<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:5178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-23T09:29:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-09-572313-KG ZA 19-384</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:5178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:5178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-23T09:28:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:5178 Rechtbank Den Haag , 21-05-2019 / C-09-572313-KG ZA 19-384</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:5178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisers, die in kort geding de opheffing van strafvorderlijke beslagen vorderen, worden niet-ontvankelijk verklaard. In de klaagschriftprocedure ex artikel 552 a Sv – zijnde de hiervoor aangewezen procedure – is al een zitting geweest en de uitspraak wordt verwacht over twee weken. Voorts is er geen plaats voor het aanleggen van een andere toets in kort geding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:5178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/572313 / KG ZA 19/384</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ter zitting van 21 mei 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>A.R.B. Automaten B.V. te Rotterdam,</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">Fun-Tech Store B.V. </emphasis>te Enschede,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3.	Cash B.V. </emphasis>te Rotterdam,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4.	Point of sales B.V. </emphasis>te Rotterdam,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">5.	[eiseres sub 5] </emphasis>te [plaats 1] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">6.	[eiseres sub 6] </emphasis>te [plaats 2] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">7.	[eiser sub 7] </emphasis>te [plaats 1] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">8.	[eiser sub 8] </emphasis>te [plaats 2] ,</para>
    <parablock>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. P. Koorn te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">De Staat der Nederlanden </emphasis>(het ministerie van Justitie en Veiligheid, het Openbaar Ministerie) te Den Haag,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">Kansspelautoriteit </emphasis>te Den Haag,</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. G.C. Nieuwland te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aanwezig is mr. S.J. Hoekstra - van Vliet, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. T.A.E. Scheers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens zijn aanwezig:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>aan de zijde van eisers: eiser sub 7, mede als vertegenwoordiger van eiseres sub 1, en de advocaten mr. P. Koorn en mr. P.C. Verloop; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>aan de zijde van gedaagden: mr. [A], officier van justitie, en de advocaat mr. G.C. Nieuwland. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat partijen hun standpunt ten aanzien van de ontvankelijkheid hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op het standpunt van de wederpartij daarover en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eisers vorderen in deze procedure, verkort en zakelijk weergegeven: </para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de teruggave van al hetgeen in beslag is genomen met de acties omstreeks 28 februari 2019 en 28 maart 2019, zijnde 95 Cash Centers en de gelden die zich daarin bevonden, de gelden van de beslagen banktegoeden en de administratie van opstelpunten, op straffe van verbeurte van een dwangsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden te gebieden om niet voordat het opsporingsonderzoek is afgerond over te gaan tot nieuwe beslagen ten aanzien van eisers in verband met de Cash Centers, tenzij de officier van justitie ervoor instaat dat daarbij een tijdige met waarborgen omklede rechtsgang wordt geboden, op straffe van verbeurte van een dwangsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden te veroordelen tot betaling van een voorschot op schadevergoeding per dag dat de inbeslagname heeft geduurd aan FTS van € 4.000,-, aan Cash van € 4.000,-, aan Pos van € 4.000,- en aan ARB van € 1.000,-, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden te veroordelen tot het doen van een rectificatie inzake de vermeende overtredingen van de Wet op de kansspelen die met de Cash Centers zouden zijn gepleegd, op de wijze zoals vermeld in de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 2 april 2019 te herroepen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagden te veroordelen in kosten van het vorige kort geding en van dit geding en in de nakosten van beide gedingen, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Gedaagden voeren primair een ontvankelijkheidsverweer. Subsidiair voeren zij inhoudelijk verweer tegen het gevorderde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart eisers niet ontvankelijk in hun vorderingen. Daartoe is het volgende redengevend. Vaststaat dat eisers de klaagschriftprocedure op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: de 552a-procedure) zijn gestart, dat de mondelinge behandeling in die procedure al heeft plaatsgevonden en dat daarin op korte termijn – op 4 juni aanstaande – een uitspraak valt te verwachten. Indien dat niet het geval mocht zijn, dan hebben eisers de mogelijkheid om te verzoeken om een spoedige uitspraak. Daarmee komt de spoedeisendheid aan deze zaak te ontvallen. Voor zover eisers menen dat voormelde klaagschriftprocedure geen adequate rechtsbescherming biedt, omdat daarin niet alle bezwaren van eisers kunnen worden getoetst, met name niet het argument dat de officier van justitie misbruik van bevoegdheid maakt, wordt daaraan voorbij gegaan. De klaagschriftprocedure is de geëigende procedure, die specifiek voor dit soort kwesties is bestemd. Dat in die procedure een beperkte toets zal worden aangelegd, op basis van het door de Hoge Raad hiervoor gegeven kader, maakt niet dat er plaats is voor een separate civiele beoordeling of voor het aanleggen van een andere toets in dit kort geding. Eisers zullen dan ook de uitspraak in de 552a-procedure moeten afwachten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van dit geding, op de wijze zoals hierna vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>verklaart eisers niet-ontvankelijk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt eisers hoofdelijk om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan gedaagden te betalen, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 2.972,--, waarvan € 980,-- aan salaris advocaat en € 1.992,-- aan griffierecht;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>bepaalt dat eisers bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>WAARVAN PROCES-VERBAAL,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>………………………………….			…………………………………</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>mr. T.A.E. Scheers					mr. S.J. Hoekstra - van Vliet</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>