<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:15100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-20T16:01:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 20/4575</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:15100">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:15100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-02T15:07:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:15100 Rechtbank Den Haag , 10-11-2020 / AWB 20/4575</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:15100:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiseres heeft niet aangetoond dat het onmogelijk is om haar inburgeringsexamen te halen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:15100:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 20/4575 en AWB 20/4574</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2020  in de zaak tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] , geboren op [1975] , </emphasis>V-nummer: [v-nummer] , eiseres,<?linebreak?><emphasis role="bold">[kind 1] , geboren op [2003] , </emphasis>V-nummer [v-nummer] ,<?linebreak?><emphasis role="bold">[kind 2] , geboren op [2007] , </emphasis>V-nummer [v-nummer] ,<?linebreak?><emphasis role="bold">[kind 3] , geboren op [2011] , </emphasis>V-nummer [v-nummer] ,<?linebreak?><emphasis role="bold">allen van Ghanese nationaliteit,</emphasis> samen eisers, </para>
      <para>(gemachtigde: mr. W. Hoebba), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H. Ibrahim).  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 21 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [referent] (referent)’ afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 13 mei 2020  (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers heb tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2020. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
  </section>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</bridgehead>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eisers hebben verzocht om toelating bij referent. Referent is de echtgenoot van eiseres. De overige eisers zijn de minderjarige kinderen van eiseres. Hun aanvragen zijn geheel afhankelijk van die van eiseres. Verweerder heeft de aanvragen om een mvv afgewezen, omdat eiseres niet aan het inburgeringsvereiste heeft voldaan.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eisers zijn het daarmee niet eens en hebben aangevoerd dat eiseres moet worden vrijgesteld van het inburgeringsvereiste, omdat er bijzondere individuele omstandigheden zijn die maken dat van haar niet verwacht kan worden dat zij het inburgeringsexamen haalt. Zij doen daarmee een beroep op de hardheidsclausule. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 juli 2015, K. en A.<footnote-ref linkend="_d38b3f4d-e8e1-47e3-b33e-eaad05545b05" />, en de daaropvolgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 november 2015<footnote-ref linkend="_fdcc22b8-b6cc-4937-b014-cd7b02176d65" /> volgt dat een inburgeringsplichtige vreemdeling moet worden vrijgesteld van het inburgeringsvereiste als blijkt dat dit vereiste de uitoefening van het recht op gezinshereniging in zijn of haar geval onmogelijk of uiterst moeilijk maakt. <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>5. Verweerder heeft zich in dit geval op het standpunt mogen stellen dat er geen reden is om toepassing te geven aan die hardheidsclausule. Eiseres moet namelijk aantonen dat zij er alles aan heeft gedaan om het inburgeringsexamen te halen, maar dat het voor haar niet mogelijk is om het examen te halen, zodat zij daarvan moet worden vrijgesteld. Zij is daarin niet geslaagd. Dat eiseres laaggeletterd is en tot drie keer toe gezakt is voor het inburgeringsexamen is daarvoor op zichzelf onvoldoende. Dat geldt immers voor meer mensen en verweerder houdt hier ook rekening mee. Ook de verklaring van het Ghana Institute of Languages/ Ebenezer Trumpet Training Institute te Ghana (het taleninstituut) die door eiseres is overgelegd overtuigt niet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan de inhoud van die verklaring niet de waarde heeft hoeven hechten die eiseres daar aan hecht, omdat die inhoud vragen oproept. Het aantal studie-uren dat in de verklaring wordt genoemd kan namelijk niet kloppen en eiseres heeft daarvoor geen verklaring gegeven. Eiseres stelt verder dat zij gebruik heeft gemaakt van het zelfstudiepakket dat verweerder in het primaire besluit noemt, maar dat heeft zij pas voor het eerst gezegd op de zitting en dat blijkt verder nergens uit. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiseres met deze stukken en verklaringen niet heeft aangetoond dat zij er alles aan heeft gedaan om zich zo goed mogelijk voor te bereiden op het inburgeringsexamen, maar dat het haar desondanks niet is gelukt om alle onderdelen te halen. <?linebreak?></para>
    <para>6. Ook het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel volgt de rechtbank niet. Eiseres verwijst naar de besluiten die zijn gedaan in een andere zaak waarin een betrokkene wel een mvv heeft gekregen en waarin ook de hulp was gezocht van hetzelfde taleninstituut.  Verweerder heeft echter toegelicht dat van gelijke gevallen geen sprake is, omdat in de zaak waar eiseres naar verwijst de betrokken vreemdeling wel voldoende had aangetoond dat zij zich had ingespannen om het inburgeringsexamen te halen. De cijfers die deze persoon heeft gehaald voor de examens wijzen er ook op dat er inspanning is geleverd. Dat is in het geval van eiseres niet zo. Daarom heeft verweerder terecht gesteld dat de situatie van eiseres niet vergelijkbaar is met de aangehaalde zaak. <?linebreak?></para>
    <para>7. Verweerder heeft eisers niet hoeven horen over hun bezwaar. Omdat in bezwaar al duidelijk was dat eisers niet aan de vereisten voldeden, is het bezwaar kennelijk ongegrond en kon van horen worden afgezien. <?linebreak?></para>
    <para>8. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen geen mvv. Omdat eisers geen gelijk krijgen, hebben zij ook geen recht op een vergoeding van proceskosten. <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2020.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier													rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d38b3f4d-e8e1-47e3-b33e-eaad05545b05" label="1">
    <para>ECLI:EU:C:2015:453</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fdcc22b8-b6cc-4937-b014-cd7b02176d65" label="2">
    <para>ECLI:NL:RVS:2015:3655 en ECLI:NL:RVS:2015:3656 </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>