<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:4433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-07T12:19:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 18 / 9653</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:4433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-06T13:59:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:4433 Rechtbank Den Haag , 17-04-2019 / AWB 18 / 9653</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:4433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 64, niet in behandeling genomen, geen medische behandeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:4433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 18/9653</para>
      <para>v-nummer: [nummer] </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] , eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 3 december 2018 (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2019. Beide partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Libische nationaliteit. Op 30 juli 2018 heeft hij verweerder verzocht om met toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) uitstel van vertrek toe te staan om medische redenen. Bij besluit van 17 september 2018 heeft verweerder eisers aanvraag buiten behandeling gesteld omdat eiser een onvolledige aanvraag heeft ingediend. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat dit geschil zich beperkt tot de vraag of verweerder de aanvraag buiten behandeling heeft mogen stellen.</para>
    <para />
    <para>3. Uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw wordt door verweerder verleend indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij vanwege medische redenen niet in staat is om te reizen, of indien vanwege zijn medische situatie, er een reëel risico bestaat op een schending van artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_71cb5787-6f3e-467f-80da-8e702187a845" />. Hiervan is sprake indien verwacht kan worden dat de vreemdeling op korte termijn in een medische noodsituatie kan geraken waarvoor hij in zijn land van herkomst niet behandeld kan worden. Met zijn verzoek om artikel 64 van de Vw van toepassing te verklaren dient de vreemdeling de bewijsmiddelen over te leggen die worden genoemd in paragraaf A3/7.2.4, van de Vc<footnote-ref linkend="_943d91c9-5b87-4c55-a38f-4fd3633bfb4d" />. </para>
    <para>4. Verweerder heeft in zijn brief van 9 augustus 2018 aan eiser medegedeeld dat hij een onvolledige aanvraag heeft ingediend omdat geen (recente) versie van de volgende stukken zijn ingebracht:</para>
    <para>- het formulier ‘Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens’ van de actieve behandelaar(s);</para>
    <para>- het formulier ‘Bijlage bewijs omtrent de medische situatie’ van de actieve behandelaar(s);</para>
    <para>- relevante medische gegevens van de behandelaar(s) in reactie op de vragen van het Bureau Medische Advisering.</para>
    <para>Verweerder heeft eiser vervolgens twee weken de tijd gegeven om alsnog de gevraagde informatie te leveren. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Nu eiser niet aan enig wettelijk voorschrift heeft voldaan voor de in behandeling nemen van zijn aanvraag, heeft verweerder mogen besluiten om de aanvraag op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling te nemen.</para>
    <para />
    <para>5. Dat eiser bij een nieuwe behandelaar op een lange wachtlijst staat, en daarom geen recente informatie heeft kunnen overleggen, kan niet tot een ander oordeel leiden. Artikel 64 van de Vw kan alleen van toepassing worden verklaard aan de vreemdeling die in Nederland een medisch behandeling ondergaat, en die bij uitblijven van deze behandeling in een medische noodsituatie zal komen. Als er geen sprake is van een behandeling, kan er geen uitstel van vertrek worden verleend.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. Eisers overige beroepsgronden behoeven geen bespreking, nu deze zien op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.</para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Mentink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_71cb5787-6f3e-467f-80da-8e702187a845" label="1">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden</para>
  </footnote>
  <footnote id="_943d91c9-5b87-4c55-a38f-4fd3633bfb4d" label="2">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>