansen om een waardevolle, inhoudelijke bijdrage aan deze zaken te leveren heeft laten liggen. Zij concluderen dat het onderzoek van Cribb weinig toevoegt aan het dossier. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>	De rechtbank onderschrijft deze conclusie van de weduwen en kinderen niet. Met hun opmerkingen over het niet of onvoldoende spreken met personen ter plaatse, gaan zij eraan voorbij dat de opdracht aan Cribb was om zijn onderzoek te verrichten aan de hand van historische en verifieerbare bronnen die objectief inzicht geven in de achtergronden van de onderzochte erebegraafplaatsen en de totstandkoming van de onderzochte lijsten. Verder had Cribb als door de rechtbank benoemde deskundige een grote mate van vrijheid bij de inrichting en uitvoering van zijn onderzoek. In zijn eindrapport en tijdens de comparitie van partijen heeft Cribb het door hem verrichte onderzoek en de daarbij door hem gemaakte keuzes toegelicht. De rechtbank laat de opmerkingen van de weduwen en kinderen verder voor wat ze zijn, nu zij niet verzoeken daaraan enige consequentie te verbinden. De rechtbank ziet daar ambtshalve ook geen aanleiding toe. Zij zal het rapport van Cribb betrekken in de bewijsbeoordeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemene overwegingen over het bijgebrachte getuigenbewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het horen van de getuigen, die zich op verschillende locaties in Indonesië bevonden, wordt beheerst door artikel 176 Rv: Indonesië is geen partij bij het Haags Bewijsverdrag 1970 of het Haags Rechtsvorderingsverdrag van 1954 of bij enig op dit punt relevant bilateraal verdrag met Nederland en de EU-Bewijsverordening is niet van toepassing. Nu artikel 176 Rv bepaalt dat de rechter de getuige op de daarin beschreven wijze <emphasis role="italic">kan </emphasis>horen, biedt deze bepaling naar het oordeel van de rechtbank ruimte voor het op andere wijze, door middel van ‘telehoren’, horen van een zich in het buitenland bevindende getuige. De getuigen zijn gehoord overeenkomstig de afspraken die de rechter-commissaris hierover met partijen heeft gemaakt tijdens de regiezitting van 12 februari 2018. Voor zover van belang houden deze afspraken het volgende in: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>tijdens de verhoren bevond de rechter-commissaris zich met de griffier, de  advocaten van partijen, de tolk (Nederland/Bahasa Indonesia) en publiek zich in de zittingzaal in de rechtbank, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de getuigen bevonden zich op de door partijen in onderling overleg geregelde locaties in Zuid-Sulawesi, Indonesië (Hotel Dalton te Makassar, de school Wisma Sang Surya te Bulukumba , een kantoor in Bonto Bangun, Resto Fly Over te Suppa , Hotel ‘M’ te Pinrang , het kantoor van het subdistrict te Kulo en een kantoor in Bulohole);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de identiteit van de getuigen is vastgesteld door mevrouw [X] , die ook tijdens de verhoren aanwezig is geweest;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de identiteit van de getuigen is vastgesteld door mevrouw [X] , </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verhoren vonden plaats via een een beveiligde digitale vergaderruimte (een zogenaamde MCU) van de rechtspraak  en – in voorkomend geval toen die verbinding niet werkte – via skype;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voldaan is aan de formaliteiten van artikel 177, lid 1 en 2, Rv, waarbij door alle getuigen de belofte is afgelegd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vragen aan de getuigen en hun antwoorden op die vragen zijn letterlijk in het Nederlands weergegeven in de processen-verbaal van verhoor;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vragen zijn in het Nederlands gesteld en door de in de zittingzaal aanwezige tolk vertaald naar Bahasa Indonesia. De getuigen die Bahasa Indonesia spraken, hebben in die taal hun verklaring afgelegd, die naar het Nederlands is vertaald door de in 	de zittingzaal aanwezige tolk; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor de getuigen die Makassar of Boeginees spraken, zijn de vragen door de in Indonesië aanwezige tolk vertaald van het Bahasa Indonesia naar Makassar of Boeginees, waarop de getuigen hun verklaring in het Makassar of Boeginees hebben afgelegd. Die verklaring is door de in Indonesië aanwezige tolk vertaald naar Bahasa Indonesia en vervolgens door de in de zittingzaal aanwezige tolk van Bahasa Indonesia naar het Nederlands;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in de zittingzaal hebben door de advocaten van de weduwen en de kinderen ingeschakelde uit Indonesië afkomstige promovendi/studenten (de vertaling van) hetgeen gezegd werd in Makkassar en Boeginees gecontroleerd en in voorkomend geval daarover opmerkingen gemaakt, die in de processen-verbaal van verhoor zijn genoteerd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de getuigen hebben hun verklaring niet ondertekend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verklaringen zijn niet gedicteerd en voorgelezen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>van het verhoor zijn beeld- en geluidsopnamen gemaakt, die zijn verstrekt aan partijen. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>	De rechter-commissaris, die deel uitmaakt van de meervoudige kamer, die dit vonnis wijst, heeft de getuigen gehoord, waarna de in de zittingzaal aanwezige advocaten de getuigen hebben kunnen bevragen. Door het aldus horen van de getuigen is bewerkstelligd dat de rechtbank, overeenkomstig de in artikel 155 Rv vooropgestelde regel, de getuigen zelf heeft gehoord en is voorts recht gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>	Voor de waardering van het bewijs gelden de eerdere overwegingen daarover in de tussenvonnissen, waarnaar de rechtbank kortheidshalve verwijst. De rechtbank voegt daar het volgende aan toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>	Met partijen is afgesproken dat aan de verklaringen van de getuigen de bewijswaarde zal worden toegekend van getuigenbewijs in de zin van artikel 163 Rv. Dat betekent dat de verklaringen van de weduwen en kinderen, die als partijgetuige zijn gehoord in hun eigen zaak, omtrent de door hen te bewijzen feiten geen bewijs in hun voordeel kunnen opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.<footnote-ref linkend="_a08dcd71-7e4b-44e2-8063-414d99a37e21" /> Het steunbewijs dient zodanig sterk te zijn en essentiële punten te betreffen dat het de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>	De in artikel 163 Rv bedoelde eigen waarneming van een getuige is niet beperkt tot directe waarnemingen als ooggetuige; gegevens van horen zeggen zijn voor bewijs vatbaar.<footnote-ref linkend="_014f5cc6-4577-4732-9dd4-86d25ded0469" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>	Afgezien van de hiervoor weergegeven regel voor de bewijskracht van partijgetuigen verklaringen, vergt de toepasselijke vrije bewijsleer niet dat een bewijsmiddel wordt ondersteund door ander bewijs. De te bewijzen feiten kunnen dus worden gebaseerd op één bewijsmiddel, bijvoorbeeld de verklaring van een getuige. Vanwege de beperkte bewijskracht, kan dat niet een verklaring van een partijgetuige zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Een aantal getuigen heeft een verklaring afgelegd die (sterk) afwijkt van een eerder in het geding gebrachte schriftelijke verklaring. In eerdere tussenvonnissen heeft de rechtbank in algemene zin overwogen dat veel schriftelijke verklaringen geen redenen van wetenschap bevatten en dat onduidelijk is hoe de schriftelijke verklaringen tot stand zijn  gekomen. De rechtbank zal daarom de schriftelijke verklaringen niet voor het bewijs gebruiken. Zij zal alleen gebruik maken van de verklaringen van de getuigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>De getuigenverklaringen zijn onder ede afgelegd op vragen van de rechtbank en partijen. Anders dan de Staat bepleit, ziet de rechtbank geen aanleiding om getuigenverklaringen als onbetrouwbaar ter zijde te laten als zij afwijken van eerdere schriftelijke verklaringen. De onduidelijkheid over de wijze van totstandkoming van de schriftelijke verklaringen, staat eraan in de weg om op basis daarvan de getuigenverklaringen als onbetrouwbaar aan te merken. De rechtbank zal dus alle getuigenverklaringen betrekken in de bewijsbeoordeling, ook als zij afwijken van eerdere schriftelijke verklaringen van dezelfde persoon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Over het algemeen hebben de getuigen geen precisering gegeven van tijdstippen of een periode, uitgedrukt in concrete maanden en/of data. De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat personen zoals deze getuigen, die destijds op het platteland in Zuid-Sulawesi woonden, niet hetzelfde besef van tijd hadden (en in veel gevallen nog steeds niet hebben) als mensen die in Nederland woonden en dat zij tijdstippen niet – zoals te doen gebruikelijk in Nederland – in termen van jaren en maanden aanduiden. Zij duiden tijdstippen veeleer aan met het seizoen (regentijd of de droge tijd) aanduiden en/of bepaalde stadia van het bebouwen en het bewerken van het land (bijvoorbeeld het inzaaien van rijst of het oogsten van mais). Dit gebeurt overigens in Nederland ook wel, als wordt geput uit de herinnering, zeker als een kwestie zich lang geleden heeft voorgedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Het hiervoor besproken ontbrekend of afwijkend besef van tijd komt ook tot uiting in het gegeven dat een aantal getuigen niet wist hoe oud zij waren ten tijde van de gebeurtenissen waarover zij verklaarden of in het kader van de formaliteiten een leeftijd noemde, die niet strookte met de leeftijd die vermeld staat op hun identiteitsbewijs. De rechtbank ziet in de aantoonbare onjuistheden op dit punt geen grond om de getuigenverklaring reeds hierom als zodanig in twijfel te trekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>De weduwen en kinderen hebben naar voren gebracht dat personen zoals zij en de gehoorde getuigen die de zuiveringsacties hebben meegemaakt, uit een ander tijdperk en een andere wereld komen. De moderne Westerse referentiekaders kunnen niet zonder meer op hen worden toegepast, aldus de weduwen en kinderen, die wijzen op het deskundigenbericht van professor Herman Slaats over de partijen in de zaak [… 1] c.s., over executies in Rawagede te Java in 1947. Daarin wordt gesproken van “<emphasis role="italic">geïsoleerde, kleine Javaanse dorpsgemeenschappen van ongeletterde boeren [...] De wereld van deze mensen strekte zich uit tot het eigen dorp en hooguit enkele omliggende dorpen.”</emphasis> De weduwen en kinderen betogen dat dit evenzeer (zo niet méér) waar is voor hen en de gehoorde getuigen, die uit het minder welvarende Zuid-Sulawesi komen. Zij wijzen erop dat hun wereld destijds bijzonder klein was en dat vandaag de dag nog steeds is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>De rechtbank heeft oog voor de niet ter discussie staande culturele verschillen, die zich uiten in andere tradities en levensstijl. De rechtbank houdt hier rekening mee bij de waardering van de getuigenverklaringen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>De weduwen en kinderen verwijzen herhaald naar hetgeen uit historisch onderzoek, waaronder het proefschrift van R. Limpach, bekend is over de aard en omvang van het toegepaste geweld. De in de aangehaalde bronnen beschreven grootschalige omvang en het structurele karakter van de misdragingen van Nederlandse militairen in 1946-1949 staan niet ter discussie. Aan Indonesische zijde zijn echter ook slachtoffers gevallen als gevolg van legitieme gevechtshandelingen. De rechtbank acht het verder een feit van algemene bekendheid dat in de chaotische periode in 1947-1949 ook dodelijke slachtoffers zijn gevallen als gevolg van andere gewelddadige oorzaken dan misdragingen van Nederlandse militairen. Dit een en ander staat in de weg aan het, alleen op grond van de grootschalige omvang en het structurele karakter van de misdragingen van Nederlandse militairen, trekken van conclusies in gevallen waarin niet kan worden uitgesloten dat een man het slachtoffer is van legitieme gevechtshandelingen dan wel concrete aanknopingspunten dat de man door Nederlandse militairen is gedood ontbreken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemene bewijsthema’s</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>In de eerdere tussenvonnissen zijn erebegraafplaatsen en slachtofferlijsten als algemene bewijsthema’s geïdentificeerd en besproken. De weduwen en kinderen stelden dat op grond van het begraven zijn op een aantal erebegraafplaatsen en/of vermelding op de door hen in het geding gebrachte slachtofferlijsten, als vaststaand kon worden aangenomen dat de man in kwestie het slachtoffer was van een onrechtmatige executie door Nederlandse militairen. De rechtbank zal hierna deze algemene bewijsthema’s bespreken, eerst (a) de erebegraafplaatsen en dan (b) op de slachtofferlijsten. Daarna zal de rechtbank (c) de individuele bewijsposities van de weduwen en kinderen bespreken. Onder (d) komt aan de orde of en in hoeverre de vorderingen toewijsbaar zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(a) De erebegraafplaatsen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>	De bewijswaarde van het begraven zijn op (een bepaald deel van) de erevelden (a1) TMP Suppa , (a2) TMP Taccorong, (a3) TMP Tanete, (a4) TMP Ganggawa Mario en (a5) TMP Panaikang staat ter discussie.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(a1) TMP Suppa</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>Vaststaat dat op 28 januari 1947 een massa-executie heeft plaatsgevonden in Suppa . [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 4] stellen dat hun vaders [E ] , [F] en [G] toen zijn doodgeschoten door Nederlandse militairen en daarna zijn begraven in of bij TMP Suppa . [eisende partij 13] en [eisende partij 14] stellen dat hun echtgenoten [S] en [D ] eveneens zijn doodgeschoten tijdens de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947 en zijn begraven in of bij TMP Suppa .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.24.</nr>
      <para>TMP Suppa is een ommuurd gedeelte van een algemene begraafplaats, met daarin één groot massagraf, verdeeld over verschillende grafkuilen. In dat ommuurde gedeelte staan willekeurig geplaatste en verweerde stenen grafzuilen zonder vermelding van de namen van de daar begraven doden. Dat is te zien op deze foto die Cribb heeft gemaakt tijdens zijn bezoek aan deze erebegraafplaats.</para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c387ae15-9ef4-4afa-a0ac-d339be4e312c" depth="259" width="352" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.25.</nr>
      <parablock>
        <para>Cribbs antwoord op vraag 4 luidt voor TMP Suppa : </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De lijken van de slachtoffers bij Suppa zijn ogenschijnlijk nooit herbegraven. Hun oorspronkelijke teraardestelling in 1947 was een massabegraving van slachtoffers van een massacre in oorlogstijd. Het is niet te verwachten dat aparte administratie zou hebben plaatsgevonden.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.26.</nr>
      <parablock>
        <para>Cribbs antwoord op vraag 2 luidt: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Net als bij het ereveld Tanete is er geen aanwijzingen betreffende de omstandigheden waarin de overledene stierven. Er is een groot verschil tussen het ommuurde gedeelte van het ereveld op Suppa en het gedeelte buiten de muren. Binnen het ommuurde gedeelte van het ereveld staan een groot aantal grafstenen in drie rijen. De stenen zijn veel dichter bij elkaar dan gewoonlijk is in een Taman</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Makam Pahlawan. Op een klein aantal grafstenen staat een naam, kennelijk recentelijk opgeschreven. Sommige stenen zijn duidelijk onlangs hernieuwd, maar die zijn kleiner en bescheidener dan de graven buiten het ommuurde gedeelte, die ook namen hebben en vaak ook een sterfdatum dat aanzienlijk later is dan 1947. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De wetenschappelijke literatuur over massagraven gaat voornamelijk over sporen van recentelijke begravingen en over het forensisch opgraven van bekende graven en levert dus weinig inzicht op de specifieke vragen die rijzen in dit geval.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens de lurah van Suppa zijn de lijken van de slachtoffers van de massacre bij Suppa hier naartoe gesleept (ongeveer 200 meters) om vervolgens begraven te zijn. Het is onwaarschijnlijk dat elke grafsteen precies over de stoffelijk overschot van de bedoelde slachtoffer staat, maar de plaats ziet uit als anders dan alle andere begraafplaatsen. Men kan redelijk veronderstellen dat hier inderdaad een massagraf is. Aangezien dat ruimte beschikbaar is onmiddellijk buiten het ommuurde gedeelte van het ereveld, het is hoogstwaarschijnlijk dat er uitsluitend slachtoffers van de massamoord van januari 1947 in het ommuurde gedeelte van het ereveld zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.27.</nr>
      <parablock>
        <para>Cribb concludeert:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Het is daarom waarschijnlijk maar niet bewezen dat de graven binnen het ommuurde gedeelte van het ereveld op Suppa zijn uitsluitend slachtoffers van het bloedbad in dat dorp op 28 januari 1947. Wél kan worden vastgesteld dat de gemarkeerde graven die buiten het ommuurde gedeelte van het ereveld van Suppa liggen van een latere periode zijn.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.28.</nr>
      <para>	Gelet op deze conclusies van Cribb, acht de Staat het voldoende zeker dat degenen die begraven zijn binnen het ommuurde gedeelte van TMP Suppa , slachtoffers waren van de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947. Daarmee is er geen geschil meer over de bewijswaarde van het begraven zijn op TMP Suppa . Bij de beoordeling van de individuele bewijsposities zal de rechtbank vaststellen of de vaders respectievelijk echtgenoten van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] , [eisende partij 4] , [eisende partij 13] en [eisende partij 14] daar begraven zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(a2) TMP Tanete en (a3) TMP Taccoring </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.29.</nr>
      <para>	Vaststaat dat Nederlandse militairen in de regio Bulukumba over een langere periode, van december 1946 tot en met april 1947, zuiveringsacties hebben uitgevoerd in verschillende dorpen. In veel gevallen zijn de daarbij doodgeschoten mannen ter plaatse begraven. In 1978 en 1979 hebben herbegrafenissen plaatsgevonden op TMP Tanete en TMP Taccorong, die allebei onderdeel zijn van algemene begraafplaatsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.30.</nr>
      <para>	[eisende partij 6] , [eisende partij 7] , [eisende partij 8] , [eisende partij 11] en [eisende partij 12] stellen dat hun echtgenoten [H] , [K] , [I ] , [T] en [J] zijn herbegraven op TMP Tanete. [eisende partij 9] en [eisende partij 10] stellen dat hun echtgenoten [A] en [B] zijn herbegraven op TMP Taccorong. Zij stellen dat op deze erebegraafplaatsen alleen slachtoffers van onrechtmatige executies door Nederlandse militairen zijn begraven, zodat deze doodsoorzaak op grond van het aldaar begraven zijn kan worden vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.31.</nr>
      <parablock>
        <para>	In de tussenvonnissen heeft de rechtbank hen daarin niet gevolgd, omdat het onduidelijk en niet verifieerbaar was of en hoe bij het herbegraven van de doden op TMP  Tanete en TMP Taccorong in 1978 en 1979 door de daarbij betrokken lokale Indonesische autoriteiten is gecontroleerd en vastgesteld of de overledene inderdaad slachtoffer was van een onrechtmatige executie tijdens de in de regio Bulukumba van december 1946 tot en met april 1947 uitgevoerde zuiveringacties, of dat daar (ook) doden begraven zijn die door omstandigheden om het leven zijn gekomen waarvoor de Staat niet aansprakelijk kan worden gehouden. De rechtbank achtte nader onderzoek nodig naar de vraag onder welke omstandigheden de mannen daar zijn herbegraven en onder welke omstandigheden zij destijds om het leven zijn gekomen. Zij heeft daarover vragen gesteld aan Cribb, die in algemene zin het volgende heeft opgemerkt over erebegraafplaatsen in Indonesië:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Van vele Indonesiërs die vielen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd is de begraafplaats nu onzeker of helemaal niet bekend, vanwege de verwarde omstandigheden van die tijd en vanwege vergetelijkheid sindsdien. In circa 1953 is Indonesia formeel begonnen met het stichten van erevelden. (…) In de daaropvolgende jaren zijn andere TMP’s gesticht in verschillende plaatsen, meestal op lokale of regionale initiatief en soms met een eigenaardig karakter, zoals de Taman Makam Pahlawan Kerja (Arbeiderserebegraafplaats) in Pekanbaru. In sommige gevallen zijn bestaande begraafplaatsen herdoopt als officiële TMP’s; in andere gevallen zijn nieuwe erevelden opgericht en zijn de stoffelijke resten van vrijheidsstrijders van andere plaatsen daar herbegraven.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De criteria om in een TMP begraven te worden waren in die tijd nooit stipt vastgesteld. Men moest een rol hebben gespeeld in de verwezenlijking van Indonesia, zij het als onafhankelijkheidstrijd(st)er, als iemand die een bijdrage heeft gemaakt aan de welvaart van het volk, of als slachtoffer van een vijand van de Indonesische natie. In principe maakte het niets uit of men vielen in een veldslag, in een massacre, in een individuele moord, bij een ongeval, of uit natuurlijke oorzaken. Men kon plaats vinden in een TMP ook wanneer men overleden is lang na de onafhankelijkheidsstrijd. De vastberadenheid van de overledene in het belang van de natie en het doen van dienst zijn bepalend geweest, niet de specifieke doodsomstandigheden. (…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In 1981 heeft de opperbevelhebber van de Indonesische strijdkrachten stipter criteria vastgesteld voor teraardebestelling in een TMP. Men moet namelijk een onderscheiding (satya lencana) hebben gekregen of gevallen zijn in militair verband. Anders wordt men aangewezen naar de Taman Makam Bahagia (‘gelukkig begraaftuin’, voor militairen) of de Taman Pemakaman Umum (‘algemeen begraaftuin’, voor civielen). Iedereen echter die erkent is een rol te hebben gespeeld in de militaire onafhankelijkheidsstrijd tegen Nederland in 1945-1949, zij het formeel in het leger, of als lid of aanhanger van een militieeenheid, komt automatisch in aanmerking voor de Bintang Gerilya (guerrilla-ster) en daardoor voor teraardebestelling in een TMP. In 2008 heeft een woordvoerder van de Departement van Sociale Diensten dat civielen ook recht hebben in een TMP begraven te worden, mits zij aan de algemene voorwaarden voldoen. Tegelijkertijd heeft de Indonesische regering vastgesteld dat er in elk district (kabupaten) alleen een TMP mag zijn. Als gevolg hiervan heeft een algemene, maar niet volledige, verplaatsing van stoffelijke resten plaatsgevonden naar districts-TMP’s. Lokale erebegraafplaatsen zijn behouden waar families of de plaatselijke overheid een sterke wens hebben geuit om de begraafplaatsen niet te laten verplaatsen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb niemand kunnen vinden die een directe rol heeft gespeeld bij de herplaatsing van graven. Uit losse opmerkingen krijg ik de indruk dat de lijkresten soms niet te vinden waren en dat de herbegraving meer symbolisch was dan letterlijk.(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de meeste districtserevelden die ik bezocht heb staat er een bord met de namen van de mensen die daar begraven zijn. Het bord is wegwijzer voor bezoekers aan het ereveld en is meestal niet meer dan een lijst met aanwijzing van het gedeelte van de erebegraafplaats waar een bepaald graf te vinden is of van het grafnummer. Er was geen indicatie dat het borden die ik gezien heb in Zuid-Sulawesi objecten van verering waren, maar formeel heten zij tembok abadi (eeuwige muur)(…)  Soms weerspiegeld het bord de volgorde van begravingen in de erebegraafplaats, maar er is nooit vermelding van de doodsomstandigheden. Af en toe wordt het woord gugur (‘gevallen’), dat meestal ‘gedood op het slagveld’ betekend, gebruikt, maar dat gebruik is onregelmatig en impliceert geen onderscheid tussen dood op het slagveld en onrechtmatige executie.(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.32.</nr>
      <parablock>
        <para>	TMP Tanete is afgebeeld op deze door Cribb gemaakte foto. Cribb heeft daarbij opgemerkt dat deze erebegraafplaats nogal verwaarloosd is en:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Namen van overledenen zijn ruwweg geschreven op de grafstenen, maar er is geen aanwijzing omtrent hun doodsomstandigheden. De grafplaatsen zijn niet opeengepakt.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f931dd41-a47d-40e9-9a70-d6556df47b11" depth="268" width="355" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.33.</nr>
      <para>	TMP Taccorong is te zien op de volgende foto van Cribb, die bij een (niet hier afgebeelde) foto van de wegwijzer (figuur 3, rapport Cribb) opmerkt dat deze erebegraafplaats in 1977 is opgericht en dat daar stoffelijke overschotten van gewezen vrijheidsstrijders zijn herbegraven, zonder vermelding van oorspronkelijke locatie en zonder melding van doodsomstandigheden.</para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="af32bf14-43ec-4024-ae15-7052dcb99089" depth="260" width="349" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.34.</nr>
      <para>	Cribbs antwoord op vraag 4 luidt – voor zover van belang voor TMP Tanete en TMP Taccorong:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het kantoortje op het districtsereveld Taccorong was onbemand bij mijn bezoek. Er bestond geen kantoortje op de plaatselijke erevelden van Suppa en Tanete.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De Dinas Sosial (Maatschappelijke Dienst) in Bulukumba heeft verantwoordelijkheid voor het ereveld Taccorong. Ik heb het kantoor van de Dinas Sosial benaderd met een verzoek om documenten betreffende de oprichting en de administratie van het ereveld. Van de functionaris daar kreeg ik echter te horen dat er de relevante documenten niet bewaard zijn.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Verantwoordelijkheid voor het plaatselijke ereveld in Tanete is onduidelijk. Ik word verwezen naar de Dinas Sosial in Bulukumba , maar die Dienst ontkende verantwoordelijkheid te hebben voor dat ereveld.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het kan dus niet worden vastgesteld dat bij het (her)begraven op deze drie erebegraafplaatsen ten aanzien van iedere overledene nagegaan of hij slachtoffer was van een onrechtmatige executie voordat hij daar werd (her)begraven.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.35.</nr>
      <para>	Vraag 1 aan Cribb ziet op TMP Tanete. Cribb heeft daarop geantwoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bij de erebegraafplaats Tanete zijn er geen schriftelijke aanwijzingen betreffende de omstandigheden waarin de overledene stierven.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De ligging van de graven – rij om rij, enigszins verspreid in een uitgebreid veld – geeft de indruk dat het hier om herbegravingen gaat.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.36.</nr>
      <parablock>
        <para>	In zijn antwoord op vraag 5, die ziet op het begraven zijn van de echtgenoten van partijen [eisende partij 6] , [eisende partij 8] , [eisende partij 12] en [eisende partij 7] op TMP Tanete, stelt Cribb: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Het kan dus niet worden uitgesloten dat op de erebegraafplaats van Tanete (ook) doden zijn begraven die door andere omstandigheden om het leven zijn gekomen waarvoor de Staat niet aansprakelijk te houden is, zoals bijvoorbeeld slachtoffers van legitieme gevechtshandelingen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.37.</nr>
      <parablock>
        <para>	 Vraag 3 aan Cribb ziet op TMP Taccorong. Cribbs antwoord luidt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ik vind geen aanwijzing dat de locatie van een graf op het ereveld Taccorong bewijs levert betreffende de doodsomstandigheden van de overledene. Het ereveld eert revolutionaire strijders in het algemeen en geeft geen aparte aandacht aan mogelijke slachtoffers van onrechtmatige executies.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.38.</nr>
      <para>	Uit deze bevindingen en conclusies van Cribb volgt dat het heel wel mogelijk is dat slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen zijn begraven op TMP Tanete en TMP Taccorong, maar dat niet kan worden aangenomen dat dit geldt voor <emphasis role="italic">alle</emphasis> daar begraven mannen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.39.</nr>
      <parablock>
        <para>	De weduwen en kinderen hebben getuigen doen horen over de herbegrafenissen op deze twee erebegraafplaatsen. Zij hadden [getuige 1] als getuige voorgebracht, omdat hij als ambtenaar betrokken zou zijn geweest bij herbegrafenissen op deze twee erebegraafplaatsen. Tijdens zijn verhoor bleek echter dat hij ambtenaar in sportzaken was geweest en niet in zijn ambtelijke hoedanigheid, maar als privépersoon bemoeienis heeft gehad met deze twee erebegraafplaatsen. Hij heeft onder meer het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“11. Was u toen u ambtenaar was, toen u in functie was, was u toen betrokken bij het samenplaatsen van die mensen in Terang Terang en bij de herbegrafenissen in Taccorong?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, ik heb het met eigen ogen gezien. Ik heb gezien dat mijn vader daar werd begraven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Ik (…) heb begrepen uit de stukken dat u in functie, toen u werkte als ambtenaar, dat u toen een rol heeft gespeeld, dat u toen betrokken was, bij het begraven of het herbegraven van mensen op de erebegraafplaatsen Taccorong en Tanete. Dat wil ik graag weten, hoe dat zit.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was niet betrokken als ambtenaar destijds, maar als familielid.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Dus het idee dat ik had, dat u destijds als ambtenaar betrokken was, dat klopt dus niet?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, op die manier.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Wat u nu aan ons vertelt over die begraafplaatsen en wat u eerder ook op papier hebt gezet over die begraafplaatsen, dat hebt u dus als betrokken nabestaande gedaan?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. Als nabestaande. Als familie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Wat voor functie had u als ambtenaar, was de naam van de functie?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik werkte als ambtenaar op het ministerie, afdeling sport. Ik had twee gebieden onder mij; Gantarran en Bulu Lohe. Dat was vroeger één gebied: Udjum Bulu.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. U had dus in die functie niets te maken met begraafplaatsen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, ik had daar niets mee te maken in mijn functie. Degenen die daarmee te maken hadden waren de districtscommandant en de veteranen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. En nog andere mensen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, de lokale overheid van het subdistrict.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. En verder?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, die waren er niet. Alleen als nabestaanden, zoals ik.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Wij hebben hier een dossier met allemaal stukken er in. Daar zit een verklaring van u in en ook een tekening van begraafplaats Tanete. Daar staan allemaal dingen in over zowel Tanete als Taccorong. Hoe komt u aan die wetenschap over die erebegraafplaatsen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wist van die begraafplaats in Tanete eigenlijk pas af, ik was daar nooit geweest, pas nadat bekend werd dat er zaken geregeld gingen worden met betrekking tot die 40.000 dodelijke slachtoffers.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Wanneer bent u voor het eerst in Tanete geweest?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ongeveer in 2013.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. U hebt een kaartje gemaakt van de begraafplaats waarop staat aangeduid waar bepaalde mensen begraven liggen. Hoe bent u aan die informatie gekomen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Van de kant van de nabestaanden, van de familie.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Hoe is dat dan gegaan? Hebben zij die graven aangewezen aan u?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, op die manier.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Hebt u nog bij andere mensen nagevraagd hoe het zit met de mensen die daar begraven zijn?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, met de mensen uit de omgeving. Met nabestaanden van de mensen, maar ook mensen uit de omgeving.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Hoe wisten zij wie waar begraven was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Men weet dat omdat elk jaar bij het Suikerfeest wordt er een bezoek gebracht aan de graven.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.40.</nr>
      <para>	Nu [getuige 1] alleen als privé persoon betrokken was bij TMP Tanete en TMP Taccorong en hij wat hij weet heeft gehoord van nabestaanden, van wie niet duidelijk is hoe zij aan hun wetenschap komen, betrekt de rechtbank zijn getuigenverklaring niet in het bewijs. De rechtbank gaat om dezelfde reden voorbij aan de door hem gemaakte tekeningen van deze begraafplaatsen, die de weduwen en kinderen in het geding hebben gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.41.</nr>
      <parablock>
        <para>	De weduwen en kinderen hebben verder [getuige 2] , de beheerder van TMP Taccorong, als getuige voorgebracht. Hij heeft verklaard dat hij ongeveer dertien jaar beheerder is van deze begraafplaats, waar de ‘40.000 slachtoffers’ op een afgescheiden deel van de begraafplaats liggen. Daar zijn 207 graven, waarvan 163 volgens de getuigenverklaring van [getuige 2] <emphasis role="italic">“slachtoffer van die 40.000 dodelijke slachtoffers”. </emphasis>Die 163 graven liggen naast elkaar. [getuige 2] heeft over deze graven verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ja, er zijn er die geëxecuteerd zijn en er zijn er ook die in de strijd zijn overleden.” </emphasis>
        </para>
        <para>Uit zijn getuigenverklaring volgt dat aan het graf niet te zien is hoe de begravene is overleden; de 207 grafstenen zijn hetzelfde en [getuige 2] heeft verklaard:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Het is niet duidelijk wie is overleden in de strijd en wie is geëxecuteerd.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.42.</nr>
      <para>	Zoals hiervoor is overwogen, staat de in historische bronnen beschreven grootschalige omvang en het structurele karakter van de misdragingen van Nederlandse militairen in 1946-1949 niet ter discussie. Anders dan de weduwen en kinderen voorstaan, kan echter niet louter en alleen op grond daarvan worden aangenomen dat alle 163 door [getuige 2] bedoelde graven zijn van slachtoffers van dergelijke executies.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.43.</nr>
      <para>	De slotsom luidt daarmee dat niet kan worden aangenomen dat alle graven in TMP Tanete en TMP Taccorong zijn van slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen. Het geschil over de vraag of de (gestelde) echtgenoten en vaders van [eisende partij 6] , [eisende partij 7] , [eisende partij 8] , [eisende partij 11] , [eisende partij 12] , [eisende partij 9] en [eisende partij 10] allemaal zijn begraven op deze erevelden kan daarom onbesproken blijven. De rechtbank zal het daarop betrekking hebbende bewijs niet beoordelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(a4) TMP Ganggawa Mario </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.44.</nr>
      <para>	TMP Ganggawa Mario is een militair ereveld, waar militairen, strijders en ook recent overleden veteranen, zoals Usman Balo, een bekende vrijheidsstrijder die op 5 mei 2006 overleed, begraven zijn. Er zijn daar ook graven van politiemensen en onbekenden. De Staat voert aan dat het goed mogelijk is dat op deze erebegraafplaats slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen begraven zijn, aangezien Nederlandse militairen vele standrechtelijke executies hebben uitgevoerd in de regio Sidenreng Rappang. De Staat betwist echter dat het enkele begraven zijn op deze erebegraafplaats voldoende is om aan te nemen dat deze persoon is omgekomen als gevolg van misdragingen van Nederlandse militairen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.45.</nr>
      <para>	Hier is een andere situatie aan de orde dan bij de hiervoor besproken erebegraafplaatsen, waar volgens de weduwen en kinderen uitsluitend slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen begraven zijn. Bij deze erebegraafplaats gaat het om de locaties van de graven en/in samenhang met andere gegevens waaruit de doodsoorzaak van de begravene kan worden afgeleid, zoals vermelding op de gedenkmuur en/of op de hierna onder (b) te bespreken slachtofferlijst TMP Ganggawa Mario.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.46.</nr>
      <para>	Vraag 10 aan Cribb gaat over TMP Ganggawa Mario. Cribb heeft hierop geantwoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De locatie van de graven op de Erebegraafplaats Ganggawa Mario levert geen basis waarop een conclusie kan worden getrokken omtrent de manier van dood van de mensen die daar begraven zijn. De locatie sluit niet uit dat [O-1] / [O] , [P-1] / [P] , [Q-1] / [Q] en [R] standrechtelijk zijn geëxecuteerd, maar geeft geen aanleiding tot zo’n conclusie.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De onbetrouwbaarheid van erebegraafplaatsen als historische bron wordt, mijns inziens, benadrukt door het feit dat het graf van [Q-1] op de Erebegraafplaats Ganggawa Mario duidelijk gemarkeerd is met een doodsjaar van 1967, wat niet klopt met andere bronnen.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.47.</nr>
      <parablock>
        <para>Cribbs antwoord op vraag 11 luidt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De namen van [Q-1] en [R-1] zijn te vinden als nummers [nummer 1] en [nummer 2] respectievelijk in een document afkomstig van de Dinas Sosial Kabupaten Sidenreng Rappan, ‘Daftar: Nama-nama Pahlawan yang dimakamkan di Taman Makam Pahlawan Mario Rappang Kab. Sidenreng Rappang’ (Lijst: Namen van helden begraven in de Erebegraafplaats Mario Rappang, District Sidenreng</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rappang), gedateerd 10 April 1986. Er is geen melding van ‘ [O] ’ of ‘ [O-1] ’, maar wel van [O-2] (nr [nummer 3] ), [O-3] (nr [nummer 4] ) en [O-4] (nr [nummer 5] ). Er is geen melding van [P-1] . Naast de namen [Q-1] , [R-1] , [O-2] , [O-3] en [O-4] staat de aantekening ‘gugur’ [gevallen] en ‘Bertempur [of Pertempuran] melawan Belanda/Nica’, d.w.z. ‘in slag [slagveld] tegen Nederland. De lijst geeft geen reden te concluderen dat deze mannen standrechtelijk zijn geëxecuteerd. De Ganggawa Mario-lijst wordt hier bijgevoegd als Bijlage 3. N.B. De aantekening ‘sda’ in deze lijst betekent ‘sama dengan atas’ (hetzelfde als hierboven)”</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.48.</nr>
      <parablock>
        <para>	Cribb heeft op vraag 12, over de gedenkmuur bij TMP Ganggawa Mario, geantwoord:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Zoals uitgelegd boven, de gedenkmuren bij Indonesische erebegraafplaatsen zijn ogenschijnlijk bedoeld als aanwijzing van wie in een begraafplaats begraven is, en eventueel van de ligging van specifieke graven. De gedenkmuren geven als regel geen verdere informatie. Vermelding van een naam op een gedenkmuur betekend niets meer dan dat het graf van de desbetreffende man in die erebegraafplaats te vinden is.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.49.</nr>
      <para>	Gezien deze bevindingen en conclusies van Cribb kan niet worden aangenomen dat de op de TMP Ganggawa Mario begraven mannen en de mannen die zijn genoemd op de bijbehorende gedenkmuur slachtoffers zijn van misdragingen van Nederlandse militairen. Zoals Cribb vermeldt, is dat wel mogelijk. Dat zal uit andere bewijsmiddelen moeten volgen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(a5) TMP Panaikang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.50.</nr>
      <para>	Op TMP Panaikang zijn niet louter slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen begraven. Niet in geschil is dat zich onder de daar begraven personen wel dergelijke slachtoffers kunnen bevinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.51.</nr>
      <para>	[eisende partij 16] stelde eerst dat haar gestelde echtgenoot [U] op deze erebegraafplaats begraven ligt in [blok I] , het blok is waarin standrechtelijk geëxecuteerden liggen. Uiteindelijk stelt [eisende partij 16] dat [U] is herbegraven in [blok II] van TMP Panaikang. De Staat voert hiertegen aan dat niet blijkt van een apart gedeelte van de begraafplaats waar uitsluitend slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen zouden liggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.52.</nr>
      <para>	De rechtbank heeft het voorstel van [eisende partij 16] om Cribb onderzoek te laten doen naar de erebegraafplaats Panaikang en de betekenis van het daar in [blok I] begraven zijn, niet gehonoreerd, omdat de door haar gestelde huwelijksband met [U] niet vaststond. Wel is [eisende partij 16] toegelaten tot het bewijs van haar stelling over de betekenis van het begraven zijn op ( [blok I] van) TMP Panaikang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.53.</nr>
      <parablock>
        <para>	[getuige 15] , de beheerder van TMP Panaikang, is als getuige gehoord over de lijst van personen die op daar zijn begraven en over de stelling van [eisende partij 16] dat aan de hand van de locatie op TMP Panaikang kan worden achterhaald hoe die persoon om het leven is gekomen. Hij heeft onder meer verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"35. Hoe weet u dan dat er mensen in 1947 en in 1962 zijn begraven, wie heeft dat aan u verteld?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De nabestaanden hebben aan mij verteld over wat er was gebeurd in de jaren 1947 en 1962.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">36. Is er voordat de stoffelijk resten werden verplaatst door de erebegraafplaats zelf of door de regering of een andere instantie onderzoek gedaan naar de doodsoorzaak van deze mensen die in [blok I] en [blok II] zijn begraven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nooit.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">37. Ik wil controleren of ik het goed begrijp. Het is dus zo dat mensen daar begraven zijn op basis van informatie van de nabestaanden en verder niets. Klopt dat?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">65. Hoe weet u wat u net vertelde aan ons over 1947 en 1962, wat u net vertelde over het begraven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze zijn allemaal gebaseerd op de informatie van de nabestaanden.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.54.</nr>
      <para>	Op basis van deze getuigenverklaring kan niet worden aangenomen dat iedereen die in [blok I] en/of [blok II] is begraven op TMP Panaikang is gedood als gevolg van misdragingen van Nederlandse militairen. Nu onduidelijk is hoe de nabestaanden aan de door hen verstrekte informatie komen en deze informatie kennelijk niet op enige wijze is geverifieerd, kan aan het begraven zijn in [blok I] en/of [blok II] van TMP Panaikang geen bewijswaarde worden ontleend. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom erebegraafplaatsen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.55.</nr>
      <para>	Als vaststaat dat een man is begraven in het ommuurde deel van TMP Suppa , staat daarmee vast dat deze man het slachtoffer is van de massaexecutie in Suppa op 28 januari 1947. Aan het begraven zijn op (een bepaald deel van) de andere hiervoor besproken erebegraafplaatsen komt geen bewijswaarde toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(b) De slachtofferlijsten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.56.</nr>
      <para>	Het tweede algemene bewijsthema dat in de tussenvonnissen aan de orde is geweest is de bewijswaarde van de door de weduwen en kinderen in het geding gebrachte slachtofferlijsten, die volgens hen (alleen) slachtoffers van onrechtmatige executies door Nederlandse militairen vermelden. Het gaat om (b1) de Lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba , (b2) de slachtofferlijsten van de sociale dienst in van Bulukumba (B1-B3), (b3) de lijsten van de sociale dienst van Pinrang (P1 en P2), (b4) de Tanete-lijst en (b5) de slachtofferlijst Ganggawa Mario.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.57.</nr>
      <para>	De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de naamsvermelding op een of meer van deze slachtofferlijsten betekent dat de genoemde man het slachtoffer is van misdragingen van Nederlandse militairen. De slachtofferlijsten kunnen mogelijk wel een rol spelen bij het door de weduwen en kinderen te leveren bewijs dat hun echtgenoten en vaders zijn omgekomen als gevolg van misdragingen van Nederlandse militairen. De aan de slachtofferlijsten toe te kennen bewijswaarde hangt af van de bronnen waarop deze lijsten zijn gebaseerd en of deze lijsten ook overigens op een voldoende betrouwbare en verifieerbare manier tot stand zijn gekomen. De hierna volgende beoordeling van de bewijswaarde van de slachtofferlijsten vindt steeds plaats in de zaken van de weduwen en kinderen, waarvan de naam van hun echtgenoot of vader op de desbetreffende lijst is vermeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(b1) de Lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.58.</nr>
      <para>	Cribbs antwoord op vraag 6 over deze slachtofferlijst luidt – voor zover van belang:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic"> Ik heb zowel een aantal ambtenaren bij de Dinas Sosial in Bulukumba als het voormalige hoofd van de Legiun Veteran Republik Indonesia gevraagd over omstandigheden waaronder de lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba opgesteld is, maar het antwoord was altijd frustrerend vaag. Mijn conclusie is dat de lijst niet ineens is opgesteld maar dat hij geleidelijk vorm heeft gekregen door toevoegen (en eventueel weghalen) van namen.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">In 1994 is verschenen de notulen van een seminar over de geschiedenis van Bulukumba in de revolutiejaren, waarin opgenomen is een lijst van slachtoffers waarvan geschreven wordt, dat het in 1954 door de plaatselijk administratie van Bulukumba . Ik vind dat er geen reden is deze bewering te twijfelen, alhoewel het niet zeker is dat er geen wijzigingen in de lijst gebracht zijn in het overmaken naar de publicatie van 1994. The lijst is betiteld ‘Daftar Nama Korban 40.000 Perjuangan Kemerdekaan Bulukumba ’ (Namenlijst Slachtoffers 40.000 Slachtoffers in Bulukumba ). Bij elke naam wordt een civiele beroep vermeld. Om deze reden acht ik het waarschijnlijk dat deze lijst uitsluitend slachtoffers van onregelmatige executies meldt, en niet leden van leger or militie (die misschien op het slagveld gedood zijn). (…)</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.59.</nr>
      <parablock>
        <para>	Cribb merkt voorts op:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">"Het moet niet worden verondersteld dat de lijsten 100% betrouwbaar zijn, want zij zijn opgemaakt enige tijd na de naoorlogse gebeurtenissen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.60.</nr>
      <para>	De conclusies van Cribb hebben voor de Staat aanleiding gevormd om tot uitgangspunt te nemen dat een vermelding op de Lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba in beginsel betekent dat iemand is omgekomen bij een standrechtelijke executie door Nederlandse militairen. Omdat uit de aard der zaak volgt dit soort lijsten nooit 100% betrouwbaar zijn, moet volgens de Staat een uitzondering worden gemaakt op dit uitgangspunt als er reële twijfel bestaat dat iemand is omgekomen bij een standrechtelijke executie door Nederlandse militairen in de regio Bulukumba in 1946-1947. Daarmee is in zoverre geen geschil meer over de bewijswaarde van deze slachtofferlijst. De rechtbank zal van dit uitgangspunt uitgaan bij de beoordeling van de individuele bewijsposities van de weduwen en kinderen van wie de echtgenoten en vaders vermeld staan op deze lijst.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(b2) de slachtofferlijsten van de sociale dienst van Bulukumba (B1-B3)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.61.</nr>
      <para>	Op deze slachtofferlijsten staan namen die ook voorkomen op de Lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba . Gelet op het hiervoor gegeven oordeel over die slachtofferlijst, is de vraag over de bewijswaarde van slachtofferlijsten van de sociale dienst in Bulukumba (B1-B3) toegespitst op de vraag hoe de namen die niet voorkomen op de Lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba op deze slachtofferlijsten terecht zijn gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.62.</nr>
      <para>	De rechtbank heeft eerder overwogen dat onvoldoende inzicht bestaat in de vraag op welke concrete en verifieerbare bronnen deze slachtofferlijsten zijn gebaseerd, terwijl er elementen zijn die vragen oproepen, zoals (i) het gegeven dat de slachtofferlijsten reactief worden opgesteld, aangezien vermelding op de slachtofferlijsten geschiedt na eigen aanmelding, (ii) het feit dat verificatie van de aanmeldingen in hoge mate is gebaseerd op mondelinge verklaringen en (iii) het steeds groter wordend aantal namen op de verschillende versies van de slachtofferlijsten, soms met aantallen die het aantal begraven slachtoffers respectievelijk de aantallen vermeld in historische bronnen overtreffen en (iv) het feit dat de slachtofferlijsten van de sociale dienst deels zijn gebaseerd op andere slachtofferlijsten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.63.</nr>
      <parablock>
        <para>	Vraag 7 aan Cribb heeft betrekking op de slachtofferlijsten van de sociale dienst in Bulukumba (B1-B3). Cribbs antwoord luidt – voor zover hier van belang:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Ik heb verondersteld dat deze vraag beantwoord moet zijn op basis van schriftelijk bewijs, niet op basis van verklaringen van mensen die betrokken zijn in het samenstellen van de lijst. In principe is het niet onwaarschijnlijk dat sommige namen te vinden zijn op deze lijsten alleen op basis van de bewering van mensen die betrokken zijn bij de rechtszaak. Daarom heb ik geprobeerd zo ver mogelijk oudere lijsten uit te zoeken, zij het van publicaties of van officiële archieven. De drie lijsten – van respectievelijk 1954, 1974 en 1986 – bijgevoegd als Bijlagen 1, 2 en 3, zijn de voornaamste resultaat van dit onderzoek. Het moet niet worden verondersteld dat die lijsten 100% betrouwbaar zijn, want zij zijn opgemaakt enige tijd na de naoorlogse gebeurtenissen</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.64.</nr>
      <para>	De weduwen en kinderen hebben [getuige 3] als getuige doen horen over het opstellen van de slachtofferlijsten van de sociale dienst in Bulukumba (B1-B3). Hij heeft verklaard dat hij vanaf 2011 slachtofferlijsten is gaan opstellen en dat hij deze drie slachtofferlijsten heeft gebaseerd op de Lijst van 214 Slachtoffers van Bulukumba , de gegevens op de stenen gedenkplaat op TMP Taccorong en op de verhalen van de kinderen van de slachtoffers. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.65.</nr>
      <para>	De Staat merkt met juistheid op dat hieruit volgt dat de namen die niet op de Lijst van 214 slachtoffers van Bulukumba zijn opgenomen, maar wel op de lijsten van de Sociale Dienst, enkel zijn gebaseerd op de informatie op de gedenkplaten van de erebegraafplaatsen en op de verhalen van de kinderen van de slachtoffers. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.66.</nr>
      <para>	[getuige 3] heeft verklaard dat hij gesprekken voerde met kleinere groepen nabestaanden en getuigen en op de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomsten met kinderen van geëxecuteerden en dat hij niet precies meer weet met wie hij allemaal heeft gesproken, maar  het er volgens hem wel "veel" waren. De informatie die hij zo heeft vergaard, heeft hij vervolgens in deze drie slachtofferlijsten verwerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.67.</nr>
      <para>	Deze getuigenverklaring neemt de door de rechtbank gemaakte kanttekeningen over deze drie slachtofferlijsten niet weg. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de namen op de slachtofferlijsten van de sociale dienst van Bulukumba (B1-B3) die niet ook voorkomen op de Lijst van 2014 slachtoffers van Bulukumba , niet gebaseerd op voldoende concrete en verifieerbare bronnen. Niet kan dus op basis van deze drie slachtofferlijsten tot uitgangspunt worden genomen dat deze mannen slachtoffers zijn van executies door Nederlandse militairen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(b3) de lijsten van de sociale dienst van Pinrang (P1 en P2)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.68.</nr>
      <para>	[Y] , die in opdracht van de Staat onderzoek heeft gedaan naar de achtergronden en de totstandkoming van deze slachtofferlijsten, heeft gesproken met de heer [xx] van de sociale dienst te Pinrang . De rechtbank heeft de Staat eerder bevolen de gespreksnotities van [Y] van het gesprek met [xx] in het geding te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.69.</nr>
      <para>	Uit de door de Staat in het geding gebrachte gespreksnotities volgt dat de gegevens op deze slachtofferlijsten afkomstig zijn van nabestaanden en uit interviews met leden van de gemeenschap. De weduwen en kinderen merken hier met juistheid op dat het proces van totstandkoming van deze slachtofferlijsten vergelijkbaar is met het hiervoor besproken proces van totstandkoming van de slachtofferlijsten van de sociale dienst van Bulukumba . Bij gebreke aan concreet inzicht in degenen met wie is gesproken en wat die personen op grond waarvan hebben verklaard, zijn deze slachtofferlijsten naar het oordeel van de rechtbank niet gebaseerd op voldoende concrete en verifieerbare bronnen. De rechtbank zal daar verder geen acht op slaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(b4) de Tanete-lijst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.70.</nr>
      <para>	[getuige 3] heeft als getuige verklaard dat hij deze lijst tussen 2011 en 2013 heeft opgesteld aan de hand van de namen die op de grafstenen van TMP Tanete stonden. De weduwen en kinderen stellen dat deze lijst voor hen leidend is voor de vraag wie er op TMP Tanete is (her)begraven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.71.</nr>
      <para>	Nu deze lijst is gebaseerd op de namen op de grafstenen op TMP Tanete, kan het geschil over de bewijswaarde van deze slachtofferlijst verder onbesproken blijven. Zoals hiervoor is overwogen, kan niet worden aangenomen dat op TMP Tanete alleen maar slachtoffers van misdragingen van Nederlandse militairen begraven zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(b5) de slachtofferlijst Ganggawa Mario</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.72.</nr>
      <parablock>
        <para>	Volgens de weduwen moet deze slachtofferlijst in samenhang worden bezien met de gedenkmuur, die aan de orde is gekomen in het hiervoor  weergegeven antwoord van Cribb op vraag 12. Vraag 13 aan Cribb heeft meer specifiek betrekking op deze slachtofferlijst. Cribb heeft daarop het volgende geantwoord:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De bovengenomde lijst,‘Daftar: Nama-nama Pahlawan yang dimakamkan di Taman Makam Pahlawan Mario Rappang Kab. Sidenreng Rappang’ is geparafeerd door [Hoofd Departement] , toen Hoofd van de Departement van Sociale Zaken van de kabupaten Sidenreng Rappang. Verdere informatie over Dhr [Hoofd Departement] heb ik niet kunnen vinden. Deze vraag schijnt niet te beantwoorden op basis van schriftelijke bronnen. Zoals boven uitgelegd is het waarschijnlijk dat de slachtofferlijst Ganggawa Mario niet ineens is opgesteld, maar dat het resultaat is van toevoegen en weghalen van namen aan en van een oorspronkelijke lijst</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.73.</nr>
      <para>	Niet ter discussie staat dat onduidelijk is wat de onderliggende bronnen zijn voor de op 10 april 1986 door de Sociale Dienst opgestelde slachtofferlijst. Wel is in algemene zin duidelijk dat Sociale Diensten in Indonesië bij het opstellen van slachtofferlijsten samenwerkten met andere organisaties, zoals het Veteranenlegioen (LVRI), en in latere jaren onderzoek hebben gedaan naar de ’40.000 slachtoffers’. Deze door de weduwen en kinderen aangehaalde algemene omstandigheden nemen echter niet weg dat er geen concrete gegevens zijn over de bronnen en/of het onderzoek dat aan deze slachtofferlijst ten grondslag is gelegd. Dat geldt ook voor de opmerking van Cribb, waarnaar de weduwen en kinderen verwijzen, dat – in algemene zin – oudere slachtofferlijsten in zijn visie betrouwbaarder zijn dan meer recent opgestelde slachtofferlijsten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.74.</nr>
      <para>	Dat betekent dat voldoende concrete en verifieerbare informatie over de bronnen en de wijze van totstandkoming van deze slachtofferlijst ontbreekt. Aan vermelding van een man op de slachtofferlijst Ganggawa Mario, kan daarom geen bewijswaarde worden toegekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom slachtofferlijsten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.75.</nr>
      <para>	Als de naam van een man is vermeld op de Lijst van 240 slachtoffers van Bulukumba , geldt als uitgangspunt dat deze man slachtoffer is van misdragingen van Nederlandse militairen in de regio Bulukumba in 1946-1947. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering als er reële twijfel bestaat dat iemand is omgekomen als gevolg van misdragingen van Nederlandse militairen in de regio Bulukumba in 1946-1947. Aan vermelding op de andere hiervoor besproken slachtofferlijsten komt geen bewijswaarde toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(c) Bespreking individuele bewijsposities</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.76.</nr>
      <para>	De rechtbank komt nu toe aan bespreking van de individuele bewijsposities van de weduwen en kinderen. Gezien de eerdere overwegingen daarover, laat de rechtbank de eerder door de weduwen en kinderen in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen buiten beschouwing. De rechtbank betrekt in de bewijsbeoordeling alleen het bijgebrachte getuigenbewijs, de hiervoor vastgestelde bewijswaarde van het begraven zijn van een man binnen het ommuurde deel van TMP Suppa en vermelding op de Lijst van 240 slachtoffers van Bulukumba en de in de conclusies na enquête bijgebrachte schriftelijke bewijsmiddelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 1] en [eisende partij 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.77.</nr>
      <para>	In zijn conclusie na enquête heeft de Staat te kennen gegeven het – vanwege de door [eisende partij 1] en [eisende partij 2] overgelegde foto’s van een grafzuil respectievelijk een gedenksteen – voldoende aannemelijk te vinden dat hun vaders binnen het ommuurde gedeelte van TMP Suppa liggen begraven en dat zij zijn omgekomen als gevolg van een standrechtelijke executie door Nederlandse militairen. Daarmee is dit niet langer in geschil en staat in rechte vast dat de vaders van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] door Nederlandse militairen zijn doodgeschoten tijdens de massaexecutie in Suppa op 28 januari 1947. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van hun vorderingen wordt hierna onder (d) besproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 3]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.78.</nr>
      <para>	 stelt uiteindelijk dat haar vader [M] tijdens executies op of rond 25 januari 1947 in de plaats die tegenwoordig kampong Coka heet, is gedood door Nederlandse militairen. Zij had eerder gesteld dat haar vader was begraven op TMP Suppa na te zijn doodgeschoten tijdens de massa-executie van 28 januari 1947. Daarbij stelde zij dat zij samen met haar moeder getuige was van de standrechtelijke executie van haar vader en voerde zij aan dat [eisende partij 1] haar aanwezigheid bij die standrechtelijke executie zou hebben bevestigd. Na het eerste tussenvonnis heeft [eisende partij 3] de aan haar vorderingen ten grondslag gelegde feiten gewijzigd en gesteld dat haar vader ongeveer twee weken eerder in een plaats die tegenwoordig kampong Coka heet is omgekomen bij een ander bloedbad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.79.</nr>
      <para>	De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 26 januari 2016 overwogen dat [eisende partij 3] deze nieuwe stelling op geen enkele manier had onderbouwd: volstaan werd met de stelling dat op basis van <emphasis role="italic">triangulation</emphasis> kan worden onderzocht of de vader van [eisende partij 3] inderdaad bij een standrechtelijke executie om het leven is gekomen. Bij die stand van zaken zag de rechtbank geen enkel aanknopingspunt om deze stelling als vaststaand te kunnen aanvaarden. Wel heeft de rechtbank aanleiding gezien om Cribb te vragen om te onderzoeken of, zoals [eisende partij 3] toen stelde, op of rond 14 januari 1947 onrechtmatige executies hebben plaatsgehad in de plaats die tegenwoordig kampong Coka wordt genoemd en of kan worden vastgesteld of haar vader, [M] , daarbij om het leven is gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.80.</nr>
      <para>	In haar conclusie na enquête heeft [eisende partij 3] naar aanleiding van de getuigenverklaring van [eisende partij 1] geconcludeerd dat de gestelde standrechtelijke executie van haar vader niet op of omstreeks 14 januari 1947 zou hebben plaatsgevonden, maar op 25 januari 1947.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.81.</nr>
      <para>	In haar conclusie na enquête licht [eisende partij 3] haar sterk wisselende standpunten over de feiten toe door te stellen dat zij jarenlang in de (onjuiste) veronderstelling verkeerde dat haar vader standrechtelijk was geëxecuteerd in Suppa op 28 januari 1947. Ze verhuisde volgens haar toelichting na die datum met haar moeder naar Suppa en heeft van kinds af aan geweten dat haar vader door het Nederlandse leger standrechtelijk was geëxecuteerd. Ouderen vertelden haar dat dit was gebeurd, maar er werd niet expliciet bij verteld waar dat was gebeurd. [eisende partij 3] , die ook van kinds af aan hoorde over de standrechtelijke executies in Suppa , is er vervolgens steeds van uitgegaan dat ook haar vader bij dat bloedbad was doodgeschoten. Volgens haar toelichting is [eisende partij 3] met het oog op deze rechtszaak – en kennelijk nadat de Staat namens haar aansprakelijk was gesteld en gedagvaard in deze procedure – nader onderzoek gaan doen naar de doodsomstandigheden van haar vader. Dat bracht haar bij [V] (hierna: [V] ), die op dat moment de oudste persoon was in Karangang, waar [Q] vandaan kwam. Vervolgens hoorde zij van [V] dat haar vader voorafgaand aan het bloedbad in Suppa was verraden en in de dagen ervoor in het nabijgelegen Coka was geëxecuteerd door het Nederlandse leger. Vervolgens zijn ook andere getuigen getraceerd die bevestigden dat het inderdaad zo was gegaan. De advocaten van [eisende partij 3] hebben nog opgemerkt dat eerder namens [eisende partij 3] is gesteld dat zij met haar ouders in Coka woonde in 1947. Dat is volgens hen een onjuiste veronderstelling geweest van de contactpersonen van [eisende partij 3] . Omdat [Q] in Coka was doodgeschoten ging men er ten onrechte van uit dat hij daar ook woonde. Uit het dossier van [eisende partij 3] blijkt echter duidelijk dat het gezin ten tijde van de dood van [Q] in Karangang woonden, aldus (de advocaten van) [eisende partij 3] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.82.</nr>
      <parablock>
        <para>	[eisende partij 3] heeft als partijgetuige het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1. (…) Ik wil graag met u praten over het overlijden van uw vader. [M] . Hoe is hij overleden?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op een gegeven moment werd hem bevolen om naar buiten te komen, het huis uit te komen. Dat heeft hij gedaan. Het huis werd vervolgens in brand gestoken. Waar hij naartoe is gebracht, wat er is gebeurd, tot nu toe is dat onduidelijk.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Was u daarbij, toen dit werd bevolen aan uw vader?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ik was erbij toen mijn vader bevolen werd om naar buiten te komen. Toen zijn we allemaal naar buiten gegaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Door wie werd uw vader bevolen naar buiten te komen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet. Ik weet niet wie hem bevolen heeft naar buiten te komen. Ik was toen nog klein.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Hoe oud was u toen ongeveer?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ongeveer drie jaar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Weet u wat er gebeurde nadat uw vader het huis uit ging?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn vader werd daarna meegenomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Wie nam hem mee?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik weet niet wie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Weet u waar uw vader is overleden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Volgens de mensen in het dorp Coka.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Volgens welke mensen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een man genaamd [V] . Hij heeft verteld dat mijn vader omgekomen is in kampong Coka.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. Wanneer heeft hij dat verteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is mij verteld toen wij dit gingen regelen. Want vroeger waren wij bang om hierover te praten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. Wat bedoelt u met: “toen wij dit gingen regelen”?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het regelen met Nederland. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Wanneer heeft [V] dit aan u verteld? Dus hoe lang geleden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Al lang geleden. Ik ben vergeten wanneer.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Wat heeft hij precies aan u verteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [V] heeft tegen mij verteld dat mijn vader is doodgeschoten door de Nederlanders. En dat hij daarna begraven is in Karangang op een rijstveld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Hoe wist [V] dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [V] weet dat, omdat hij was ook meegenomen. Maar onderweg werd hij naar huis teruggestuurd, omdat hij nog klein was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Hoe weet [V] dan wat er is gebeurd nadat hij werd teruggestuurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [V] was toen nog klein toen hij naar huis gestuurd werd en daarna is er niet over gepraat, omdat de mensen bang waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Hoe weet [V] wat er in Coka is gebeurd met uw vader?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [V] weet dat van horen zeggen van mensen die dat vertelden, stiekem eigenlijk, want men durfde er niet over te praten dus het werd stiekem verteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Wie waren dat die het stiekem vertelden aan [V] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat heeft [V] niet aan mij verteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. In eerste instantie is in deze procedure gezegd dat uw vader is doodgeschoten tijdens de grote executie in Suppa . Weet u hoe dat komt, dat dat in eerste instantie zo is gezegd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wist eerst niet dat hij was doodgeschoten in kampong Coka.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Betekent dit antwoord dat u geeft dat u eerder dacht dat uw vader in Suppa was doodgeschoten? Is dat wat u hiermee zegt? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, dat klopt. Ik heb aanvankelijk gedacht dat hij is doodgeschoten in Suppa .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Hoe kwam dat, dat u dat aanvankelijk dacht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat komt omdat ik wist dat Suppa een executieplaats was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Had iemand dat ook aan u verteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, de ouderen hebben mij verteld dat mijn vader is doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Hoe is dan bij u het idee ontstaan dat uw vader in Suppa is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat de ouderen, veel mensen hebben gezegd dat mijn vader ook is doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Zeiden die ouderen ook waar hij was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De ouderen hebben mij alleen gezegd dat mijn vader is doodgeschoten. Zij hebben mij niet verteld waar hij was doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Ter controle of ik het goed heb begrepen. Begrijp ik het goed dat u van de ouderen had gehoord dat uw vader was doodgeschoten. Dat u wist dat er veel mensen waren doodgeschoten in Suppa en dat u toen zelf in eerste instantie dacht dat uw vader één van die mensen was die in Suppa was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, van kleins af aan wist ik over die executies, het doodschieten, in Suppa . En dat de mannen die in Suppa zijn doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Hoe bent u in contact gekomen met [V] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [V] is familie van mij van vaders kant.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Hoe kwam het dat u na jarenlang er niet over praten met hem ging praten over de dood van uw vader?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb, met [V] ben ik hierover gaan praten over waar mijn vader is doodgeschoten nadat deze dingen met Nederland geregeld gingen worden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Dus u bent toen navraag gaan doen bij hem, begrijp ik dat goed?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat klopt. Ik heb toen goed navraag gedaan om naar wat er gebeurd is en dat heb ik aan [V] gevraagd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Waarom ging u dat aan hem vragen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat wij op dat moment bezig waren met het regelen met Nederland. Om dit te regelen met Nederland. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. En waarom ging u dan met hem praten toen u de dingen met Nederland aan het regelen was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat op dat moment [V] de oudste persoon was in Karangang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. En waarom ging u daar navraag doen, in Karangang?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat mijn vader afkomstig is uit kampong Karangang. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">31. Hebt u ook bij andere mensen navraag gedaan?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb bij niemand anders navraag gedaan, behalve bij [V] , want telkens als ik hierover praat heb ik erg hartzeer.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking rechter: mevrouw is geëmotioneerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">38. Wat heeft hij u nog meer verteld over het overlijden van uw vader?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [V] heeft verteld dat mijn vader is doodgeschoten en dat hij op die plek is begraven.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">39. U zei aan het begin dat uw vader in kampong Coka is doodgeschoten en dat [V] dat aan u had verteld. </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb met [V] hierover gesproken en ik wilde gewoon echt goed weten wat er gebeurd was toen dit geregeld ging worden met Nederland zodat ik echt goed wist, ik wil dat alles halal, dus rein is wat er wordt verteld en wat er wordt geregeld. Ik wilde echt goed weten hoe het nu zat.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">57. Even ter controle of ik het goed begrijp hoe het is gegaan. U hebt verklaard dat u lang hebt gedacht dat uw vader in [woonplaats 1] begraven was en u hebt dat tegen het dorpshoofd gezegd en toen heeft het dorpshoofd opgeschreven dat dat zo was. Is dat zo gegaan?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat komt omdat er werd gezegd dat al degenen die zijn doodgeschoten begraven waren in de heldenbegraafplaats Suppa .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">82. Kampong Coka, de plaats waar uw vader is overleden, heette dat vroeger kampong Coka, toen dat gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Het heet van oudsher Coka tot nu toe en ook op het moment van het overlijden van mijn vader heette het ook Coka. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">83. Dus als ik het goed begrijp: het heette toen Coka en nu nog steeds.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">84. Ik vraag dat aan u omdat tijdens de procedure discussie is geweest over de plaats en ook is gezegd dat de plaats nu misschien anders heet. Kunt u zich daar iets bij voorstellen? Is het denkbaar dat kampong Coka ook onder een andere naam bekend is?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens mij niet, maar ik ken de naam kampong Coka ook eigenlijk maar vanaf het moment dat dit geregeld wordt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">86. U heeft ons net ook verteld dat u toen drie jaar oud was. Is alles wat u daarover vertelt gebaseerd op wat [V] u heeft verteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Alles wat ik daarover verteld heb is mij verteld door [V] . Dat hij doodgeschoten is, dat het huis in brand gestoken is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">87. Want u was er wel bij, maar u was nog heel heel erg klein. Begrijp ik het dus goed dat u niet een eigen herinnering hebt?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat ik weet is alleen dat hij meegenomen is, doodgeschoten is, dat het huis in brand gestoken is. Verder weet ik het niet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">96. Bent u er ooit achter gekomen waarom uw vader werd meegenomen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet. Er heeft nooit iemand mij verteld waarom hij werd meegenomen.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.83.</nr>
      <para>	Zoals uit de hiervoor geciteerde delen van haar getuigenverklaring blijkt, is [eisende partij 3] uitgebreid bevraagd over wat zij weet over het overlijden van haar vader. Zij was destijds drie jaar oud en heeft daar geen eigen herinnering aan. Wat zij weet is volgens haar getuigenverklaring gebaseerd op wat [V] haar heeft verteld, nadat zij de vordering in deze procedure had ingesteld. Daarvóór had zij echter volgens haar getuigenverklaring van mensen in Suppa gehoord dat haar vader was doodgeschoten tijdens de massa-executie daar en dat hij was begraven in het ommuurde deel van TMP Suppa . Zoals hiervoor is overwogen, heeft zij zich in eerste instantie op het standpunt gesteld dat zij samen met haar moeder getuige was van de standrechtelijke executie van haar vader bij de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.84.</nr>
      <para>	Verder is, afgezien van de door [eisende partij 3] gestelde hoedanigheid van de oudste persoon in Karangang, niet duidelijk wie [V] is en waar hij zijn wetenschap over het overlijden van [M] op baseert. Dat volgt ook niet uit de door [eisende partij 3] overgelegde productie 133, een opname van een gesprek met [V] . De rechtbank heeft via de Engelse ondertiteling kennisgenomen van wat [V] zegt. [V] zegt alleen dat hij het stoffelijk overschot van [M] heeft gezien, met een schotwond in zijn hoofd. Hij zegt niets over de plaats van de executie, alleen dat hij van de mensen die het lichaam van [M] brachten, heeft gehoord dat hij was geëxecuteerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.85.</nr>
      <para>	Vanwege deze onduidelijkheden, die niet worden weggenomen door haar onder 2.81 bedoelde toelichting, en de tegenstrijdigheden in wat [eisende partij 3] kennelijk van verschillende kanten heeft gehoord over het overlijden van haar vader, kan haar verklaring niet bijdragen aan het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [Q] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.86.</nr>
      <parablock>
        <para>	[getuige 4] , de (oudere) halfzus van [eisende partij 3] , is ook gehoord over het overlijden van haar vader. Zij woonde destijds met haar moeder in een ander huis dan het huis van haar vader. Zij heeft als getuige verklaard dat het stoffelijk overschot van haar vader werd gebracht en dat een jonge man eerder was komen vertellen dat haar vader gedood was: </para>
        <para>“<emphasis role="italic">15. Waar kwam deze man vandaan toen hij bij u aankwam?</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Die man kwam uit Karangang. (…) Het is familie, maar geen nabije familie. Het is geen broer of iets dergelijks.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Waar kwam hij op dat moment vandaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De man is afkomstig uit Karangang, maar hij kwam op dat moment vanuit kampong Coka toen hij over die gebeurtenis vertelde.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Had hij het stoffelijk overschot van uw vader bij zich?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nee, nog niet. Hij kwam alleen dat bericht vertellen en hij zei ook om het stoffelijk overschot van meneer [M] op te halen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Die man die met het bericht kwam, wat vertelde hij precies aan u?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De man die het bericht kwam brengen vertelde dat meneer [M] doodgeschoten is door de Nederlanders.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Had hij dat gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kans is erg groot. Het is heel goed mogelijk dat hij het heeft gezien, omdat hij ons het bericht kwam vertellen vanuit kampong Coka naar ons, dat hij was doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Begrijp ik het goed, even ter controle, dat hij dus niet aan u heeft verteld dat hij het heeft gezien. Maar dat hij gewoon het bericht kwam brengen van de dood.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij heeft niet verteld dat hij het heeft gezien, want hij was ook bang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Wat vertelde hij over hoe het was gegaan? Over hoe het was gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De man die kwam heeft niet veel verteld, want hij was bang. Hij kwam uit Coka en vertelde dat er een executie was waaronder ook geëxecuteerd, doodgeschoten, was de heer [M] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Waren er nog meer mensen doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Er waren er velen, maar ik weet niet wie allemaal er doodgeschoten zijn.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Vertelde hij ook waar in Coka de mannen zijn doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die man heeft alleen gezegd in kampong Coka.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Die plaats, kampong Coka, heet die nu nog steeds kampong Coka?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet, of het nu nog kampong Coka heet. Ik ben daar nog nooit geweest, want ik woon in [plaats] . Want mijn ouders en grootouders zijn van Karangang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Weet u wel waar Coka ligt?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet waar kampong Coka ligt, want ik ben daar nog nooit geweest.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.87.</nr>
      <parablock>
        <para>	[getuige 4] heeft ook verklaard dat haar vader eerder die dag van huis was gehaald en dat zijn huis in brand was gestoken:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“49. En u hebt net ook verteld dat u ’s ochtends vroeg hebt gehoord dat het huis van uw vader brandde en dat u toen schoten hebt gehoord. Hebt u tussen dat moment en het moment dat de man kwam vertellen waar uw vader was nog iets gezien? Wat is er eigenlijk tussen die twee momenten gebeurd met u?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In die tussentijd ging het verhaal rond dat de Nederlanders waren gekomen die mensen mee, die dingen in brand staken en die mensen meenamen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">50. We gaan weer verder. We waren gebleven bij het punt dat u vertelde dat het verhaal rond ging dat er mensen waren opgehaald door de Nederlanders. Is toen ook verteld, of was deel van dat verhaal, dat uw vader was opgehaald?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, dat bericht heb ik ook gehoord en uiteindelijk kwam ik erachter dat hij inderdaad weg was, er niet was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">51. En wat u net vertelde over dat u uw vader ging zoeken, was dat naar aanleiding van dat verhaal dat rondging?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Wij zaten op dat moment te wachten en waren ook bang om rond te gaan lopen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">52. Hebt u die dag zelf Nederlanders gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb dat op die dag niet gezien, maar bij ons in de buurt was een school en daar zat het Nederlandse leger. Vanaf het moment dat zij daar zaten werd die school gesloten.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.88.</nr>
      <para>	De rechtbank acht deze verklaring te weinig concreet om op grond daarvan aan te nemen dat [Q] , zoals [eisende partij 3] stelt, tijdens executies op of rond 25 januari 1947 in de plaats die tegenwoordig kampong Coka heet, is gedood door Nederlandse militairen. [getuige 4] heeft wel verklaard dat zij het dode lichaam van haar vader gezien. Volgens haar verklaring heeft zij echter destijds alleen gehoord dat hij door Nederlandse militairen is gedood in Coka. Onduidelijk is of dat de plaats is die tegenwoordig Coka heet. Verder is onduidelijk hoe [Q] daar terecht is gekomen. [getuige 4] verklaart alleen dat verhalen rondgingen over Nederlanders die mensen hadden opgehaald en huizen in brand hadden gestoken. Zij heeft daar echter zelf niets van gezien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.89.</nr>
      <para>	Daar komt bij dat er teveel vraagtekens zijn over de door [eisende partij 3] gestelde executies in de plaats die nu Coka heet. De rechtbank heeft Cribb gevraagd te onderzoeken of, zoals [eisende partij 3] (op dat moment in de procedure) stelde, op of rond 14 januari 1947 onrechtmatige executies hebben plaatsgehad in de plaats die tegenwoordig kampong Coka wordt genoemd en of kan worden vastgesteld of haar vader, [M] , daarbij om het leven is gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.90.</nr>
      <para>	In zijn concept-rapport concludeerde Cribb dat hij in de literatuur geen melding heeft kunnen vinden van onrechtmatige executies in een plaats genaamd Coka op of rond 14 januari 1947. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.91.</nr>
      <para>	Op grond van de afspraken tijdens de comparitie van partijen op 27 oktober 2017 heeft Cribb nader onderzoek gedaan naar eventuele executies in de door [eisende partij 3] nader geduide locatie. In zijn definitieve deskundigenrapport concludeert Cribb dat kampong Coka tegenwoordig in de stad Pinrang ligt, iets ten oosten van de hoofdweg Parepare- Pinrang en aan de rechter oever van de Sungai Sadangtoa. De naam komt niet voor op de kaarten van het district Pinrang die te raadplegen zijn bij de collectie gescande historische kaarten van Indonesië die nu bij de universiteit Leiden ligt. Wel komt op een militaire kaart van 1944 de naam Laie voor in het gebied waar Coka nu ligt. Om die reden heeft Cribb in Indonesische bronnen over deze periode gezocht naar de namen Laie en Pinrang , alsmede (voor de zekerheid) Leranglerang en Oeloetedong. Hij concludeert dat hij geen melding heeft kunnen vinden van een massamoord of een gevecht in 1946-1947 in verband met deze plaatsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.92.</nr>
      <para>	[eisende partij 3] stelt ten onrechte dat Cribb geen aanvullend onderzoek heeft gedaan naar de kaart in het boek van M. van den Brekel, "Massa-executies op Sulawesi. Hoe Nederland wegkwam met moord in Indonesië (2017)", waaruit een andere ligging volgt van Coka, ergens in de buurt van Garisi l, Tjenrana of Sorowe. Cribb heeft ook onderzoek gedaan naar deze locatie. In de verslagen over Pinrang die Cribb heeft gevonden komen deze namen echter niet voor.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.93.</nr>
      <para>	In haar conclusie na enquête stelt [eisende partij 3] onder verwijzing naar het eerdergenoemde boek van M. van den Brekel, dat de standrechtelijke executies bij Coka in de historische bronnen zijn aangeduid als standrechtelijke executies bij Padakkalawa.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.94.</nr>
      <para>	Het NIMH<footnote-ref linkend="_2076a256-65a7-45f2-b7ab-3d8d5a27050e" /> heeft in opdracht van de Staat onderzoek gedaan naar de gestelde executies in Coka. Volgens het NIMH is de waarschijnlijke locatie van kampong Coka het toenmalige plaatsje Barang 1. Het NIMH heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de vraag of er volgens archiefbronnen en literatuur executies hebben plaats gevonden in kampong Coka (moderne naam) of kampong Barang 1 (toenmalige naam) of in de directe (rurale) omgeving. Het NIMH concludeert dat de onderzochte bronnen geen informatie geven over executies in kampong Coka in Pinrang in januari 1947. Wel zijn in het archiefmateriaal verwijzingen gevonden naar een Nederlandse militaire actie in het kampongcomplex Padakkalawa op 17, 18 of 19 januari 1947 door het Depot Speciale Troepen (DST) met steun van Bataljon Infanterie XV (KNIL). Aan de hand van eigentijdse en moderne kaarten kon door het NIMH geverifieerd worden dat de moderne kampong Coka, en daarmee de locatie van de executies, op ongeveer zes kilometer afstand van Padakkalawa ligt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.95.</nr>
      <para>	Vanwege de hiervoor besproken onduidelijkheden, is de slotsom dat [eisende partij 3] niet is geslaagd de door haar (uiteindelijk) gestelde doodsoorzaak van [M] te bewijzen. Haar vordering moet worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 4]
          </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.96.</nr>
      <para>	 stelt dat haar vader [G] is doodgeschoten tijdens de massaexecutie in Suppa op 28 januari 1947. Hij is echter niet begraven binnen het ommuurde deel van TMP Suppa , waar de slachtoffers van de massa-executie van 28 januari 1947 liggen. [eisende partij 4] stelt dat het graf van haar vader is gelegen buiten het ommuurde gedeelte van TMP Suppa . De stijl van de gedenksteen is volgens [eisende partij 4] een aanwijzing dat zijn lot onlosmakelijk verbonden is met dat degenen die binnen het ommuurde gedeelte zijn begraven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.97.</nr>
      <para>	Enerzijds staat vast dat binnen het ommuurde gedeelte van TMP Suppa alleen slachtoffers van de massa-executie op 28 januari 1947 zijn begraven. Anderzijds is niet duidelijk of <emphasis role="italic">alle </emphasis>slachtoffers van die massa-executie daar zijn begraven. Niet uitgesloten kan daarom worden dat – zoals [eisende partij 4] stelt – haar vader is doodgeschoten tijdens die massa-executie en buiten het ommuurde deel van de erebegraafplaats is begraven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.98.</nr>
      <para>	Bij gebreke van nadere gegevens daarover, kunnen geen gevolgtrekkingen worden verbonden aan de stijl van de door [eisende partij 4] bedoelde gedenksteen. Evenmin kan op grond van de algemene vaststelling van Cribb dat de gemarkeerde graven die buiten het ommuurde gedeelte liggen, van een latere periode zijn dan 1947, worden aangenomen dat de vader van [eisende partij 4] niet is omgekomen bij de massa-executie op 28 januari 1947. Het komt dus erop aan of dit volgt uit het door [eisende partij 4] bijgebrachte getuigenbewijs.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.99.</nr>
      <para>	Partijen zijn het erover eens dat de verklaring van de getuige [getuige 5] niet kan bijdragen aan het bewijs van de door [eisende partij 4] gestelde doodsoorzaak van [B] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.100.</emphasis>	De Staat wijst met juistheid erop dat de getuige [getuige 18] niet heeft verklaard in welke plaats de massaexecutie heeft plaatsgevonden die zij als kind heeft meegemaakt; zij heeft het alleen over ‘<emphasis role="italic">de zuidelijke kant van het kantoor van het hoofd van het subdistrict’ </emphasis>en heeft verklaard dat zij van anderen heeft gehoord dat [G] is doodgeschoten tijdens de executies die aan haar zicht waren onttrokken door het kantoor waar zij met de vrouwen en kinderen zat. Hieruit kan alleen worden afgeleid dat [getuige 18] heeft gehoord dat [G] is doodgeschoten tijdens een executie, maar niet in welke plaats.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.101.</emphasis>	De plaats van overlijden is ook onduidelijk in de getuigenverklaring van [eisende partij 4] . Zij heeft namelijk verklaard dat haar vader is doodgeschoten bij het kantoor van het hoofd van het subdistrict in Madjenna :</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“11. Waar is hij doodgeschoten?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij het kantoor van het hoofd van het subdistrict in Madjenna .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">38. Waar is uw vader begraven, nadat hij was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij een begraafplaats in Madjenna . Een erebegraafplaats.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">66. U had het over het kantoor van het hoofd van Suppa , dorp in Madjenna . Hoe heette</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">het hoofd van Suppa , weet u dat?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">We hebben nooit gezegd over het kantoor van het dorp Suppa , maar over het kantoor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van het hoofd van het subdistrict Madjenna .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">67. Hoe heette hij?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet het niet meer. Ik kan het me niet herinneren, want ik was toen nog heel klein.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">68. Waar ligt Madjenna , in verhouding tot Suppa ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dichtbij.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.102.</emphasis>	In haar opmerkingen bij het proces-verbaal van getuigenverhoor heeft [eisende partij 4] laten weten dat “Madjenna” volgens haar verkeerd is weergegeven in het proces-verbaal. In plaats daarvan zou daar “Majennang” moeten staan. De Staat wijst erop dat Majennang ongeveer 140 kilometer ten zuiden van Suppa . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.103.</emphasis>	Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat [eisende partij 4] in beide gevallen –  of het nu gaat om Majennang dan wel Majenna – een andere plaats dan Suppa op het oog heeft. De rechtbank heeft de opnames van de getuigenverklaring nog een keer bekeken en heeft vastgesteld dat [eisende partij 4] niet alleen op schrift, maar ook in beeld stellig verklaart dat haar vader niet in Suppa is omgekomen. Hoewel dat op haar weg ligt, heeft zij geen opheldering hierover verschaft. Er zijn daarmee teveel vraagtekens over de gestelde plaats van overlijden om als vaststaand haar vader is doodgeschoten bij de massa-executie in Suppa . [eisende partij 4] is dus niet geslaagd in haar bewijsopdracht. Haar vordering zal worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 5]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.104.</emphasis>	 stelt dat haar vader [C] in 1947 in de regio Bulukumba is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Zijn naam staat vermeld op de Lijst van 214 Slachtoffers van Bulukumba . Daarmee staat de door [eisende partij 5] gestelde doodsoorzaak in beginsel vast, tenzij daarover reële twijfel bestaat. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.105.</emphasis>	De Staat betoogt dat dergelijke reële twijfel bestaat, omdat [eisende partij 5] alleen van horen zeggen kon verklaren over de dood van haar vader. Zoals hiervoor is overwogen, is dat echter geen belemmering om een verklaring als betrouwbaar en bruikbaar aan te merken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.106.</emphasis>	Verder wijst de Staat erop dat [eisende partij 5] in de procedure wisselende standpunten heeft ingenomen en vervolgens als getuige een verklaring heeft afgelegd die op onderdelen afwijkt van haar eerder ingenomen standpunten. Zo heeft [eisende partij 5] als getuige verklaard dat haar vader is doodgeschoten en is begraven in Batukaropa, terwijl zij eerder het standpunt innam dat haar vader begraven was op de ongeveer veertien kilometer verderop gelegen TMP Taccorong. Ook heeft zij als getuige verklaard dat haar vader een leidende rol vervulde in het verzet, terwijl zij eerder in deze procedure nadrukkelijk heeft gesteld dat haar vader géén verzetsstrijder was: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“20. Had uw vader zich aangesloten bij de strijders, of was hij één van de strijders?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. Hij heeft zich aangesloten bij de strijders en hij heeft ook verzet gepleegd als strijder. Net als zijn zoon, die een pelopper was.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Weet u ook wat voor verzetsdaden hij heeft gepleegd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij heeft niet verzet gepleegd en de wapens opgenomen, want mijn vader was toen al oud. Hij heeft de jonge strijders bijgestaan met woorden, met advies, met meningen: “Dit moeten jullie doen.” Of “Dit kan je beter niet doen.”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Hoe weet u dit?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb dat gehoord van de echtgenote van hem, mijn grootmoeder, [grootmoeder] . Die heeft het gehoord van de strijders die teruggekomen waren om zich te melden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Was uw vader één van de leiders van de strijders?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij was inderdaad een leider. Hij gaf adviezen. Op het moment dat hij zich kwam aangeven ook. Hij was eigenlijk in dienst van de Nederlanders. Hij was een vaccinateur. Zelfs op het moment dat hij werd doodgeschoten was hij in Nederlandse dienst. Nederlands ambtenaar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. U vertelde net dat de Nederlanders de strijders zochten en dat ze toen geen strijders konden vinden. Waren ze toen ook op zoek naar uw vader?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Hij was ook een strijder, want hij had zich aangesloten bij de strijders. Nadat hij in het bos was kwam die bekendmaking van dat strijders zich konden aangeven en dat hun niets zou overkomen. Daarna kwam hij ook uit het bos om zich aan te geven. Voordat hij dat deed was hij nog even op een plek waar mensen gevlucht waren en naartoe waren gekomen. Hij heeft geen kans gehad om andere kleren aan te trekken en is toen zich gaan aangeven.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Mijn vraag ging over wat er gebeurde voordat de Nederlanders de strijders opriepen om zich aan te geven. Toen ze aan het zoeken waren. Mijn vraag was: "Waren de Nederlanders op zoek naar uw vader?".</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, hij werd inderdaad al gezocht voordat er een bekendmaking was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Waarom werd hij gezocht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten eerste omdat hij niet aangifte deed over zijn zoon en ten tweede omdat hij ook het bos in was gegaan. Daarom werd hij gezocht.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.107.</emphasis>	[eisende partij 5] heeft onmiskenbaar wisselende en niet steeds met elkaar te verenigen standpunten ingenomen in deze procedure en heeft als getuige op punten weer anders verklaard dan wat zij in de processtukken naar voren heeft gebracht. De rechtbank ziet hierin echter geen grond voor reële twijfel, die noopt tot afwijking van het op grond van de Lijst van 2014 slachtoffers van Bulukumba aangenomen uitgangspunt over de doodsoorzaak van de vader van [eisende partij 5] . De rechtbank ziet – integendeel – in wat [eisende partij 5] , onder ede en uit eigen wetenschap heeft verklaard over het zoeken van haar vader en haar verklaring dat zij later hoorde dat hij was doodgeschoten, juist een bevestiging van dit uitgangspunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.108.</emphasis>	Verder ziet de rechtbank geen grond om, zoals de Staat bepleit, op grond van de getuigenverklaring van [eisende partij 5] dat haar vader een leider was van het verzet, en zich aanvankelijk weigerde te melden bij de militairen, hoewel hij daartoe was opgeroepen, aan te nemen een reële mogelijkheid bestaat dat hij is omgekomen als gevolg van legitieme gevechtshandelingen. [eisende partij 5] heeft namelijk verklaard dat haar vader geen wapens ter hand had genomen. Haar vader vervulde volgens haar getuigenverklaring een leidende rol in het verzet vanwege zijn leeftijd en positie en die rol bestond uit advisering van de strijders. Ook is haar vader volgens de getuigenverklaring van [eisende partij 5] teruggekomen op zijn aanvankelijke weigering zich te melden en heeft hij zich wel gemeld. De Staat heeft deze onderdelen van de getuigenverklaring van [eisende partij 5] niet in twijfel getrokken en de rechtbank heeft ook overigens geen reden om te twijfelen aan de juistheid daarvan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.109.</emphasis>	De door [eisende partij 5] gestelde doodsoorzaak van een executie van haar vader past beter bij het toch melden bij de Nederlandse militairen, dan de volgens de Staat bestaande mogelijkheid dat hij is omgekomen bij legitieme gevechtshandelingen. Er is verder geen enkel concreet aanknopingspunt gesteld of gebleken waaruit volgt dat [C] , nadat hij zich had gemeld bij de Nederlandse militairen die hem zochten, door een andere doodsoorzaak is overleden dan de door [eisende partij 5] gestelde executie door Nederlandse militairen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.110.</emphasis>	De verklaring van de getuige [getuige 8] , die heeft verklaard dat hij [C] niet kent en die afwijkt van de getuigenverklaring van [eisende partij 5] , leidt ook niet tot reële twijfel, die noopt tot afwijking van het op grond van de Lijst van 2014 slachtoffers van [woonplaats 2] aangenomen uitgangspunt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.111.</emphasis>	Daarmee staat in rechte vast dat [C] , de vader van [eisende partij 5] , is omgekomen als gevolg van een onrechtmatige executie door Nederlandse militairen. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van de vorderingen voor [eisende partij 5] , wordt hierna onder (d) besproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 6]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.112.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [H] in maart 1947 in Palampang bij Rilau samen met [I ] (de echtgenoot van [eisende partij 8] ) en [J] (de echtgenoot van [eisende partij 12] ) is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. In haar conclusie na enquête heeft [eisende partij 6] , gezien de slachtofferlijsten van de Sociale Dienst, de maand van overlijden van [H] bijgesteld naar februari 1947.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.113.</emphasis>	[getuige 10] is als getuige gehoord over de omstandigheden van het overlijden van [H] . Hij heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3. Hoe is hij overleden?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het was op een ochtend. We waren toen nog samen. Op een gegeven moment ging hij naar een andere plaats dan ik. Hij werd vervolgens gevangengenomen en doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Wat was u samen met [H] aan het doen, voordat hij werd weggenomen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">We waren alleen samen die ochtend en hij ging naar een andere plek dan ik en hij werd vervolgens opgepakt en doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. U was aan het vertellen dat u samen met hem was. Wat was u aan het doen samen met [H] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bedoelt u op die ochtend?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Ja, op die achtend.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">We waren ons op dat moment aan het schuilen, verstoppen, in het bos.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Waarom was u u aan het verstoppen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat we gezocht werden en we waren bang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. Door wie werd u gezocht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">We werden op dat moment gezocht door het Nederlandse leger, door Nederlandse soldaten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. Waarom werd u gezocht door de Nederlandse soldaten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">We werden op dat moment gezocht door Nederlandse soldaten, omdat we ons hadden aangesloten bij opstandelingen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Was u alleen met [H] toen u u verstopte in het bos, of waren er nóg meer mensen bij?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik was samen met meneer [… 2] . (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Kunt u ons vertellen wat u zich nog wel kunt herinneren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarover? Over dat verstoppen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Om te beginnen over dat verstoppen. U vertelde net ook dat [H] gevangen werd genomen en ik wil graag weten hoe dat is gegaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik kan het me niet meer in detail herinneren. Het enige dat ik nog weet is dat ik op een gegeven moment naar een andere plek ging en [H] naar een andere plek.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Waar ging u toen naartoe?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen onze wegen ons scheidden tussen mij en meneer [H] ben ik naar het bos gegaan om te schuilen, om mij te verstoppen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Waar ging meneer [H] naartoe?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen wij uit elkaar gingen, toen ging meneer [H] naar Palampang in Tanete.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Ging meneer [H] daar in zijn eentje naartoe, of samen met iemand anders of anderen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik kan met dat niet meer in detail herinneren, want ik ben al veel vergeten. Ik weet alleen dat we uit elkaar gingen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Hoe weet u dat [H] naar Palampang ging?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat er bericht was gekomen dat [H] opgepakt en doodgeschoten was in Palampang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Van wie kwam dat bericht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Veel verhalen over die gebeurtenissen waren afkomstig van mensen van de markt.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Hebt u gezien dat [H] werd opgepakt en doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb dat niet rechtstreeks waargenomen. Ik heb dat alleen vernomen uit de berichten die tot mij zijn gekomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Wat werd aan u verteld daarover?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat ik had gehoord is dat meneer [H] is doodgeschoten en dat heb ik gehoord van mensen die terugkwamen van de markt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Waar is [H] doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Men zegt dat het in Palampang was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">31. Hebt u ook gehoord waar precies in Palampang? Op welke plek in Palampang?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet ik, dat ben ik vergeten. Ik heb alleen dat gehoord.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">32. Wanneer kreeg u die berichten over de dood van [H] ?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat weet ik niet in detail. Het is allang geleden. Ik weet niet op welke dag het was.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">40. Wat had u gedaan in de tijd die zat tussen het moment dat u [H] voor het laatst zag en dat u de berichten hoorde over zijn dood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik verstopte mij op dat moment, omdat ik ook werd gezocht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">41. Waar hebt u verstopt gezeten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik verstopte mij in het bos van Garopo.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.114. </emphasis>
          [getuige 17] heeft alleen van horen zeggen verklaard over het overlijden van [H] . Zoals hiervoor is overwogen, is dat echter geen belemmering om een verklaring als betrouwbaar en bruikbaar aan te merken. De rechtbank ziet ook overigens geen grond om de getuigenverklaring van [getuige 17] als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. Het komt dus erop aan of op grond van deze verklaring kan worden aangenomen dat [H] is overleden als gevolg van misdragingen van Nederlandse militairen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.115. </emphasis>De Staat betoogt dat, nu uit de getuigenverklaring van [getuige 17] volgt dat hij en [H] zich hadden aangesloten bij de opstandelingen en op de vlucht waren voor</para>
        <para>Nederlandse militairen, de reële mogelijkheid dat [H] is omgekomen als gevolg van legitieme gevechtshandelingen. [getuige 17] heeft echter verklaard dat hij heeft gehoord dat [H] was opgepakt en daarna doodgeschoten. Dit eerst oppakken past beter bij de door [eisende partij 6] gestelde executie dan de door de Staat gesuggereerde mogelijkheid van het vinden van de dood bij legitieme gevechtshandelingen. De rechtbank neemt daarom op grond van de door haar als betrouwbaar en voldoende consistent aangemerkte getuigenverklaring van [getuige 17] aan dat [H] nadat hij was gevlucht met [getuige 17] en hun wegen zich scheidden, is opgepakt en, zoals [eisende partij 6] stelt, is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Wat dit betekent voor de vorderingen van [eisende partij 6] , komt hierna onder (d) aan de orde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 7]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.116.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [K] in februari 1947 door Nederlandse militairen is geëxecuteerd voor het overheidsgebouw in Tanete. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.117.</emphasis>	Eerder heeft de rechtbank vastgesteld dat er twijfels waren gerezen over de naam van [K] : in de dagvaarding stelde [eisende partij 7] dat [getuige 9] de naam van een ooggetuige van de executie van [K] was. Na betwisting daarvan door de Staat, stelde zij dat [getuige 9] een bijnaam van haar echtgenoot [K] was, die hij had aangenomen toen hij de guerrilla inging. De rechtbank heeft overwogen dat het verschil tussen de ene en de andere verklaring zo groot is dat dit zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet kan worden toegeschreven aan een fout in de vertaling, zoals [eisende partij 7] stelde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.118.</emphasis>	De getuige [getuige 8] heeft een verklaring afgelegd over het overlijden van [K] . Hij heeft onder meer verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“18. Toen hij werd doodgeschoten, was hij toen getrouwd?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, hij was getrouwd. Zijn vrouw leeft nu nog.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Hoe heet zij?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [eisende partij 7] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Kent u [eisende partij 7] ook?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die ken ik.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.119.</emphasis>	Op grond van het onder 2.118 bedoelde deel van de verklaring van [getuige 8] neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de man met de naam [K] , waarover hij verklaarde, de echtgenoot van [eisende partij 7] was. Daarmee is de onduidelijkheid over zijn naam en de al dan niet gevoerde aliassen voldoende opgehelderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.120.</emphasis>	[getuige 8] heeft het volgende verklaard over het overlijden van [K] :</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“21. Hoe is [K] overleden?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Doodgeschoten, gevangen genomen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb het gezien dat hij gevangen werd genomen en daarheen gebracht en doodgeschoten werd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Waar is hij gevangen genomen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bulukumba .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. In welk deel van Bulukumba ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bontomanai.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Waar was u op het moment dat u dat zag gebeuren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen hij gevangen werd genomen heb ik dat gezien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Wat was u op dat moment aan het doen, toen hij gevangen werd genomen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">We waren verzameld. Samengebracht. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Met wie was u samengebracht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet wie, met veel mensen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Door wie was u samengebracht?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nederlandse soldaten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">46. En wanneer zijn [K] en die anderen gevangen genomen, ten opzichte van het moment dat u daar zat?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op dezelfde dag. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">48. En hoe ging dat gevangennemen dan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er werden mensen aangewezen. Deze, deze, deze. Van al die mensen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">49. Weet u waarom die mensen werden aangewezen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Misschien omdat het strijders waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">50. Waren die vier mannen, die u net noemde, allemaal strijders?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat waren inderdaad strijders.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">54. Wat gebeurde er toen die vier mannen waren uitgekozen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden meegenomen naar Tanete.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">55. Hoe ging dat meenemen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden vastgebonden en dan in een auto meegenomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">56. Hoe weet u dat ze naar Tanete gingen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb gezien dat ze daarheen werden gebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">57. Hoe zag u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Iedereen zat, dus er was verder niemand die stond. Dus ik kon het zien dat ze werden vastgebonden. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">58. Reden ze in de richting van Tanete?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">59. Wat gebeurde er toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden doodgeschoten in Tanete.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">60. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Na twee dagen kwam het bericht dat ze allemaal waren doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">61. Hoe kwam dat bericht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er kwam iemand van daar naar het dorp.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">62. Wie was dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet wie. Ik heb alleen het bericht gehoord.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">63. Wat hoorde u?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat ze waren doodgeschoten, die mensen.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.121.</emphasis>	De Staat wijst met juistheid erop dat [getuige 8] niet consistent is in zijn verklaring over de plaats waar [K] is gedood en begraven, omdat hij twee plaatsen noemt: Kapampuang in Tanete en Jawi Jawi in Tanete, die al dan niet verschillende plaatsen zijn of juist dezelfde plaats zijn: </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Waar is dat gebeurd? [het doodschieten van [K] , toevoeging rechtbank]</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In Tanete.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">74. Bent u bij de begrafenis van [K] geweest?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, want hij was doodgeschoten in Tanete. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">75. Waar is hij begraven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In Tanete, Karampuang. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">76. Is dat waar hij is doodgeschoten? Of is dat een andere plek in Tanete?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, daar was de executie.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">77. Begrijp ik het goed dat hij is begraven op de plek waar hij is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">78. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadat hij was doodgeschoten is er iemand gekomen die dat heeft verteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">80. Waar is Jawi Jawi Tanete?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook in Tanete. Jawi Jawi.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">81. Waar is dat ten opzichte van de plek van de executie waar u over verklaarde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daar zijn ze doodgeschoten, in Jawi Jawi.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">82. Dat is de plaats waar ze zijn doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daar zijn zij doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">83. Net noemde u een andere plaatsnaam. Hoe zit dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">84. Karampuang zei u net. Waar is dat dan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In Tanete. Karampuang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">85. Waar ligt dat ten opzichte van Jawi Jawi in Tanete?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">86. Maar het is niet dezelfde plek?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is een andere plek.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">87. Is het ver van elkaar, of dichtbij? U hoeft niet precies te zeggen hoe ver.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is niet ver van elkaar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">88. Waar is [K] nou doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij is daar doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">89. Waar is daar?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Karampuang. Het is dezelfde plaats, Jawi Jawi en Karampuang.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.122.</emphasis>	De omstandigheid dat [getuige 8] , die het doden van [K] niet zelf heeft waargenomen, een weinig heldere verklaring aflegt over de plaats van de executie en de begraafplaats van [K] , waarbij hij mogelijk verschillende plaatsen in Tanete noemt waar dit zou zijn gebeurd, is echter geen reden om zijn gehele verklaring als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.123.</emphasis>	[getuige 8] verklaart gedetailleerd en consistent over wat hij, toen hij op bevel van de Nederlandse militairen verzameld was, heeft gezien van het uitkiezen en wegvoeren van [K] en wat hij heeft gehoord over diens dood, met uitzondering van de precieze plaats in Tanete waar dat is gebeurd en waar [K] zou zijn begraven. De rechtbank ziet geen reden om in twijfel te trekken dat [K] op de door [getuige 8] waargenomen wijze is uitgekozen en weggevoerd door Nederlandse militairen. [getuige 8] getuigenverklaring past bij het daarna executeren van [K] , zoals [getuige 8] ook heeft gehoord van anderen. Nu niet ter discussie staat dat [K] niet is teruggekeerd nadat hij door de Nederlandse militairen is weggevoerd, staat voldoende vast dat hij door Nederlandse militairen is geëxecuteerd. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van de vorderingen van [eisende partij 7] , komt hierna onder (d) aan de orde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 8]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.124.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [I ] in maart 1947 in Palampang bij Rilau samen met [H] (de echtgenoot van [eisende partij 6] ) en [J] (de echtgenoot van [eisende partij 12] ) is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Net als [eisende partij 6] heeft zij in haar conclusie na enquête, gezien de slachtofferlijsten van de Sociale Dienst, de maand van overlijden van [I ] bijgesteld naar februari 1947.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.125.</emphasis>	Het enige in aanmerking te nemen bewijsmiddel is de verklaring die [eisende partij 8] heeft afgelegd als partijgetuige. Deze verklaring heeft beperkte bewijskracht. Zonder aanvullend bewijs, dat ontbreekt, is deze getuigenverklaring onvoldoende om de door [eisende partij 8] gestelde doodsoorzaak van haar echtgenoot [I ] op te kunnen baseren. In verband met dit laatste is (ten overvloede) nog van belang dat de in de zaak van [eisende partij 6] gehoorde getuige [getuige 10] wel heeft verklaard over de echtgenoot van [eisende partij 6] , [H] , maar niet ook over [I ] . Het geschil over de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van genoemde partijgetuigenverklaring kan onbesproken blijven, nu de vordering van [eisende partij 8] reeds hierom moet worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 9]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.126.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [A] in februari 1947 samen met [W] en [W-1] door Nederlandse militairen is geëxecuteerd in Bontobaja bij Palampang. Verder staan haar identiteit (haar geboortejaar) en haar toenmalige huwelijksrelatie met haar gestelde echtgenoot [A] (de huwelijksband) ter discussie. Hiermee samenhangend bestaat discussie over de leeftijd van haar dochter, die volgens de Staat lang na de dood van [A] is geboren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.127.</emphasis>	De rechtbank zal eerst het bijgebrachte bewijs over het geboortejaar van [eisende partij 9] beoordelen. Bij de stukken bevinden zich verschillende identiteitsbewijzen en familiecertificaten, waarin de geboortejaren 1930 en 1939 staan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.128.</emphasis>	[eisende partij 9] wijst in algemene zin erop dat de wijze van persoonsregistratie in Indonesië niet waterdicht is. Zij merkt op dat daaraan ten grondslag ligt dat personen in de demografische groep van [eisende partij 9] stammen uit een tijd waar de Nederlandse Staat het koloniale bewind voerde en geen systeem van persoonsregistratie bijhield voor de inlandse bevolking. Dit komt neer op een herhaling van hetgeen zij eerder naar voren heeft gebracht over de gebrekkige persoonsregistratie in Indonesië. Daarover heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 27 januari 2016, naar aanleiding van het rapport Schulte Nordholt met een uiteenzetting over de onnauwkeurige en onvolledige wijze van persoonsregistratie in Indonesië, overwogen dat dit een mogelijke verklaring vormt voor de geconstateerde verschillen in de persoonsgegevens die vermeld waren in de in het geding gebrachte identiteitsbewijzen en andere documenten. Daarin kan echter geen grond worden gevonden om uit te gaan van de juistheid van de stellingen van de weduwen en de kinderen waarover onduidelijkheid bestaat. De onduidelijkheid vanwege verschillende vermeldingen van persoonsgegevens in verschillende documenten, zal moeten worden opgehelderd. Het ligt op de weg van de weduwen en de kinderen die het betreft om bewijs te leveren van de door hen gestelde identiteit en/of huwelijksband, waarover onduidelijkheid bestaat. Zonder dit bewijs, kunnen hun stellingen daarover niet als vaststaand worden aangenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.129.</emphasis>	Het dorpshoofd [onderzoeker] heeft als getuige een verklaring afgelegd over de door hem opgestelde schriftelijke verklaringen van 20 december 2011, 10 september 2012 en 25 juni 2014, die de volgens [eisende partij 9] juiste geboortedatum 7 maart 1930 vermelden. Uit zijn getuigenverklaring volgt dat deze schriftelijke verklaringen zijn gebaseerd op door [eisende partij 9] verstrekte informatie over haar geboortedatum en haar huwelijksband met [A] : volgens zijn getuigenverklaring heeft [onderzoeker] genoteerd wat [A] hem vertelde. Daarnaast heeft hij voor de vermelding van de geboorteplaats en de geboortedatum op de verklaringen van 10 september 2012 en 25 juni 2014, gekeken naar haar identiteitsbewijs. Verder heeft hij volgens zijn verklaring bij het hoofd van het RT, buurtgenootschap en van mensen die in haar omgeving wonen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“gevraagd of het waar is dat [eisende partij 9] de vrouw is van wijlen [A] ”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">69. En wat was het antwoord?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja: Dat erkende hij dat het zo is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">70. Hoe wist hij dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat hij misschien van ongeveer dezelfde leeftijd was als [eisende partij 9] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">71. Begrijp ik het goed dat hij [eisende partij 9] dus allang kende van vroeger?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">72. Wat is de naam van het hoofd RT?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam 2] , maar hij is al overleden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">73. U zei net dat u ook bij andere mensen navraag had gedaan. Bij wie hebt u nog meer navraag gedaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onder andere aan [getuige 2] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">74. Wie is dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij heeft ooit in het dorpsbestuur gezeten en is ook een bekend figuur. Hij is gestopt vanwege zijn leeftijd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">75. Hoe weet hij of de informatie klopte?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij waren buren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">76. Waren zij ook al buren toen [A] nog leefde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">77. Bij wie hebt u nog meer navraag gedaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat is het.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.130.</emphasis>	[eisende partij 9] verbindt hieraan de conclusie dat vaststaat dat zij in 1930 geboren is, aangezien [onderzoeker] volgens haar een gedegen onderzoek heeft verricht, dat hem tot de conclusie bracht dat [eisende partij 9] inderdaad in 1930 is geboren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.131.</emphasis>	De rechtbank volgt [eisende partij 9] hierin niet. [onderzoeker] heeft namelijk ook een schriftelijke verklaring d.d. 17 januari 2014 opgesteld, waarin staat dat [eisende partij 9] in 1939 is geboren. Volgens zijn getuigenverklaring is dit document gebaseerd op van [eisende partij 9] afkomstige informatie en haar identiteitsbewijs. Net als bij het opstellen van de andere schriftelijke verklaringen, heeft [onderzoeker] de geboorteplaats en geboortedatum daaruit overgeschreven. Op de vraag hoe het kan dat de data verschillen, heeft hij geantwoord: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Dat is misschien op basis van het ingeleverde identiteitsbewijs. Er heeft waarschijnlijk een wijziging plaatsgevonden bij het inleveren van de data van het identiteitsbewijs.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">91. Kunt u uitleggen wat u daarmee bedoelt?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het betreft dezelfde persoon. Maar bij de afgifte van het nieuwe identiteitsbewijs is die verandering aangebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">92. Waarom is deze verandering aangebracht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Misschien is bij de registratie van de kant van [eisende partij 9] dat opgegeven en die verandering is doorgevoerd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">93. Wie heeft dat gedaan, welke instantie?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Dienst Bevolking en Burgerlijke Stand van Bulukumba .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">94. Dat nummer van de KTP dat hier vermeld staat, waar komt dat nummer vandaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Degene die nummers van gezinskaarten en van identiteitsbewijzen uitgeeft, dat is de burgerlijke stand.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">95. Dat nummer dat er staat op die verklaring, dat hebt u op die verklaring opgeschreven, dat klopt toch hè?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. Op basis van de identiteitskaart.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">97. Hebt u nog navraag gedaan bij andere mensen in verband met deze verklaring?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat heb ik gedaan alleen op basis van het identiteitsbewijs, want dat wordt gezien als een officieel stuk.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">98. De inhoud van de verklaring, dus wat er daar onder staat, hebt u daar nog navraag over gedaan bij andere mensen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.132.</emphasis>	De schriftelijke verklaringen van 22 mei 2014 en 30 september 2014, die eveneens een geboortedatum in 1939 vermelden, zijn volgens de getuigenverklaring van [onderzoeker] door iemand anders opgesteld, namelijk het dorpsbestuurslid [bestuurslid dorp] , met wie [onderzoeker] volgens zijn getuigenverklaring voorafgaand aan zijn getuigenverhoor heeft gesproken over de totstandkoming van deze schriftelijke verklaringen. [onderzoeker] heeft daarover verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“123. Op welke gegevens is deze verklaring gebaseerd, weet u dat?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van informatie van mevrouw [eisende partij 9] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">124. Hier staat dus weer die andere geboorteplaats en de geboortedatum [geboortedatum 3] 1939 en er staat hier nummer [nummer 6] en verder. Wat voor nummer is dat?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het KK-nummer is het nummer van de gezinskaart.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">125. Wie heeft die gezinskaart, waar is die?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Die heeft mevrouw [eisende partij 9] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">126. Hoe komen die gegevens op die gezinskaart terecht?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Van de identiteitskaart. Het nummer op de gezinskaart wordt gegeven door de Dienst Bevolking en Burgerlijke Stand.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">127. Is dat hetzelfde nummer als de KTP?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is een ander nummer.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">128. Als u dit stuk bekijkt, op welke informatie is dit dan gebaseerd?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van de informatie van de Dienst Bevolking en Burgerlijke Stand.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.133.</emphasis>	Hieruit kan worden afgeleid dat [eisende partij 9] kennelijk over verschillende officiële documenten beschikte met verschillende geboortedata. [onderzoeker] heeft verklaard dat hij drie dagen voor zijn getuigenverhoor er achter kwam dat de stukken verschillende geboortedata bevatten, maar dat naar zijn mening de geboortedatum uit 1930 de juiste is. Hij heeft daarover het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“105. Waarom is dat de juiste geboortedatum?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat dat de eerste gegevens waren die we hadden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">107. Zijn er nog andere redenen waarom u vindt dat de eerste datum, dus maart 1930, dat dat de goede datum is?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat dat gebaseerd is op gegevens die als eerste zijn ingeleverd. Terwijl de andere datum is opgesteld na de verandering in het identiteitsbewijs.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">108. Toen u daar drie dagen geleden achter kwam. Dat verschil. Hebt u daar nog met iemand over gesproken in de afgelopen dagen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met het dorpsbestuur.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">109. Wat hebt u met het dorpsbestuur besproken?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over de wijziging van de geboortedatum.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">110. Wat zei het dorpsbestuur daarover?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zij houden ook vast aan de eerste datum.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">111. Waarom houden zij daaraan vast?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat bij de tweede registratie is het heel goed mogelijk dat [eisende partij 9] vanwege haar leeftijd, omdat zij het al vergeten is, een andere datum heeft opgegeven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">112. Is [eisende partij 9] vergeetachtig?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">113. Is dat allang zo?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat is allang.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">115. Mijn vraag was, hoe weet u dat [eisende partij 9] vergeetachtig is?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als we om gegevens vragen, zij is al overleden. Als wij aanvankelijk gegevens opvroegen dan zei ze in het begin iets anders dan een volgende keer.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">161. Productie 56, de verklaring van 25 juni 2014. (…) Er staat in dat het registratienummer [registratienummer] enzovoorts dat dat een fout nummer is en dat het een vals nummer zou zijn. Waar heeft u dat op</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gebaseerd, die verklaring? Op welke informatie is dat gebaseerd, die stelling?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van de eerste verklaring.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">162. Er zijn ook verklaringen waarin dit nummer staat en waarin u dat heeft overgenomen en waarvan u zei dat dit op een officieel document is gebaseerd. Ik begrijp niet helemaal waarom u nu zegt dat het vals is. Kunt u dat uitleggen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat er verschillende nummers waren in de vorige verklaringen is deze verklaring opgesteld op basis van het juiste document.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">163. U heeft dus de verklaring uit juni 2014, waarin staat dat het eerdere nummer dus fout zou zijn, toen heeft u net gezegd dat heb ik opgeschreven op basis van de juiste gegevens. Hoe heeft u nou vastgesteld wat de juiste gegevens zijn?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van de door de burgerlijke stand uitgegeven gegevens.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">164. De burgerlijke stand heeft toch ook de gegevens uitgegeven waarin de andere geboortedatum staat, die uit 1939?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat is misschien een fout van degene die het heeft geregistreerd, die de gegevens heeft opgenomen. De juiste datum is [geboortedatum 1] 1930</emphasis>."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.134.</emphasis>	De getuigenverklaring van [onderzoeker] verduidelijkt hoe de verschillende schriftelijke verklaringen tot stand zijn gekomen. Deze getuigenverklaring geeft echter nog altijd geen afdoende verklaring voor de discrepanties in de verschillende schriftelijke verklaringen. Deze getuigenverklaring bevat verder onvoldoende concrete aanknopingspunten om de bij [onderzoeker] bestaande overtuiging over de juiste geboortedatum in rechte over te nemen. Dat klemt temeer nu [eisende partij 9] zelf kennelijk een belangrijke bron van informatie is en zij zelf wisselende geboortedata heeft genoemd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.135.</emphasis>	Er is verder nog altijd geen geboorteakte overgelegd van de gestelde dochter van [eisende partij 9] en [A] , [de dochter] , die in februari 1947 één jaar oud zou zijn geweest. [onderzoeker] heeft ook over zijn schriftelijke verklaring van 30 september 2014, waarin staat vermeld dat [de dochter] , geboren op [geboortedatum 2] 1946, het kind zou zijn van [A] en [eisende partij 9] , het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“137. En op welke informatie is deze verklaring gebaseerd?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op basis van verklaringen van [eisende partij 9] en van [de dochter] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">138. Bedoelt u daarmee dat u met hen allebei hebt gesproken hierover?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">139. Bijvoorbeeld de geboortedatum en de geboorteplaats die vermeld staat in deze verklaring, waar is die op gebaseerd?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De identiteitskaart, KTP-kaart, van [de dochter] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">140. Begrijp ik het goed dat zij die aan u heeft laten zien en dat u toen heeft overgeschreven wat daarin stond?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">142. Hebt u toen u deze verklaring opstelde nog navraag gedaan bij andere mensen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. Bij de heer [getuige 2] als bekend figuur in de gemeenschap en bij buren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">143. Weet u, welke namen hebben die buren?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afgezien van [getuige 2] , het spijt me dat weet ik niet want het is ver van mijn huis.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.136.</emphasis>	Met juistheid merkt de Staat op dat hiermee geen verklaring is gegeven voor de discrepanties met betrekking tot de familiekaart en het persoonsnummer op het identiteitsbewijs van [de dochter] . De nog altijd bestaande onduidelijkheid over de geboortedatum van [de dochter] , versterkt de onduidelijkheid over de identiteit [eisende partij 9] en haar huwelijksband met [A] , die ook overigens niet voldoende is opgehelderd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.137.</emphasis>	Nu de identiteit van [eisende partij 9] en haar huwelijksband met [A] niet zijn komen vast te staan, moeten haar vorderingen worden afgewezen. Het geschil over de vraag of de gestelde omstandigheden van overlijden van [A] vaststaan kan onbesproken blijven. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het, mede gezien de inconsistenties in de verklaring van de getuige [getuige 11] waarop de Staat wijst, de vraag is of beoordeling van het door [eisende partij 9] bijgebracht bewijs daarover zal uitmonden in de conclusie dat [eisende partij 9] in het bewijs geslaagd is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 10]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.138.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [B] in februari 1947 samen met zes andere mannen in Bontobaja bij Palampang is geëxecuteerd door Nederlandse militairen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.139.</emphasis>	[getuige 11] is daarover gehoord als getuige:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“23. Was [B] daarbij?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. [naam 1] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Ik wil weten [B] . Met een 'd'. Was [B] , met een 'd', erbij?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat ik weet is [naam 1] en niet [B] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Ik wil weten of de echtgenoot van [eisende partij 10] erbij was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, dat is een ander verhaal.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Kunt u dat verhaal vertellen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, dat weet ik niet en dat kan ik ook niet vertellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Dus als ik het goed begrijp weet u niet, dan hebben we het over de echtgenoot van mevrouw [eisende partij 10] , meneer [B] , als ik het goed begrijp zegt u ik weet niet hoe hij is overleden. Ik kan dat niet vertellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, ik weet het niet. En ik kan het ook niet vertellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Dus als ik het goed begrijp weet u niet en dan hebben we het over de echtgenoot van mevrouw [eisende partij 10] , meneer [B] , en als ik het goed begrijp, u zegt nu ik weet niet hoe hij is overleden.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik kan dat niet vertellen. Nee, ik weet het niet.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">47. Ik wil nog één keer echt voor alle zekerheid weten, we zijn begonnen te praten over meneer [B] . Weet u nou wel, of weet u nou niet, hoe meneer [B] is overleden? En dan heb ik het over de echtgenoot van mevrouw [eisende partij 10] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, ik weet het niet. Het schijnt dat het een ander geval is en dat is niet mijn geval.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.140.</emphasis>	[getuige 11] is twee keer gehoord als getuige. Hij verklaarde tijdens zijn tweede verhoor op vragen van mr. Vossenberg:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“6. Helemaal aan het begin van het verhoor vorige week vroeg mevrouw de rechter aan u of u mevrouw [eisende partij 9] en mevrouw [eisende partij 10] kende. Kunt u ons vertellen hoe u mevrouw [eisende partij 10] kent?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ken [eisende partij 9] , zij is een dochter van meneer [… 3] . Ik ken geen mevrouw [eisende partij 10] . Ik zal daar ook niet over vertellen wat ik niet weet. Er zijn tien personen die gevangen zijn. Zeven zijn doodgeschoten en drie zijn nog in leven.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.141.</emphasis>	In haar conclusie na enquête betoogt [eisende partij 10] dat [getuige 11] de naam [B] abusievelijk in zijn geheugen heeft opgeslagen als ‘ [naam 1] ’. [eisende partij 10] wijst erop dat [getuige 11] heeft verklaard dat de persoon die hij ‘ [naam 1] ’ noemt, de broer was van [naam] . [naam] is de naam van de broer van [B] . Verder wijst [eisende partij 10] erop dat [getuige 11] tijdens zijn verhoor werd begeleid door [kleinzoon] , een kleinzoon van [naam] . [eisende partij 10] brengt een door [kleinzoon] opgestelde lijst met de namen van de zoons van zijn overgrootvader, [grootvader] , en hun kinderen in het geding. Hieruit volgt volgens [eisende partij 10] dat [naam] de oudste zoon was van Bolerang, en [B] de jongste, zoals de persoon die [getuige 11] in zijn verklaring [naam 1] noemt de jongste broer is van [naam] . Op basis van de door [kleinzoon] verstrekt gegevens kan volgens [eisende partij 10] worden aangenomen dat, daar waar [getuige 11] het over ‘ [naam 1] ’ heeft, hij in werkelijkheid over [B] sprak. [eisende partij 10] ziet dit bevestigd door de oorspronkelijke graven van een aantal door [getuige 11] genoemde slachtoffers van het bloedbad in Palampang, in een grafhuis op de begraafplaats van Palampang. Daar bevinden zich graven van [B] , [1] , [… 3] en [2] . [eisende partij 10] wijst verder op de locatie van het secundaire graf van [B] te TMP Taccorong, dichtbij de graven van zijn drie familieleden, in de blokken waarover [getuige 2] heeft verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.142.</emphasis>	De rechtbank volgt [eisende partij 10] hierin niet. [getuige 11] is twee maal gehoord en tijdens beide verhoren is hij volstrekt duidelijk en stellig hierover, ook toen hij daar bij herhaling naar werd gevraagd. Ook voert de Staat met juistheid aan dat het noemen van de naam [naam] niet betekent dat [getuige 11] daarmee dús de broer van [B] heeft bedoeld, voor zover al kan worden vastgesteld dat [B] daadwerkelijk een broer had die [naam] heette. Verder is de rechtbank met de Staat van oordeel dat geen argumenten kunnen worden ontleend aan het grafhuis en de locatie van de begraafplaats te Taccorong.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.143.</emphasis>	Nu [getuige 11] niets ter zake doends heeft verklaard over de gestelde standrechtelijke executie van [B] en ander bewijs daarvoor ontbreekt, moet de vordering van [eisende partij 10] worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 11]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.144.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [L] (alias [T] ) in februari 1947 samen met vijf anderen in of bij een rijstveld in Bululohe is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. In haar zaak is niet alleen de gestelde toedracht van overlijden in geschil, maar ook de identiteit van [T] . Onduidelijk is of [T] , zoals [eisende partij 11] stelt, een bijnaam van [L] is, of de naam van haar tweede echtgenoot, waarmee zij getrouwd is na de dood van [L] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.145.</emphasis>	Alleen de getuige [getuige 12] heeft verklaard over de gestelde toedracht van overlijden van [L] :</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“9. U vertelde net dat u hoorde dat [L] was doodgeschoten. Wat gebeurde er toen? Wat deed u toen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nadat ik het bericht heb gehoord van het kind dat meneer [L] is doodgeschoten ben ik ernaartoe gegaan om het stoffelijk overschot op te halen en in de tuin te begraven.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Weet u door wie [L] is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet het niet, omdat ik ook niet heb gezien wie hem heeft doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Zijn er mensen die het wel hebben gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee. Ik heb niet gezien wie de schutter was. Ook andere mensen hebben ook niet gezien wie de schutter was. Pas nadat ik het schot heb gehoord heb ik gekeken en toen pas heb ik vastgesteld dat het [L] was die was doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Hebt u die dag mensen met wapens gezien in het dorp?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb niemand gezien en ik heb ook geen geweer of wapens gezien in het dorp. Ik heb alleen maar een schotgeluid gehoord.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Waren er Nederlanders in het dorp, die dag?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op die dag toen het gebeurde heb ik ook geen Nederlanders gezien.“</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.146.</emphasis>	Gezien de (niet geciteerde) gedetailleerde verklaring die [getuige 12] heeft afgelegd over het stoffelijk overschot van [L] dat zij heeft gezien, lijdt het geen twijfel dat zij de overleden [L] heeft gezien zoals zij heeft verklaard. Daaruit volgt dat [L] is doodgeschoten. Uit haar verklaring kan echter niet worden afgeleid dat [L] door Nederlandse militairen is doodgeschoten; zij heeft geen Nederlandse militairen gezien op de dag dat [L] werd doorgeschoten. Gevoegd met het algemeen bekend te achten feit dat in de chaotische periode in 1947-1949 ook dodelijke slachtoffers zijn gevallen als gevolg van andere gewelddadige oorzaken dan misdragingen van Nederlandse militairen, is de gestelde doodsoorzaak van [L] hiermee niet bewezen. De vordering van [eisende partij 11] dient te worden afgewezen. De onduidelijkheid over de alias van [L] kan verder onbesproken blijven, waarbij de rechtbank overigens aantekent dat het de vraag is of deze voldoende is opgehelderd door de afgelegde getuigenverklaring.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 12]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.147.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [J] in maart 1947 in Palampang bij Rilau samen met [H] (de echtgenoot van [eisende partij 6] ) en [I ] (de echtgenoot van [eisende partij 8] ) is geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Net als [eisende partij 6] en [eisende partij 8] stelt zij, gezien de slachtofferlijsten van de Sociale Dienst, de maand van overlijden van [J] bij naar februari 1947.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.148.</emphasis>	Gezien de algemene overwegingen over waardering van het bewijs en de hiervoor gegeven beoordeling over de algemene bewijsthema’s, moet de door [eisende partij 12] gestelde doodsoorzaak op grond van het in haar zaak bijgebrachte getuigenbewijs worden geleverd. Het enige andere bewijsmiddel is de verklaring die zij heeft afgelegd als partijgetuige. Deze enkele verklaring met beperkte bewijskracht is onvoldoende om de door [eisende partij 12] gestelde doodsoorzaak van haar echtgenoot [J] op te kunnen baseren. In verband met dit laatste is (ten overvloede) nog van belang dat de in de zaak van [eisende partij 6] gehoorde getuige [getuige 10] wel heeft verklaard over de echtgenoot van [eisende partij 6] , [H] , maar niet ook over [J] . Het geschil over de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van genoemde partijgetuigenverklaring kan onbesproken blijven, nu de vordering van [eisende partij 12] reeds hierom moet worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 13] en [eisende partij 14]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.149.</emphasis>	[eisende partij 13] en [eisende partij 14] stellen dat hun echtgenoten [S] en [D ] door Nederlandse militairen zijn gedood tijdens de standrechtelijke executie in [woonplaats 1] op 28 januari 1947. In het tussenvonnis van 11 maart 2015 is als onweersproken vastgesteld dat [S] en [D ] zijn begraven binnen het ommuurd gedeelte van TMP [woonplaats 1] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.150.</emphasis>	De Staat betwist nu alsnog dat [S] en [D ] zijn begraven binnen het ommuurde gedeelte van TMP Suppa , omdat de grafsteen waar [eisende partij 13] op wijst, sporen bevat van enkele letters in rode verf, zodat daar niet uit valt af te leiden van wie de grafsteen is. Ook uit de grafsteen waar [eisende partij 14] op wijst blijkt volgens de Staat op geen enkele wijze aan wie die toebehoort.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.151.</emphasis>	De rechtbank ziet hierin geen grond om terug te komen op haar eerdere vaststelling dat [S] en [D ] zijn begraven in het ommuurde deel van TMP Suppa . Het ommuurd gedeelte van deze begraafplaats is een massagraf. Eerder in deze procedure is vastgesteld dat daarin willekeurig geplaatste en verweerde stenen grafzuilen staan zonder vermelding van de namen van de daar begraven doden en dat het onwaarschijnlijk is dat elke grafsteen precies over de stoffelijk overschot van de bedoelde slachtoffer staat. Cribb heeft vastgesteld dat er een groot aantal grafstenen staat binnen het ommuurd gedeelte van TMP Suppa en dat op een klein aantal daarvan een naam staat, kennelijk recentelijk opgeschreven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.152.</emphasis>	Gezien deze eerder vastgestelde feiten en de bevindingen van Cribb over de grafstenen binnen het ommuurd gedeelte van TMP Suppa , kan naar het oordeel van de rechtbank geen doorslaggevende betekenis worden gehecht aan de daar aanwezige grafstenen. De opmerkingen daarover van de Staat vormen daarom geen grond om haar eerdere, op de standpunten van partijen gebaseerde feitenvaststelling als onjuist of anderszins onhoudbaar aan te merken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.153.</emphasis>	De Staat voert verder aan dat de getuige [getuige 19] in de zaken van [eisende partij 13] en [eisende partij 14] niets ter zake doends heeft verklaard over het overlijden en de begrafenis van [S] en [D ] . Ook dit leidt niet tot een ander oordeel. Daar staat namelijk tegenover de verklaring van [eisende partij 1] . [eisende partij 1] heeft de massa-executie waarbij ook zijn vader is gedood bijgewoond. Hij heeft als getuige verklaard over wat hij heeft gezien en gehoord toen hij samen met andere kinderen en vrouwen onder een huis zat tijdens de executie:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“71. Wat gebeurde er daarna? Wat hebt u gezien?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn vader zat vooraan en dan is hij geschoten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">72. En wat gebeurde er daarna?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daarna werden ze door mensen gebracht naar de erebegraafplaats.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">73. En die andere mannen die zijn doodgeschoten, zijn die doodgeschoten nadat uw vader was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eerst was mijn vader doodgeschoten en daarna de anderen, maar daarnaar ging ik niet kijken want ik ging huilen toen mijn vader, opa en familie doodgeschoten waren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">79. En [D ] , hebt u hem die dag gezien?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb [D ] , man van [eisende partij 14] , niet gezien. Ik hoorde alleen mensen zeggen dat hij ook overleden was.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">82. Hebt u de lichamen van de mannen gezien voordat ze echt begraven werden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb ze niet meer gezien, omdat ik was heel erg verdrietig. Ik ging door en door huilen.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.154.</emphasis>	Daarvoor had [eisende partij 1] het volgende verklaard over het begraven van de slachtoffers van deze executie:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“46. Hoeveel mensen zijn er tegelijkertijd met uw vader doodgeschoten?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">208. Het is op 28 januari 1947 en zij werden begraven in de erebegraafplaats Suppa .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">47. Hoeveel mannen werden doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">208. Er zijn drie gaten, dus het wordt gemarkeerd met hout.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">48. Hoe weet u dat het er 208 zijn?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er is iemand die ging tellen. Met bananenbladeren. Ze gebruiken bananenbladeren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">49. Wanneer gebeurde dat tellen met die bananenbladeren?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is een persoon die niet geschoten was, het is [die persoon] . Hij is degene die ging tellen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">52. Ik wil graag weten over de persoon die aan het tellen was, hebt u gezien dat [die persoon] aan het tellen was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb dat niet gezien, maar iemand zei dat degene die ging tellen was [die persoon] . Met bananenbladeren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">53. Waar waren de lichamen toen, toen zij werden geteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen ze vervoerd werden naar de erebegraafplaats werden ze eentje per eentje geteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">54. Hoe werden ze vervoerd naar die erebegraafplaats?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is ongeveer 100 meter van de plaats van beschietingen. Met Sarong werden ze daar meegenomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">55. Begrijp ik het goed dat ze gedragen werden met behulp van sarongs?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ze werden geplaatst in een sarong en dan werden ze gedragen daarin.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">56. Hebt u dat gezien, dat dat gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ik hoorde gewoon van mensen omdat mijn vader was ook dood, dus ik was bang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">57. Waar was u, toen de mannen naar het ereveld werden gedragen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was onder het huis aan het zitten.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.155.</emphasis>	Verder heeft de zoon van [eisende partij 14] , [getuige 20] , als getuige verklaard dat hij heeft gezien dat zijn vader werd opgepakt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“5. Waar was u toen uw vader werd opgepakt?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij zijn met z’n drieën. Ik heb één zus en één broer en met mijn moeder. Mijn vader werd opgepakt in Talapedange en wij wisten niet waarom. Dan volgden wij hen van achter, van ver omdat wij waren bang en wij wisten niet waarom hij is opgepakt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Begrijp ik het goed dat u zelf achter uw vader aan bent gelopen om te kijken waar hij naartoe ging, of moest u meelopen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is mijn eigen initiatief. Niemand heeft dat gevraagd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Liep u in uw eentje achter uw vader aan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was alleen. Ik volgde hem van achter. Op een gegeven moment gingen ze de rivier oversteken, maar ik niet. Ik bleef achter. Ik klom in de klapperboom en keek van boven, totdat ik ze niet meer kon zien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Hoe werd uw vader meegenomen, werd hij lopend meegenomen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lopen. Te voet. We worden daarheen gebracht. We moesten lopen. Ze richten ons de weg.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. U zei: “Ze richten ons de weg.” Moest u nou ook mee met de Nederlanders, of liep u zelf er achteraan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik ben ver weg.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. U zag het gebeuren, begrijp ik?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadat ze gingen de rivier oversteken ging ik naar huis, want ik durf de rivier niet over te steken.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. Was uw vader de enige die werd meegenomen, door de Nederlanders? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er zijn nog twee andere mensen. Ze waren met z’n tweeën. Dus [D ] en zijn oudere broer.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Hoeveel Nederlanders waren er, weet u dat nog?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet meer hoeveel er totaal waren, maar er waren er veel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. U vertelde net dat u naar huis bent gegaan toen u zag dat uw vader de rivier overstak met de Nederlanders en met zijn oudere broer. Wat gebeurde er daarna?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadat ze de rivier gingen oversteken, zag ik hen niet meer en dan ging ik gewoon naar huis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. En toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Drie dagen nadat ze werden meegenomen door de Hollanders is er een bericht dat ze doodgeschoten zijn.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Begrijp ik het goed dat u uw vader voor het laatst hebt gezien toen hij de rivier overstak en werd meegenomen door de Nederlanders?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Dat was de laatste keer dat ik mijn vader zag, toen hij ging de rivier oversteken.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.156.</emphasis>	[getuige 20] heeft verder als getuige verklaard dat zijn moeder ongeveer drie dagen daarna gehoord van iemand uit Suppa heeft gehoord dat [D ] was doodgeschoten en dat hij zelf zeven dagen nadat hij is opgepakt de naam van zijn vader heeft gezien op het monument in Suppa . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.157.</emphasis>	De rechtbank deelt niet de opvatting van de Staat dat deze twee getuigenverklaringen te summier en onvoldoende concreet zijn om te kunnen bijdragen aan bewijs. De rechtbank ziet in deze getuigenverklaring een bevestiging dat [D ] is gedood tijdens de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.158.</emphasis>	Gezien het voorgaande staat in rechte vast dat de echtgenoten van [eisende partij 13] en [eisende partij 14] door Nederlandse militairen zijn doodgeschoten tijdens de massa-executie in Suppa op 28 januari 1947. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van hun vorderingen wordt hierna onder (d) besproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 15]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.159.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [N] (hierna: [N] ) begin 1947 door Nederlandse militairen is gedood bij een executieronde bij de brug bij Katimbang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.160.</emphasis>	Vraag 9 aan Cribb had betrekking op de omstandigheden van het overlijden van [N] . Cribb heeft geconcludeerd dat de omstandigheden van de dood van [N] niet vast te stellen zijn op basis van de historische bronnen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.161.</emphasis>	De precieze locatie van de brug waarop [eisende partij 15] doelt is lang onduidelijk geweest. In haar conclusie na enquête heeft [eisende partij 15] deze locatie nader geduid. Het gaat volgens [eisende partij 15] om een grote brug te Katimbang, een plaats in de wijk Paccerekang te Tamalanrea , Makassar. Jalan Katimbang is tegenwoordig de naam van een straat in de wijk Paccerakang. Bontoloe, waar [N] en [eisende partij 15] in 1947 woonden, is (nu) ook een straat die ongeveer vijf kilometer ten noordwesten van Jalan Katimbang ligt. Deze locaties zijn te vinden in het gebied [woonplaats 11] , dat tegenwoordig geheel in Makassar ligt. [eisende partij 15] wijst erop dat het Nederlandse leger/DST na grootschalige zuiveringsacties eind 1946 in Makassar begin 1947 trok naar de meer noordelijk gelegen plaatsen Pangkadjenem en Maros. Jalan Katimbang ligt volgens [eisende partij 15] langs een logische route van Makassar naar Maros.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.162.</emphasis>	De Staat heeft naar aanleiding hiervan nader onderzoek laten doen door het NIMH, die concludeert dat de eigentijdse kaart duidelijkheid verschaft over de door [eisende partij 15] genoemde locatie van de gestelde executie van [N] . De bronnen vermelden echter de plaatsnamen Katimbang en Paccerakang niet als locatie van een militaire actie, noch is in militaire rapportages de route vermeld die de Nederlandse militairen namen toen zij zich in noordelijke richting verplaatsten. De stellingen van [eisende partij 15] vinden dus geen steun in de onderzochte bronnen, aldus de Staat, die betwist dat Jalan Katimbang langs een logische route van Makassar naar Maros ligt. De Staat wijst erop dat de weg over de aangeduide brug leidt naar het zuidoosten, terwijl Maros ten noordoosten ligt van Makassar. Ook het NIMH merkt in zijn nader verslag op dat de logische hoofdroute die de Nederlandse militaire eenheden op hun weg van Makassar naar de plaatsen Maros en Pangkadjene zouden nemen, niet loopt langs de door [eisende partij 15] genoemde locatie van de gestelde executie, aldus de Staat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.163.</emphasis>	De rechtbank laat de vraag of de brug al dan niet op een logische route van Makassar naar Maros lag verder rusten. Dit doet namelijk niet ter zake, aangezien [getuige 21] als getuige heeft verklaard dat de Nederlandse militairen dezelfde weg teruggingen als zij kwamen. Het is daarom zeer de vraag of zij, zoals [eisende partij 15] beredeneert, op doortocht waren toen de gestelde executie plaatsvond. De rechtbank stelt wel vast dat de onduidelijkheid over de gestelde locatie van de executie is opgehelderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.164.</emphasis>	De getuige [getuige 21] heeft het volgende verklaard over het overlijden van [N] :</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1. U zei net al dat u mevrouw [eisende partij 15] kent. Kende u ook haar echtgenoot, [N] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Hoe kende u [N] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">We woonden in hetzelfde dorp.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Weet u nog wanneer u [N] voor het laatst heeft gezien?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat ben ik vergeten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)De laatste keer dat ik hem heb gezien werd hij geëxecuteerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)5. (…) Wat kunt u vertellen over de dood van [N] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij is doodgeschoten op de brug.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Welke brug was dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De grote brug, in Paccerakkang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Wij hebben in de stukken staan dat het bij de brug in kampong Katimbang was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, in Katimbang, maar in de wijk Paccerakkang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Dus Paccerakkang is weer een deel van Katimbang. Hebben we het dan goed begrepen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, het was in Paccerakkang in Katimbang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Hoe weet u dat [N] daar is gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was daar. Er was opdracht gegeven om de mensen te verzamelen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. Kunt u vertellen wat u toen hebt gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb dat waargenomen omdat ik daar was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. Hoe kwam u daar zelf terecht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was met mijn vader mee daarnaartoe genomen. Er waren veel mensen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Kunt u vertellen wat u hebt gezien toen u daar met uw vader was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er waren veel mensen daarnaartoe gebracht. Ouders, kinderen, ze werden allemaal daarnaartoe gebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Door wie werden al die mensen daarheen gebracht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door het leger.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Wat moesten die mensen daar doen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zodra ze daar waren aangekomen werden er meteen mensen uitgepikt om te worden doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Dus eerst moesten alle mensen bij elkaar komen begrijp ik en toen werden mensen eruit gehaald. Is dat zoals het is gegaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, er was geen sprake van uitgekozen worden. Ze werden allemaal doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Wie werden allemaal doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [N] , [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] . Het is moeilijk, ik ben wel wat vergeten. Vier personen zijn doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Kunt u ons vertellen hoe dat ging?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden naar de rivier geduwd en vervolgens doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Hoeveel soldaten waren er?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er waren veel soldaten, veel militairen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Weet u nog hoe die militairen eruitzagen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat kon ik niet goed zien, want ze waren ingesmeerd met houtskool. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Dus zij hadden zwartgemaakte gezichten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Zwart.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Hebt u de uniformen gezien?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, militaire kleding.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Weet u nog ongeveer hoeveel militairen er waren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik kon ze niet tellen, het waren er heel veel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Weet u waar ze vandaan kwamen voordat ze op deze plek aankwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze kwamen vanuit Paccerakkang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Hebt u ze zien aankomen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, ik heb ze gezien, want ze riepen de mensen naar buiten om uit hun huizen te komen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Waar was u op het moment dat ze aankwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was thuis met mijn vader en mijn moeder.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Wat gebeurde er toen zij aankwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Iedereen werd naar de rand van de brug gebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Weet u nog waar u zelf zat op dat moment?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zat waar iedereen verzameld was, naast de brug.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Kunt u nog een keer vertellen wat er gebeurde toen u daar aankwam? van het begin tot het eind, toen u daar ging zitten en wat er toen allemaal daarna gebeurde.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toen werden er mensen uitgekozen, naar de brug gebracht en geëxecuteerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">37. Ik wil nog wat meer weten over hoe de executie precies ging. Kunt u vertellen wat er gebeurde nadat de mannen uit de grote groep werden gehaald?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden toen doodgeschoten en daarna werd iedereen naar huis gestuurd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">38. Werd er nog iets gezegd of besproken voordat de mannen werden doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, ze werden gewoon aangewezen en dan doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">39. Zeiden de militairen nog iets tegen de mensen uit het dorp die daarbij zaten te kijken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er werd alleen gezegd dat iedereen naar huis werd gestuurd. Het regende.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">40. Dus de Nederlandse militairen hebben de mannen uit de groep gehaald, hebben ze doodgeschoten en hebben toen gezegd dat iedereen weer naar huis moest. Is dat wat er is gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Het regende hard.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">41. Wat is er met de lichamen van de doodgeschoten mannen gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden meegevoerd door de rivier.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">42. Hoe kwamen ze in de rivier terecht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen ze werden doodgeschoten werden ze in de rivier geduwd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">43. Wie duwde de lichamen in de rivier?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De militairen. Omdat ze werden doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">44. U zegt de militairen duwden de lichamen in de rivier en toen waren de mannen dus al dood. Begrijp ik dat goed? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden eerst geduwd en dan geschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">45. Ik wil heel graag weten hoe het precies is gebeurd. Begrijp ik het goed als u zegt dat ze eerst geduwd waren en toen werden doodgeschoten, toen lagen ze dus in het water terwijl ze werden doodgeschoten? Is het zo gegaan?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. Ze werden geduwd en geschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">47. Wat is er daarna gebeurd? De lichamen waren in het water en wat is er daarna met de lichamen gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat er veel stroming was werden de lijken niet meegenomen, maar ze werden meegevoerd in het water.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">52. Wat deed het leger nadat de mannen waren gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De militairen zelf gingen ook terug.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">53. Hebt u gezien waar ze heen gingen, in welke richting de militairen weggingen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Naar Makassar gingen ze terug.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">54. Gingen ze dezelfde weg terug als de weg waarlangs ze gekomen waren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">55. Wat hebt u zelf gedaan nadat de mannen waren gedood?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ging terug en zes mensen die nog leefden werden meegenomen door de militairen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">72. Ik vat het even samen om te kijken of ik het goed heb begrepen. Zoals ik het heb begrepen waren er tien mannen uit de groep gehaald. Daar zijn er vier van doodgeschoten en één van die vier mannen was meneer [N] . De andere zes mannen, was u aan het vertellen, die zijn meegenomen door de militairen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">73. U had eerder ook verteld dat de militairen dezelfde weg weggingen als de weg via welke ze gekomen waren.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">79. Wat gebeurde er toen de Nederlandse militairen waren vertrokken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Iedereen ging terug naar hun eigen huis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">80. Weet u wat er is gebeurd met de lichamen van de dode mannen nadat de Nederlandse militairen waren vertrokken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die waren er niet, want het regende hard.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">81. Hebt u de lichamen daarna nog gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, nadat ze werden doodgeschoten vielen ze in de rivier en heb ik ze niet meer gezien.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.165.</emphasis>	Tijdens zijn verhoor werd [getuige 21] begeleid door [begeleider] , die tijdens dat verhoor namen heeft genoteerd. Dat is tijdens het verhoor besproken. Het papier met de namen is getoond en is bij de stukken gevoegd. De rechter-commissaris heeft tijdens het verhoor vastgesteld dat het lijstje meer namen vermeldt dan genoemd door [getuige 21] tijdens zijn verhoor. In deze gang van zaken rond het briefje met de namen, ziet de rechtbank grond om de andere namen – dan de naam [N] – buiten beschouwing te laten. Deze namen zijn overigens niet relevant voor het bewijs van de stelling van [eisende partij 15] . Daarvoor komt het erop aan of bewijs is geleverd dat haar echtgenoot [N] op de door haar gestelde wijze is gedood door Nederlandse militairen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.166.</emphasis>	De rechtbank volgt de Staat niet in zijn betoog dat met de verklaring van [getuige 21] geen betrouwbaar bewijs is bijgebracht, omdat er niet vanuit kan worden gegaan dat [getuige 21] de naam [N] uit eigen wetenschap heeft genoemd en ook niet dat [getuige 21] uit eigen wetenschap heeft verklaard dat [N] slachtoffer is van een standrechtelijke executie. [getuige 21] is namelijk bevraagd over de dood van de echtgenoot van [eisende partij 15] , [N] . Volgens zijn verklaring kende hij hen allebei en woonde hij in hetzelfde dorp als [N] . De rechtbank ziet geen reden om eraan te twijfelen dat [getuige 21] [N] kende. De rechtbank ziet ook geen reden om eraan te twijfelen dat de gedetailleerde getuigenverklaring die hij heeft afgelegd, ging over [N] . Dat [getuige 21] , in antwoord op de vraag wanneer hij [N] voor het laatst heeft gezien, eerst verklaarde dat hij dat niet meer wist, is geen reden om aan te nemen dat hetgeen hij daarna heeft verklaard over het doodschieten van [N] , niet over [N] gaat. Toen hij werd bevraagd over de dood van [N] heeft hij dat – zoals hiervoor weergegeven – gedetailleerd uiteengezet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.167.</emphasis>	Het door de Staat benadrukte ontbreken van deze executie in historische bronnen is ook geen reden om deze verklaring van [getuige 21] als onbetrouwbaar ter zijde te stellen. Niet alle misdragingen van Nederlandse militairen zijn immers gedocumenteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.168.</emphasis>	De slotsom luidt daarmee dat [eisende partij 15] is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [eisende partij 15] . Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van haar vorderingen, komt hierna onder (d) aan de orde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 16]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.169.</emphasis>	 stelt uiteindelijk dat haar echtgenoot [U] eind 1946, is geëxecuteerd, na door Nederlandse militairen met andere dorpsbewoners te zijn samengedreven in de wijk Kalukuang van Makassar. De Staat heeft opgemerkt dat daar in de nacht van 14 op 15 december 1946 executies hebben plaatsgevonden. Naast de gestelde toedracht van overlijden, staat de huwelijksband met [U] ter discussie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.170.</emphasis>	De rechtbank zal eerst het bewijs van de gestelde huwelijksband tussen [eisende partij 16] en [U] beoordelen. Zoals in het tussenvonnis van 27 juli 2016 is overwogen, kan [eisende partij 16] bewijs van haar stelling leveren met alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt (artikel 152 lid 1 Rv). Dat laatste is, nu het betreft een beweerdelijk in het buitenland gesloten huwelijk, niet het geval. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.171.</emphasis>	De getuige [getuige 22] heeft voor zover van belang het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3. Hoe kent u [U] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb ze zien trouwen. Omdat [eisende partij 16] mijn buur was.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Weet u nog wanneer [eisende partij 16] en [U] zijn getrouwd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, ik weet nog dat zij trouwden.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.172.</emphasis>	[getuige 22] heeft ook verklaard dat [eisende partij 16] een kind had: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1. Ik wil heel graag van u weten wat uw relatie is met mevrouw [eisende partij 16] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb [eisende partij 16] gezien toen ze in verwachting was. Ik ben geen familie van [eisende partij 16] . Ik ben wel de buurman van [eisende partij 16] en ik ben bij het huwelijk van [eisende partij 16] geweest. "</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. Weet u ook of [eisende partij 16] en [U] kinderen hebben gekregen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het kind heet [naam kind] .”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.173.</emphasis>	[getuige 22] heeft verklaard te zijn vergeten in welk jaar het huwelijk was, “<emphasis role="italic">want het is alweer een hele tijd geleden</emphasis>” en dat hij om dezelfde reden niet meer weet in welk deel van het jaar het huwelijk plaatsvond. Ook wist hij niet meer hoe oud zij ongeveer was toen het huwelijk plaatsvond, en: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“8. Was het in de tijd van de Japanners, dat huwelijk?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Japanners waren al vertrokken.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.174.</emphasis>	[getuige 23] heeft als getuige verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3. Was u bij het huwelijk tussen [eisende partij 16] en [U] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, ik was erbij toen [U] trouwde.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.175.</emphasis>	Zij heeft verder verklaard dat zij tien jaar oud was toen [eisende partij 16] trouwde met [U] , dat zij denkt dat [eisende partij 16] en [U] een kind hadden, dat is overleden en dat [eisende partij 16] en [U] “<emphasis role="italic">vrij lang</emphasis>” getrouwd zijn geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.176.</emphasis>	[eisende partij 16] zelf heeft als getuige verklaard dat zij getrouwd was met [U] en dat zij samen een kind hadden:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1. Met wie bent u getrouwd geweest?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik was getrouwd met een man die [U] heette.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Weet u nog hoe oud u was, toen u met hem trouwde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet het niet precies wanneer, maar het was in de periode van Japan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Weet u nog hoe oud u was in de periode van Japan?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik weet het niet precies hoe oud ik was, er was geen registratie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Bent u lang met [U] getrouwd geweest, of bent u kort met [U] getrouwd geweest?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het was niet kort, ik kreeg één kind en dat kind was één jaar. [U] , of de vader, nam het kind overal mee naartoe op zijn arm.“</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.177.</emphasis>	Met juistheid merkt de Staat op dat de verklaringen summier zijn, dat zij de huwelijk niet precies in de tijd plaatsen en op onderdelen tegenstrijdig zijn, zoals bijvoorbeeld over de vraag of het huwelijk al dan niet in ‘de tijd van de Japanners’ plaatsvond. Dat neemt niet weg dat de [getuige 22] en [getuige 23] duidelijk hebben verklaard dat [eisende partij 16] met [U] getrouwd was en hebben toegelicht hoe zij dat weten. Deze verklaringen kunnen dus bijdragen aan het bewijs van de gestelde huwelijksband. De partijverklaring van [eisende partij 16] strekt op dit punt tot aanvulling van onvolledig bewijs. De rechtbank concludeert op grond van deze getuigenverklaringen dat [eisende partij 16] is geslaagd in het bewijs dat zij getrouwd was met [U] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.178.</emphasis>	De volgende vraag is of de door [eisende partij 16] gestelde toedracht van het overlijden van [U] bewezen is. Wat de Staat hier naar voren brengt over de wijzigingen van de standpunten van [eisende partij 16] over de begraafplaats van [U] en de verschillende overlijdensdata in verschillende slachtofferlijsten, kan onbesproken blijven omdat geen bewijskracht toekomt aan het begraven zijn in [blok I] of F van TMP Panaikang en evenmin aan vermelding op deze slachtofferlijsten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.179.</emphasis>	[getuige 23] en [eisende partij 16] zijn als getuige gehoord over de door [eisende partij 16] gestelde doodsoorzaak van [U] . Saeneng Bolle heeft over de dood van [U] verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“11. Wat weet u van de dood van [U] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik weet niet hoe hij is overleden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Weet u wel wanneer hij is overleden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij was te jong toen hij overleed.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Hoe oud was hij toen hij overleed?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet hoe oud hij toen was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Wanneer hoorde u voor het eerst dat hij dood was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik hoorde het toen hij al overleden was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Wat hebt u toen gehoord?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij is doodgeschoten en hij werd gebracht toen hij al dood was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Door wie is hij doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Nederlanders hebben hem doodgeschoten, maar ik weet het echt niet zeker. Hij was in Kalukuang op weg naar zijn werk.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Is ook aan u verteld hoe dat is gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">U vraagt mij hoe hij doodging, hij is doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Waar is dat gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij is in Rappokaleng doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Waar is [U] doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet waar hij is doodgeschoten, ik weet alleen dat hij in Kalukuang is doodgeschoten. Hij is in zijn oor geschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Iemand heeft mij dat verteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Weet u nog wie?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik weet de namen niet meer van degene die dat aan mij vertelde.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Wat is er toen gebeurd in Kalukuang?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [U] was direct onder de zon in Kalukuang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Wat deed hij daar?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij was onderweg naar zijn werk.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Wat is er toen gebeurd waardoor hij dood ging?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik weet het niet meer, omdat ik toen nog maar een klein meisje was.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">36. Van wie hebt u gehoord dat [U] is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heel veel mensen hebben mij verteld dat [U] is doodgeschoten.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.180.</emphasis>	[eisende partij 16] heeft het volgende verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“15. Hoe is [U] overleden?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb het niet zelf gezien. Hij is gedood in Rappokaleng door Nederlandse militairen. Ik was ergens anders.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Wat weet u verder van zijn dood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet er wel wat over. Iemand vertelde over zijn dood.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Wie heeft dat verteld?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik weet over de dood van mijn man van zoveel mensen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mevrouw [… 4] merkt op dat [eisende partij 16] zegt dat veel mensen hebben gezegd dat [U] dood is gedaan. Daarna is [eisende partij 16] naar het huis gegaan van [U] moeder, waar zijn lichaam lag. En toen zijn ze samen naar Panaikang gegaan.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Waar was u op het moment dat [U] werd gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen [U] werd gedood was ik in Bontorama.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Wanneer hoorde u voor het eerst dat [U] was gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij was al dood toen ik ervan hoorde.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Van wie hoorde u dat hij dood was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet het niet zeker van wie ik het hoorde, mensen vertelden aan mij dat hij was gedood door Nederlanders.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Wat hebt u gehoord over hoe hij is gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [U] was toen al gedood door de Nederlanders.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Hoe is hij gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij is gedood in Ukaleng. Hij is doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Zijn er toen ook andere mensen doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb gehoord dat er heel veel mensen doodgeschoten zijn.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Weet u ook namen van andere mensen die toen doodgeschoten zijn?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet geen namen meer, maar ik heb gehoord dat er veel mensen zijn doodgegaan en dat de Nederlanders toen vertrokken. Ik herinner me net dat er ook iemand was die Hassan heette. Die ook is gedood toen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Is dat het enige wat u zich herinnert, of schoot dat u net te binnen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet, ik heb alleen gehoord dat er veel mensen gedood werden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Weet u nog in welke tijd van het jaar [U] werd gedood?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet meer of het warm was of dat het regende, maar hij was in Rappokaleng.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Wat deed hij in Rappokaleng op dat moment?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij wilde daar op bezoek gaan bij zijn vader.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Weet u hoe [U] in handen van de Nederlanders is gevallen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij is door de Nederlanders meegenomen en doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mevrouw [… 4] merkt op dat het lijkt alsof de getuige een beetje in de war is en eerst zei dat het om de vader van [U] ging en dat [U] toen is meegenomen en doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Het is mij nog niet helemaal duidelijk hoe [U] in handen van de Nederlanders is gevallen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadat [U] was overleden is tegen mij verteld dat hij was doodgeschoten. Hij was in Rappokaleng. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Wat is er met het lichaam van [U] gebeurd meteen nadat hij was overleden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet wat er meteen na zijn dood met zijn lichaam is gebeurd. Hij is in Rappokaleng gedood en ik was aan het werk in Buntorama.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.181.</emphasis>	[eisende partij 16] stelt dat zij na de executie van haar echtgenoot van veel mensen gehoord dat hij door Nederlandse militairen was doodgeschoten: hij was ‘<emphasis role="italic">ge-Rappokkallingt</emphasis>’. Zij stelt dat deze uitdrukking in de praktijk ziet op de massa-executies in Kalukuang die door het Nederlandse leger werden uitgevoerd, waar ook de bewoners van omliggende dorpen als Rappokalling bij werden betrokken. Zij verwijst hier naar de uitleg van Kouwagam, die ter zitting assisteerde met controle van de vertaalslag van en naar het Makkassaar, dat getuigen die over Rappokalling verklaren, de plaatsnaam niet (althans niet altijd) als geografische locatie gebruiken maar als een actie: ‘<emphasis role="italic">ge-Rappokallingt’</emphasis>. De plaatsnaam wordt gebruikt als een werkwoord dat direct verband houdt met gebeurtenissen waarvan het algemeen bekend is dat die daar hebben plaatsgevonden. Aldus verklaart een getuige dus in feite dat iemand is ‘<emphasis role="italic">ge-Rappokalingt’</emphasis>, aldus [eisende partij 16] , die voorts betoogt dat het in dit geval gaat om het feit dat het algemeen bekend is dat mensen die toen in Rappokalling waren, door het Nederlandse leger bijeen zijn gedreven en zijn doodgeschoten. [eisende partij 16] wijst erop dat (i) dit overeen komt met de schriftelijke verklaringen in het dossier en hetgeen uit de (Nederlandse) literatuur bekend is over de zuiveringsacties in Kalukuang eind 1946 en dat (ii) Rappokalling op korte afstand van Kalukuang ligt en (iii) het algemeen bekend is dat het Nederlandse leger bij zijn zuiveringsacties de plaatselijke bevolking – ook van omliggende dorpen – bijeen dreef naar een centrale executieplaats. [eisende partij 16] licht verder toe dat het haar niet bekend is hoeveel mensen op deze manier spreken over de gebeurtenissen in Rappokalling en omstreken, maar dat duidelijk is dat zij dat wel doet, daar waar zij verklaard heeft dat haar echtgenoot [U] was ‘<emphasis role="italic">ge-Rappokallingt’</emphasis>. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.182.</emphasis>	De Staat betwist deze uitleg. Hij licht toe dat hij de getuigenverhoren van [getuige 23] en [eisende partij 16] opnieuw heeft laten beluisteren door de tolken [tolk 1] en [tolk 2] en hen de vraag heeft gesteld of de door eisers voorgestelde vertaling van de getuigenverklaringen correct is. Zij stelden zich uitdrukkelijk op het standpunt dat de door eisers voorgestelde vertaling onjuist is. Volgens hen bestaat er in de Makkassaarse taal geen werkwoord <emphasis role="italic">‘(di) Rappokalingi</emphasis>’. De getuigen hebben verklaard over de plaats Rappokalling, en het woord Rappokalling is enkel een plaatsaanduiding, aldus de Staat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.183.</emphasis>	De rechtbank laat dit geschil over ‘<emphasis role="italic">ge-Rappokallingt’</emphasis> voor wat het is. Ook als wordt uitgegaan van de door [eisende partij 16] gegeven betekenis, bieden de getuigenverklaring van [getuige 23] en partijgetuigeverklaring van [eisende partij 16] te weinig concrete aanknopingspunten om als vaststaand aan te nemen dat [U] – zoals [eisende partij 16] stelt – eind 1946 door Nederlandse militairen is geëxecuteerd, na door Nederlandse militairen met andere dorpsbewoners te zijn samengedreven in de wijk Kalukuang van Makassar. Zij hebben geen van beiden gezien dat [U] werd doodgeschoten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.184.</emphasis>	Volgens de niet door de Staat weersproken opmerking van [eisende partij 16] bij het proces-verbaal van de getuigenverklaring is de juiste vertaling van het antwoord op vraag 15: “<emphasis role="italic">Hij is doodgeschoten en wij brachten hem toen hij al dood was.” </emphasis>Daaruit kan worden afgeleid dat [getuige 23] [U] heeft gezien nadat hij was gedood. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.185.</emphasis>	Volgens hun verklaring hebben [getuige 23] en [eisende partij 16] allebei gehoord dat [U] door Nederlandse militairen is doodgeschoten. Zoals eerder is overwogen, kan een verklaring van horen zeggen bijdragen aan het bewijs. Hetgeen [getuige 23] en [eisende partij 16] volgens hun verklaringen hebben gehoord is echter weinig concreet. Het meest problematisch is de verbinding tussen Rappokalling – in de door [eisende partij 16] voorgestane betekenis – en de zuiveringsacties in Kalukuang eind 1946, waarbij [U] zou zijn doodgeschoten. De enkele omstandigheid dat Rappokalling op korte afstand van Kalukuang ligt en het feit dat in Kalukuang een zuiveringsactie heeft plaatsgehad, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat [U] een van de slachtoffers van die zuiveringsactie is. Daarmee is het lot van de vorderingen van [eisende partij 16] gegeven: zij moeten worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 17]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.186.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [O-1] / [O] in zijn dorp [woonplaats 13] is opgepakt en vervolgens naar het dorp [woonplaats 14] is gebracht, waar hij op 7 februari 1947 met een groep anderen door Nederlandse militairen is geëxecuteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.187.</emphasis>	Vaststaat dat uit de historische bronnen blijkt dat er (in ieder geval) een executieronde heeft plaatsgevonden in Bulo (Wattang), rond 1 februari 1947, waarbij tussen de 30 en 47 mannen zijn geëxecuteerd door Nederlandse troepen. De Staat merkt hierbij op dat de mogelijkheid niet uit te sluiten is dat er op meerdere momenten executies zijn uitgevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.188.</emphasis>	Partijen zijn het erover eens dat de verklaringen van de getuigen [getuige 13] en [getuige 14] niet kunnen bijdragen aan het bewijs van de door [eisende partij 17] gestelde doodsoorzaak van [O] . De rechtbank onderschrijft dit; zij hebben allebei verklaard dat zij [O] niet kennen. Hun verklaringen over het overlijden van [P] , komen hierna aan de orde bij bespreking van het door [eisende partij 19] geleverde bewijs.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.189.</emphasis>	De getuige [getuige 24] heeft het volgende verklaard over het overlijden van [O] :</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“5. Wat kunt u vertellen over het overlijden van [O] en [P] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Nederlanders waren in Rapang en daar pakten zij [O] op en brachten hem naar [woonplaats 14] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. En wat gebeurde er toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In [woonplaats 14] waren een tiental mensen zo’n huis op palen aan het bouwen en alle mannen werden meegenomen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. En wat gebeurde er daarna?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Alle mannen die waren meegenomen die werden gebracht naar het huis, een wachtpost, daar werden de mannen naartoe gebracht en de vrouwen en kinderen liet men gewoon bij die plaats waar het huis werd gebouwd, die lieten ze daar achter.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. En wat gebeurde er daarna?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden naar die wachtpost gebracht, die mannen, en moesten daar gaan zitten en hen werd gezegd om daar te zitten en dat is het.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. En wat gebeurde er toen zij daar moesten zitten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nadat de mannen daar zaten werd er om hen heen gelopen en werd er door de Nederlanders aan de spion voor de Nederlanders gevraagd: “Wie van hen is een extremist?”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. En wat gebeurde er toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De spion voor de Nederlanders die wees ongeveer tien mannen aan uit hun midden als zijnde extremist en die werden daarop doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. En werden [O] en [P] aangewezen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. [O] en [P] werden ook aangewezen bij die tien mensen en doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Wie werd als eerste aangewezen en doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [O] werd als eerste aangewezen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Hij werd als eerste aangewezen. Werd hij ook als eerste doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Hoe ging dat aanwijzen en doodschieten? Ging het één voor één, of werden eerst de tien mensen aangewezen en daarna doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Eerst werden zij aangewezen, die tien mensen en daarna werden zij doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking rechter: terwijl de getuige dat zei wees hij het rijtje af; en dan nog een keer en dan nog een keer, alsof het rijtje werd afgegaan. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Werden die tien mensen die werden aangewezen en doodgeschoten, werden die eerst naar een andere plek gebracht voordat zij werden doodgeschoten, of werden zij doodgeschoten op de plaats waar zij zaten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij werden doodgeschoten op de plek waar zij zaten, te midden van de anderen die daar waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Waar was u toen dat gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nadat die tien mensen waren doodgeschoten werd aan de spion voor de Nederlanders gevraagd wat zijn nog meer extremisten, wie zijn dat nog meer, en toen werden er meer dan tien mensen aangewezen die vervolgens werden doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking rechter: [tolk 2] zegt alles ook in het Indonesisch in het oor van de getuige, waarop de getuige instemmend knikt en ja zegt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. U bent aan het vertellen wat er gebeurd is en ik wil graag weten waar u was op het moment dat dat gebeurde.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zat bij de vrouwen en kinderen, ongeveer dertig meter van de plek waar mensen werden doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Kunt u die plaats iets preciezer aanduiden? Zat u bijvoorbeeld bij een huis van iemand, of onder een huis van iemand?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zat samen met de vrouwen en de kleine kinderen langs de kant van de weg, want degenen die werden doodgeschoten die zaten ook aan de kant van de weg.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Kon u goed zien dat de mannen werden doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Dat kon ik goed zien, want het was vrij dichtbij van waar ik zat.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Begrijp ik het goed dat er dus niets tussen u en de mannen was? Bijvoorbeeld bomen, of een huis, of iets anders?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er was niets dat mijn zicht belemmerde. Ik kon het rechtstreeks zien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. U was aan het vertellen dat de mannen werden aangewezen en werden doodgeschoten. Zat [P] bij die eerste tien mannen die werden aangewezen en doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, [P] en [O] behoorden tot die eerste.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Die behoorden allebei tot die eerste tien. Heb ik dat goed begrepen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. U begon te vertellen dat [O] in Rapang was opgepakt. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [O] en [P] zijn opgepakt in Rapang. Dat ligt dichtbij Bulo Wattang en daarna zijn zij naar Bulo Wattang gebracht. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [O] en [P] zijn opgepakt in Lanrang. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Waar is dat? U zei net het is dichtbij Bulo Wattang . Ligt het ten noorden, oosten, westen, zuiden van Bulo Wattang ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lanrang is ten westen van Bulo Wattang .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Hoe ver ongeveer ten westen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nog geen kilometer daarvandaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">31. Hoe weet u dat [O] en [P] daar zijn opgepakt?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor zover ik weet zijn [O] en [P] in Lanrang opgepakt.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">32. Heeft iemand dat aan u verteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb niet gezien dat hij werd opgepakt in Lanrang, maar ik heb gezien dat hij werd gebracht naar Bulo Wattang van Lanrang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">33. Begrijp ik het dan goed dat u zelf hebt gezien dat zij uit de richting van Lanrang kwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, ik heb gezien dat zij vanuit Lanrang werden gebracht naar Bulo Wattang .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">34. Waar was u toen u dat zag? Was u dan toen al op die plek aan de kant van de weg?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik was aan de kant van de weg, samen met de vrouwen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[Mevrouw [… 5] merkt op dat zij een term heeft nagevraagd. Hij zag dat hij werd voortgesleept, of getrokken.]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">35. Hoe kwamen [O] en [P] ? Werden zij in een auto gebracht, of kwamen zij lopend aan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lopend.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">36. Hoeveel Nederlandse militairen hebt u gezien, toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik kon ze niet tellen, maar het waren er veel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">37. Hoe herkende u ze als Nederlandse militairen? Waar kon u aan zien dat ze Nederlandse militairen waren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zag het aan hun witte ogen, dus lichte ogen en aan hun spitse neuzen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">38. Begrijp ik het goed dat het dus Europeanen waren, allemaal?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Het waren Europeanen, want Nederlanders zijn Europeanen dus het waren Europeanen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">39. Waren het blanke mannen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja. Hun huid was blank en de kleur van hun haar was licht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">44. Weet u op welk deel van de dag dit gebeurde, waar u over vertelde? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het gebeurde in de namiddag, ongeveer vier à vijf uur.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">45. U vertelde dat u aan de kant van de weg zat. Waarom was u daar gaan zitten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat toen de Nederlanders kwamen om de mannen en vrouwen te verzamelen. Toen was ik daar ook.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">46. Begrijp ik het dan goed dat u daar moest verzamelen van de Nederlanders, dat de Nederlanders dat tegen u hadden gezegd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, de Nederlanders hadden ons samengebracht en zeiden dat we daar moesten gaan zitten.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.190.</emphasis>	De Staat wijst met juistheid erop dat [getuige 24] heeft verklaard dat de door hem beschreven standrechtelijke executie plaatsvond in 1945 en dat hij toen ouder dan tien jaar oud was. Dit strookt niet met de stellingen van [eisende partij 17] dat de gestelde executie plaatsvond op 7 februari 1947. Verder wijst de Staat erop dat onduidelijkheid bestaat over wat de (jonge) leeftijd [getuige 24] ten tijde van de gebeurtenissen. Volgens zijn identiteitsbewijs was hij toen slechts zeven jaar oud, terwijl hij tijdens zijn verhoor verklaarde dat hij toen ouder dan</para>
        <para>tien jaar was. Aangezien [getuige 24] ook verklaarde dat hij bij de vrouwen en de kleine</para>
        <para>kinderen langs de kant van de weg zat ten tijde van de gebeurtenis, acht de Staat het</para>
        <para>het meest waarschijnlijk dat [getuige 24] destijds (zeer) jong was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.191.</emphasis>	In het tussenvonnis van 27 juli 2016 heeft de rechtbank naar aanleiding van de schriftelijke verklaring van [getuige 24] opgemerkt dat hij in 1947 (zeer) jong was, namelijk – afgaande op de gegevens in die verklaring – zeven jaar oud. Zoals hiervoor is overwogen, ziet de rechtbank in het gegeven dat een getuige – in dit geval [getuige 24] – een en ander kennelijk niet (meer) goed in de tijd weet te plaatsen, gaan reden om zijn getuigenverklaring als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. De rechtbank ziet in de onduidelijkheid over zijn leeftijd en zijn waarschijnlijke jonge leeftijd ten tijde van de gebeurtenissen (afgaande op zijn identiteitsbewijs zeven jaar oud) evenmin reden om zijn verklaring niet voor het bewijs te gebruiken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.192.</emphasis>	Niet in geschil is dat [getuige 24] [O] kende. De Staat merkt op dat [getuige 24] tijdens zijn getuigenverhoor verklaart dat hij weet dat [O] is opgepakt in Lanrang, en dat zijn huis stond in kampong Dea, in de plaats Baranti, hetgeen niet strookt met de (te bewijzen) stelling van [eisende partij 17] dat [O] is opgepakt in zijn dorp [woonplaats 13] . Het is onduidelijk waarop [getuige 24] zijn verklaring op dit punt baseert; de herhaalde vragen naar zijn redenen van wetenschap op dit punt hebben niet geleid tot enige opheldering daarover. Uit zijn verklaring volgt wel dat het heeft gezien dat [O] werd doodgeschoten door Nederlandse militairen. Hij heeft gedetailleerd en consistent verklaard over wat hij heeft gezien. De rechtbank neemt op grond van deze verklaring aan dat [O] op de door [getuige 24] beschreven wijze is doodgeschoten door Nederlandse militairen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.193.</emphasis>	De slotsom luidt daarmee dat [eisende partij 17] is geslaagd te bewijzen dat [O] in Bulo Wattang op 7 februari 1947 met een groep anderen door Nederlandse militairen is geëxecuteerd. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van haar vorderingen komt hierna onder (d) aan de orde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 18]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.194.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [echtgenoot] / [echtgenoot] in 1947 door Nederlandse militairen is doodgeschoten in Sipodeceng .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.195.</emphasis>	[getuige 6] heeft als getuige het volgende verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“2. U noemde net al de man van [eisende partij 18] , [echtgenoot] , en ik wil graag met u praten over zijn overlijden. Wat kunt u daarover vertellen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik was op dat moment bezig met het werken op het rijstveld. Toen er mensen kwamen aanrennen vanuit oostelijke richting en die riepen dat [echtgenoot] was overleden. [echtgenoot] dood was.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Waar was dat rijstveld ten opzichte van het huis van [echtgenoot] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het huis van [echtgenoot] was ongeveer 50 meter ten oosten van de plek waar ik zat. Waar ik was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Hebt u gezien dat [echtgenoot] overleed?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, ik ben er zelf getuige van geweest dat [echtgenoot] overleed, doodging. Ik heb hem, ik ben daarna naar hem toegegaan en heb hem omgedraaid. Ik heb het lichaam zelf ook omgedraaid.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Kunt u van begin tot het eind vertellen wat u hebt gezien en gehoord van het overlijden van [echtgenoot] ?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toen ik de mensen zag rennen en hoorde schreeuwen dat [echtgenoot] dood was, heb ik meteen gevraagd wat is er gebeurd. De mensen zeiden [echtgenoot] is doodgeschoten door de Nederlanders. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Even ter controle; begrijp ik het goed dat u niet zelf hebt gezien dat [echtgenoot] werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nadat de mensen renden en schreeuwden dat [echtgenoot] dood was, ben ik meteen naar het huis van [echtgenoot] gegaan om te kijken en zag ik het stoffelijk overschot.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. Kunt u aan ons vertellen wat u precies zag, toen u het stoffelijk overschot zag liggen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat ik aantrof was alleen het lichaam van [echtgenoot] . Ik heb geen Nederlanders daar gezien. Ik heb ook niet gezien dat hij werd doodgeschoten. Daarna is het lichaam meegenomen, opgepakt zeg maar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. U zei net dat u het lichaam omdraaide. Hoe lag het lichaam voordat u het omdraaide?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb het lichaam opgepakt en het was doorboord van onder de ene oksel naar de andere oksel en er was geen hoop meer dat hij zou leven.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Leefde [echtgenoot] nog toen u hem oppakte?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toen ik daar aankwam en hem oppakte was hij al overleden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Had hij andere verwondingen dan het doorboren van de kogel waar u net over vertelde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, dat was niet alleen een wond die doorboorde van zijn linker oksel naar zijn rechter oksel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Hoe weet u dat [echtgenoot] door de Nederlanders is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De mensen die in de richting van mijn huis renden, die vertelden dat [echtgenoot] was doodgeschoten door de Nederlanders.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Hadden zij dat gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet. Ik ben ook zelfs vergeten wie degenen waren die naar mijn huis toe renden en riepen dat meneer [echtgenoot] was overleden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Weet u nog wel wat zij precies aan u vertelden, toen zij kwamen aanrennen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze zeiden: " [echtgenoot] is dood". En toen vroeg ik: "Hoe kan dat, dat hij dood is?". En de mensen zeiden: "Hij is doodgeschoten door de Nederlanders. "</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Vertelden zij ook aan u hoe zij dat wisten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet hoe zij het wisten. Maar dat is wat zij aan mij hebben verteld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Hebben zij aan u verteld verder hoe het was gegaan, dat doodschieten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er werd iemand achterna gezeten door de Nederlanders en dat is waarom mensen aan het rennen waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Wie werd er achterna gezeten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er was iemand genaamd [naam 3] en daar zaten de Nederlanders achterheen en toen werd hij doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Even ter controle. U zegt net de Nederlanders die zaten achter [naam 3] aan en toen werd [echtgenoot] doodgeschoten. Is het zo gegaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, op die manier.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat zeiden de mensen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. En waarom zaten de Nederlanders achter [naam 3] aan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet. Ik weet niet of hij fout was of niet. Of hij een fout had begaan of niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Ik ga nog even met u terug naar het begin. U vertelde dat u een ploeg aan het maken was toen u hoorde dat [echtgenoot] was doodgeschoten. Waar was u toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In mijn huis. Ik was een ploeg aan het maken in mijn huis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Waar is [echtgenoot] doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij is doodgeschoten in het gootje naast het huis, naast zijn eigen huis van meneer [echtgenoot] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">45. Kunt u zich herinneren of de mensen van wie u hoorde dat [echtgenoot] was doodgeschoten, of die ook iets hadden verteld over wat er vlak daarvoor was gebeurd, vlak voordat hij werd beschoten, neergeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet alleen dat meneer [echtgenoot] is doodgeschoten door de Nederlanders.”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">46. U heeft ons ook verteld over meneer [naam 3] . Kunt u zich herinneren waar het huis van meneer [naam 3] was ten opzichte van het huis van meneer [echtgenoot] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet waar het huis van meneer [naam 3] is. Hij is een, iemand die mensen kan genezen. Hij komt van buiten. De heer [naam 3] is een traditionele geneesheer die naar de dorpen komt om mensen te genezen. Ik weet niet waar hij woont.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">47. Nog even terug naar dat huis waar u woonde toen dit gebeurde, waar u ook die ploeg aan het maken was. Kon u vanaf uw huis het huis van meneer [echtgenoot] zien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Van mijn huis naar het huis van meneer [echtgenoot] is ongeveer 50 meter, nog geen kilometer, maar het huis is niet te zien van mijn huis uit. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">48. Is dat omdat het te ver weg is? Of omdat er iets voor staat bijvoorbeeld, dat het gezicht belemmert?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het is niet zichtbaar. Niet omdat het zicht wordt belemmerd door bomen of iets dergelijks, maar omdat het te ver weg is.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">49. Kunt u zich herinneren of u op de dag dat dit gebeurde ook schoten heeft gehoord?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb dat toen niet gehoord. Ik ben het vergeten.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.196. </emphasis>
          [getuige 7] heeft als getuige verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“4. Hebt u gezien dat [echtgenoot] werd doodgeschoten?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nee. (…) Ik heb hem pas gezien nadat hij dood was. Wij zijn pas gekomen nadat het was gebeurd, want wij waren bang dat de Nederlandse soldaten, of militairen, zouden terugkomen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Waar was u toen [echtgenoot] werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten tijde van het voorval was ik thuis.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat er in het Boeginees werd gevraagd: "Waar was u?" en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat de getuige daarop antwoordde: "Ik was in Padacenga." Vervolgens werd er verder nagevraagd door [tolk 2] en toen zei de getuige: "Ik was thuis. "l</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Had u eerder die dag Nederlandse militairen gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, ik heb militairen gezien op die dag. Ik wist niet of dat Nederlandse militairen waren of niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Wat bedoelt u daarmee, dat u niet wist of het Nederlandse militairen waren of niet?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het was niet duidelijk of het Nederlandse militairen waren of niet, maar het was duidelijk dat zij op zoek waren naar mensen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Hadden zij uniformen aan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, zij hadden groene kleding aan. En zij hadden een hoofddeksel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">10. Kunt u verder beschrijven hoe zij eruitzagen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hun huidskleur was niet veel lichter dan die van ons. Het was dezelfde huidskleur en niet erg veel anders.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. En verder? Kunt u verder nog iets daarover vertellen, hoe ze eruitzagen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat is alles was ik weet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. En waren er blanke Europese mensen, militairen, bij?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat heb ik niet gezien. Ik zal ruet iets vertellen wat ik niet heb gezien.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat [tolk 2] de getuige vroeg: "Heeft u gezien of hun huid wit was en hun ogen rood, vuur gevend, brandden ze rood?"]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Hebt u blanke Europese mannen gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heb ik niet gezien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Die militairen, zag u die voor of nadat [echtgenoot] overleed?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij kwamen pas nadat hij dood was en zagen het lijk pas nadat de mensen waren weggegaan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat de getuige zei: "Nadat de militairen weg waren." en dat er werd vertaald: "Nadat de mensen waren weggegaan. "</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Wie zei dat?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Men zei dat hij rende vanuit een andere richting en dat hij op het huis rende, vluchtte.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat het een huis is op palen. Hij rende het huis naar boven, naar binnen.]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Wie zei tegen u dat [echtgenoot] wegrende?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een buur zei tegen mij dat [echtgenoot] wegrende omdat men op zoek was naar iemand.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.197.</emphasis>	[de zoon] , de zoon van [eisende partij 18] heeft als getuige verklaard dat hij [echtgenoot] heeft gezien nadat hij was overleden:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3. Waar hebt u hem toen gezien?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hij is doodgeschoten in de nabijheid van het huis, dichtbij het huis.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Waar was u op het moment dat het gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was toen nog klein. Ik was elders aan het spelen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Was u buiten aan het spelen, afwas u ergens binnen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was op dat moment een beetje ver van het huis aan het spelen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Kunt u vertellen wat er gebeurde, vanaf het moment dat u buiten aan het spelen was en dan toen u uw vader zag en zo verder? Dus eigenlijk van begin tot einde, het hele verhaal.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er kwam iemand aan mij vertellen dat mijn vader dood was, dat mijn vader doodgeschoten was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Wat gebeurde er toen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ben daarna teruggegaan en heb het stoffelijk overschot van mijn vader gezien.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(.,.)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Ik wil even met u terug naar wat ti net vertelde over dat mensen u kwamen halen en vertelden dat uw vader was overleden. Ik wil graag van u weten of u nog precies weet wat die mensen toen tegen u zeiden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die persoon, of die personen (ik denk dat het één persoon is; opmerking mevrouw [… 5] ), zeiden: "Ga daarheen want jouw vader is doodgeschoten."</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Wie was dat? Die persoon, of personen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mijn oom kwam mij roepen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[Mevrouw [… 5] merkt op dat zij vroeg: "Waren er geen andere mensen?" en dat de getuige daarop antwoordde: "Nee, alleen mijn oom."]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Had uw oom gezien dat uw vader werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, mijn oom heeft niet gezien dat mijn vader werd doodgeschoten. Hij heeft mijn vader gezien nadat hij was doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Weet u door wie uw vader is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat weet ik niet, maar mijn oma of opa (dat kan geloof ik in het Boeginees beiden zijn, maar in het Indonesisch is het oma; opmerking mevrouw [… 5] ), vertelde dat de Nederlanders mijn vader heeft doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Was het de oma, of de opa?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn opa.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Had hij dat gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, hij heeft dat niet gezien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Hoe wist uw opa dat uw vader was doodgeschoten door de Nederlanders?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij vertelde dat hij een schot, of schoten, hoorde, dat hij eens schot hoorde en dat daarna mensen samenkwamen en zagen wat er gebeurd was.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Dat vertelde uw opa, als ik het goed begrijp.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Hebt u zelf een schot, of schoten, gehoord?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, ik heb toen niets gehoord. Ik was toen aan het spelen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">31. Hebt u die dag zelf Nederlanders gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee. De mensen kwamen pas nadat de Nederlanders weg waren, want iedereen was erg bang voor de Nederlanders. We waren bang dat we ook doodgeschoten zouden worden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">32. Begrijp ik het dan goed dat de Nederlanders in het dorp waren gekomen, die dag?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">33. Weet u wat ze daar deden? Of beter gezegd; wat ze daar kwamen doen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ze kwamen daar om een operatie uit te voeren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[Mevrouw [… 5] merkt op dat zij had gevraagd wat hun doel daar was.]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">34. Wat was dat voor operatie?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met operatie wordt bedoeld, op dat moment werden zogenoemd naar de vlag (dat is mijn toevoeging; opmerking mevrouw [… 5] ) de Rood Witte Troepen waren in strijd met de Nederlanders en de Rood Witte Troepen dat zijn de huidige veteranen. Nederlanders die kwamen naar de dorpen om leden van die Rood Witte Troepen te zoeken, maar ze schoten onschuldige mensen dood.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">( ... )</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">40. Ik dacht even, ik wil even kijken of ik het goed heb begrepen. Ik had de indruk net dat uw opa aan u had verteld hoe hij wist dat uw vader door de Nederlanders was doodgeschoten. Ik wil heel graag weten hoe uw opa dat wist. Begrijp ik het goed dat u dat niet weet, of heeft uw opa dat aan u verteld?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Klopt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">51. U heeft ons verteld dat het Nederlandse leger daar was om een operatie uit te voeren. Hoe weet u dat ze een operatie uitvoerden? Kunt u zich herinneren waar u dat had gehoord?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op dat moment waren er leden van de Rood Witte Troepen in ons dorp en zij vluchtten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">allemaal en ongelukkiger wijze troffen de Nederlanders mijn vader aan.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.198.</emphasis>	Geen van deze getuigen heeft gezien dat [echtgenoot] werd doodgeschoten. Wel hebben zij meteen na zijn overlijden stoffelijk overschot gezien en hebben zij van anderen gehoord dat hij door Nederlandse militairen is doodgeschoten. [getuige 7] heeft wel verklaard dat hij militairen heeft gezien die dag, maar dat hij niet weet of het Nederlandse militairen waren. [getuige 7] kon zich in het bijzonder niet herinneren dat er blanke (Europese) militairen bij waren. [eisende partij 18] wijst met juistheid erop dat ook het KNIL betrokken was bij misdragingen van Nederlandse militairen. De rechtbank beschouwt het als een feit van algemene bekendheid dat vele KNIL-militairen van Indonesische afkomst waren. De andere getuigen hebben zelf die dag geen Nederlandse militairen gezien. Dit een en ander neemt niet weg dat met deze verklaringen voldoende bewijs geleverd van de stelling van [eisende partij 18] dat [echtgenoot] in 1947 door Nederlandse militairen is doodgeschoten in Sipodeceng . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.199.</emphasis>	De Staat wijst met juistheid erop dat uit de getuigenverklaringen niet volgt dat er sprake is geweest van een standrechtelijke executie. Volgens de getuigen zou [echtgenoot] zijn omgekomen toen hij wegrende of wegvluchtte terwijl het leger op zoek was naar de Rood Witte Troepen. De Staat voert aan dat de reële mogelijkheid bestaat dat [echtgenoot] is gedood bij legitieme gevechtshandelingen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.200.</emphasis>	Afgezien van het feit dat hij is gedood toen de Nederlandse militairen een zoektocht uitvoerden in het dorp, is niets bekend over de omstandigheden waaronder [echtgenoot] is gedood. De verklaring van [de zoon] (in antwoord op vraag 51), dat de Nederlandse militairen ‘ongelukkiger wijze’ zijn vader aantroffen en dat zij op hun zoektocht naar de rood witte troepen ‘onschuldige mensen’ doodschoten, wijst echter erop dat [echtgenoot] een willekeurig slachtoffer was van geweld door Nederlandse militairen. Er is geen enkel aanknopingspunt gesteld of gebleken waaruit volgt dat [echtgenoot] lid was van de rood witte troepen. Ook anderszins is er geen enkele reden om aan te nemen dat [echtgenoot] in het kader van legitieme gevechtshandelingen is gedood. Daarmee is [eisende partij 18] geslaagd in haar bewijsopdracht. Onder (d) wordt besproken wat dit betekent voor haar vorderingen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 19]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.201.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [P-1] / [P] op 7 februari 1947 met een groep anderen op een veld door Nederlandse militairen is geëxecuteerd in Bulo Wattang .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.202.</emphasis>	De Staat wijst erop dat grote onduidelijkheid bestaat over de leeftijd van [getuige 13] ten tijde van de gestelde standrechtelijke executie waarover hij als getuige heeft verklaard. Volgens zijn paspoort is hij geboren in 1945 en volgens zijn identiteitsbewijs in 1943, terwijl een eerder in het geding gebrachte schriftelijke verklaring vermeldt dat hij geboren is in 1938 (zodat hij negen jaar oud zou zijn geweest in 1947) en daarin ook staat dat hij toen zeven jaar oud was, hetgeen is onderschreven door Stichting KUKB. Tijdens zijn getuigenverhoor heeft hij verklaard dat hij 80 jaar oud is en ook dat hij ten tijde van de gebeurtenis ongeveer twaalf jaar oud was, in welk geval hij in 1935 geboren zou zijn en dat hij ten tijde van het getuigenverhoor 83 jaar oud zou zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.203.</emphasis>	In het tussenvonnis van 27 juli 2016 heeft de rechtbank naar aanleiding van de schriftelijke verklaring van Patanangi reeds opgemerkt dat hij in 1947 (zeer) jong was, namelijk – afgaande op zijn paspoort – twee jaar. In de onduidelijkheid over de leeftijd van Patanangi in 1947 en de mogelijkheid – afgaande op zijn paspoort – dat hij toen de zeer jonge leeftijd van twee jaar oud had, ziet de rechtbank reden om zijn getuigenverklaring niet voor het bewijs te gebruiken. Gezien de zeer jonge leeftijd die Patanangi destijds mogelijk had, is het de vraag of hij uit eigen waarneming heeft kunnen verklaren. Die vraag dringt zich des te meer op nu hij op belangrijke punten anders heeft verklaard dan [getuige 24] en [getuige 14] : zo was er volgens [getuige 13] geen wachtpost in de buurt van de executieplaats, terwijl [getuige 24] en [getuige 14] allebei verklaren dat dit wel het geval is. Ook wijkt de door [getuige 13] geschetste gang van zaken – waarbij mannen in groepjes werden aangewezen en doodgeschoten – af van de gebeurtenissen zoals die zijn beschreven door [getuige 24] en [getuige 14] , die allebei hebben verklaard dat de mannen één voor één werden aangewezen en doodgeschoten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.204.</emphasis>	[getuige 24] heeft als getuige verklaard dat [P] tijdens dezelfde executie als [O] door Nederlandse militairen is doodgeschoten (zie onder 2.189). Zoals hiervoor is overwogen, ziet de rechtbank in deze onduidelijkheid en de mogelijk zeer jonge leeftijd van [getuige 24] ten tijde van de gebeurtenissen in 1947 geen grond om zijn getuigenverklaring als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.205.</emphasis>	De getuige [getuige 14] heeft het volgende verklaard: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“3. Wat kunt u vertellen over het overlijden van de man van mevrouw [eisende partij 19] ?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [P-1] en [broer] zijn allebei doodgeschoten. Beide, [P-1] en [broer] , zijn broers van mij.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Door wie zijn zij doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij zijn doodgeschoten door de NICA.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat ik daar was. Mensen hadden zich verzameld op die plek en ik heb gezien dat [P-1] en [broer] zijn doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Ik zou u willen vragen om aan ons te vertellen wat u hebt gezien. Van begin tot eind.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er waren twee mensen die ook rijst aan het zaaien waren. Dat was het dorpshoofd, of het hoofd, meneer [dorpshoofd] en de geestelijk leider meneer [geestelijke] . Zij zijn ook doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. En wat hebt u gezien van het doodschieten van [P-1] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er werd aan [P-1] gevraagd ken je de, weet jij wie rampokkers zijn of opstandelingen en [P-1] zei ‘nee’ en daarop werd hij doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Wie vroeg dat aan hem?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">NICA. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Waar gebeurde dat precies?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het gebeurde in Bulo Wattang aan de kant van de weg en dat was dichtbij het huis van het dorpshoofd, de heer [dorpshoofd] en het was ook in de buurt van een wachtpost.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Ik ga nu verder met u praten over wat u hebt gezien en wat er is gebeurd. Hoe ver was de plek waar u stond ongeveer vanaf de plek waar de mannen waren verzameld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ongeveer vijf meter.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Kon u goed zien wat er gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb heel duidelijk gezien hoe [P-1] en [broer] werden doodgeschoten. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. En die plek waar u stond, was u daar alleen, of waren daar ook andere mensen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ik stond alleen aan de overkant van de weg, want ik was karbouwen aan het hoeden en dat was dichtbij het rijstveld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Begrijp ik het dan goed dat u toevallig in de buurt was toen het gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik zag dat mensen daarheen werden gebracht, vanaf de rijstvelden waar ik was en daarom ben ik daarheen gerend. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Door wie werden de mensen daarheen gebracht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij werden door de NICA daarheen gebracht vanaf het rijstveld. Zij werden gebracht naar dichtbij het huis van het dorpshoofd [dorpshoofd] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. En welke mensen werden daarheen gebracht?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er werden vijf mensen daarnaartoe gebracht. [P-1] , [broer] , [… 7] , het dorpshoofd Sara en de heer [geestelijke] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">23.En wat gebeurde er toen die mensen naar die plek waren gebracht?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nadat zij daarheen waren gebracht zijn zij allemaal doodgeschoten. [P] , [broer] , [… 7] , het dorpshoofd [dorpshoofd] en de geestelijk leider [geestelijke] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Werden zij meteen doodgeschoten, of gebeurde er eerst nog iets anders?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij werden ondervraagd over wie heeft eten gegeven aan de guerrillastrijders en er werd niet geantwoord en toen werden zij meteen doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Zijn er die dag nog meer mensen doodgeschoten dan deze vijf mannen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het waren er velen die zijn doodgeschoten. Maar ik herinner mij alleen deze vijf namen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Hoe werden die andere mensen, die anderen dan die vijf, hoe ging dat, dat doodschieten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er was één iemand die mensen aanwees en hij heette [naam 4] . Nadat deze man mensen had aangewezen werden die doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking rechter: de getuige, terwijl hij dit zegt, maakt een wijzend gebaar met zijn rechter hand. Bij herhaling. Alsof hij uitbeeldt dat mensen worden aangewezen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Wie was die [naam 4] , die die mensen aanwees?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam 4] was iemand die in Bulo Wattang woonde.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Hoe ging dat aanwijzen en dat doodschieten daarna? Ging het één voor één, dus één aanwijzen dan doodschieten, of een groepje aanwijzen en dan een aantal mannen tegelijk doodschieten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zij werden één voor één aangewezen. Aangewezen, doodgeschoten, aangewezen, doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking rechter: de getuige maakt hierbij terwijl hij dit zegt hetzelfde gebaar; aanwijzen, doodschieten en dan weer aanwijzen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Werden de mannen, nadat zij waren aangewezen, nog naar een andere plek gebracht? Of werden zij doodgeschoten op de plek waar zij op dat moment zaten, of stonden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ze werden op dezelfde plek doodgeschoten. Zij werden niet gescheiden van de rest, maar zij werden meteen doodgeschoten. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Wat is er met die [naam 4] gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uiteindelijk is, daarna is [naam 4] ook doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">31. Hoeveel Nederlanders, of NICA, waren er? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er waren er velen. Ik weet niet hoeveel.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">32. Hoe zagen zij eruit?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij hadden een blanke huid.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">33. En wat voor kleding hadden zij aan?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zij hadden militaire kleding aan. Groen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">34. Hebt u gezien dat de Nederlanders in het dorp aankwamen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik zag pas dat de mensen van de rijstvelden werden gehaald en weggebracht, op dat moment zag ik het pas. Ik heb ze niet zien aankomen. Ik weet alleen dat ze uit Rapang kwamen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">35. Hoe weet u dat, dat ze uit Rapang kwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omdat, daar zaten de Nederlanders. In Rapang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">36. Weet u ook hoe de Nederlanders, eventueel met welk vervoermiddel, zij kwamen naar het dorp?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij kwamen met de auto.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">37. Hebt u de Nederlanders uit het dorp zien vertrekken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ik heb gezien dat zij na die gebeurtenis, na het doodschieten, zijn weggegaan uit Bulo Wattang . Want ik stond aan de kant van de weg.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">38. Naar welke richting gingen ze?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zij vertrokken, gingen terug naar Rapang. Zij hadden een huis in Rapang.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te vragen om te helpen. Pu Pannu.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.206.</emphasis>	Op grond van de getuigenverklaringen van [getuige 24] en [getuige 14] , die allebei concreet en gedetailleerd uit eigen waarneming hebben verklaard over het doodschieten van [P] door Nederlandse militairen, neemt de rechtbank de door [eisende partij 19] gestelde doodsoorzaak van [P] als vaststaand aan. Wat dit betekent voor de toewijsbaarheid van haar vorderingen, komt hierna onder (d) aan de orde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 20]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.207.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [Q-1] / [Q] in februari 1947 is gedood door Nederlandse militairen op de derde dag na te zijn opgepakt en in de gevangenis van Rappang gevangen te zijn gezet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.208.</emphasis>	De in de zaak van [eisende partij 20] toegestane getuige Dabong is overleden voordat hij gehoord kon worden en [eisende partij 20] kon om gezondheidsredenen niet worden gehoord. [eisende partij 20] stelt nu dat haar aanbod om [getuige 25] en [getuige 26] als getuigen te horen ten onrechte is gepasseerd, onder verwijzing naar de overweging van de rechtbank dat voor zover een verklaring enkel is gebaseerd op het collectieve geheugen het aanbod getuigen te horen niet kan worden toegewezen. [eisende partij 20] wijst nu erop dat uit de verklaring die zij had ingebracht, kan worden afgeleid dat [getuige 25] uit eigen wetenschap had kunnen verklaren over wat zij (kort) na de dood van [Q-1] daarover had gehoord van anderen en dat de verklaring van [getuige 26] evenmin uitsluit dat hij uit eigen waarneming relevante informatie had kunnen verstrekken. [eisende partij 20] betoogt dat dit getuigenaanbod niet afgewezen had moeten worden. Daarom moeten  de schriftelijke verklaringen in haar zaak kunnen bijdragen aan het bewijs, aldus Manne.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.209.</emphasis>	Voor zover [eisende partij 20] hiermee verzoekt om terug te komen op het passeren van het bewijsaanbod ter zake van deze twee getuigen, ziet de rechtbank daar geen aanleiding toe. De rechtbank deelt niet de – overigens niet nader geconcretiseerde – gevolgtrekkingen van [eisende partij 20] uit de schriftelijke verklaringen van [getuige 25] en [getuige 26] . In hetgeen [eisende partij 20] stelt ziet de rechtbank evenmin grond om in haar zaak – anders dan in de zaken van de andere weduwen en kinderen – wel de overgelegde schriftelijke verklaringen te betrekken in de bewijsbeoordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.210.</emphasis>	De conclusie luidt daarmee dat [eisende partij 20] niet is geslaagd in haar bewijslevering. Haar vordering moet worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">
            [eisende partij 21]
          </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.211.</emphasis>	 stelt dat haar echtgenoot [R] in 1947 in zijn woning in Rijang Panua (Kulo) is doodgeschoten door Nederlandse militairen. [eisende partij 21] is toegelaten dit te bewijzen. Ook is zij toegelaten de door de Staat betwiste huwelijksband met [R] te bewijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.212.</emphasis>	Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat [eisende partij 21] niet is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [R] . De getuige [getuige 27] heeft daar het volgende over verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“10. (…)  Ik ga nu weer naar een ander onderwerp en dat is het overlijden van [R] . Wat kunt u ons daarover vertellen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De Nederlanders kwamen naar het huis en de vader zei dat iedereen moest gaan rennen, maar [R] ging niet rennen en toen was er een geweerschot en werd hij doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">11. Was u samen met [R] thuis, toen de Nederlanders kwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In het huis, of in zijn huis (het kan beide zijn; opmerking mevrouw [… 5] ).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Van wie was dat huis waar u was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het huis van [R] zelf. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. In welke plaats was dat huis van [R] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat was ook in het dorp Simae.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Kunt u mij van begin tot eind vertellen wat u zich herinnert van die dag?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het was in de namiddag dat ik naar het huis van [R] ging. We hoorden geweerschoten. De vader van [R] zei: “Ga rennen”. Hij ging niet, hij rende niet weg en de Nederlanders kwamen en hij werd neergeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Hebt u gezien dat [R] werd neergeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat heb ik niet gezien, omdat wij al weg waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Begrijp ik het goed dat u wel was weggerend?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja, wij begonnen te rennen toen wij geweerschoten hoorden. Toen wij schoten hoorden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Hebt u zelf Nederlanders gezien die dag?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ik heb gezien dat de Nederlanders [R] hebben neergeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Wat hebt u precies gezien? Kunt u dat aan ons vertellen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat ik heb gezien is dat de soldaten groene kleding aanhadden. En dat zij hem hebben geschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Hoeveel soldaten hebt u gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Twee mensen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Hoe wist u dat ze van het Nederlandse leger waren?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik weet niet hoe ik dat wist, maar het waren wel Nederlanders.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Waar was u op het moment dat [R] werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was aanvankelijk niet echt in de buurt van het huis van [R] , maar toen ik schoten hoorde ben ik naar het huis van [R] gegaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Waar ten opzichte van zijn huis is [R] doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achter zijn huis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Is dat ten noorden, ten oosten, ten westen, ten zuiden? Welke windrichting ten opzichte van het huis?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten zuiden van zijn huis.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. Was het ver van het huis, of was het dichtbij het huis?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dichtbij het huis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Waar was u op het moment dat [R] werd doodgeschoten? Waar was u zelf?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik ben het een beetje vergeten. Ik was in huis.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Kon u zien vanuit de plek waar u zat dat [R] werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat heb ik niet gezien, want toen we schoten hoorden zijn we weggegaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. Waar bent u toen heengegaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij zijn in zuidelijke richting gerend.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Hebt u [R] gezien meteen nadat hij was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">30. Kunt u ons vertellen wat u toen hebt gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat ben ik vergeten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">31. Hebt u verwondingen gezien bij [R] ?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, ik heb een wond gezien op zijn borst.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Opmerking rechter: terwijl mevrouw dat zei wees zij met haar rechter hand op haar linker borst.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">32. Hebt u nog meer verwondingen gezien?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nee.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">48. Dan nog over het overlijden van [R] . Zijn er toen [R] werd doodgeschoten ook andere mensen doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">49. Weet u of er andere mensen bij waren op het moment dat hij werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die waren er niet. Dat ben ik al vergeten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">50. Die twee Nederlandse soldaten die u hebt gezien, hebt u gezien waar ze vandaan kwamen? En dan bedoel ik uit welke richting.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zij kwamen uit het westen, uit het noorden. Uit noordelijke richting.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">51. Begrijp ik het goed dat zij uit noordelijke richting kwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">52. Begrijp ik het ook goed dat u dat hebt gezien, zelf, dat ze van die kant kwamen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">53. Hebt u ze ook zien vertrekken uit het dorp?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">We hebben hen niet weg zien gaan, want wij waren al eerder weg.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.213.</emphasis>	Hiermee heeft [getuige 27] niet een consistente en concrete verklaring afgelegd op basis waarvan de door [eisende partij 21] gestelde doodsoorzaak van [R] kan worden aangenomen. Hij heeft weliswaar dat hij [R] heeft gezien met een wond in zijn borst, nadat zijn vader had gezegd dat iedereen moest gaan rennen en [R] dat niet had gedaan – wat erop wijst dat [R] is doodgeschoten – maar de omstandigheden van [R] ’s dood en in het bijzonder de vraag of [R] door Nederlandse militairen is doodgeschoten volgen onvoldoende uit zijn verklaring. Dat volgt ook niet uit de verklaring van de  </para>
        <para>getuige [getuige 28] , die een andere plaats van overlijden noemt. [getuige 28] heeft het volgende verklaard:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“2. Ik wil eerst met u praten over het overlijden van meneer [R] . Wat kunt u daarover vertellen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik herinner me, nadat de heer [R] dood was, dat de mensen dat kwamen melden bij mij.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. Hoe lang nadat [R] dood was, hoorde u van zijn dood?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik wist van het overlijden van meneer [R] iets meer dan een uur na de gebeurtenis. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat de vraag aan de getuige in het Indonesisch was: “Hoe lang na die gebeurtenis wist u dat?” Daarop was het antwoord van de getuige: “Niet lang daarna.” Daarop heeft de tolk in het Boeginees gevraagd: ”Was het ongeveer een uur daarna?”]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">5. Waar was u toen u hoorde van de dood van [R] ? Waar was u zelf?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was op dat moment in huis, op het moment dat ik hoorde van zijn overlijden. Het was destijds zo dat als er iets gebeurde in het dorp, dan werd het aan mij gemeld.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">6. Waarom werd dat aan u gemeld, als er iets gebeurde in het dorp?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Er werden dingen aan mijn vader gerapporteerd, gemeld, omdat mijn vader een belangrijk man was. De enige belangrijke man in het dorp.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7. Het werd dus aan uw vader verteld. En waar was u op het moment dat dat gebeurde?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Thuis. Mijn vader was niet blij met de aanwezigheid van de Nederlanders. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat de getuige in het Boeginees zei dat omdat zijn vader niet blij was met de aanwezigheid van de Nederlanders werden dingen als dit gemeld aan zijn vader.]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">8. Wie kwamen dat vertellen aan uw vader, dat [R] dood was?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Degene die dat bericht bracht, heette [naam 5] . Eén van de codes om aan te geven dat er Nederlanders waren was dat hij zei: “Ik ben op zoek naar een hond, of naar honden.”</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">9. Was u erbij, toen dit werd verteld aan uw vader? Of hebt u het weer van uw vader gehoord?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb het rechtstreeks gehoord van die informant van mijn vader.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat in het Boeginees nog iets is gezegd, namelijk: “Omdat mijn vader al had gehoord over de dood van meneer [R] , was hij al gevlucht.”]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">12. Hebt u zelf het lichaam van [R] gezien, nadat hij was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee, dat klopt, dat heb ik niet gezien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">13. Dus als ik het goed begrijp, hebt u niet gezien dat [R] werd doodgeschoten en u hebt ook niet zijn stoffelijk overschot gezien nadat dat was gebeurd. U hebt alleen gehoord dat hij is doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb het alleen gehoord. Ik heb het doodschieten niet gezien en ook niet het stoffelijk overschot.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14. Hebt u die dag Nederlandse militairen gezien in het dorp?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op die dag waren er Nederlandse soldaten naar het dorp gekomen, maar waren niet verder gekomen dan het huis van meneer [R] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">15. Hoe weet u dat?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wist het via die informant van mijn vader, dat er Nederlandse soldaten bij het huis van [R] waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">16. Hebt u zelf Nederlandse soldaten gezien? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb niet gezien dat er Nederlandse soldaten waren. Ik heb alleen die informatie gehoord.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17. Waar was u zelf op het moment dat [R] werd doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten tijde van het doodschieten was ik thuis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Is dat ver, of dichtbij, ten opzichte van de plek waar [R] werd doodgeschoten? Kunt u dat aan ons uitleggen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De afstand tussen mijn huis en het huis van meneer [R] is ongeveer een kilometer.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Hebt u iets gehoord? Bijvoorbeeld schoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb niets gehoord.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Nog even ter controle: die afstand van ongeveer een kilometer, dan hebben we het over uw huis toen en de plek waar [R] is doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ja, mijn huis destijds.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">22. Zijn er die dag ook andere mensen doodgeschoten in het dorp?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er was toen niemand anders doodgeschoten behalve meneer [R] .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] geeft aan dat een gedeelte van het antwoord niet vertaald is: “Er waren veel andere doden, maar die waren niet door de Nederlanders gedood, maar door de eigen mensen. Die anderen waren niet door de Nederlanders gedood.”]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">24. Ik wil graag weten wat bedoeld is te zeggen. Is bedoeld te zeggen er zijn alleen maar Boeginezen gedood en geen Nederlanders? Of is er bedoeld te zeggen er zijn mensen gedood door Nederlanders en door Boeginezen? </emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er waren Boeginezen die handlangers waren van de Nederlanders die de opdracht hadden om mijn vader te doden. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] voegt toe dat de getuige in het Boeginees ook nog heeft gezegd: “Alleen de heer [R] is door Nederlandse soldaten gedood. Er waren Boeginezen die opdracht kregen van de Nederlanders om andere Boeginezen te doden. Mijn vader weigerde dat; hij zou liever dood gaan dan dat hij dat bevel zou uitvoeren van de Nederlanders.”]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">25. In welke plaats is [R] doodgeschoten? De kampong naam?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kampong waar meneer [R] is geëxecuteerd is kampong Sima.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">26. Hoe heet die kampong nu?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die kampong heet nog steeds kampong Sima, maar de inwoners zijn naar een andere plaats verhuisd omdat ze bang zijn om op die plek te wonen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">27. Rijang Panua: waar ligt dat ten opzichte van Sima?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De plek van kampong Sima met de vroegere plek van de kampong is ongeveer drie kilometer verwijderd van de vroegere plek. De mensen uit de kampong zijn verhuisd naar een andere plek, dat is ongeveer drie kilometer van de oorspronkelijke plek.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">28. En Rijang Panua, waar ligt dat ten opzichte van Sima?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vanuit Sima is kampong Rijang Panua ten noorden van die plek, van Sima. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">29. Ik heb het nu over toen. Was dat toen ook zo? Ik wil weten of Rijang Panua toen ook ongeveer drie kilometer ten noorden van Sima lag.</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat was vanaf toen zo dat het drie kilometer er vandaan is. Er zijn familieleden van mij die niet willen verhuizen uit Panua.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">41. Als ik u goed heb begrepen vertelde u dat ‘de mensen’ kwamen vertellen dat [R] was doodgeschoten. Waren er nog anderen dan die meneer [naam 6] ?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee. Volgens mij niet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">42. Ik begreep van u dat u erbij was toen die informant met uw vader aan het praten was over [R] . Kunt u zich herinneren wat zijn woorden waren, wat hij er precies over had verteld?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik herinner me alleen dat de informant zei: “De Nederlanders komen”, “Rennen”, “Ze hebben [R] gedood”.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] geeft aan dat in het Boeginees aan getuige was gevraagd: “Wat heeft de informant gezegd?”. Waarop de getuige heeft geantwoord: “De Nederlanders komen”, “ [R] is gedood”. En: “Mensen vroegen mij te getuigen omdat ik weet dat [R] dood is.”]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">43. Bgrijp ik het goed dat die informant had gezegd dat de Nederlanders komen en dat ze [R] hebben gedood? Of heb ik dat niet goed begrepen?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat ik me alleen maar herinner is dat de informant schreeuwde: “ [R] is dood.” </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[ [… 6] merkt op dat de getuige ook heeft gezegd: “Dat is de reden waarom ik getuige werd. Omdat ik wist dat [R] dood was.”] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">44. Begrijp ik u goed dat uw vader vervolgens is gevlucht?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn vader is daarop weggerend, want hij was bang gedood te worden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">45. Wat heeft u toen zelf gedaan?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ikzelf was toen nog klein. Mijn vader is toen weggerend om vrienden te waarschuwen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">46. We hebben het over de plaats Simae gehad. Waar lag dat ten opzichte van de plaats Tellang-Tellang? Toen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Je hebt groot Simae en klein Simae. Groot Simae is ongeveer drie kilometer van Tellang-Tellang en klein Simae is ongeveer twee kilometer van Tellang-Tellang. Ten zuiden allebei. Groot Simae is ongeveer drie kilometer ten zuiden van Tellang-Tellang.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">47. Voor mijn begrip waar dit gebeurde, was dat in groot Simae of in klein Simae? Waar [R] werd doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De plek waar de heer [R] is doodgeschoten dat was in Simae Ketjil.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.214.</emphasis>	Nu [eisende partij 21] niet is geslaagd in het bewijs van de door haar gestelde doodsoorzaak van [R] , kan onbesproken blijven of zij is geslaagd in het bewijs van haar huwelijksband met [R] . Haar vordering moet worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom beoordeling individuele bewijsposities</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.215.</emphasis>	Uit de voorgaande bespreking van de individuele bewijsposities van de weduwen en kinderen volgt dat als vaststaand kan worden aangenomen dat [eisende partij 1] , [eisende partij 2] , [eisende partij 5] , [eisende partij 6] [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] , [eisende partij 18] en [eisende partij 19] 1) weduwe of kind zijn van 2) een destijds door Nederlandse militairen onrechtmatig geëxecuteerde man. Voor [eisende partij 3] , [eisende partij 4] , [eisende partij 8] , [eisende partij 9] , [eisende partij 10] , [eisende partij 11] , [eisende partij 12] , [eisende partij 16] , [eisende partij 20] en [eisende partij 21] volgt dit niet uit het bijgebrachte bewijs. Hun vorderingen moeten worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.216.</emphasis>	De rechtbank benadrukt voor de goede orde nog dat met dit oordeel niet gezegd is dat hun echtgenoten niet zijn geëxecuteerd, maar slechts dat onvoldoende bewijs is bijgebracht om dit in rechte te kunnen vaststellen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">(d) Bespreking van de vorderingen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.217.</emphasis>	De rechtbank zal nu de toewijsbaarheid van de vorderingen van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] , [eisende partij 5] , [eisende partij 6] [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] [eisende partij 18] en [eisende partij 19] bespreken. Zij vorderen vergoeding van materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.218.</emphasis>	In de tussenvonnissen van 11 maart 2015<footnote-ref linkend="_21c1bd4e-aa5f-4599-a8fd-ab3f6564b8b3" /> en 27 juli 2016<footnote-ref linkend="_1b6ea922-5a8d-4e72-8afb-3c4cde512787" /> heeft de rechtbank geoordeeld dat op grond van het (in deze zaken toepasselijke) oud BW immateriële schade van de weduwen en kinderen niet voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank overwoog daartoe (in het vonnis van 11 maart 2015) onder meer het volgende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Immateriële schadevergoeding ?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.63</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ingevolge artikel 1406 BW (oud) komt slechts voor vergoeding in aanmerking de schade die de nabestaanden, die door de arbeid van een overledene pleegden te worden onderhouden, lijden door het verlies van het levensonderhoud dat zij van de overleden persoon ontvingen. Alleen een tekort in de voor hun levensonderhoud nodige middelen moet naar het toe te passen BW (oud) door de schadeplichtige worden vergoed. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.64</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat het voor nabestaanden niet mogelijk is om via een beroep op artikel 1401 BW (oud) in rechte desondanks vergoeding van immateriële schade af te dwingen. De Hoge Raad heeft deze (juridische sluip)route om aan de specifieke bepaling van artikel 1406 BW (oud) te ontkomen uitdrukkelijk geblokkeerd, zie daartoe bijvoorbeeld HR 27 februari 1925, NJ 1925, 566, HR 2 januari 1931, NJ 1931, 348 en HR 8 april 1983, NJ 1984, 717. Het beroep op artikel 1401 BW (oud) van de weduwen en kinderen moet dus worden verworpen. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.65</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank verwerpt ook het beroep op HR 21 mei 1943, NJ 1943, 455. Daarin ging het immers om een toegekende vordering tot immateriële schadevergoeding van een onrechtmatig verwond slachtoffer zelf, en niet om een vordering tot immateriële schadevergoeding van een nabestaande van een onrechtmatig gedood slachtoffer. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.66</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook in het nu geldende Nederlandse recht is vergoeding van immateriële schade aan nabestaanden niet wettelijk verankerd. Zie bijvoorbeeld HR 9 oktober 2009, NJ 2010, 387. In maart 2010 is het Wetsvoorstel Affectieschade met nummer 28 781, waarmee werd beoogd verandering te brengen in dit wettelijk stelsel, verworpen door de Eerste Kamer. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.67</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De weduwen en kinderen hebben nog gewezen op het Wetsvoorstel zorg- en affectieschade, dat onlangs het levenslicht zag. Onduidelijk is of dit tweede wetsvoorstel wel de eindstreep zal halen. Los daarvan is er geen enkel aanknopingspunt om te oordelen dat daarin de destijds heersende leer op dit punt is neergelegd. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.68</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook faalt het beroep van de weduwen en de kinderen op het huidige artikel 6:106 lid BW, waarin de regel is opgenomen dat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, de benadeelde recht op heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding in geval van “het oogmerk van de aansprakelijke persoon om immateriële schade toe te brengen” en op het desbetreffende arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2001, NJ 2002, 216. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt immers dat deze regel niet gold onder het in deze procedures over Zuid-Sulawesi toe te passen oude recht (zie TM, PG Boek 6, p. 378). </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.69</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De weduwen en de kinderen hebben verder bepleit dat de Staat op grond van artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), dat ziet op het grondrecht op leven, gehouden is tot vergoeding van immateriële schadevergoeding. De rechtbank deelt deze opvatting niet. Het EVRM is in 1954 voor Nederland in werking is getreden. Aan het EVRM is geen terugwerkende kracht toegekend. Dat betekent dat de weduwen en de kinderen zich niet op het EVRM kunnen beroepen, reeds omdat het in hun geval gaat om gedragingen vóór inwerkingtreding van het EVRM en er voorts geen sprake is van een voortdurende situatie van schending van het EVRM die zich uitstrekt tot na de inwerkingtreding van het EVRM. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.70</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook de verwijzing naar de rechterlijke oordelen in de “Srebrenica-zaken” van Mustafic (HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9225) en Nuhanovic (HR 6 september 2013, ECLI ECLI:NL:HR:2013:BZ9228) en van de Moeders van Srebrenica (rechtbank Den Haag 16 juli 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8562) tegen de Staat kan de weduwen en de kinderen ten deze niet baten. In de eerste twee zaken is Bosnisch recht toegepast. In de derde zaak, waarin wel Nederlands recht is toegepast, is geoordeeld dat de Staat aansprakelijk is en is de zaak verwezen naar een schadestaatprocedure voor begroting van de schade, zonder dat een oordeel is gegeven over welke schadesoorten voor vergoeding in aanmerking komen. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.71</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de weduwen en de kinderen geen in rechte afdwingbaar recht hebben op vergoeding van immateriële schade.”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.219.</emphasis>	Dit oordeel is bekrachtigd in het arrest van het gerechtshof te Den Haag van 1 oktober 2019<footnote-ref linkend="_c94dbaf8-c905-46e9-8dc8-279959ff48c2" /> in het tussentijdse hoger beroep tegen het tussenvonnis van 11 maart 2015. </para>
        <para>Het gerechtshof overwoog daartoe het volgende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Immateriële schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">20. Onder het oude recht hadden nabestaanden van een “moedwillig” gedode persoon slechts recht op een vergoeding van het tekort in de voor hun levensonderhoud noodzakelijke middelen, althans voor zover zij door de gedode persoon werden onderhouden (artikel 1406 (oud) BW). Tot aan de invoering per 1 januari 2019 van de Wet Affectieschade17 gold onder het huidige recht een vergelijkbare regeling (artikel 6:108 lid 1 BW). Tot aan 1 januari jl. konden nabestaanden dus geen aanspraak kunnen maken op een vergoeding van zogeheten affectieschade (verdriet om de dood van een naaste).</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">21. Reeds onder het oude recht hebben nabestaanden gepoogd om via de weg van een rechtstreeks beroep op artikel 1401 BW de rechter te bewegen toch een vergoeding van affectieschade toe te kennen, Deze pogingen zijn gestrand18. Ook de pogingen onder het huidige recht om door middel van een beroep op artikel 6:106 lid 1 sub b BW (“op andere wijze in de persoon aangetast”) een vergoeding van affectieschade te verkrijgen, hebben geen succes gehad. Kort samengevat kan onder het huidige recht iemand die een naaste is verloren slechts in twee gevallen via een rechtstreekse onrechtmatige daadactie aanspraak maken op een toekenning van smartengeld, te weten (i) in de situatie als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub a BW, dat wil zeggen als de aansprakelijke persoon het oogmerk heeft gehad immateriële schade aan de naaste toe te brengen (waarbij uitdrukkelijk de eis geldt dat het oogmerk gericht moet zijn geweest op de specifieke schade waarvan vergoeding wordt gevorderd) en (ii) de situatie van zogeheten “shockschade”: als door de – te bewijzen – directe confrontatie met de ernstige gevolgen van de schending van een verkeers- of veiligheidsnorm waardoor iemand is overleden of gewond, bij de naaste een hevige emotionele schok is teweeggebracht, waaruit geestelijk letsel is voortgevloeid19. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">22. [geïntimeerden] vorderen geen smartengeld als nabestaanden, maar als direct gelaedeerden. Zij beroepen zich daarbij niet (mede) op de hiervoor onder (i) en (ii) bedoelde gevallen, maar beperken zich tot een beroep op de in artikel 6:106 lid 1 sub b BW bedoelde “andere aantasting van de persoon”20. Zij menen, zo begrijpt het hof, dat de rechtspraak waarin is uitgemaakt dat langs die weg geen vergoeding van affectieschade kan worden gevorderd, niet van toepassing is in hun geval, omdat het niet gaat om schade die is ontstaan door de dood van hun vader als gevolg van de executie, maar om schade die is ontstaan door het gat dat als gevolg van die executie in hun leven is geslagen. Door het wegvallen van een vaderfiguur zijn zij ernstig in hun persoon aangetast, zodat geen sprake hoeft te zijn van (klinisch) psychisch letsel, aldus [geïntimeerden] Zij verwijzen daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 201321. Naar hun mening houdt deze redenering ook onder oud recht stand. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">23. Dit betoog faalt. Dat de standrechtelijke executies pijn en verdriet hebben veroorzaakt voor de kinderen van de gedode mannen is zonder meer invoelbaar, maar dat betekent niet dat de vordering toewijsbaar is. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt immers dat het recht tot aan 1 januari jl. geen grondslag bood voor een recht op vergoeding van dat emotionele leed. Het onderscheid dat [geïntimeerden] maken tussen enerzijds immateriële schade als gevolg van de dood van hun vader – waarvan zij erkennen dat die niet voor vergoeding in aanmerking komt – en anderzijds immateriële schade als gevolg van het wegvallen van een vaderfiguur en het gat dat daardoor in hun leven is ontstaan, is kunstmatig en niet overtuigend. Het andersluidende oordeel van de rechtbank Rotterdam in 2013 is niet conform het systeem van de wet en vaste rechtspraak. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">24. [geïntimeerden] hebben zich in hoger beroep niet beroepen op schending van het EVRM als mogelijke basis voor de toekenning van smartengeld, nu het EVRM in 1947 nog niet in werking was getreden. Ten overvloede merkt het hof op dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde weliswaar kunnen meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW, maar dat van zo’n aantasting niet reeds sprake is bij de enkele schending van een fundamenteel recht22, nog daargelaten de vraag jegens wie de schending in kwestie heeft plaatsgevonden.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">25. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat [geïntimeerden] geen recht hebben op een vergoeding van immateriële schade”</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.220.</emphasis>	Uitgangspunt in deze, naar oud recht te beoordelen zaken, is dus dat er geen grond is voor vergoeding van <emphasis role="italic">affectieschade</emphasis>. Immateriële schadevergoeding kan echter ook zien op vergoeding van <emphasis role="italic">shockschade</emphasis>. Hierover heeft de rechtbank zich, zo blijkt uit de aangehaalde overwegingen, nog niet uitgelaten. Ook het hof heeft dat niet gedaan. Wel lijkt uit zijn rechtsoverwegingen 24 en 22 te volgen dat het hof de mogelijkheid van vergoeding van shockschade ambtshalve onder ogen heeft gezien, maar dat hij daarvoor in het tot dan toe gevoerde debat van partijen geen aanknopingspunt vond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.221.</emphasis>	De rechtbank moet nu bij eindvonnis opnieuw beoordelen op welke vergoeding degenen die in de op hen rustende bewijslevering zijn geslaagd jegens de Staat aanspraak kunnen maken. In hetgeen tijdens de getuigenverhoren in de zaak van [eisende partij 1] is verklaard en ambtshalve de rechtsgronden aanvullend ziet de rechtbank reden om in die zaak terug te komen op haar eindbeslissing dat de gevorderde immateriële schadevergoeding moet worden afgewezen. Uit het bijgebrachte bewijs volgt namelijk dat [eisende partij 1] zonder meer voldoet aan de in de jurisprudentie geformuleerde criteria voor vergoeding van zogenoemde shockschade. De rechtbank overweegt hierover verder als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Shockschade</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.222.</emphasis>	De Hoge Raad heeft reeds onder het in deze zaak toepasselijke, oude, recht ruimte  gelaten voor een vordering wegens geestelijk letsel als gevolg van het waarnemen van of geconfronteerd worden met een ernstig ongeval van een derde. Dit volgt uit het arrest Van der Heijden/Holland in combinatie gelezen met de daaraan voorafgegane conclusie van A-G mr. Franx, met name onder 5<footnote-ref linkend="_a74ac5da-7aca-4c0f-9282-bc4ef2767d27" />. In de parlementaire geschiedenis van boek 6 BW, geschreven in de jaren tachtig van de vorige eeuw, is dit al opgemerkt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Daarbij verdient duidelijkheidshalve nog aantekening dat het bovenbedoelde geval van verdriet om anderen moet worden onderscheiden van dat van schade door een „shock" die het gevolg is van het waarnemen of geconfronteerd worden met een dodelijk ongeval. De vraag rijst of een dergelijke „shock" aanleiding kan zijn voor letsel of een andere aantasting van de persoon, ter zake waarvan artikel 6.1.9.11 aanspraak geeft op vergoeding van een ander nadeel van vermogensschade. Dit artikel sluit niet uit om dit, naar gelang van de omstandigheden, aan te nemen, evenmin als dit wordt uitgesloten door het door de Commissie in dit verband aangehaalde HR 8 april 1983, NJ 1984,717 (zie rechtsoverweging 4.1, slot). (…)”</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_9e963d56-76ef-4c20-92f8-7423b89cdac6" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.223.</emphasis>	In het nieuw BW is de mogelijkheid van toekenning van shockschade verankerd in art. 6:106 onder b BW. Kort gezegd handelt iemand die een veiligheids- of verkeersnorm overtreedt, niet alleen onrechtmatig tegenover de getroffene, maar ook tegenover degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok wordt teweeggebracht waaruit geestelijk letsel voortvloeit. Met name zal dit zich kunnen voordoen als de derde een nauwe affectieve relatie heeft met de getroffene. Om voor vergoeding krachtens art. 6:106 onder b BW in aanmerking te komen, zal het geestelijk letsel in rechte moeten kunnen worden vastgesteld en dat zal in het algemeen slechts het geval zijn bij een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.<footnote-ref linkend="_c1bc25c2-957b-4d44-b7ac-b079ec274015" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.224.</emphasis>	Uit zijn getuigenverhoor volgt dat [eisende partij 1] die als tienjarig kind de executie van zijn vader heeft gezien en dat deze directe confrontatie daarmee een hevige emotionele schok bij hem teweeg heeft gebracht. Los van het feit dat het geen betoog behoeft dat het op deze wijze zien doodschieten van zijn vader een hevige emotionele schok teweeggebracht zal hebben, volgt dit ook uit zijn getuigenverklaring. Hij heeft verklaard dat zijn vader drie dagen voor de executie was opgepakt en door Nederlandse militairen met een jeep naar de executieplaats is gebracht, waar de Nederlandse militairen die ochtend andere mannen hadden verzameld en waar de vrouwen en kinderen onder de huizen op palen verzameld waren:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“58. Hebt u gezien dat uw vader werd doodgeschoten?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb gezien dat mijn vader was doodgeschoten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">67. Was uw vader één van de eersten die werd doodgeschoten, of juist één van de laatsten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij is de eerste vanuit de jeep. Hij moest uitstappen en dan werd hij gebracht rondom de mensen en ook geslagen en gemarteld en daarna is hij doodgeschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">68. Dus die andere mannen die ook zijn doodgeschoten en alle mensen uit het dorp, zaten die er al toen uw vader aankwam met de jeep?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ze waren al daar. Ze zaten daar. Vanaf 6 uur en dan kwam Pabbicara Suppa </emphasis>[dit is (de functie) van de vader van [eisende partij 1] , toevoeging rechtbank] <emphasis role="italic">vanuit de jeep samen met mijn opa en de andere familie en toen werden ze rondjes gebracht en dan ook geslagen van achter en dan geschoten.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">69. Iedereen zat er al vanaf 6 uur toen uw vader aankwam. Weet u nog ongeveer hoeveel uren u, of halve uren, of minuten, hoeveel tijd u daar zat toen uw vader aankwam?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik was nog niet lang daar. Het was niet lang toen de jeep aankwam. Hij moest uitstappen en dan werd hij rondjes gebracht en dan geslagen van achter.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">70. Hebt u dat gezien dat uw vader aankwam en dat hij moest uitstappen en dat hij werd geslagen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb gezien mijn vader en mijn opa en de familie vastgebonden, maar ze werden apart gezet dus de opa mag zitten en hij moet rondjes lopen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">71. Wat gebeurde er daarna? Wat hebt u gezien?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mijn vader zat vooraan en dan is hij geschoten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">72. En wat gebeurde er daarna?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Daarna werden ze door mensen gebracht naar de erebegraafplaats.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">73. En die andere mannen die zijn doodgeschoten, zijn die doodgeschoten nadat uw vader was doodgeschoten?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eerst was mijn vader doodgeschoten en daarna de anderen, maar daarnaar ging ik niet kijken want ik ging huilen toen mijn vader, opa en familie doodgeschoten waren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">74. Hebt u [F] gezien die dag?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nee. Ik heb niet gezien, alleen mensen vertelden aan mij dat [F] is ook doodgeschoten, maar ik heb het niet gezien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">75. Dus u hebt ook niet gezien dat [F] in die groep mannen zat, begrijp ik dat goed?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nee, dat heb ik niet gezien. Alleen mensen vertelden aan mij. Ik ging toen door en door huilen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">82. Hebt u de lichamen van de mannen gezien voordat ze echt begraven werden?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb ze niet meer gezien, omdat ik was heel erg verdrietig. Ik ging door en door huilen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">88. En wat u hebt verteld over het doodschieten van uw vader, hebt u dat nou zelf gezien, of is dat aan u verteld?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik heb het zelf gezien. Want mijn vader was van de jeep en hij moest uitstappen en dan moest hij rondjes lopen en dan werd hij geslagen van achter en dan is hij dood. Dat heb ik zelf gezien.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">89. Ik controleer of ik het goed heb begrepen. Heb ik het goed begrepen dat u nadat u hebt gezien dat uw vader was doodgeschoten, dat u toen zo moest huilen dat u verder niet meer hebt gezien wat er toen is gebeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ja. Ik heb niet zo goed gezien, omdat ik ging door en door huilen.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.225.</emphasis>	Afgezien van zijn getuigenverklaring, waarin hij ook heeft verklaard dat hij verdrietig was, is niets bekend over [eisende partij 1] en de gevolgen die hij heeft ondervonden van de confrontatie met de standrechtelijke executie van zijn vader. De rechtbank neemt desalniettemin aan dat [eisende partij 1] ernstige psychische schade heeft ondervonden als gevolg van de confrontatie met de standrechtelijke executie van zijn vader en dat hij voldoet aan de eis van geestelijk letsel bestaande uit in de psychiatrie erkend ziektebeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.226.</emphasis>	De rechtbank stelt voorop dat deze maatstaf is afgestemd op de Nederlandse situatie. [eisende partij 1] is echter een (zeer) oude man is die is opgegroeid en leeft in Zuid-Sulawesi. Ook hier houdt de rechtbank rekening met het niet ter discussie staande gegeven dat [eisende partij 1] – net als de andere getuigen die zuiveringsacties hebben gemaakt – uit een ander tijdperk en een andere wereld komt. Ook in dit verband kunnen naar het oordeel van de rechtbank de moderne Westerse referentiekaders niet zonder meer worden toegepast en heeft de rechtbank oog voor de niet ter discussie staande culturele verschillen, die zich uiten in andere tradities en levensstijl. Dat betekent dat hetgeen in Nederland gangbaar is voor personen met in de psychiatrie erkend ziektebeeld, niet zonder meer kan worden toegepast op [eisende partij 1] . De rechtbank acht het van algemene bekendheid dat het in de tijd van het gebeurde (ook in Nederland) ongebruikelijk was om voor psychische klachten hulp in te schakelen, hetgeen eens te meer kan worden aangenomen voor [eisende partij 1] , die leefde in eenvoudige omstandigheden in Indonesië. In het gegeven dat niet bekend is of [eisende partij 1] ooit is onderworpen aan een psychiatrische diagnose of psychiatrische behandeling heeft ondergaan, ziet de rechtbank daarom in dit bijzondere, concrete geval geen beletsel om aan te nemen dat [eisende partij 1] voldoet aan de voor shockschade gestelde eis van geestelijk letsel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.227.</emphasis>	Gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval kan het bestaan van geestelijk letsel van [eisende partij 1] naar het oordeel van de rechtbank op grond van het navolgende worden vastgesteld. De rechtbank neemt daarbij allereerst het gruwelijke karakter van de feiten die [eisende partij 1] als tienjarig kind gedwongen werd te aanschouwen in aanmerking: het eerst slaan en daarna executeren van zijn gevangengenomen vader. Verder slaat de rechtbank acht op de hevige emoties die dat op dat moment zelf bij hem teweeg heeft gebracht, die volgen uit zijn verklaring. Gelet tot slot op de omstandigheid dat [eisende partij 1] als tienjarig kind in gezinsverband met zijn vader samenleefde en de betrokkenheid op elkaar die binnen zo’n gezinsverband pleegt te bestaan (welk <emphasis role="italic">family life</emphasis> thans wordt beschermd door artikel 8 EVRM), acht de rechtbank het boven iedere twijfel verheven dat het op deze manier waarnemen van het doodschieten van zijn vader voor [eisende partij 1] een (zeer) traumatische gebeurtenis is geweest en dat hij ten gevolge daarvan psychisch ernstig heeft geleden. Tijdens het verhoor was de rechtbank bovendien duidelijk hoezeer dit enorme verdriet er nog altijd is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.228.</emphasis>	De rechtbank zal, zoals te doen gebruikelijk in de letselschadepraktijk, de immateriële schade van [eisende partij 1] begroten naar huidige maatstaven. Dat betekent dat, naast het hierna te noemen bedrag, geen aanspraak bestaat op vergoeding van wettelijke rente. De rechtbank zal aanknopen bij de bedragen aan immateriële schadevergoeding die thans plegen te worden vergoed bij ernstig psychisch letsel als gevolg van het opzettelijk doden van een persoon/toebrengen van lichamelijk letsel. De rechtbank neemt de door [eisende partij 1] waargenomen executie van zijn vader als tot uitgangspunt. Verder slaat de rechtbank acht op hetgeen bekend is over zijn persoon en op hetgeen zij hierover heeft overwogen over het ernstige psychische leed van [eisende partij 1] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.229.</emphasis>	Dit een en ander leidt tot de vaststelling van het bedrag van immateriële schadevergoeding waar [eisende partij 1] jegens de Staat aanspraak op kan maken op € 10.000.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Materiële schade: gederfd levensonderhoud</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.230.</emphasis>	De rechtbank zal de zaken niet, zoals gevorderd, verwijzen naar de schadestaatprocedure. Er is namelijk al uitvoerig en met stukken onderbouwd gedebatteerd over de omvang van het gederfd levensonderhoud van de weduwen en kinderen en partijen zijn het eens over een aantal uitgangspunten voor een schatting van deze schade. De rechtbank zal daarom, uitgaande van de uitlatingen van partijen daarover, het gederfd levensonderhoud van de weduwen en kinderen schattenderwijs begroten. Zij heeft daarvoor geen nadere informatie nodig.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.231.</emphasis>	Uitgaande van het gegeven dat men onder het oude recht meerderjarig werd door de leeftijd van 21 te bereiken, dan wel door te trouwen, maken de kinderen ( [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] ) uiteindelijk aanspraak op gederfd levensonderhoud tot aan het moment dat hun moeders hertrouwden, dan wel het moment dat zij zelf meerderjarig werden, met het bereiken van de leeftijd van 21 jaar dan wel hun eigen (eerder gesloten) huwelijk. De Staat meent dat dit een juiste benadering is. De rechtbank neemt deze benadering tot uitgangspunt bij de schatting van het gederfd levensonderhoud. Hiervan uitgaande hebben de kinderen over de volgende periode aanspraak op gederfd levensonderhoud: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [eisende partij 1] : tot 1957, toen zijn moeder hertrouwde;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eisende partij 2] : tot 1963, toen hij 21 werd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eisende partij 5] : tot 1953, toen zij 21 werd en ook trouwde.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De rechtbank zal steeds dit jaar meetellen bij de schatting.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.232.</emphasis>	Partijen nemen tot uitgangspunt dat 12% van het in deze periode gederfd inkomen naar een kind zou zijn toegevloeid. De rechtbank neemt dit percentage over bij de begroting van de schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.233.</emphasis>	De weduwen maken aanspraak op gederfd levensonderhoud van de</para>
        <para>executie tot aan de datum waarop zij hertrouwden. De Staat meent dat dit een juiste benadering is. De rechtbank neemt deze benadering daarom tot uitgangspunt bij de schatting van het gederfd levensonderhoud. Hiervan uitgaande hebben de weduwen  aanspraak op gederfd levensonderhoud tot 1955 ( [eisende partij 6] ), 1958 ( [eisende partij 7] ), 1957 ( [eisende partij 13] ) 1954 ( [eisende partij 15] ), 1950 ( [eisende partij 17] ) en 1951 ( [eisende partij 19] ). Ook hier zal de rechtbank steeds het genoemde jaar meetellen bij de schatting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.234.</emphasis>	Partijen twisten over de vraag hoe de schade van de niet hertrouwde weduwen ( [eisende partij 14] en [eisende partij 18] ) moet worden geschat. Deze weduwen maken uiteindelijk aanspraak op vergoeding van gederfd levensonderhoud gedurende hun gehele eigen leven, terwijl de Staat betoogt dat moet worden uitgegaan van de levensverwachting van een man in 1947. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.235.</emphasis>	De rechtbank onderschrijft de benadering van de Staat. Zij zal daarbij de in 1960 geldende levensverwachting aanhouden, niet de door de weduwen voorgestane levensverwachting van een in 2014 geboren man. Dat betekent dat moet worden uitgegaan van een levensverwachting van iets meer dan 47 jaar. De Staat betoogt dat, uitgaande van een gemiddelde leeftijd van een omgekomen man in 1947 van 21 jaar (zoals de weduwen stellen) en uitgaande van een levensverwachting in dat jaar die niet hoger zal hebben gelegen, de looptijd van het gederfd onderhoud maximaal 26 jaar na 1947 kan doorlopen, dus maximaal tot 1973. De rechtbank volgt deze benadering bij de schatting van het gederfd levensonderhoud van [eisende partij 14] en [eisende partij 18] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.236.</emphasis>	Er zijn nauwelijks gegevens beschikbaar over het inkomensniveau van gezinnen op Zuid-Sulawesi in 1947. De Staat heeft een deskundigenbericht laten opstellen door professor Lindblad. Daarin zijn de inkomensniveaus van personen op Zuid-Sulawesi in de jaren veertig van de vorige eeuw onderzocht. De weduwen en kinderen hebben naar aanleiding van dit deskundigenbericht de geschatte jaarinkomens van hun vaders en echtgenoten naar beneden bijgesteld. Zij maken ook kanttekeningen bij het deskundigenbericht en betogen dat er meer onderscheid mogelijk is dan Lindblad heeft gemaakt, op basis van de beroepen en sociaal-maatschappelijke posities van de geëxecuteerde mannen. Volgens de weduwen en kinderen is eigenlijk aanvullend deskundigenonderzoek nodig om hun materiële schade van eisers goed uit te zoeken. Tegelijkertijd werpen zij de vraag op wat aanvullend onderzoek nog zou kunnen opleveren gezien het gebrek aan concrete gegevens. Het betoog van de weduwen en kinderen mondt daarom uit in de conclusie dat het deskundigenbericht van Lindblad niet bepalend kan zijn voor het gederfd levensonderhoud in zaken als deze. De weduwen en kinderen staan een benadering voor, waarin op basis van wat zij wél weten over de positie van hun vaders en echtgenoten een schatting wordt gemaakt van het gezinsinkomen ten behoeve van het uitrekenen van het gederfd levensonderhoud dat in hun optiek meer recht doet aan de realiteit dan het deskundigenbericht van Lindblad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.237.</emphasis>	Partijen zijn het erover eens dat kan worden uitgegaan van € 100 per jaar als jaarinkomen van personen zoals de overleden echtgenoten/vaders van de weduwen en kinderen, voor zover de mannen destijds boer waren. Volgens de Staat is dit bedrag een ruime schatting van het inkomen van alle mannen. [eisende partij 1] , [F] en [eisende partij 5] stellen dat in hun geval van een hogere schatting moet worden uitgegaan, omdat hun vaders geen boer waren dan wel ook andere inkomsten hadden. Zij lichten dit als volgt toe:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [eisende partij 1] ’s vader was woordvoerder (pabbicara) van [woonplaats 1] en was bovendien van adel. [eisende partij 1] stelt dat hij niet precies weet hoeveel zijn vader verdiende, ook omdat hij in de praktijk vanuit zijn positie als woordvoerder en zijn adellijke afkomst ook veel sociale status had, wat in de rurale gemeenschap waarin hij woonde bevorderlijk zou zijn geweest voor het welvaartsniveau van zijn gezin. Wel betekent zijn werk en afkomst dat hij een hoger inkomen zal hebben gehad dan de gemiddelde boer. [eisende partij 1] schat het jaarinkomen in 1947 op € 200 (200% van het gemiddelde inkomen van een boer);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eisende partij 2] vader was een goudsmid. Het is onbekend hoeveel [F] precies met zijn werk verdiende. Namens [eisende partij 2] is naar voren gebracht dat het meer zal zijn geweest dan een gemiddelde boer, niet in de laatste plaats nu hij zijn geld verdiende met het vervaardigen van sieraden van edelmetaal. Het jaarinkomen in 1947 wordt derhalve geschat op € 150 (150% van het gemiddelde inkomen van een boer);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [eisende partij 5] Dg. Pabeta, de vader van [eisende partij 5] was vaccinateur en was dan ook ambtenaar in dienst van het gouvernement. [eisende partij 5] stelt dat ook zijn inkomsten daarom hoger zullen zijn geweest dan een gemiddelde boer. Zijn jaarinkomen in 1947 wordt geschat op € 175 (van 175% het gemiddelde inkomen van een boer).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.238.</emphasis>	De beroepen van de vaders van [eisende partij 1] . [eisende partij 2] en [eisende partij 5] zijn niet in geschil. De Staat meent desalniettemin dat deze benadering niet kan worden gevolgd, omdat het bedrag van € 100 volgens hem al een ruime schatting is, waarin eventuele variaties in inkomen binnen de bevolkingsgroep waartoe eisers behoorden, al zijn verdisconteerd. De Staat meent dat er gelet hierop geen grond is om voor ieder individueel geval een differentiatie bij dit uitgangsinkomen aan te brengen, nog daargelaten dat dit ook uit praktisch oogpunt niet doenlijk is. De Staat ziet een extra argument hiervoor in het gegeven dat deze kinderen geen bewijs hebben aangedragen van het gestelde hoger jaarinkomen dan € 100 en feitelijk volstaan met de stelling “het zal meer zijn geweest dan een gemiddelde boer”.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.239.</emphasis>	De rechtbank deelt dit standpunt van de Staat niet. Een schattenderwijs vastgesteld schadebedrag dient – zoveel mogelijk – de realiteit te benaderen. Dat is in de gevallen van de weduwen en kinderen, bij het gebrek aan feitelijke gegevens, heel moeilijk. Daarom wordt gebruik gemaakt van uitgangspunten en gemiddelden. Dat neemt niet weg dat wat wel bekend is – zoals het beroep van de man in kwestie – moet worden verdisconteerd in de schadebegroting. De door de Staat voorgestane benadering gaat naar het oordeel van de rechtbank voorbij aan het feitelijke gegeven dat de omgekomen vaders van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] geen boer waren en beroepen hadden waarmee zij onmiskenbaar een hoger inkomen zullen hebben gegenereerd. Welk inkomen – in verhouding tot een gemiddelde boer – dat was, is niet precies vast te stellen. De rechtbank ziet niet in waarom de door [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] genoemde percentages geen juiste benadering van deze realiteit zouden inhouden. Zij zal die percentages aanhouden bij de schatting van het gederfd levensonderhoud, door het bedrag aan gederfd levensonderhoud, die volgt uit de tabel van de Staat (zie hierna onder 2.243), te vermenigvuldigen met dit percentage.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.240.</emphasis>	De volgende vraag is hoe de inkomens van de overleden mannen zich zouden hebben ontwikkeld. Partijen nemen tot uitgangspunt dat in de jaren ‘50 van de vorige eeuw een inkomen van 5000 rupia (volgens de toenmalige wisselkoers ca. $ 450, omgerekend</para>
        <para>ongeveer € 335) een hoog inkomen betrof in Indonesië, dat slechts was voorbehouden</para>
        <para>aan het midden- en bovenkader van overheidsfunctionarissen en aan werknemers van</para>
        <para>grote bedrijven. Niet in geschil is voorts dat het gemiddelde jaarinkomen in Indonesië in de periode 1958-1962 op ongeveer 4000 rupia lag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.241.</emphasis>	De Staat wijst erop dat de weduwen en kinderen afkomstig zijn uit zeer arme dorpen op Zuid-Sulawesi. Met de Staat is de rechtbank van oordeel dat, zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – voor de periode 1958-1962 niet tot uitgangspunt kan worden genomen dat de omgekomen mannen dit gemiddelde jaarinkomen zouden hebben gegenereerd. Het is veeleer aannemelijk dat zij een (veel) lager jaarinkomen dan 4000 rupia zouden hebben gegenereerd. Gelet hierop zal de rechtbank de door de Staat voorgestane inkomensontwikkeling tot uitgangspunt nemen bij de schadebegroting. Een reden temeer voor deze benadering vindt de rechtbank in de omstandigheid dat er in beginsel vanuit kan worden gegaan dat – zoals de weduwen en kinderen hebben toegelicht en uit verschillende door hen overgelegde dorpshoofdverklaringen volgt – mensen in de Indonesische context doorgaans worden opgevangen door hun familie, ook weduwen met kinderen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.242.</emphasis>	Het geschil over het tegenwoordig inkomen kan onbesproken blijven, nu dit inkomen niet van belang is voor de schatting van het gederfd inkomen, aangezien de daarvoor relevante periode maximaal tot 1973 loopt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.243.</emphasis>	Het voorgaande betekent dat de rechtbank de door de Staat gemaakte tabel gebruikt bij de schatting van het gederfd levensonderhoud, met dien verstande dat zij in de zaken van [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] de bedragen die uit deze tabel volgen (€ 112,32, € 192,36 en € 70,56), zal vermenigvuldigen met 200%, 150% respectievelijk 175%, waardoor de bedragen aan gederfd levensonderhoud waarop zij aanspraak kunnen maken uitkomen op </para>
        <para>€ 224,64 ( [eisende partij 1] ), € 288,54 ( [eisende partij 2] ) en € 123,48 ( [eisende partij 5] ).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.244.</emphasis>	Uitgaande van de tabel hebben [eisende partij 14] en [eisende partij 18] ieder aanspraak op € 3.634 aan gederfd levensonderhoud. De andere weduwen hebben – uitgaande van het na hun naam genoemde jaar van hun hertrouwen – aanspraak op de volgende bedragen: [eisende partij 6] (1955): </para>
        <para>€ 762, [eisende partij 7] (1958): €1.023, [eisende partij 13] (1954) € 675, [eisende partij 15] (1954): € 675, [eisende partij 17] (1950): € 327 en [eisende partij 19] (1951): € 414.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke rente</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.245.</emphasis>	Ingevolge het toepasselijke artikel 1286 lid 3 BW (oud) is de wettelijke rente eerst verschuldigd na aanmaning of dagvaarding. Artikel 1286 BW (oud) is ook voor wat betreft de periode na 1 januari 1992 van toepassing.<footnote-ref linkend="_181d136c-0d89-400f-a6be-ed7c4b0c9714" /> De vereiste aanzegging ligt naar het oordeel van de rechtbank besloten in de aanspraak die de weduwen en kinderen hebben gemaakt op wettelijke rente in hun aansprakelijkstellingen. In de gevallen zonder voorafgaande aansprakelijkstelling, is de ingangsdatum van de wettelijke rente de datum van dagvaarding. Dat betekent dat de wettelijke rente over de onder 2.243  en 2.244 bedoelde bedragen zal worden toegewezen vanaf 5 mei 2012 ( [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [eisende partij 5] ), 18 september 2013 ( [eisende partij 6] , [eisende partij 7] , [eisende partij 13] en [eisende partij 14] ) en 12 mei 2014 ( [eisende partij 15] , [eisende partij 17] , [eisende partij 18] en [eisende partij 19] ).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.246.</emphasis>	De slotsom luidt dat de vordering tot betaling van immateriële schadevergoeding van [eisende partij 1] wordt toegewezen tot een bedrag van € 10.000. Ook zijn vordering tot vergoeding van materiele schade wordt toegewezen tot het hiervoor onder 2.243 bedoelde bedrag, met rente zoals bepaald onder 2.245. De vorderingen tot vergoeding van materiële schade van [eisende partij 2] , [eisende partij 5] , [eisende partij 6] [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] , [eisende partij 18] en [eisende partij 19] worden toegewezen tot de hiervoor onder 2.243 en 2.244 genoemde bedragen, met rente zoals bepaald onder 2.245. Hun andere vorderingen worden afgewezen. De vorderingen van [eisende partij 3] , [eisende partij 4] , [eisende partij 8] , [eisende partij 9] , [eisende partij 10] , [eisende partij 11] , [eisende partij 12] , [eisende partij 16] , [eisende partij 20] en [eisende partij 21] worden afgewezen. Eerder heeft de rechtbank al geoordeeld dat de vordering van de Stichting K.U.K.B. moet worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.247.</emphasis>	De rechtbank overweegt tot slot dat de toegewezen vorderingen aan materiële schade naar huidige Nederlandse en ook Indonesische maatstaven (zeer) lage bedragen betreffen, die niet passen bij het idee dat men anno 2020 in Nederland in het algemeen zal hebben bij vergoeding van schade in de vorm van gederfd levensonderhoud als gevolg van het onrechtmatig doodschieten van een man. Bedacht moet echter worden dat het gaat om 70 tot 40 jaar geleden gederfd levensonderhoud in Zuid Sulawesi, dat voor de meeste mannen die boer waren € 100 per jaar bedroeg. Verder vloeide slechts een klein deel van dat gederfde levensonderhoud aan de kinderen toe en is de periode van gederfd levensonderhoud in de meeste gevallen bovendien kort. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.248.</emphasis>	De rechtbank overweegt voorts dat deze lage bedragen aan materiële schadevergoeding niet in verhouding staan tot de pijn en het verdriet die de executies van de echtgenoten en de vaders onmiskenbaar hebben veroorzaakt bij de weduwen en kinderen. De toegekende bedragen voorzien echter niet in een vergoeding van die pijn en dat verdriet. Dat kan ook niet, aangezien het op de vorderingen toepasselijk recht – zoals dat tot aan 1 januari 2019 gold – geen grondslag biedt voor een recht op vergoeding van dat emotionele leed (de zgn. affectieschade). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.249.</emphasis>	De vergoeding buiten rechte op grond van de Bekendmaking<footnote-ref linkend="_a86a8f45-ba20-42c8-97ec-e14aa5f51cc3" /> van € 20.000, waarmee alle mogelijke vorderingen van de desbetreffende claimante op de Staat, worden vergoed, is (veel) hoger dan de nu begrote bedragen aan materiële schadevergoeding.</para>
        <para>De weg van het verzoeken om een vergoeding op grond van de Bekendmaking staat niet open voor de kinderen, maar wel voor de weduwen. Het ligt in de rede dat de Staat naar aanleiding van de (definitieve) vaststelling in rechte dat de echtgenoten van [eisende partij 6] , [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] , [eisende partij 18] en [eisende partij 19] zijn gedood als gevolg van misdragingen van Nederlandse militairen, (alsnog) overgaat tot uitkering van een vergoeding op grond van de Bekendmaking, opdat ook zij uiteindelijk in verband met de executie in totaal € 20.000 van de Staat ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.250.</emphasis>	De proceskosten moeten per partij bepaald worden. De rechtbank ziet echter in de bijzondere aard van deze zaken en het gegeven dat de weduwen en kinderen als groep hebben geprocedeerd, waarbij een deel van hen in het gelijk is gesteld en een deel van hen in het ongelijk is gesteld, grond om de proceskosten te compenseren, op de wijze zoals hierna vermeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>	verklaart voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eisende partij 1] , [eisende partij 2] , [eisende partij 5] , [eisende partij 6] [eisende partij 7] , [eisende partij 13] , [eisende partij 14] , [eisende partij 15] , [eisende partij 17] , [eisende partij 18] en [eisende partij 19] , wier vaders dan wel echtgenoten in 1947 zijn doodgeschoten door Nederlandse militairen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>	veroordeelt de Staat tot betaling van € 10.000 aan immateriële schadevergoeding aan [eisende partij 1] ; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>	veroordeelt de Staat tot betaling van de volgende bedragen aan materiele schadevergoeding (inkomstenderving):</para>
        <para>	[eisende partij 1] : € 224,64, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 mei 2012;</para>
        <para>	[eisende partij 2] : € 288,54, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 mei 2012;</para>
        <para>	[eisende partij 5] : € 123,48, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 mei 2012;</para>
        <para>	[eisende partij 6] : € 762, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 september 2013;</para>
        <para>	[eisende partij 7] : € 1.023, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 september 2013;</para>
        <para>	[eisende partij 13] : € 675, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 september 2013;</para>
        <para>	[eisende partij 14] : € 3.634, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 september 2013;</para>
        <para>	[eisende partij 15] : € 675, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 mei 2014;</para>
        <para>	[eisende partij 17] : € 327, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 mei 2014;</para>
        <para>	[eisende partij 18] : € 3.634, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 mei 2014;</para>
        <para>	[eisende partij 19] : € 414, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 mei 2014.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>	wijst het door de onder 3.3 bedoelde partijen meer of anders gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>	wijst de vorderingen van de andere partijen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>	compenseert de proceskosten, in de zin dat partijen hun eigen kosten dragen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin, mr. M.J. Alt-van Endt en mr. D.R. Glass en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2020.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_79b0223f-da85-4a3d-9263-86959a91935b" label="1">
    <para> Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ab58557-f4e3-438a-8150-b4db98a3e0db" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2016:700.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_649714bd-7b3b-489d-b244-e8e9495975e4" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2016:8635.</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_a08dcd71-7e4b-44e2-8063-414d99a37e21" label="4">
    <para> Artikel 164, lid 2, Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_014f5cc6-4577-4732-9dd4-86d25ded0469" label="5">
    <para> Verg. HR 17 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9446.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2076a256-65a7-45f2-b7ab-3d8d5a27050e" label="6">
    <para> Nederlands Instituut voor Militaire Historie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21c1bd4e-aa5f-4599-a8fd-ab3f6564b8b3" label="7">
    <para>ECLI:NL:RBDHA:2015:2442</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1b6ea922-5a8d-4e72-8afb-3c4cde512787" label="8">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2016:8642 en ECLI:NL:RBDHA:2016:8635</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c94dbaf8-c905-46e9-8dc8-279959ff48c2" label="9">
    <para> ECLI:NL:GHDHA:2019:2524.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a74ac5da-7aca-4c0f-9282-bc4ef2767d27" label="10">
    <para>HR 8 april 1983, NJ 1984, 717 (Van der Heijden/Holland) m.nt. JHB. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e963d56-76ef-4c20-92f8-7423b89cdac6" label="11">
    <para>Parl. Gs. NBW, Invoering Boeken 3, 5 en 6. Boek 6, Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht, M.v.A. I Inv., p. 1274.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1bc25c2-957b-4d44-b7ac-b079ec274015" label="12">
    <para> Verg. HR 22 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD5356 (Taxibus)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_181d136c-0d89-400f-a6be-ed7c4b0c9714" label="13">
    <para> Verg. HR 24 okt. 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2465 en HR 27 november 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2788</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a86a8f45-ba20-42c8-97ec-e14aa5f51cc3" label="14">
    <para> Bekendmaking van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie van10 september 2013, nr. MinBuZa.2013-256644, van de contouren van een civielrechtelijkeafwikkeling ter vergoeding van schade aan weduwen van slachtoffers van standrechtelijkeexecuties in het voormalige Nederlands-Indië van vergelijkbare ernst en aard als Rawagedehen Zuid Sulawesi (Stcrt 2013, 25383), laatstelijk verlengd bij besluit van  9 juli 2019 (Stcrt 2019, 39358).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>