<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:12994</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-09T10:09:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.24732 en NL19.24734</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:12994">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:12994</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-06T12:35:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:12994 Rechtbank Den Haag , 27-11-2019 / NL19.24732 en NL19.24734</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:12994:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo toegewezen. Dublin Italië. Kwetsbare vreemdelingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:12994:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: NL19.24732 en NL19.24734</para>
      <para>V-nummers: [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3]</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] en [naam 2] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>mede namens hun minderjarige kind <emphasis role="bold">[naam 3]</emphasis>,</para>
      <para>gezamenlijk genoemd: verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N. Jansen).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluiten van 15 oktober 2019 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen<footnote-ref linkend="_f3e98e82-a9fb-40b2-a981-cf70e3f3c694" /> omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting heeft, samen met de behandeling van de zaken NL19.24731 en NL19.24733, plaatsgevonden op 13 november 2019. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verzoekers hebben gebruik gemaakt van een telefonische tolk, M. Crockett. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verzoekers stellen de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 2] , [geboortedatum 2] en [geboortedatum 3] .  </para>
    <para />
    <para>2. Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat zij in het kader van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_b9011d74-ed8a-4e5a-9392-f2f4322ff41a" /> worden overgedragen aan Italië, zolang geen uitspraak is gedaan op de beroepen tegen de bestreden besluiten. </para>
    <para>3. Niet in geschil is dat verzoekers moeten worden aangemerkt als bijzonder kwetsbare vreemdelingen, als bedoeld in het arrest van het EHRM<footnote-ref linkend="_1d6b7e0a-21eb-4c92-b66d-dc061117d770" /> in de zaak Tarakhel<footnote-ref linkend="_09bf7286-85da-4652-9a1c-329ba778954b" />.</para>
    <para />
    <para>4. Onlangs heeft het EHRM een aantal interim measures<footnote-ref linkend="_04b5f11b-9697-4933-ab77-a146401d2fa7" /> getroffen in zaken waarbij sprake was van bijzonder kwetsbare vreemdelingen en waarbij het EHRM vragen heeft gesteld over onder andere gegarandeerde opvang bij terugkeer naar Italië. De Afdeling<footnote-ref linkend="_9b94b5a4-232b-4147-96a9-b4028f37cbba" /> heeft vervolgens naar aanleiding van deze getroffen interim measures voorlopige voorzieningen getroffen in procedures van bijzonder kwetsbare vreemdelingen<footnote-ref linkend="_d5688448-c598-49e8-b574-80ae186c7d93" />. Verweerder heeft op de zitting toegelicht dat er op 29 oktober 2019 twee zaken door de Afdeling op zitting zijn behandeld waarin het gaat om de vraag of verweerder ten aanzien van Italië voor bijzonder kwetsbare vreemdelingen (een vrouw met een minderjarig kind en een man met medische problematiek) (nog steeds) kan uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De uitspraaktermijn in die zaken is bepaald op (in beginsel) zes weken. </para>
    <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat in ieder geval de uitspraken van de Afdeling in die zaken moeten worden afgewacht voordat op de onderhavige beroepen kan worden beslist. Het onderzoek in de zaken NL19.24731 en NL19.24733 is daarom (bij brief van vandaag) heropend teneinde die zaken aan te houden totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de zaken die op 29 oktober 2019 op zitting zijn behandeld. De verzoeken worden om die reden toegewezen, de bestreden besluiten worden geschorst en bepaald wordt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat op de beroepen tegen de bestreden besluiten is beslist.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in samenhangende zaken vast op € 1.024,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1). Als aan verzoekers een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de verzoeken toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schorst de bestreden besluiten  en bepaalt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat op de beroepen is beslist;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.024,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier.</para>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f3e98e82-a9fb-40b2-a981-cf70e3f3c694" label="1">
    <para> Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b9011d74-ed8a-4e5a-9392-f2f4322ff41a" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d6b7e0a-21eb-4c92-b66d-dc061117d770" label="3">
    <para> Europees Hof voor de Rechten van de Mens. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_09bf7286-85da-4652-9a1c-329ba778954b" label="4">
    <para>Het arrest van het EHRM van 4 november 2014 in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_04b5f11b-9697-4933-ab77-a146401d2fa7" label="5">
    <para> Onder andere van 6 september 2019, M.T. t. Nederland (nr. 46595/19), van 16 september 2019, V.A. en anderen t. Italië en Nederland (nr. 48062/19), van 1 oktober 2019, P.T. t. Nederland (50389/10) en van 24 september 2019, S.O. t. Nederland (49569/19). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b94b5a4-232b-4147-96a9-b4028f37cbba" label="6">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d5688448-c598-49e8-b574-80ae186c7d93" label="7">
    <para> Zie onder andere de uitspraak van 9 oktober 2019 van de Afdeling, ECLI:NL:RVS:2019:3432.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>