<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:14662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-04T11:04:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/202</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14662">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-04T11:04:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:14662 Rechtbank Den Haag , 06-12-2019 / AWB 19/202</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:14662:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inreisverbod en terugkeerbesluit. Eiser heeft geen contact meer met zijn gemachtigde. De rechtbank is van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door hem tegen het terugkeerbesluit en het zwaar inreisverbod ingestelde rechtsmiddel. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:14662:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:	AWB 19/202</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 6 december 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] , eiser,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972,</para>
      <para>van Albanese nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. C.L.J.M. Wilhelmus),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.J. Kaspers).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 11 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Dit besluit omvat tevens een zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 8 januari 2019 beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2019. Eiser is niet verschenen. De gemachtigde van eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser is van Albanese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1972. Hij is naar eigen zeggen vanuit Luxemburg op 26 februari 2018 Nederland binnengekomen. Eiser heeft ten tijde van belang in Luxemburg een verblijfsvergunning als vluchteling, geldig tot 1 juli 2019.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit tegen eiser een terugkeerbesluit en een zwaar inreisverbod voor de duur van tien jaar uitgevaardigd. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank ziet zich eerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. In dat kader overweegt de rechtbank als volgt.</para>
    <para />
    <para>4. Bij brief van 31 oktober 2019 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank bericht dat hij geen contact meer heeft met eiser. </para>
    <para />
    <para>5. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 oktober 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1612 en 1620), is de rechtbank met betrekking tot het terugkeerbesluit en het zwaar inreisverbod van oordeel dat uit de inhoud van de onder 4. vermelde brief moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door hem tegen het terugkeerbesluit en het zwaar inreisverbod ingestelde rechtsmiddel. Hiervoor is van belang dat eiser na het instellen van beroep geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden. Eiser en zijn gemachtigde zijn ook niet op zitting verschenen. </para>
    <para />
    <para>6. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat eiser geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit en de daartegen gerichte beroepsgronden.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage-van den Bosch, voorzitter, mr. H. van der Werff en mr. S. Dijkstra, leden in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier		voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>