<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:14699</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-28T14:11:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/3142</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14699">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14699</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T14:45:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:14699 Rechtbank Den Haag , 24-11-2020 / 20/3142</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:14699:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>de rechtbank is onbevoegd. Het gaat over de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom die door een rechter is opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:14699:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/3142</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2020 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser 1] , geboren op [1993] , [eiser 2] , geboren op [1995] en [eiser 3] , geboren op [1997] , allen van Syrische nationaliteit,</emphasis> eisers</para>
      <para>V-nummers: [V-nummer] ; [V-nummer] en [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J.W. Melchers), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Jansen).  </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Inleiding en procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Deze aanvraag heeft verweerder afgewezen in een besluit van 27 augustus 2018. Hiertegen hebben eisers op 6 september 2018 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 juni 2019 hebben eisers beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 5 september 2019 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en heeft verweerder opgedragen binnen zes weken alsnog een besluit op het bezwaar te nemen. Daarbij legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat die termijn overschreden wordt tot een maximum van € 15.000,-.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 november 2019 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 maart 2020 heeft verweerder het besluit van 25 november 2019 ingetrokken en aan eisers meegedeeld dat opnieuw op het bezwaar zal worden beslist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 11 maart 2020 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en aan eisers mvv’s in het kader van nareis verleend. Ook heeft verweerder in dit besluit naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 5 september 2019 een dwangsom vastgesteld ter hoogte van € 14.400,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 20 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het dwangsombesluit van 11 maart 2020 ingetrokken en een nieuw dwangsombesluit genomen. In dit besluit wordt een dwangsom toegekend ter hoogte van € 4.600,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2020. Eisers zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. </para>
    <para />
    <para>2. Eisers hebben gronden aangevoerd tegen de vaststelling van de hoogte van de door verweerder verschuldigde dwangsom. De rechtbank Den Haag, nevenzittingsplaats Utrecht heeft aan zijn uitspraak van 5 september 2019 een dwangsom verbonden op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Uit deze bepaling, de wetgeschiedenis<footnote-ref linkend="_6ec94beb-363f-476d-a99c-5c33f9c73f18" /> en de jurisprudentie hierover<footnote-ref linkend="_491b1129-ce3d-4e5b-9854-aa2b9b815473" /> volgt dat de bestuursrechter niet bevoegd is om de verschuldigdheid en hoogte vast te stellen van een door een rechtbank aan haar uitspraak verbonden nadere dwangsom. Een dergelijke dwangsom kan ten uitvoer worden gelegd volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Eisers kunnen zich voor de beslechting van het geschil over de hoogte van de verschuldigde dwangsom tot de burgerlijke rechter wenden. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. C. ten Klooster, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier									rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
  <footnote id="_6ec94beb-363f-476d-a99c-5c33f9c73f18" label="1">
    <para> Kamerstukken II 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 51</para>
  </footnote>
  <footnote id="_491b1129-ce3d-4e5b-9854-aa2b9b815473" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de ABRvS van 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1152 en van 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1657.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>