<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:5230</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-25T11:54:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19.5643</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:5230">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:5230</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-25T11:53:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:5230 Rechtbank Den Haag , 11-04-2019 / 19.5643</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:5230:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:5230:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL19.5643 en NL19.5645</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, eiseres</para>
      <para>(samen te noemen: eisers)</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. E. de Jong).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluiten van 8 maart 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling gesteld. </title>
    <para>
      <?linebreak?>Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL19.5644 en NL19.5646, plaatsgevonden op 4 april 2019. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Fayez. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De eerste asielaanvragen van eisers zijn bij beschikking van 29 januari 2018 </para>
    <para>niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak in hoger beroep van 8 juni 2018 zijn de beschikkingen in rechte vast komen te staan. </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de opvolgende aanvragen van 16 december 2018 bij de bestreden besluiten buiten behandeling gesteld, omdat eisers volgens verweerder hebben nagelaten om informatie die van wezenlijk belang is voor de beoordeling van hun aanvraag, in te brengen.</para>
    <para />
    <para>3. Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij nemen het standpunt in dat verweerder hen had moeten horen, aangezien alleen via horen inzichtelijk kan worden gemaakt wat hen in Griekenland is overkomen. </para>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 30c, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 kan een asielaanvraag buiten behandeling worden gesteld indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 3.45b, eerste lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV) is bepaald dat dit kan gebeuren indien de vreemdeling twee keer heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In paragraaf C2/8 van de Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgelegd dat een vreemdeling een tweede of volgende aanvraag indient door middel van het model M35-0. Het model M35-0 betreft tevens het eerste verzoek om informatie als bedoeld in artikel 3.45b, eerste lid, VV. Indien de vreemdeling het model M35-0 incompleet indient, waardoor informatie ontbreekt om op de aanvraag te kunnen beslissen, maakt de IND gebruik van de bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te stellen en brengt een daartoe strekkend voornemen uit. De IND maakt met het voornemen kenbaar dat is geconstateerd dat de aanvraag niet volledig is en dat informatie ontbreekt. Bij dit voornemen biedt de IND tevens een termijn van in beginsel één week voor het completeren van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eisers hebben in het M35-0 formulier enkel aangevinkt dat de opvolgende aanvraag is gedaan vanwege een nieuwe gebeurtenis en/of informatie, maar daarbij geen informatie aan verweerder verstrekt. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eisers aldus niet hebben geantwoord op het verzoek om de informatie zoals gevraagd in het M35-0 formulier. Zoals verweerder terecht opmerkt in het voornemen, hebben eisers onder meer niet vermeld welke concrete, op hen persoonlijk betrekking hebbende informatie beschikbaar is en vanaf wanneer, dan wel welke concrete gebeurtenis zich heeft voorgedaan en wanneer. Evenmin hebben eisers vermeld waarom zij dit niet eerder naar voren hebben gebracht. </para>
    <para />
    <para>7. In de zienswijze is hierop namens eisers meegedeeld dat zij in Griekenland dreigementen hebben ondervonden waarvoor zij geen bescherming hebben kunnen vinden en dat zij dit om hen moverende redenen nog niet eerder hebben verklaard. Ook geven zij aan te willen worden gehoord.</para>
    <para />
    <para>8. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eisers aldus wederom niet naar behoren hebben geantwoord op het herhaalde verzoek van verweerder om de elementen van de opvolgende aanvraag te onderbouwen. De rechtbank overweegt hiertoe dat eisers niet hebben geduid welke gebeurtenissen zich hebben voorgedaan en wanneer, noch is die informatie met stukken onderbouwd. De enkele stelling van eisers bij de zienswijze dat zij om hen moverende redenen niet eerder over bedreigingen in Griekenland hebben verklaard, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat verweerder niet ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat van eisers mag worden verwacht dat zij meer informatie verstrekken alvorens tot horen wordt overgegaan. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat voor de beoordeling van de aanvragen wezenlijke informatie ontbreekt, terwijl eisers hierom tot twee keer toe zijn gevraagd. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zijn de aanvragen terecht buiten behandeling gesteld. De beroepen zijn ongegrond.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. L. Heekelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>