<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:13310</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-23T14:54:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.15886</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:13310">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:13310</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-23T14:52:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:13310 Rechtbank Den Haag , 12-10-2020 / NL20.15886</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:13310:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:57 - Dublin Italië - ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:13310:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.15886</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] , eiser</para>
      <para>V-nummer: [#]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.J.M. Bongaarts),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 21 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft toestemming gegeven om de zaak buiten zitting af te doen. Eiser heeft, nadat hij is gewezen op zijn recht ter zitting te worden gehoord, niet binnen de daartoe gestelde termijn meegedeeld dat hij van dit recht gebruik wil maken. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Gambiaanse nationaliteit te</para>
    <para>bezitten. Hij heeft op 2 juli 2020 een asielaanvraag ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft deze asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië volgens hem verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.<footnote-ref linkend="_6e7cd264-ac64-4128-8808-5b95003405b5" /> De Italiaanse autoriteiten zijn op 17 juli 2020 akkoord gegaan met terugname van eiser op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_012dd8e5-5b25-42e4-add0-9c9e9d609a54" /> Volgens verweerder zijn er geen belemmeringen voor een feitelijke overdracht van eiser aan Italië. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit, omdat hij van mening is dat hij ernstig gevaar loopt in Italië. Volgens eiser is er een drugsdealer die hem onder druk zet om strafbare feiten te plegen en die hem, bij weigering hieraan mee te werken, zal</para>
    <parablock>
      <para>vermoorden. Aangifte doen zal volgens eiser nergens toe leiden en in de praktijk zal de</para>
      <para>Italiaanse justitie hem niet kunnen beschermen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Verweerder mag er, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, in beginsel van</para>
    <parablock>
      <para>uitgaan dat Italië haar internationale verplichtingen nakomt. Het is aan eiser om</para>
      <para>aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Naar het oordeel van de rechtbank is</para>
      <para>eiser hierin niet geslaagd. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_d8e0258e-1b4d-45f5-8ba3-07be60da2407" /> blijkt dat ten aanzien van</para>
      <para>Italië tot op heden nog steeds onverkort kan worden uitgegaan van het interstatelijk</para>
      <para>vertrouwensbeginsel en ook dat Dublin-terugkeerders in Italië toegang zullen krijgen tot</para>
      <para>adequate zorg en opvang.<footnote-ref linkend="_2269229c-6e0f-4c34-a2e9-83802681beb1" /> Voor zover eiser na overdracht aan Italië problemen krijgt met de gestelde drugsdealer, kan hij bescherming zoeken bij de daartoe aangewezen Italiaanse</para>
      <para>autoriteiten. Het is niet gebleken dat dit voor eiser niet mogelijk is of dat de Italiaanse</para>
      <para>autoriteiten hem daarbij niet kunnen of willen helpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L.</para>
      <para>van der Kammen, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>12 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling</para>
      <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6e7cd264-ac64-4128-8808-5b95003405b5" label="1">
    <para> Artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_012dd8e5-5b25-42e4-add0-9c9e9d609a54" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8e0258e-1b4d-45f5-8ba3-07be60da2407" label="3">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2269229c-6e0f-4c34-a2e9-83802681beb1" label="4">
    <para> Zie uitspraken van 19 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4131), 29 april 2019,</para>
    <para>(ECLI:NL:RVS:2019:1395), 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1861) en 8 april 2020</para>
    <para>(ECLI:NL:RVS:2020:986).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>