<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:14701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-22T16:54:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/5980 en AWB 19/2891</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14701">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-18T13:57:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:14701 Rechtbank Den Haag , 17-09-2020 / AWB 19/5980 en AWB 19/2891</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:14701:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>P-v mondelinge uitspraak. E is in niet meer in Nederland, heeft in België asiel aangevraagd, is mogelijk terug naar Sri lanka en heeft geen contact meer met gemachtigde. Daarom is geen sprake van procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk. Vovo afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:14701:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 19/5980 en AWB 19/2891</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 17 september 2020 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] , geboren op [1955] , van Sri Lankaanse nationaliteit</emphasis>, eiseres/verzoekster</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Jonkman).  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Bij besluit van 12 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres/verzoekster (hierna te noemen: eiseres) van 6 februari 2019 tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 september 2020. Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van haar verzoek wegens betalingsonmacht. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft gemachtigde van eiseres aangegeven dat eiseres niet over inkomen of over vermogen beschikt. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Procesbelang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep. Verweerder heeft in het verweerschrift aangegeven dat eiseres op 13 februari 2020 in België asiel heeft aangevraagd. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat Nederland op </para>
    <para>21 april 2020 een claimakkoord heeft gegeven aan België in het kader van de Dublinverordening. Daarnaast heeft gemachtigde van eiseres per brief van 11 augustus 2020 aangegeven dat eiseres het contact met hem sinds april 2020 heeft verbroken. Eiseres heeft haar gemachtigde in maart 2020 telefonisch laten weten te overwegen om toch terug te keren naar Sri Lanka. Sinds april 2020 verblijft eiseres niet meer op het adres waar zij tot toen verbleef. Post wordt aan gemachtigde geretourneerd en ook via Vluchtelingenwerk heeft gemachtigde geen spoor van eiseres kunnen vinden. </para>
    <para />
    <para>4. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van </para>
    <para>22 februari 2019<footnote-ref linkend="_4dcae1e8-0a93-4b11-bc9f-1b723d546e1c" /> volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.</para>
    <para />
    <para>5. Gezien de onder 3 genoemde omstandigheden, getoetst aan genoemde uitspraak, stelt de rechtbank vast dat er geen concreet procesbelang is voor deze zaak. Eiseres heeft in België asiel aangevraagd, is vertrokken uit Nederland en is mogelijk teruggekeerd naar Sri Lanka. Het niet duidelijk waar eiseres zich nu bevindt. Verder heeft zij al geruime tijd geen contact meer met haar gemachtigde. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>8. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen grond meer voor het treffen van de verzochte voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>17 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier en de (voorzieningen)rechter zijn verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier												(voorzieningen)rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan, voor zover het beroep betreft, binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4dcae1e8-0a93-4b11-bc9f-1b723d546e1c" label="1">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:579</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>