<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:4653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-13T15:22:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.1998</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4653">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4653</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-09T14:10:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:4653 Rechtbank Den Haag , 19-04-2019 / NL19.1998</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:4653:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Buiten zitting, Dublin, Litouwen, interstatelijk vertrouwensbeginsel, medische problematiek, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:4653:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL19.1998  </para>
      <para>V-nummers: [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiseres,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer NL19.1999.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank sluit het onderzoek met toestemming van partijen zonder zitting<footnote-ref linkend="_d4eee129-3d69-42d0-8eb3-f03dd401f3ff" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] . Op  31 oktober 2018 heeft zij een asielaanvraag ingediend, mede namens haar minderjarige kinderen: [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] , en [naam 3] , geboren op [geboortedatum 3] . Allen zijn burger van Wit-Rusland.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag in het bestreden besluit niet in behandeling genomen, </para>
    <para>omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Uit onderzoek in het EU-Vis systeem is gebleken dat de Litouwse vertegenwoordiging in Minsk aan eiseres en haar kinderen een Schengenvisum heeft verleend. Dit visum was geldig van 22 oktober 2018 tot 21 januari 2019. Verweerder heeft Litouwen verzocht om eiseres over te nemen. De autoriteiten van Litouwen hebben op 8 januari 2019 laten weten op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_4935df1c-63d1-4fec-aa28-3248ea457eff" /> verantwoordelijk te zijn voor de behandeling van het verzoek van eiseres om internationale bescherming en het verzoek te accepteren. </para>
    <para>3. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat. Zij verzet zich tegen overdracht aan Litouwen. Zij vreest dat zij bij overdracht aan Litouwen een risico loopt op indirect refoulement. Verder betoogt eisers dat zij behoort tot een kwetsbare groep en dat rekening gehouden moet worden met haar medische problematiek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Niet in geschil is dat Litouwen in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling  van de asielaanvraag van eiseres. Met het claimakkoord van 8 januari 2019 hebben de Litouwse autoriteiten gegarandeerd om het verzoek van eiseres om internationale bescherming in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen.</para>
    <para />
    <para>5. Als uitgangspunt geldt dat ten aanzien van Litouwen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan – wat ook blijkt uit de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_b5029707-843f-48e8-aa69-12f39162fdee" /> van 23 november 2016<footnote-ref linkend="_e2494282-a6f2-4fc4-8f86-bdce5bd55e45" />. Het is aan eiseres om concrete feiten en omstandigheden aan te dragen die aanknopingspunten kunnen bieden voor het oordeel dat dit anders is. Eiseres is daar met haar niet onderbouwde stelling dat sprake zal zijn van indirect refoulement, niet in geslaagd.</para>
    <para />
    <para>6. Er zijn, anders dan eiseres stelt, geen aanvullende garanties van de Litouwse autoriteiten nodig, omdat eiseres niet heeft aangetoond dat zij tot een kwetsbare groep behoort. Het beroep op het arrest Tarakhel<footnote-ref linkend="_25a64526-caad-410b-a8e1-f7c9d97aab48" /> van 4 november 2014 van het EHRM<footnote-ref linkend="_279cb925-3d7b-4425-aa96-1a948e45aa9e" /> slaagt niet, reeds omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de omstandigheden in Litouwen vergelijkbaar zijn met die in Italië.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt verder vast dat uit het overgelegde patiëntdossier van eiseres  weliswaar blijkt dat er sprake is van medische problematiek, maar dat hieruit niet blijkt dat eiseres in Nederland onder specialistische behandeling staat of deze behoeft. Verder zijn er geen aanwijzingen dat Nederland het meest aangewezen land is om eiseres te behandelen.</para>
    <para />
    <para>8. Er was daarom geen aanleiding voor verweerder om de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken met toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d4eee129-3d69-42d0-8eb3-f03dd401f3ff" label="1">
    <para> Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4935df1c-63d1-4fec-aa28-3248ea457eff" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5029707-843f-48e8-aa69-12f39162fdee" label="3">
    <para> de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2494282-a6f2-4fc4-8f86-bdce5bd55e45" label="4">
    <para> ECLI:NL:RVS:2016:3153</para>
  </footnote>
  <footnote id="_25a64526-caad-410b-a8e1-f7c9d97aab48" label="5">
    <para> het arrest Tarakhel tegen Zwitserland, nr. 29217/12, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_279cb925-3d7b-4425-aa96-1a948e45aa9e" label="6">
    <para>  het Europees Hof voor de Rechten van de Mens </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>