<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:6452</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-01T13:35:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.9080 en NL19.9081</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6452">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6452</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-28T12:07:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:6452 Rechtbank Den Haag , 05-06-2019 / NL19.9080 en NL19.9081</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:6452:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet tijdig besluit, 8:55d, derde lid Awb, geen nadere termijn</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:6452:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL19.9080 en NL19.9081</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>, eiseres</para>
      <para>hierna gezamenlijk; eisers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Justitie en Veiligheid</emphasis>, waaronder mede begrepen diens rechtsvoorganger, verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers stellen de Turkse nationaliteit te hebben. Zij hebben op 30 juli 2018 asielaanvragen ingediend. </para>
    <para />
    <para>2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijk gesteld. Daartegen kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken, dat eisers verweerder op 30 januari 2019 rechtsgeldig in gebreke hebben gesteld en dat hierna twee weken zijn verstreken voordat eisers op 1 april 2019 beroepen hebben ingesteld. Uit het verweerschrift van verweerder van 17 mei 2019 blijkt dat niet in geschil is dat eisers recht hebben op een dwangsom. Op grond van artikel 4:17, eerste en tweede lid, van de Awb wordt een dwangsom verbeurd voor elke dag dat verweerder in gebreke is, met een maximum van 42 dagen en € 1.442. De dwangsom is inmiddels verbeurd voor het maximale aantal dagen. De beroepen zijn kennelijk gegrond. </para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb bepaalt de rechtbank dat, als het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend maakt. In bijzondere gevallen of indien de naleving van een wettelijk voorschrift daartoe noopt kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn stellen of een andere voorziening treffen.</para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft in zijn verweerschrift medegedeeld dat door de hoger dan verwachte instroom en de diverse samenstelling van de asielpopulatie de voorraden in 2018 zijn opgelopen, wat heeft geresulteerd in achterstanden. Door het werven van extra personeel verwacht verweerder deze achterstanden in de loop van 2019 terug te brengen. Verweerder heeft verder aangegeven dat de onderhavige zaak slechts één van de vele is die hierdoor zijn geraakt. Ondanks dat de rechtbank verweerder heeft verzocht om aan te geven binnen welke termijn alsnog besluiten genomen kunnen worden, heeft verweerder dit nagelaten. De rechtbank gaat daarom uit van de termijn die is gegeven in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb. Verweerder dient binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog besluiten te nemen.</para>
    <para />
    <para>6. Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom verbeurt van € 100 voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft de uitspraak na te leven, met een maximum van € 15.000.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 256 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 512, factor 1 voor twee samenhangende zaken en een wegingsfactor van 0,5).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> verklaart de beroepen gegrond;</para>
      <para> vernietigt het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten;</para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van een dwangsom met het bedrag van € 1.442 (veertienhonderdtweeënveertig euro) aan eisers;</para>
    <parablock>
      <para> bepaalt dat verweerder binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog besluiten aan eisers bekendmaakt;</para>
      <para> bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100 (honderd euro) aan eisers verbeurt voor elke dag dat de hiervoor gestelde beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000 (vijftienduizend euro);</para>
      <para> veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers ten bedrage van € 256 (tweehonderdzesenvijftig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>