<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:7920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-31T11:49:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7848491 RL EXPL 19-14029</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:7920">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:7920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-31T11:44:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:7920 Rechtbank Den Haag , 02-07-2019 / 7848491 RL EXPL 19-14029</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:7920:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De dagvaarding is in strijd met artikelen 111 en 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vordering wordt daarom afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:7920:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      [medewerker]
    </para>
    <para>Grosse afgegeven aan Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso op</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Rechtbank Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ’s-Gravenhage</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnummer: 7848491 RL EXPL 19-14029</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Intrum Nederland B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amersfoort en kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders &amp; Incasso</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Eisende partij heeft gevorderd zoals beschreven in de dagvaarding, waarvan een gewaarmerkt afschrift aan dit vonnis is gehecht en waarnaar wordt verwezen voor wat betreft de namen en woonplaatsen van partijen en de namen van de gemachtigde(n). Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het geschil</title>
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 111 lid 2 onder d. Rv dient een dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient een eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.</para>
      <para>Van het laatste is naar het oordeel van de kantonrechter met betrekking tot de dagvaarding geen sprake. Weliswaar wordt in de dagvaarding melding gemaakt dat gedaagde een overeenkomst zou hebben gesloten met Essent Retail Energie B.V., maar wanneer en op welke wijze en voor welke periode de overeenkomst is gesloten vermeldt de dagvaarding niet, laat staan dat een kopie van de overeenkomst aan de dagvaarding is gehecht. De als productie 1 aangehechte onderdelen van de Algemene Voorwaarden kunnen in ieder geval niet als zodanig kwalificeren.</para>
      <para>Vervolgens zou productie 2 een specificatie van de vordering bevatten. Productie 2 luidt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Factuurspecificatie</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vorderingsnummer	Omschrijving		Bedrag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">51003285371		Facturatie		€380,45</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">			Totaal			€380,45</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter kwalificeert een vorderingsnummer met alleen een bedrag niet als specificatie van de vordering. Ook hier ontbreekt de factuur, waaruit het vorderingsnummer, het bedrag en de grondslag van de betalingsverplichting van gedaagde partij blijkt.</para>
      <para>Het voorgaande is bijzonder van belang, omdat uit de dagvaarding wel blijkt dat eisende partij de vordering op of omstreeks 1 september 2015 van Essent heeft gekocht. De vordering zelf moet dus ouder zijn dan die datum. Van een debiteur kan niet worden verwacht dat hij zo’n oude vordering alleen aan de hand van een vorderingsnummer gaat herleiden.</para>
      <para>Tenslotte vermeldt de dagvaarding dat gedaagde een kosteloze aanmaning heeft ontvangen, maar ook daarvan ontbreekt ieder spoor. Wel is als productie 3 een ‘voorbeeldbrief’ bijgevoegd, die gedaagde ontvangen zou hebben. Deze voorbeeldbrief is echter op alle punten, die op enigerlei wijze zouden kunnen wijzen in de richting van een geadresseerde, grondslag, factuurnummer, hoofdsom en rente zwart gemaakt, zodat daaruit geen enkele in de richting van gedaagde wijzende informatie kan worden ontleend.</para>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet de dagvaarding volstrekt niet aan de voorschriften van de artikelen 111 en 21 Rv. De kantonrechter kan daaruit de gevolgtrekking maken die hij gerade acht en de enige gepaste gevolgtrekking is naar zijn oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen.</para>
      <para>Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat het op deze wijze dagvaarden van een consument voor een tenminste vier jaar oude vordering, die tegen de verjaringsdatum aanloopt dan wel wellicht reeds verjaard is een hoogst opgepast gebruik is van het procesrecht. De eisende partij alsmede de namens haar optredende deurwaarder dienen zich dit aan te trekken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter,</para>
    <para />
    <para>1. wijst af de vordering; </para>
    <para>2 veroordeelt eisende partij in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde partij vastgesteld op nihil.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.W.D. Bom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier,	de kantonrechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>