<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:2384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-23T12:30:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.5233</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2384">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:2384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-18T11:06:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:2384 Rechtbank Den Haag , 13-03-2020 / NL20.5233</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:2384:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bewaring, Dublinclaimant, zicht op verwijdering ontbreekt niet, coronavirus tijdelijke belemmering, beroep ongegrond.</para>
        <para>Wetsartikelen: artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000</para>
        <para>Samenvatting:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>Nu verweerder ter zitting heeft aangegeven dat Dublinclaimanten tijdelijk niet worden overgedragen aan Italië vanwege het coronavirus, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een tijdelijke belemmering. Het zicht op verwijdering binnen een redelijke termijn ontbreekt op dit moment niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de tijdelijke belemmering tot gevolg heeft dat hij niet tijdig kan worden overgedragen. De enkele stelling dat niet is gebleken dat er op korte termijn een oplossing zal worden gevonden, maakt dit niet anders.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:2384:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="77a0a2d7-8682-4d50-89bc-08a74aafdbd5" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="57466b3e-716f-4384-8c2c-344080dd3f83" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer:  NL20.5233</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de  enkelvoudige kamer in de  zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser V-nummer:  [V-nummer]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Wortel), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde:  mr.  A.M.H.W. van Heerebeek).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Bij besluit  van 24 februari 2020  (het bestreden besluit)  heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep strekt tevens tot een verzoek om  toekenning  van schadevergoeding.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2020. Eiser is  verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Abdulla.  Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen  door  zijn  gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Eiser stelt de Nigeriaanse  nationaliteit   te hebben en te zijn   geboren op [1997] .</para>
    <bridgehead role="italic">De gronden van de maatregel</bridgehead>
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregelnodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.  Verweerder heeft als zware gronden1  vermeld  dat eiser:</para>
    <parablock>
      <para>3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</para>
      <para>3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen   heeft onttrokken;</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="b085bda1-9b8a-4b4f-8ea2-27108ab0ab35" depth="1" width="194" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>1. Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit  2000 (Vb).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3d. niet dan welniet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;</para>
      <para>3f.  zich  zonder noodzaak  heeft ontdaan van zijn   reis- of identiteitsdocumenten;</para>
      <para>3m.  een overdrachtsbesluit  heeft ontvangen  en onmiddellijke   overdracht of overdracht op zeer korte termijn  noodzakelijk   is  ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is  voor  de behandeling  van zijn   asielverzoek;</para>
      <para>en als lichte  gronden2    vermeld dat eiser:</para>
      <para>4c. geen vaste woon- of verblijfplaats    heeft;</para>
      <para>4d.  niet  beschikt over voldoende  middelen  van bestaan;</para>
      <para>4e. verdachte is  van enig  misdrijf   dan wel daarvoor is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware gronden onder 3a, 3b, en 3f en alle lichte gronden niet heeft bestreden. Deze bewaringsgronden  zijn samen voldoende  om aan te nemen dat er een significant risico  bestaat dat eiser zich  aan het toezicht  zal onttrekken. Deze gronden zijn voldoende om de maatregelte dragen. De overige gronden van de maatregel bespreekt de rechtbank daarom niet.  De beroepsgrond  slaagt niet.</para>
    <bridgehead role="italic">Zicht op verwijdering</bridgehead>
    <para>4. Eiser voert verder aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is. Eiser kan namelijk   niet  worden overgedragen naar Italië  vanwege de uitbraak  van het coronavirus daar.</para>
    <para>5. De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat Dublinclaimanten   tijdelijk   niet  worden overgedragen aan Italië  vanwege in  het coronavirus. Er is dus sprake van een tijdelijke belemmering en daarom ziet de rechtbank geen aanleiding voor  het oordeel dat het zicht  op verwijdering  binnen  een redelijke  termijn  nu ontbreekt. Eiser heeft niet aannemelijk  gemaakt dat de tijdelijke   belemmering  tot gevolg  heeft dat hij   niet tijdig kan worden overgedragen. De enkele stelling dat niet is gebleken dat er op korte termijn  een oplossing  zal worden gevonden,  maakt dit  niet anders. Van het definitief ontbreken van het zicht  op verwijdering  is  namelijk   nog  geen sprake. De beroepsgrond  slaagt daarom niet.</para>
    <bridgehead role="italic">Een lichter middel</bridgehead>
    <para>6. Voor zover eiser ter zitting heeft betoogd dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, omdat eiser graag terug wil naar Italië met zijn zwangere vrouw, overweegt de rechtbank als volgt.</para>
    <para>7. De rechtbank moet beoordelen of verweerder terecht geen lichter middel  heeft gekozen dan de inbewaringstelling. Verweerder mag daarbij niet alleen verwijzen naar de bewaringsgronden, maar moet in de maatregel specifiek motiveren waarom hij de bewaring noodzakelijk vindt. Daarbij moet verweerder ook ingaan  op de  persoonlijke  omstandigheden van de vreemdeling.  Dit is  vaste rechtspraak.3  De rechtbank is van oordeel dat verweerder  dat in  deze zaak heeft gedaan en dus  terecht geen lichter  middel  heeft toegepast. Hierbij acht</para>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="36821d01-822f-488b-9213-3fefc8377ed1" depth="1" width="194" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para>2 Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
    <para>3 ABRvS 23 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:674) en 10 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1309)</para>
    <para>en het arrest van het HvJEU van 5 juni 2014 (ECLI:EU:C:2014:1320, Mahdi).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtbank van belang dat eiser al eerder aan Italië is overgedragen, maar weer is teruggekomen naar Nederland. Daarnaast is eiser met een vals paspoort aangehouden en blijkt uit de onbestreden gronden die aan de maatregelten grondslag liggen een significant risico op onderduiken. Gelet op voorgaande heeft verweerder terecht opgemerkt dat een meldplicht niet zal leiden tot  het zelfstandig  vertrek van eiser. De beroepsgrond  slaagt daarom niet.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para>9. Voor  een proceskostenveroordeling  bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst  het verzoek om  schadevergoeding af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is  in  het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>13 maart 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="cc04ebcc-21be-4867-b3ee-07351a57bc48" depth="82" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen  één week na de  dag van bekendmaking.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>