<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2020:10377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T09:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 3195</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:10377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2020:10377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-26T11:36:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2020:10377 Rechtbank Den Haag , 15-10-2020 / AWB - 19 _ 3195</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2020:10377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>functieverlenging defensie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2020:10377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 19/3195</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.J. G . Dudink),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Defensie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.M. van der Weijden).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 oktober 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres tot verlenging van haar toenmalige functie, afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2020.</para>
      <para>Partijen zijn door middel van een skype-verbinding gehoord. </para>
      <para>Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.</para>
      <para>Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en luitenant-kolonel [A] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres was sinds 18 augustus 2016 als Staff Assistant geplaatst te Norfolk in de Verenigde Staten. De looptijd van deze functie bedroeg drie jaar. De vrijvaldatum was derhalve bepaald op 18 augustus 2019. Eiseres heeft op 25 september 2019 door middel van een inventarisatieformulier PAO paars aangegeven dat zij haar functie graag met een jaar zou willen verlengen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Senior National Representative (SNR) [B] heeft op 27 september 2018 op het PAO formulier aangegeven dat het verlengingsverzoek niet wordt gesteund door haar Branch Head. De SNR ziet geen reden om daarvan af te wijken en adviseert om het verzoek van eiseres af te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het primaire besluit heeft verweerder verwezen naar een negatief advies van de NLR omdat de internationaal leidinggevende van eiseres een verlenging niet steunde. Ook P&amp;O DCIOD heeft een negatief advies uitgebracht. Het bevoegd gezag heeft in de bezwaarfase een nadere toelichting op het besluit gegeven. Eiseres heeft op haar beurt haar reactie op dat stuk weergegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 Bij het bestreden besluit heeft verweerder vermeld dat er in het geval van eiseres – om meerdere in de besluitvorming genoemde redenen – geen aanleiding is voor de conclusie dat het organisatiebelang vordert dat zij zou moeten verlengd op haar functie en er geen aanknopingspunt is waarom zou moeten worden afgeweken van het uitgangspunt dat elke militair na drie jaar van functie wisselt, zelf nieuwe ervaringen opdoet en dat andere militairen zo ook een kans wordt geboden op de betreffende functie met specifieke buitenlandervaring. Eiseres is niet van cruciaal belang voor een bepaald project, taak of missie en zij heeft niet bepaalde vaardigheden en/of ervaring die benodigd is voor een bepaald project, een bepaalde taak of missie. Het persoonlijk belang van eiseres is meegewogen maar niet doorslaggevend geweest in de beslissing. </para>
    <para />
    <para>3 Eiseres ontkent en bestrijdt al hetgeen haar in de besluitvorming is tegengeworpen. Iedereen in de lijn is klakkeloos uitgegaan van de onjuistheden die kolonel [C] ( [C] ) heeft verklaard. Eiseres kan alleen maar concluderen dat [C] wrok jegens haar koestert. Eiseres functioneerde juist zeer goed hetgeen ook blijkt uit het International Evaluation Report (IER), dit was immers positief/excellent. Verder heeft eiseres zich op het gelijkheidsbeginsel beroepen. Volgens haar hebben in Amerika 72 Nederlandse militairen een verlenging gekregen van wie 53 CLSK. In Norfolk hebben twee mensen een verlenging gekregen van wie een CLSK.</para>
    <para />
    <para>4 Op grond van artikel 17, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) wordt de functie voor drie jaar toegewezen. De duur van de functievervulling kan met instemming van de militair worden verlengd tot een maximum van vijf jaar.</para>
    <para />
    <para>5 De rechtbank komt tot het oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij haar beroep, zodat een beoordeling van haar gronden niet aan de orde kan komen. Ter zitting heeft eiseres, op de vraag of zij nog terug zou willen naar de functie waarvoor zij verlenging gevraagd heeft, in eerste instantie nadrukkelijk negatief geantwoord. Hoewel eiseres hier later op teruggekomen is, zij het niet bijzonder overtuigend, heeft verweerder desgevraagd onweersproken gesteld dat deze plek op dit moment gevuld is. Bovendien geldt dat in het geval eiseres wel een jaar verlenging zou hebben gekregen, hetgeen zij had aangevraagd, haar functieduur reeds per augustus 2020 zou zijn verstreken. Dit leidt tot de conclusie dat, voor zover moet worden aangenomen dat eiseres alsnog, met terugwerkende kracht, verlenging van haar plaatsingsduur beoogt, vastgesteld moet worden dat dit doel niet kan worden bereikt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het eerherstel waar eiseres (tevens) op uit is kan zij niet bewerkstelligen door middel van een procedure tegen het afwijzen van een functieverlenging. Zoals verweerder ter zitting geopperd heeft is een klachtprocedure daarvoor de meest aangewezen weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6 Het beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A. Badermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>