<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:5987</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-12T15:33:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2019:3174</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/913 en AWB 19/914(vovo)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:5987">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:5987</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-12T14:29:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:5987 Rechtbank Den Haag , 02-05-2019 / AWB 19/913 en AWB 19/914(vovo)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:5987:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 64 Vw, psychische klachten, geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten en in staat om te reizen, geen aanknopingspunten dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, niet duidelijk wat de gevolgen zijn van feitelijke uitzetting/overdracht voor de gezondheidstoestand, beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:5987:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: 	AWB 19/913 (beroep)</para>
      <para>AWB 19/914 (voorlopige voorziening)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [persoonsnummer]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 2 mei 2019 in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.A. Vermeij),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de staatssecretaris van justitie en Veiligheid, verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 september 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor opschorting van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.<?linebreak?></para>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig G. Ogbamichael, tolk in de taal Tigrinya. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht voor de behandeling van haar beroep en verzoek om voorlopige voorziening wegens betalingsonmacht. Ter onderbouwing van dit verzoek zijn ingevulde verklaringen van afwezigheid van inkomen en vermogen overgelegd. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe en zal de rechtbank het beroep inhoudelijk behandelen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres geniet in Cyprus internationale bescherming. Haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verweerder in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 29 augustus 2018<footnote-ref linkend="_718f446d-837f-4c6a-9e9c-74902a6d8811" /> heeft deze rechtbank en zittingsplaats het daartegen ingediende beroep ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">BMA-advisering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op 7 juni 2018 heeft eiseres een verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vw ingediend. Nadat zij haar aanvraag heeft aangevuld, heeft het Bureau Medische Advisering (BMA) op 17 september 2018 een medisch advies uitgebracht. Daarin staat dat de huisarts klachten passend bij posttraumatische stressstoornis (PTSS) vermeldt. Het gaat om depressieve klachten, suïcidale gedachten, slecht slapen en het horen van stemmen. Uit het journaal blijkt geen psychotische ontwikkeling of concrete suïcidaliteit. Eiseres is tot voor kort behandeld door de huisarts. Hij heeft haar medio juli 2018 verwezen naar een GGZ-instelling. In de voorbije periode zijn diverse psychofarmaca geprobeerd en weer gestaakt in verband met onvoldoende effect. A. Fluoxetine (werkzaam voor stemmings- en angstklachten) wordt vanaf begin juli 2018 gebruikt. De behandelduur valt niet aan te geven. Een traumagerichte behandeling lijkt noodzakelijk te zijn. Bij het uitblijven van behandeling in de huidige situatie valt een toename van klachten (met: somberheid, gevoelens van wanhoop, slaapstoornissen, nachtmerries, herbelevingen) te verwachten. Bij het uitblijven van behandeling verwacht de BMA-arts geen medische noodsituatie op korte termijn. Het toestandsbeeld zelf en de voorgeschiedenis geven hiervoor onvoldoende aanwijzingen. Eiseres is niet suïcidaal of psychotisch (geweest) en de voorgeschiedenis laat geen relevante incidenten als een gedocumenteerde suïcidepoging of een gedwongen opname zien. Eiseres kan reizen. De BMA-arts heeft geen aanwijzingen dat enige medische voorziening noodzakelijk is.       </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>In de bezwaarfase heeft eiseres medische stukken overgelegd en heeft het BMA op 17 december 2018 aanvullend geadviseerd. Daarin staat dat de huisarts vermeldt dat eiseres zich meerdere malen suïcidaal geuit heeft. Verder vermeldt de huisarts dat het zeer wel mogelijk is dat terugkeer naar Cyprus in het kader van de Dublinclaim één en ander kan uitlokken dan wel verergeren, zeker met betrekking tot haar suïcidaliteit. De psychiater meldt een achteruitgang waarbij hij aangeeft dat eiseres een toekomst buiten Nederland niet ziet zitten en dat zij de stress rondom de asielprocedure enorm ervaart. Dit leidt ertoe dat angsten en onrust toenemen. De suïcidaliteit is voor de psychiater zeer lastig in te schatten. Bij mensen met vergelijkbare problematiek als eiseres is dat risico aanzienlijk geeft hij aan. </para>
        <para>Volgens de BMA-arts blijkt uit de informatie van beide behandelaars een duidelijke relatie tussen de klachten van eiseres en de asielprocedure, meer in het bijzonder uitzetting/terugkeer naar Cyprus. Daarbij valt overigens op dat de psychiater, in deze toch kundiger, zich minder stellig uitlaat over eventuele suïcidaliteit. Hij laat zich over eiseres zelfs niet concreet uit. Hij heeft het over ‘mensen met vergelijkbare problemen als eiseres’.</para>
        <para>Hoe het ook zij, het is niet aan de medisch adviseur om zich uit te spreken over de mogelijke gevolgen van uitzetting. De BMA-arts ziet in de ontvangen informatie geen reden het advies te wijzigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat haar klachten in verband worden gebracht met een verkrachting die heeft plaatsgevonden in een asielzoekerscentrum in Cyprus. Volgens haar heeft verweerder ten onrechte nagelaten haar in kennis te stellen van het aanvullend advies van het BMA voorafgaand aan de beslissing op bezwaar. Verweerder heeft daardoor het beginsel van de ‘equality of arms’ geschonden en het bestreden besluit is daarom niet voldoende zorgvuldig voorbereid. Eiseres is de mogelijkheid ontnomen om het aanvullend BMA-advies aan haar behandelaars voor te leggen en hun reactie op het advies in te brengen in de bezwaarprocedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij niet inziet dat het beginsel van ‘equality of arms’ is geschonden. Het aanvullend BMA-advies is gebaseerd op feiten die eiseres zelf betreffen. Niet is gesteld en evenmin is gebleken dat deze gegevens afwijken van de gegevens die eiseres zelf heeft ingebracht. Daar komt bij dat eiseres de mogelijkheid heeft om -in beroep- op het aanvullend BMA-advies te reageren. Verweerder was niet gehouden om -voorafgaand aan de beslissing op bezwaar- eiseres in de gelegenheid te stellen om te reageren op het aanvullend BMA-advies. In beroep heeft eiseres overigens geen reactie van haar behandelaars ingebracht. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat de adviezen van het BMA niet voldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. In het BMA-advies van 17 december 2018 noteert de BMA-arts dat de psychiater zich minder stellig uitlaat over eventuele suïcidaliteit dan de huisarts. Het BMA-advies is uitsluitend gebaseerd op -volgens de BMA-arts zelf- niet eenduidige medische informatie. De BMA-arts had daarom aanvullende informatie moeten opvragen aan de behandelaars en zo nodig expertise moeten inwinnen van een onafhankelijke deskundige. Eiseres verwijst daarbij naar het Protocol Medische Advisering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>In paragraaf 3.1 van het Protocol Medische Advisering staat dat het onderzoek naar de gezondheidstoestand en de behandeling van de vreemdeling in principe plaats vindt op basis van schriftelijke informatie van BIG-geregistreerde behandelaars. Zo nodig wordt aanvullend een behandelaar telefonisch of schriftelijk benaderd of wordt na het ontvangen van schriftelijke informatie een expertise bij een onafhankelijke deskundige gevraagd. De medisch adviseur kan besluiten expertise in te winnen van een onafhankelijke deskundige (niet zijnde de behandelaar) op het desbetreffende vakgebied, als de beschikbare medische informatie daartoe naar zijn oordeel aanleiding geeft. Dit kan met name het geval zijn als naar het oordeel van de medisch adviseur:</para>
        <para>• de door de behandelaar(s) verstrekte informatie niet consistent is;</para>
        <para>• twijfels zijn gerezen over de door de behandelaar verstrekte informatie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het aangevoerde geen grondslag biedt voor de stelling dat de BMA-adviezen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De BMA-arts schrijft in het aanvullend BMA-advies dat uit informatie van beide behandelaars -de huisarts en de psychiater- een duidelijke relatie blijkt tussen de klachten van eiseres en de asielprocedure, meer in het bijzonder uitzetting/terugkeer naar Cyprus. In zoverre komt de informatie van huisarts en psychiater met elkaar overeen. Het verschil zit daarin dat de psychiater, die volgens de BMA-arts in deze kundiger is dan de huisarts, zich minder stellig uitlaat over eventuele suïcidaliteit. Hierin ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat de door de behandelaars verstrekte informatie niet consistent zou zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat niet relevant is of de feitelijke uitzetting kan leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Ten onrechte heeft verweerder aan het BMA hier geen aanvullend advies over gevraagd. Eiseres verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 december 2018<footnote-ref linkend="_5fd722aa-f41c-4ed6-aa0c-eab3222f4d30" />. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>De Afdeling overweegt in die uitspraak (zie rechtsoverweging 6.3) dat verweerder bij de beoordeling van een aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw in het kader van de vraag of een vreemdeling medisch gezien in staat is om te reizen, ook moet beoordelen of de feitelijke uitzetting van een vreemdeling kan leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM en welke reisvereisten in dat verband moeten worden gesteld. Zoals ook volgt uit de in het beleid gemaakte tweedeling tussen reizen en medische noodsituatie, valt deze beoordeling niet samen met de beoordeling of het uitblijven van behandeling zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. Verder blijft staan dat het ook buiten het kader van artikel 3 van het EVRM nodig kan zijn om reisvereisten in een BMA-advies op te nemen om een zorgvuldige uitzetting te waarborgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>De rechtbank deelt de opvatting van verweerder dat de feiten in die zaak verschillen van het onderhavige geval. Daar had de rechtbank in eerste aanleg<footnote-ref linkend="_ead32d66-9c99-4f94-a23d-12be26ec531a" /> uit een e-mail van de behandelaars afgeleid dat zij de psychische gezondheidstoestand van de vreemdeling als bijzonder ernstig aanmerkten en dat te verwachten was dat de feitelijke uitzetting of de aankondiging daarvan zou leiden tot forse decompensatie, bestaande uit psychotisch escaleren of suïcidaal reageren. Uit de informatie van de behandelaars in deze zaak kan dit niet worden afgeleid. Wat de gevolgen van een overdracht op zichzelf voor de gezondheidstoestand van eiseres zijn, staat niet beschreven. Ook uit de in beroep overgelegde informatie van 7 maart 2019 van Mentrum Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam blijkt dit niet.</para>
      <para />
      <para>7. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter wijst dat verzoek af. </para>
      <para />
      <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank,</para>
      <para>in de zaak geregistreerd onder nummer: AWB 19/913,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter,</para>
      <para>in de zaak geregistreerd onder nummer: AWB 19/914),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek af. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. F. Grundmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>								rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak, voor zover gericht tegen het beroep, kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing. </para>
  </section>
  <footnote id="_718f446d-837f-4c6a-9e9c-74902a6d8811" label="1">
    <para> NL18.11341</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5fd722aa-f41c-4ed6-aa0c-eab3222f4d30" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:4314</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ead32d66-9c99-4f94-a23d-12be26ec531a" label="3">
    <para> Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem van 9 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4315</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>