<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:4472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-07T12:17:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.5551</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4472">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-06T16:38:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:4472 Rechtbank Den Haag , 25-04-2019 / NL19.5551</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:4472:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Italië</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:4472:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL19.5551</para>
      <para>v-nummer: [nummer]</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Elias).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 11 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.5552, plaatsgevonden op 4 april 2019 in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Jalioh. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 7 januari 2019 in Nederland een asielaanvraag ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser omdat hij op 16 februari 2017 daar een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Desgevraagd heeft Italië op 4 februari 2019 ingestemd met de terugname van eiser. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser stelt dat verweerder op basis van artikel 17 van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_69a3c15b-1112-4d1f-b1b1-ace24293f6d5" /> gebruik had moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid om zijn asielaanvraag alsnog aan te trekken omdat ten aanzien van Italië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser stelt dat er systematische tekortkomingen zijn in de Italiaanse asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor eiser een reëel risico loopt op behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_7433cdcf-42ed-4b40-a566-b0c24636d585" />. Eiser onderbouwt deze stelling met algemene informatie afkomstig van verschillende bronnen. Deze informatie<footnote-ref linkend="_fddbc5da-e097-4d70-82ea-0d2fbef04432" /> bestaat gedeeltelijk uit algemene informatie die recenter is dan de algemene informatie waarop de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) zich heeft gebaseerd in de uitspraken van 19 december 2018, 16 januari 2019 en 29 januari 2019<footnote-ref linkend="_1ab676b8-51dd-47a8-8d5d-6590a99703d5" />. Uit deze recentere informatie blijkt volgens eiser dat de situatie voor asielzoekers in Italië sinds de uitspraken van de Afdeling is verslechterd. Daarnaast heeft de Afdeling niet onderkend dat ondanks de dalende instroom, er nog altijd een groot tekort is aan opvangplaatsen. Dit tekort wordt veroorzaakt door achterstanden in de behandeling van lopende procedures en bezuinigingen. Eiser heeft ter zitting daaraan toegevoegd dat de omstandigheden van de opvanglocatie waar hij verbleef zeer slecht waren. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. In geschil is of verweerder op grond van artikel 17 van de Dublinverordening de asielaanvraag van eiser alsnog aan zich had moeten trekken. De rechtbank overweegt dat verweerder er in beginsel van uit mag gaan dat Italië zijn verdragsverplichtingen ten opzichte van eiser nakomt. Het ligt daarom op de van weg van eiser om aan te tonen dat ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.</para>
    <para />
    <para>5. Bij voornoemde uitspraken van de Afdeling is bevestigd dat verweerder ten aanzien van Italië nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. De Afdeling heeft daarbij overwogen dat het Salvini-decreet<footnote-ref linkend="_ad8b4523-425b-454a-a3fd-edb0e74816d0" /> vooralsnog niet ertoe heeft geleid dat er structurele tekortkomingen zijn ontstaan in de opvangomstandigheden en de asielprocedure, en evenmin dat asielzoekers zonder meer een reëel risico lopen op behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat de informatie die door eiser is ingebracht vergelijkbaar is met de informatie die is meegewogen door de Afdeling in voornoemde uitspraken, en kan daarom niet leiden tot een ander oordeel. Dat de Italiaanse regering bezuinigt op opvanglocaties en dat door onder andere de UNHCR en de Commissaris voor de Mensenrechten zorgen zijn geuit over de situatie van asielzoekers, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. De stelling dat de effecten van de lage instroom van asielaanvragen in Italië pas veel later merkbaar zullen zijn omdat de asielprocedure ongeveer twee jaar duurt en gedurende die procedure opvang noodzakelijk is terwijl opvanglocaties al overvol zijn en er locaties gesloten worden, brengt niet zonder meer met zich dat asielzoekers reeds daarom een reëel risico lopen op een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM.</para>
    <para />
    <para>7. Voor zover eiser betoogt dat Italië zich niet houdt aan de Opvangrichtlijn<footnote-ref linkend="_36286800-c679-431b-aab5-0991a8085514" />, heeft verweerder terecht verwezen naar het arrest van het Europees Hof van de Rechten van de Mens, K.R.S. tegen het Verenigd Koninkrijk<footnote-ref linkend="_38f6fa56-c1b4-4737-b0af-758bdeea3e5a" />, van 2 december 2008. Indien Italië zich ten opzichte van eiser niet houdt aan zijn verplichtingen, dient eiser zich hierover te beklagen bij de (hogere) Italiaanse autoriteiten.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_69a3c15b-1112-4d1f-b1b1-ace24293f6d5" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7433cdcf-42ed-4b40-a566-b0c24636d585" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fddbc5da-e097-4d70-82ea-0d2fbef04432" label="3">
    <para> Brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 19 maart 2019</para>
    <para>Council of Europe, The Commissioner calls on Italy to uphold the human rights of refugees, asylum seekers and migrants, van 7 februari 2019</para>
    <para>UNHCR, UNHCR Italy Factsheet, van 31 januari 2019</para>
    <para>Il Sole 24 ORE, Migranti: ecco le cifre dell’accoglienza in Italia, van 10 februari 2019 </para>
    <para>USDOS, US Department of State: Country Report on Human Rights Practices 2018 - Italy, van 13 maart 2019 </para>
    <para>The Guardian, Italy rejects record number of asylum applications, van 14 februari 2019 </para>
    <para>European Stability Initiative, The Italian Magnet – Deaths, arrivals and returns in the Central Mediterranean, van 13 maart 2018 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ab676b8-51dd-47a8-8d5d-6590a99703d5" label="4">
    <para> ECLI:NL:RVS:2018:4131, ECLI:NL:RVS:2019:130 en ECLI:NL:RVS:2019:218</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad8b4523-425b-454a-a3fd-edb0e74816d0" label="5">
    <para> Italiaans wetsdecreet nr. 113/2018, van 5 oktober 2018</para>
  </footnote>
  <footnote id="_36286800-c679-431b-aab5-0991a8085514" label="6">
    <para> Richtlijn 2013/33/EU</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38f6fa56-c1b4-4737-b0af-758bdeea3e5a" label="7">
    <para> ECLI:NL:XX:2008:BG9802, JV 2009/41</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>