<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:3356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-09T11:45:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.4630</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:3356">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:3356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-08T15:05:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:3356 Rechtbank Den Haag , 28-03-2019 / NL19.4630</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:3356:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>opvolgende aanvraag, communicatieproblemen met tolk in eerste asielprocedure geen novum</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:3356:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL19.4630</para>
      <para>V-nummer: [nummer]</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).</para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop <?linebreak?>Bij besluit van 26 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.4631, plaatsgevonden op 28 maart 2019. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op 6 mei 2017 heeft eiser in Nederland een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van 15 augustus 2017<footnote-ref linkend="_f6a0c690-586a-4e7e-86f9-bcf29c47cad4" />, van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld, zodat deze in rechte vast staat.  </para>
    <para />
    <para>2. Op 21 januari 2019 heeft eiser in Nederland een herhaald asielverzoek ingediend. Verweerder heeft deze opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, onder aanhef en onder d, van de Vw<footnote-ref linkend="_91195b13-eca5-4f1b-a87a-7cd595e8c127" />. Er is tevens een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.</para>
    <para />
    <para>3. In geschil is of het op 6 februari 2019 afgebroken gehoor opvolgende aanvraag met de Franse tolk wegens communicatieproblemen een novum is, of verweerder een nieuw medisch onderzoek had moeten laten doen door FMMU<footnote-ref linkend="_a1e9029a-e99a-4c66-88cf-ef39a8ae11e6" /> en of verweerder in de eerste asielprocedure te weinig vragen heeft gesteld over zijn bekering tot het christendom, waardoor eiser te weinig heeft kunnen verklaren over zijn bekering.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt dat niet gebleken is dat eiser in de eerste asielprocedure tijdens de gehoren problemen met de Franse tolk heeft ervaren. Dit is tijdens drie gehoren<footnote-ref linkend="_a50afdb1-f660-45cf-9f28-4809bb95b11f" /> nooit door eiser naar voren gebracht of gebleken. Dit blijkt evenmin uit de correcties en aanvullingen en uit de zienswijze bij de eerste asielaanvraag. De omstandigheid dat eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag zegt dat hij communicatieproblemen met de Franse tolk heeft, kan daarom niet als een novum worden beschouwd.</para>
    <para />
    <para>5. Verder was er geen aanleiding om nieuw medisch onderzoek te doen. Ten eerste omdat medisch onderzoek niet verplicht is bij een opvolgende aanvraag en ten tweede omdat tijdens het gehoor opvolgende aanvraag niet is gebleken dat eiser niet in staat was om het gehoor te laten plaatsvinden. Eiser heeft verder desgevraagd gezegd dat er geen medische redenen zijn waarom het gehoor niet kan plaatsvinden. Daarnaast heeft eiser zijn medische problemen niet met stukken onderbouwd.</para>
    <para />
    <para>6. In de voornoemde uitspraak van 15 augustus 2017 is verder geoordeeld in rechtsoverweging 11 en 12 dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn bekering tot het christendom niet aannemelijk heeft gemaakt. Hiertegen heeft eiser geen hoger beroep ingesteld, daarom faalt zijn betoog dat verweerder </para>
    <para>hem in de eerste asielprocedure te weinig vragen heeft gesteld over zijn bekering tot het christendom</para>
    <para />
    <para>7. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden, als bedoeld in artikel 83.0a van de Vw, waardoor ondanks het ontbreken van nova of een relevante wijziging van het recht, de zaak moet worden beoordeeld als ware het een eerste afwijzing.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 28 maart 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is ondertekend en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f6a0c690-586a-4e7e-86f9-bcf29c47cad4" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBLIM:2017:7962</para>
  </footnote>
  <footnote id="_91195b13-eca5-4f1b-a87a-7cd595e8c127" label="2">
    <para> Vreemdelingenwet 2000</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1e9029a-e99a-4c66-88cf-ef39a8ae11e6" label="3">
    <para> Forensisch Medische Maatschappij Utrecht</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a50afdb1-f660-45cf-9f28-4809bb95b11f" label="4">
    <para> Aanmeldgehoor 9 februari 2017, eerste gehoor 3 juli 2017 en nader gehoor 5 juli 2017</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>