<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:6937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-12T14:36:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/2470</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6937">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-12T10:08:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:6937 Rechtbank Den Haag , 05-07-2019 / AWB 19/2470</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:6937:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond. Referent beschikt niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan. WGA-uitkering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:6937:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 19/2470 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], eiseres,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M.S. Yap,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 2 april 2019 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 7 maart 2019 (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 1 juli 2019. [naam2]<footnote-ref linkend="_fa9e20e6-1320-4379-a981-8a92c525e1a0" />is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen </para>
      <para>
        [naam3]
        <footnote-ref linkend="_e0df55f6-a7c5-4402-807f-dae213e79790" />. Verweerder is met bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en bezit de Marokkaanse nationaliteit. Op </para>
    <para>12 juni 2018 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een mvv<footnote-ref linkend="_284a0096-836d-4d85-bc70-f77db497a4a4" /> met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam2]’. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat referent niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder neemt conform zijn beleid<footnote-ref linkend="_bcaded09-9cb2-4ac9-93c6-942274ea3c0d" /> geen blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan wanneer iemand een WIA<footnote-ref linkend="_87c9c09b-3620-4b20-bd60-c2bb8de2935c" />-uitkering ontvangt op grond van de regeling WGA<footnote-ref linkend="_4a0e67fd-4baf-4191-a575-53acd7274c5f" />. Referent beschikt niet over stabiele en regelmatige inkomsten die volstaan hemzelf en eiseres te onderhouden, zonder een beroep te doen op het stelsel van sociale bijstand. Dit mag wel worden gevraagd op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn<footnote-ref linkend="_c367f781-2d9d-4c6d-bc59-f546c417a2a3" />. Verweerder acht het besluit niet in strijd met artikel 8 van het EVRM<footnote-ref linkend="_6ffd6b9b-f599-4ba8-9280-1dea6e46f9b9" />. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres voert in beroep aan dat het UWV<footnote-ref linkend="_1ccad099-69c9-46bd-9cb3-d205b44ee6e5" /> sinds 2009 geen onderzoek meer heeft verricht naar de vraag of referent nog arbeidsmogelijkheden heeft. Er is geen enkel participatieplan tot arbeidsparticipatie en van referent wordt niet verlangd om zich in te spannen om betaalde arbeid te verrichten. Hieruit volgt volgens eiseres dat referent moet worden aangemerkt als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Eiseres verwijst naar de arresten Chakroun<footnote-ref linkend="_cc611cd1-61ae-434a-a3f7-8a5bfa9ce089" /> en Khachab<footnote-ref linkend="_f990019c-61a2-4a78-b2b7-b8dc96ed2a50" />, waaruit volgens haar volgt dat verweerder alle relevante omstandigheden moet betrekken bij de besluitvorming. Verweerder had toepassing moeten geven aan artikel 4:84 van de Awb<footnote-ref linkend="_fddd029f-ff58-4312-b4bf-483e0c3b080b" />. Het bestreden besluit is volgens eiseres in strijd met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel en de Gezinsherenigingsrichtlijn. Tot slot is het bestreden besluit volgens eiseres in strijd met artikel 8 van het EVRM. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In artikel 3.22, tweede lid, van het Vb<footnote-ref linkend="_77855e89-5036-4121-82d9-d20154c6845a" />, nader uitgewerkt in paragraaf B7/2.1.1 van de Vc<footnote-ref linkend="_e18241b2-d524-413c-ad4d-f67dde928f31" />, is bepaald dat blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid in ieder geval niet wordt aangenomen als een referent een WIA-uitkering ontvangt op grond van de regeling WGA. Niet in geschil is dat referent een WIA-uitkering ontvangt op grond van de regeling WGA. In geschil is of de toetsing door verweerder aan het hiervoor genoemde beleid stand kan houden in het licht van het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, de arresten Chakroun en Khachab en de Gezinsherenigingsrichtlijn, op grond waarvan een beoordeling van de individuele omstandigheden moet plaatsvinden.  </para>
    <para />
    <para>5. Uit de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_7fbfd474-ac67-42e6-9812-52ad2e18fdf7" /> van 18 mei 2018<footnote-ref linkend="_4866aefd-2980-453b-8e35-956a939feae6" /> volgt dat het door verweerder gevoerde beleid<footnote-ref linkend="_81be1e0f-5090-4756-afbf-d53d1577a639" /> niet onredelijk is. Het is aan een referent om zo nodig rechtsmiddelen in te stellen tegen een besluit van het UWV, wanneer daarin volgens die referent ten onrechte geen uitkering op grond van de IVA wordt verleend. Uit deze uitspraak volgt ook dat verweerder bij de beoordeling of een referent in aanmerking komt voor een vrijstelling van het middelenvereiste in beginsel een adequate invulling geeft aan het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel en aan de eisen die volgen uit de arresten Chakroun en Khachab en artikel 17 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Verweerder is gehouden te handelen overeenkomstig zijn eigen beleid, tenzij dat op grond van artikel 4:84 van de Awb wegens bijzondere omstandigheden gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met dat beleid te dienen doelen. </para>
    <para />
    <para>6. Referent ontvangt weliswaar vanaf 1 september 2009 een loongerelateerde </para>
    <para>WGA-uitkering, maar het UWV heeft zich in het toekenningsbesluit van 24 september 2009 op het standpunt gesteld dat hij niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Uit de toelichting en berekening bij dit besluit volgt dat referent een meer dan geringe kans heeft op herstel. Daarom heeft het UWV besloten referent een uitkering op grond van de WGA te verlenen en niet op grond van de IVA. Nu referent geen rechtsmiddelen heeft ingesteld tegen het besluit van het UWV, mag verweerder uitgaan van de juistheid van dat besluit. Verweerder heeft in de omstandigheden die zijn aangevoerd terecht geen aanleiding gezien om af te wijken van het beleid. Verweerder heeft dus terecht tegengeworpen dat referent niet duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan. </para>
    <para />
    <para>7. Tot slot heeft verweerder niet ten onrechte de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eiseres laten uitvallen, waardoor de afwijzing van de aanvraag niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. In beroep heeft eiseres geen omstandigheden naar voren gebracht waardoor anders moet worden geoordeeld. </para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. M. van Andel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fa9e20e6-1320-4379-a981-8a92c525e1a0" label="1">
    <para> Referent.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0df55f6-a7c5-4402-807f-dae213e79790" label="2">
    <para> Schoonzus van referent. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_284a0096-836d-4d85-bc70-f77db497a4a4" label="3">
    <para> Machtiging tot voorlopig verblijf. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bcaded09-9cb2-4ac9-93c6-942274ea3c0d" label="4">
    <para>B7/2.1.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_87c9c09b-3620-4b20-bd60-c2bb8de2935c" label="5">
    <para> Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a0e67fd-4baf-4191-a575-53acd7274c5f" label="6">
    <para> Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c367f781-2d9d-4c6d-bc59-f546c417a2a3" label="7">
    <para>Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ffd6b9b-f599-4ba8-9280-1dea6e46f9b9" label="8">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ccad099-69c9-46bd-9cb3-d205b44ee6e5" label="9">
    <para> Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc611cd1-61ae-434a-a3f7-8a5bfa9ce089" label="10">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 4 maart 2010, ECLI:EU:C:2010:117.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f990019c-61a2-4a78-b2b7-b8dc96ed2a50" label="11">
    <para> Arrest van het Hof van 21 april 2016, ECLI:EU:C:2016:285.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fddd029f-ff58-4312-b4bf-483e0c3b080b" label="12">
    <para> Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_77855e89-5036-4121-82d9-d20154c6845a" label="13">
    <para> Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e18241b2-d524-413c-ad4d-f67dde928f31" label="14">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fbfd474-ac67-42e6-9812-52ad2e18fdf7" label="15">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4866aefd-2980-453b-8e35-956a939feae6" label="16">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:1648.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81be1e0f-5090-4756-afbf-d53d1577a639" label="17">
    <para> Zoals neergelegd in paragraaf B7/2.1.1 van de Vc.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>