<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:6383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T13:19:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.8361 &amp; NL19.8363</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6383">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:6383</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-02T13:18:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:6383 Rechtbank Den Haag , 14-05-2019 / NL19.8361 &amp; NL19.8363</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:6383:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Burgers van Moldavië, Dublin Duitsland, buiten zitting, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:6383:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL19.8361 en NL19.8363</para>
      <para>V-nummers: [nummer] </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam2]
        </emphasis>, eiseres,</para>
      <para>gezamenlijk: eisers,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.M. Walls),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 8 april 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en tevens verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend. Deze verzoeken zijn geregistreerd onder nummers NL19.8362 en NL19.8364.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank sluit het onderzoek met toestemming van partijen zonder zitting<footnote-ref linkend="_0323c284-c622-4bd8-86a0-a68f5b5fc78b" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser en eiseres zijn geboren op [geboortedatum] respectievelijk [geboortedatum] .</para>
    <para>Op 2 maart 2019 hebben zij asielaanvragen ingediend. Eiseres mede namens haar minderjarige kinderen: [naam3] , geboren op [geboortedatum] , en [naam4] , geboren op [geboortedatum] . Allen zijn burger van Moldavië.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvragen niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eisers op 13 december 2018 in Duitsland asielverzoeken hebben ingediend. Verweerder heeft Duitsland verzocht om eisers terug te nemen. De autoriteiten van Duitsland hebben op 26 maart 2019 laten weten op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_f9e5a087-07f4-4bcb-8658-00055a49caf7" /> verantwoordelijk te zijn voor de behandeling van de verzoeken van eisers om internationale bescherming en de verzoeken te accepteren.  </para>
    <para />
    <para>3. Eisers verzetten zich tegen overdracht aan Duitsland. Ter onderbouwing van hun beroep hebben zij als eerste verwezen naar hun zienswijze. Zij stellen verder dat hun asielaanvragen in Duitsland niet inhoudelijk behandeld zullen worden en dat zij vrezen voor indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Niet in geschil is dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers. </para>
    <para />
    <para>5. Met het claimakkoord van 26 maart 2019 hebben de Duitse autoriteiten gegarandeerd om de verzoeken van eisers om internationale bescherming in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Het is aan eisers om concrete feiten en omstandigheden aan te dragen die aanknopingspunten bieden voor het tegendeel. Eisers zijn daar met hun niet onderbouwde stellingen niet in geslaagd. Voor zover eisers daarnaast hebben verwezen naar hun zienswijze stelt de rechtbank vast dat verweerder hierop gemotiveerd heeft gereageerd in het voornemen van 21 maart 2019. Eisers hebben niet onderbouwd waarom die reactie niet juist zou zijn. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt verder vast dat eisers geen persoonlijke feiten of omstandigheden hebben aangevoerd die in de weg zouden kunnen staan aan overdracht aan Duitsland. </para>
    <para />
    <para>7. Er was daarom geen aanleiding voor verweerder om de behandeling van de asielaanvragen aan zich te trekken met toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening.</para>
    <para />
    <para>8. De beroepen zijn ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0323c284-c622-4bd8-86a0-a68f5b5fc78b" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9e5a087-07f4-4bcb-8658-00055a49caf7" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>