<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:11997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-26T18:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.14849</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:11997">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:11997</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-25T12:38:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:11997 Rechtbank Den Haag , 24-11-2020 / NL20.14849</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:11997:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>rb onbevoegd dwangsom ingevolge 8:55 c vast te stellen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:11997:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.14849</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , geboren op [geboortedatum] , van Turkse nationaliteit, eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [#]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.E. Runhaar),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 2 december 2019 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van 17 april 2019.</para>
      <para>Bij uitspraak van 9 maart 2020 (NL19.29263) van deze rechtbank, zittingsplaats 's-Hertogenbosch is het door eiser ingestelde beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en heeft de rechtbank verweerder opgedragen binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag van eiser te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens is bepaald dat verweerder een dwangsom van        € 100,00 verbeurt voor iedere dag dat deze beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 juli 2020 (het bestreden besluit) is de aanvraag van betrokkene tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft tevens beslist dat aan eiser geen dwangsom ingevolge artikel 8:55d, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verbeurd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 juli 2020 heeft eiser beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van  25 augustus 2020 heeft eiser zijn beroep aangevuld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.</para>
    <para>2. Eiser voert in beroep aan dat de rechtbank bij uitspraak van 9 maart 2020 heeft bepaald dat verweerder een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat de beslistermijn als bepaald in deze uitspraak wordt overschreden. Verweerder heeft de door de rechter bepaalde beslistermijn met 66 dagen overschreden. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit ten onrechte op het standpunt gesteld dat sprake is van een overmacht situatie als gevolg van de maatregelen die het kabinet heeft getroffen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen en verweerder daarom geen dwangsom is verschuldigd. Eiser betwist dat sprake was van overmacht en verzoekt de rechtbank te bepalen dat eiser recht heeft op een dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt als volgt. Aan de bestuursrechter is geen bevoegdheid toegekend om een partij - in dit geval verweerder - te veroordelen tot betaling van een door de rechtbank aan haar uitspraak van 9 maart 2020 verbonden nadere dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d van de Awb. Aan inhoudelijke beoordeling van het beroep wordt daarom niet toegekomen. Ter beslechting van een geschil over de verschuldigdheid van de desbetreffende dwangsom kan eiser zich tot de burgerlijke rechter wenden.</para>
    <para />
    <para>4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.P.W. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van 	       N. Joacim, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>