<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:10707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-26T14:45:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL20.6686 en NL20.6691</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:10707">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:10707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-26T14:40:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:10707 Rechtbank Den Haag , 24-09-2020 / NL20.6686 en NL20.6691</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:10707:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisers alsnog opgenomen in nationale asielprocedure. Geen procesbelang meer. Geen aanleiding voor proceskostenveroordeling, want niet tegemoetgekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:10707:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL20.6686 en NL20.6691</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] eiser, en </bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>, eiseres, </para>
      <para>gezamenlijk te noemen: eisers,</para>
      <para>mede voor hun minderjarige kinderen <emphasis role="bold">[naam]</emphasis> en <emphasis role="bold">[naam]</emphasis>,</para>
      <para>V-nummers: [V-nummer], [V-nummer], [V-nummer], [V-nummer] en</para>
      <para>
        [V-nummer]
      </para>
      <para>(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij twee afzonderlijke besluiten van 13 maart 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bondsrepubliek Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 september 2020 heeft verweerder bericht dat de bestreden besluiten zijn ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2020. Eisers en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaken ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Gelet op het bericht van 22 september 2020 en de ter zitting gegeven toelichting van verweerder staat vast dat de bestreden besluiten zijn ingetrokken en dat eisers alsnog zullen worden opgenomen in de nationale asielprocedure. </para>
    <para />
    <para>2. Daarmee hebben eisers bereikt wat zij in beroep wilden bereiken. Verweerder zal hun asielaanvragen immers alsnog inhoudelijk beoordelen. Eisers hebben daarom geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van hun beroepen.<footnote-ref linkend="_4a2b0bd5-8b2a-4fd4-a98e-a1f342780927" /> De vraag of verweerder moet worden veroordeeld in de proceskosten levert evenmin procesbelang op.<footnote-ref linkend="_e8cbf643-ad04-452c-9fa2-9939daa9c75b" /></para>
    <para />
    <para>3. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>4. Vervolgens zal worden beoordeeld of verweerder in de proceskosten van eisers moet worden veroordeeld. Verweerder heeft de bestreden besluiten immers ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>5. Verweerder vindt dat dit niet het geval is: verweerder is eisers niet tegemoetgekomen omdat sprake is van veranderde omstandigheden, gelegen in het feit dat eisers op 4 september 2020 uitstel van vertrek hebben gekregen op grond van artikel 64 van de Vw.<footnote-ref linkend="_1bd8a678-8425-47de-9403-b68f5c24cc68" /> Eisers zijn het daar niet mee eens omdat de jurisprudentie waarop verweerder zich beroept, betrekking heeft op het verstrijken van de overdrachtstermijn<footnote-ref linkend="_352d82b3-914b-44ee-80e3-3f33feaed0c2" /> en daarvan is in hun geval geen sprake. Zij vinden dat de gewijzigde omstandigheden zijn ontstaan door toedoen van verweerder.</para>
    <para />
    <para>6. Ter zitting is gebleken dat de aanvraag voor toepassing van artikel 64 van de Vw op 20 juni 2020 door verweerder is ontvangen. Dat is ruim drie maanden na de bestreden besluiten. Het uitstel van vertrek om medische redenen was ten tijde van de bestreden besluiten dus niet aan de orde. De rechtbank is om die reden van oordeel dat niet gesproken kan worden van het tegemoetkomen aan eisers, of het anderszins vervallen van het procesbelang door toedoen van verweerder. Voor dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 9 september 2020.<footnote-ref linkend="_4cbd0ef7-9a70-4224-b004-08a99ce1490e" /> Weliswaar was in die zaak sprake van het verstrijken van de overdrachtstermijn, maar ook daar was beslissend dat de gestelde omstandigheid zich na het bestreden besluit voordeed.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2020 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4a2b0bd5-8b2a-4fd4-a98e-a1f342780927" label="1">
    <para> Zie ook de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), onder meer de uitspraak van 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2140.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e8cbf643-ad04-452c-9fa2-9939daa9c75b" label="2">
    <para> Zo ook: Afdeling 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1423.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bd8a678-8425-47de-9403-b68f5c24cc68" label="3">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_352d82b3-914b-44ee-80e3-3f33feaed0c2" label="4">
    <para> Verweerder heeft aangehaald de Afdelingsuitspraken van Raad van State van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084 en 29 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1394.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cbd0ef7-9a70-4224-b004-08a99ce1490e" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:2140.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>