<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:14325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-16T11:22:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/2551</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14325">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14325</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-16T11:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:14325 Rechtbank Den Haag , 19-12-2019 / AWB 19/2551</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:14325:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo afgewezen omdat bezwaar geen redelijke kans van slagen had. Beroep Chavez-Vilchez slaagt niet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:14325:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">REchtbank DEN Haag</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB  19/2551 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 december 2019 op het verzoek om een voorlopige voorziening van</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer]</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P. Scholtes),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Mackic).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>2. Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.</para>
    <para />
    <para>3. Verzoeker beoogt verblijf bij zijn minderjarige kinderen [A] en [B] , heeft daartoe een aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ingediend en doet een beroep op het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van 10 mei 2017.  Bij besluit van 7 maart 2019 heeft verweerder voornoemde aanvraag afgewezen.  </para>
    <para />
    <para>4. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit een bezwaarschrift ingediend en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat verzoeker de behandeling van het bezwaar in Nederland mag afwachten. </para>
    <para />
    <para>5. Tijdens de behandeling van het beroep met nummer AWB 19/673 is gebleken dat eiser in het bezit is van een verblijfsvergunning voor Spanje, geldig tot 21 augustus 2021. Verweerder heeft de Spaanse autoriteiten verzocht de verblijfsvergunning in te trekken, maar op dit verzoek is tot op heden niet gereageerd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat eiser nog altijd in het bezit is van een Spaanse verblijfsvergunning. Aan verzoeker zal geen beroep op het arrest Chavez-Vilchez toekomen, nu, gelet op de Spaanse verblijfsvergunning, een afwijzing van de aanvraag niet leidt tot een situatie waarbij de kinderen van verzoeker gedwongen zijn het EU-grondgebied te verlaten. </para>
    <para />
    <para />
    <para>6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. </para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. E. Frieling, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>