<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:14139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-06T08:53:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/4327</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14139">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:14139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-03T11:03:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:14139 Rechtbank Den Haag , 19-12-2019 / AWB 19/4327</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:14139:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond. Faciliterend visum op grond van de Verblijfsrichtlijn. Onvoldoende stukken overgelegd dat aan alle voorwaarden is voldaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:14139:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 19/4327 </para>
      <para>V-nummers: [nummer 1], [nummer 2], [nummer 3] en [nummer 4]</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">6 december 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1],</para>
      <para>mede namens haar drie minderjarige kinderen [naam 2], </para>
      <para>
        [naam 3] en [naam 4],</para>
      <para>gezamenlijk genoemd: eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A. Orhan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R. Wevers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 mei 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers tot afgifte van faciliterende visa op grond van de Verblijfsrichtlijn<footnote-ref linkend="_502c609d-1552-46a1-ae0d-ca109a0a1437" /> geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2019. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat de rechtbank het onderzoek op de zitting heeft gesloten, doet de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers hebben een aanvraag ingediend tot afgifte van faciliterende visa op grond van de Verblijfsrichtlijn, omdat zij samen met hun echtgenoot en stiefvader [naam 5] in Nederland wensen te verblijven voor een vakantie. </para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eisers bij de aanvraag, noch in bezwaar een kopie van het paspoort van deze referent hebben overgelegd. Pas in beroep is een kopie van het Britse paspoort van referent overgelegd. Daarom heeft verweerder terecht vastgesteld dat eisers op het moment dat het bestreden besluit genomen werd niet hadden aangetoond dat referent binnen de reikwijdte van de Verblijfsrichtlijn valt. </para>
    <para />
    <para>3. Verder is van belang of eisers binnen het toepassingsbereik van de Verblijfsrichtlijn vallen. Daarvoor is vereist dat zij de Unieburger begeleiden naar de Unie en gezamenlijk verblijf hebben in de Unie. Dat is niet aangetoond door eisers. In bezwaar zijn alleen vliegtickets overgelegd waaruit volgt dat eisers op dezelfde dag als referent naar Nederland zullen vliegen, maar geen documenten waaruit volgt dat eisers en referent gezamenlijk in Nederland zullen verblijven. Het document wat eerder bij de aanvraag is overgelegd heeft geen betekenis meer, omdat het ziet op een andere periode. Dat verweerder vraagt om hotelreservering is niet in strijd met de Verblijfsrichtlijn. Aangezien eisers niet onder de Verblijfsrichtlijn vallen, zijn de door hen gevraagde visa terecht afgewezen. </para>
    <para />
    <para>4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 	</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier, op 6 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_502c609d-1552-46a1-ae0d-ca109a0a1437" label="1">
    <para> Richtlijn 2004/38/EG.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>