<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:13384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-13T10:53:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL18.22805</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:13384">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:13384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-13T10:45:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:13384 Rechtbank Den Haag , 05-12-2019 / NL18.22805</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:13384:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beroep niet-ontvankelijk, geen beroepsgronden </para>
        <para>Samenvatting:</para>
        <para>Bij brief van 31 oktober 2019 heeft mr. F. Ben-Saddek meegedeeld dat hij niet langer optreedt als de gemachtigde van eiser en zich aan de beroepsprocedure onttrekt. Hij heeft geen beroepsgronden ingediend. Omdat er geen nieuwe gemachtigde bekend is, heeft de rechtbank eiser zelf aangeschreven op het bij de rechtbank laatst bekende adres. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 13 november 2019 gevraagd of hij het beroep wil voortzetten en of hij een nieuwe gemachtigde heeft. Deze brief is bij de rechtbank retour gekomen met de mededeling dat eiser onbekend is op dit adres en onbekend op deze locatie. Omdat er geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen geldige reden is waarom dit niet is gedaan, mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:13384:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL18.22805</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudig kamer van 5 december 2019 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , geboren op [1986] , van Marokkaanse nationaliteit, eiser</bridgehead>
    <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Jansen).  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 november 2018 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2019. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Dat is anders als er een geldige reden is waarom er geen beroepsgronden zijn ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen. </para>
    <para />
    <para>2. Namens eiser is door zijn gemachtigde, mr. F. Ben-Saddek digitaal een beroepschrift ingediend waarmee wordt opgekomen tegen het bestreden besluit. In het beroepschrift zijn geen beroepsgronden vermeld. Met het bericht van 3 oktober 2019 is de gemachtigde op dit verzuim gewezen en in de gelegenheid gesteld de gronden binnen vier weken toe te sturen. Daarbij is erop gewezen dat indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt maakt, het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. </para>
    <para />
    <para>3. Bij brief van 31 oktober 2019 heeft mr. F. Ben-Saddek meegedeeld dat hij niet langer optreedt als de gemachtigde van eiser en zich aan de beroepsprocedure onttrekt. Hij heeft geen beroepsgronden ingediend. </para>
    <para />
    <para>4. Omdat er geen nieuwe gemachtigde bekend is, heeft de rechtbank eiser zelf aangeschreven op het bij de rechtbank laatst bekende adres. De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief van 13 november 2019 gevraagd of hij het beroep wil voortzetten en of hij een nieuwe gemachtigde heeft. Deze brief is bij de rechtbank retour gekomen met de mededeling dat eiser onbekend is op dit adres en onbekend op deze locatie. </para>
    <para />
    <para>5. Omdat er geen beroepsgronden zijn ingediend en er geen geldige reden is waarom dit niet is gedaan, mag de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Michon, rechter, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier													rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>