<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:9932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-20T15:49:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.17965 en NL19.17967</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:9932">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:9932</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-20T15:49:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:9932 Rechtbank Den Haag , 18-09-2019 / NL19.17965 en NL19.17967</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:9932:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin-Italië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, opvang, kwetsbare personen, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:9932:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL19.17965 en NL19.17967</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>, eiseres,</para>
      <para>gezamenlijk: eisers<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Zwiers),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij afzonderlijke besluiten van 1 augustus 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en hebben tevens verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend. Deze verzoeken zijn geregistreerd onder nummers NL19.17966 en NL.19.17968. Verder hebben zij aanvullende gronden van beroep ingediend.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank sluit het onderzoek met toestemming van partijen zonder zitting<footnote-ref linkend="_8ca6811f-44d7-423d-b223-2f372b04a126" />.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers stellen de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op [geboortedatum 1] respectievelijk [geboortedatum 2]. Eisers hebben op 3 mei 2019 in Nederland een asielaanvraag ingediend (eiseres mede namens haar minderjarige dochter [naam 3], geboren op [geboortedatum 3] en eveneens van Nigeriaanse nationaliteit).</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvragen in de bestreden besluiten niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eisers eerder in Italië verzoeken om internationale bescherming hebben ingediend. Verweerder heeft Italië daarom verzocht om eisers terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_81efa2a3-27cd-450f-a08f-e4392506140a" />. Italië heeft hierop niet tijdig gereageerd. </para>
    <para />
    <para>3. Eisers voeren aan dat enkel sprake is van een fictief claimakkoord en dat concrete toezeggingen van de Italiaanse autoriteiten ontbreken. Verder stellen eisers dat verweerder ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat. In Italië is sprake van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in de opvangvoorzieningen en er zijn concrete aanwijzingen dat Italië zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen. De nieuwe Italiaanse wetgeving schrijft voor dat SPRAR locaties alleen nog beschikbaar zijn voor statushouders en alleenstaande minderjarigen. Asielzoekers zijn aangewezen op de overige opvangstructuren in Italië. Dit betekent dat de garanties dat gezinnen met minderjarige kinderen na een Dublinoverdracht opgevangen worden in een zogenaamde SPRAR-locatie, die door de Italiaanse autoriteiten naar aanleiding van het arrest Tarakhel<footnote-ref linkend="_7fedb47d-3e7a-454c-ab79-b50021290d1e" /> zijn gedaan, zijn komen te vervallen. Mede gelet op wet 14/2015<footnote-ref linkend="_a3d849da-a2e4-4259-b525-a388acbc68f6" /> leidt dit tot de conclusie dat opvang van eisers in het geheel niet is gegarandeerd en dat niet aan de Tarakhel-vereisten wordt voldaan. Eisers voeren aan dat, nu eiseres zwanger is (zij zal in september bevallen) en zij een minderjarig kind hebben, zij tot de groep behoren van gezinnen met minderjarige kinderen, en daarmee als kwetsbare vreemdelingen dienen te worden aangemerkt. Ter onderbouwing van dat standpunt hebben eisers verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 28 juni 2019<footnote-ref linkend="_c8b27d1b-1227-4b95-b4e0-26e8ca1488b0" /> en de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 7 augustus 2019<footnote-ref linkend="_a52c8d12-3a30-4ad4-ad49-ec6c7ef4a389" />. Verder is aangevoerd dat eiser een ernstige nierziekte heeft en is een medisch verslag van 14 juni 2019 overgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening komt een claimakkoord tot stand wanneer niet tijdig op een verzoek tot over- of terugname wordt gereageerd. Indien sprake is van een claimakkoord – al dan niet fictief – is het uitgangspunt dat ervan uit kan worden gegaan dat de Italiaanse autoriteiten het onderhavige verzoek om internationale bescherming in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. </para>
    <para />
    <para>5. Als uitgangpunt geldt verder dat ten aanzien van Italië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat het aan eisers is om aannemelijk te maken dat dit anders is. Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen jegens hen niet nakomt. De Afdeling<footnote-ref linkend="_9d36d45c-2d99-42e4-b9c4-82979b67122f" /> heeft in haar uitspraak van 19 december 2018<footnote-ref linkend="_505aa88d-2243-45d3-8f42-b3b0ad3a18d7" /> overwogen dat verweerder ten aanzien van Italië terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat en dat het Salvini-decreet niet tot gevolg heeft dat Dublinclaimanten geen opvang meer krijgen. De Afdeling heeft bij uitspraken van 12 juni 2019<footnote-ref linkend="_d967e964-027e-4378-8ca9-a8b37bc3c24b" /> en 12 augustus 2019<footnote-ref linkend="_3b2dca38-7b2a-4b82-b510-84ef09747021" /> geoordeeld dat dit ook geldt voor kwetsbare personen. De rechtbank ziet in de minder recente uitspraken van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch van 28 juni 2019 en zittingsplaats Haarlem van 7 augustus 2019 dan ook geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Eisers hebben gesteld dat zij geen recht op adequate opvang hebben, maar zij hebben dat niet gemotiveerd onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te twijfelen aan de algemene garanties in de circular letter van de Italiaanse autoriteiten van 8 januari 2019 en de geldigheid en de betekenis daarvan voor alle individuele gevallen, ook voor gezinnen met minderjarige kinderen zoals dat van eisers.</para>
    <para />
    <para>6. Dat eiseres hoogzwanger is en naar verwachting in september zal bevallen kan niet tot een ander oordeel leiden. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag verweerder er vanuit gaan dat Italië dezelfde medische verzorgingsmogelijkheden heeft als Nederland. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat in paragraaf A3/7.3.2.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 is beschreven dat bij zwangerschap van een vreemdeling de uitzetting per vliegtuig achterwege blijft gedurende de periode van zes weken voor en zes weken na de bevalling.</para>
    <para />
    <para>7. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser met het overgelegde medische verslag van 14 juni 2019 niet heeft aangetoond dat sprake is van situatie als bedoeld in het arrest C.K. tegen Slovenië van 16 februari 2017<footnote-ref linkend="_27c19738-093f-41b9-bff0-b7c3f95cf6d3" /> van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat uit het overgelegde medisch verslag niet blijkt dat de overdracht van eiser aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen zal hebben voor zijn gezondheid. Eiser heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat zijn beoogde overdracht naar Italië zal leiden tot een met artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_fc442af9-2cfe-4de8-8e19-9db85d6b1d98" /> strijdige situatie.</para>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft daarom in de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hoeven zien om de asielverzoeken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken.</para>
    <para />
    <para>9. De beroepen zijn ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8ca6811f-44d7-423d-b223-2f372b04a126" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81efa2a3-27cd-450f-a08f-e4392506140a" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fedb47d-3e7a-454c-ab79-b50021290d1e" label="3">
    <para> Het arrest Tarakhel tegen Zwitserland, nr. 29217/12, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3d849da-a2e4-4259-b525-a388acbc68f6" label="4">
    <para> Legislative Decree 142/2015 “Implementation of Directive 2013/33/EU on standards for the </para>
    <para>reception of asylum applicants and the Directive 2013/32/EU on common procedures for the </para>
    <para>recognition and revocation of the status of international protection.” Amended by: Legislative Decree </para>
    <para>220/2017 (Bron: https://www.asylumineurope.org/reports/country/italy/overview-legal-framework)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c8b27d1b-1227-4b95-b4e0-26e8ca1488b0" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2019:6493</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a52c8d12-3a30-4ad4-ad49-ec6c7ef4a389" label="6">
    <para> ECLI:NL:RBNHO:2019:7240</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d36d45c-2d99-42e4-b9c4-82979b67122f" label="7">
    <para> De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
  </footnote>
  <footnote id="_505aa88d-2243-45d3-8f42-b3b0ad3a18d7" label="8">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:1861</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d967e964-027e-4378-8ca9-a8b37bc3c24b" label="9">
    <para>  ECLI:NL:RVS:2019:1861</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3b2dca38-7b2a-4b82-b510-84ef09747021" label="10">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:2727</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27c19738-093f-41b9-bff0-b7c3f95cf6d3" label="11">
    <para> ECLI:EU:C:2017:127</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc442af9-2cfe-4de8-8e19-9db85d6b1d98" label="12">
    <para> Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>