<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:14085</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-20T15:36:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/604477  JE RK 20-2923</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14085">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:14085</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-20T12:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:14085 Rechtbank Den Haag , 31-12-2020 / C/09/604477  JE RK 20-2923</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:14085:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verlenging machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265c lid 2 BW). Verschillende verzoeken worden bij verschillende rechtbanken behandeld. De kinderrechter wijst verzoeker en belanghebbenden op de mogelijkheid om op grond van artikel 270 lid 1 Rv bij eventuele volgende verzoeken uitdrukkelijk aan te geven dat verwijzing naar een andere rechtbank niet wenselijk wordt geacht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:14085:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht<?linebreak?></para>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/604477 / JE RK 20-2923</para>
      <para>Datum uitspraak: 31 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 15 december 2020 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond </emphasis>(verder: de gecertificeerde instelling),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 1]</emphasis>geboren op [geboortedag 1] 2011 te [geboorteplaats 1] Polen,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 1]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 2]</emphasis>geboren op [geboortedag 2] 2019 te [geboorteplaats 2]</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de man]
      </para>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de vrouw] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>ingeschreven op een bij de rechtbank bekend adres.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een afschrift van het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming Regio Rotterdam-Dordrecht aan de rechtbank Rotterdam van 20 november 2020 om de gecertificeerde instelling tot tijdelijk voogd over [minderjarige 2] te benoemen, ingekomen bij de rechtbank Den Haag op 28 december 2020.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 december 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>- mw. [vertegenwoordiger van de GI] , namens de gecertificeerde instelling;</para>
    <para>- de vader, bijgestaan door mw. [tolk] tolk Pools. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen is:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, zijn de vader en de moeder gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , en is de moeder eenhoofdig belast met het gezag over [minderjarige 2] . </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven feitelijk in een voorziening voor pleegzorg.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderrechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking d.d. 2 juli 2020 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van 2 juli 2020 tot 2 juli 2021, alsmede machtiging verleend [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 2 juli 2020 tot 2 januari 2021.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>De verzoeken strekken tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van zes maanden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond is ingekomen bij de griffie van de rechtbank Rotterdam op 6 november 2020 en is op 19 november 2020 door de kinderrechter verwezen naar de rechtbank Den Haag op grond van het bepaalde in artikel 265 en artikel 270 eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) omdat de vader inmiddels naar een woning in het arrondissement Den Haag was verhuisd.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn. Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. Ten tijde van de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] waren er grote zorgen over hun fysieke en emotionele veiligheid vanwege de afwezigheid van de moeder enerzijds en de eigen problematiek van de vader anderzijds. Ten aanzien van [minderjarige 1] zijn er zorgen over haar taalontwikkelingsstoornis en de negatieve houding die zij ten opzichte van de vader vertoont sinds de moeder is vertrokken. In het huidige pleeggezin ontwikkelen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich goed.</para>
      <para>De afgelopen periode heeft de vader moeten werken aan het regelen van geschikte huisvesting en behandeling voor zijn agressie-regulatieproblematiek en drugsgebruik. Dit alles is tot op heden onvoldoende van de grond gekomen, mede doordat de vader de Nederlandse taal niet spreekt en zijn weg niet weet te vinden in de hulpverlening.</para>
      <para>De vader heeft zeer recent in gesprek met de gecertificeerde instelling het onzelfzuchtige besluit genomen dat het voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , gelet op zowel de persoonlijke problematiek als de taalbarrière en de werktijden (60 uur per week) van de vader, het beste is om in het pleeggezin op te groeien. Hij heeft dit standpunt ter zitting bevestigd. De kinderrechter acht het van groot belang dat zijn rol als vader wordt versterkt, ook en juist wanneer het perspectief van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] definitief vast komt te staan en er voor alle betrokkenen meer duidelijkheid ontstaat. Daarnaast is het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk dat op korte termijn helder wordt in welk perspectiefbiedend pleeggezin zij, het liefst samen, terecht kunnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mede in reactie op hetgeen de gecertificeerde instelling tijdens de zitting heeft aangegeven, merkt de kinderrechter ten overvloede het volgende op.  De kinderrechter stelt vast dat  inzake [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] verschillende verzoeken zijn ingediend door verzoekers die gevestigd zijn in Rotterdam. Deze verzoeken zijn of worden nu afwisselend door de rechtbanken Rotterdam en Den Haag behandeld. Het is de vraag of dit in het belang van de minderjarigen, de verzoeker of de belanghebbenden is. De kinderrechter wijst de verzoeker en de belanghebbenden op de mogelijkheid om op grond van artikel 270 lid 1 Rv, derde volzin, bij indiening en planning van eventuele volgende verzoeken uitdrukkelijk aan te geven dat een verwijzing naar een andere rechtbank niet wenselijk wordt geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de aan Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verleende machtiging [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 2 januari 2021 tot 2 juli 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2020 door mr. E.C.M. Bouman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Kokx als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 januari 2020.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>