<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:10913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-30T12:00:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.12734</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:10913">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:10913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-30T11:58:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:10913 Rechtbank Den Haag , 11-08-2020 / NL20.12734</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:10913:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin, Duitsland, mondelinge uitspraak, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:10913:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>proces-verbaal uitspraak</para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a99616b4-8d3c-4247-8078-5f00efc858a9" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8d2306ee-29f4-4fdb-8c60-8bee77e408ed" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12734</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder (gemachtigde: mr. K. Elias).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL20.12735, plaatsgevonden op 11 augustus 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Zij hebben laten weten niet aanwezig te zullen zijn, omdat ze geen nadere toelichting op de gronden hebben. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.12734	2</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="592a5d91-fe1b-4785-8d23-f677d73b5beb" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <parablock>
      <para>lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.</para>
    </parablock>
    <para>3. De gemachtigde van eiser heeft in de gronden van het beroep van 29 juni 2020 gevraagd om uitstel voor het nader aanvullen van de gronden vanwege moeilijkheden in het contact tussen eiser en zijn gemachtigde. Sindsdien is echter nog weer ruim een maand verstreken en de rechtbank ziet geen reden om nader uitstel te verlenen.</para>
    <para>4. De rechtbank overweegt verder dat er te weinig reden is om aan te nemen dat het procesbelang van eiser ontbreekt. Uit de gronden van het beroep van 29 juni 2020 blijkt dat er via email contact is geweest tussen eiser en zijn gemachtigde. Dat het niet duidelijk is of er daarna nog verder contact is geweest, is onvoldoende om het ontbreken van procesbelang aan te nemen.</para>
    <para>5. Verder overweegt de rechtbank dat verweerder in zijn algemeenheid ten aanzien van Duitsland uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval niet kan. Eiser is hier niet in geslaagd.</para>
    <para>6. Eiser heeft geen informatie overgelegd die aanleiding geeft voor het oordeel dat er systematische tekortkomingen zijn in het Duitse asiel- en opvangsysteem. Voor zover eiser aangeeft dat zijn asielaanvraag niet voldoende in behandeling is genomen, overweegt de rechtbank dat hij dit niet heeft onderbouwd. Daarbij ligt het op de weg van eiser om hierover te klagen bij de (hogere) autoriteiten in Duitsland of de daartoe geëigende instanties. Niet is gebleken dat dit voor hem niet mogelijk is of dat klagen zinloos is. Ook heeft eiser niet nader onderbouwd dat hij bedreigd of gediscrimineerd is. Daarbij heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de Duitse autoriteiten hem niet zouden willen of kunnen beschermen. Dat hij wel geklaagd heeft bij de Duitse politie, maar dat hier niets mee werd gedaan heeft eiser niet nader onderbouwd. Bovendien had eiser in het geval de Duitse politie hem niet wilde helpen, hierover kunnen klagen bij de (hogere) autoriteiten in Duitsland.</para>
    <para>7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bestreden besluit voldoende heeft gemotiveerd en zorgvuldig heeft voorbereid.</para>
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2020 door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff - Vos, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL20.12734	3</para>
    </parablock>
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2b60c252-92d1-4ab9-9b39-a5da60201a3c" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>13 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="7ede7cc4-f6a8-4331-9ebc-4c695f0a42f9" depth="82" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Documentcode: [documentcode]</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>