<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:12721</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:41:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/569349 / HA RK 19-154</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5473</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:12721">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:12721</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-02T09:53:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:12721 Rechtbank Den Haag , 29-11-2019 / C/09/569349 / HA RK 19-154</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:12721:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoeker wenst dat zijn Nederlanderschap wordt vastgesteld.</para>
        <para>Volgens hem stamt hij af van een Nederlandse vader en heeft hij via zijn vader het Nederlanderschap verkregen. </para>
        <para>De IND is het niet met verzoeker eens. Ook de rechtbank volgt verzoeker niet in zijn stellingen. Dit komt omdat niet in rechte is komen vast te staan dat verzoeker wettig afstamt van zijn vader.</para>
        <para>De enkele vermelding van de vader op de geboorteakte van verzoeker is niet voldoende om zijn afstamming te kunnen vaststellen. </para>
        <para>Het verzoek is dan ook afgewezen</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:12721:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: HA RK 19-154</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/569349</para>
    <para>Datum beschikking: 29 november 2019</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 27 februari 2019 ingekomen verzoekschrift van: </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [Y] ,</title>
    <parablock>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>domicilie gekozen hebbend te [plaatsnaam 1] ,</para>
      <para>advocaat mr. S. Karkache te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE STAAT DER NEDERLANDEN, </title>
    <parablock>
      <para>(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,</para>
      <para>verder te noemen ‘de IND’),</para>
      <para>zetelende te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>vertegenwoordigd door mr. R.Y. Reckers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van 13 mei 2019 van de zijde van de IND;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van 28 mei 2019 met bijlagen van de zijde van verzoeker;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van 6 augustus 2019 met bijlagen van de IND;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van de officier van justitie van 27 september 2019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 november 2019 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: </para>
    </parablock>
    <para>- verzoeker en zijn advocaat, bijgestaan door dhr. [naam tolk] tolk Berbers en Arabisch. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De IND is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij brief van 27 september 2019 schriftelijk medegedeeld geen behoefte te hebben aan het bijwonen van de mondelinge behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft ter zitting een Marokkaanse geboorteakte met apostille overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie</title>
    <para>Het verzoekschrift strekt - naar de rechtbank begrijpt - tot vaststelling van het Nederlanderschap van verzoeker, voor zoveel mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De IND concludeert tot afwijzing van het verzoek.</para>
      <para>De officier van justitie heeft bij voormelde brief medegedeeld zich aan te sluiten bij het standpunt van de IND.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <bridgehead role="italic">Ten aanzien van verzoeker</bridgehead>
    <para>- Blijkens een (vertaling van de) akte van de dienst burgerlijke stand uit de gemeente [geboorteplaats Y] , Marokko, met nummer [nr] uit het jaar 1997 is op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats Y] , Marokko, geboren verzoeker voormeld. In deze akte staat als vader vermeld [va Y] zoon van [grootva Y 1] , geboren in 1963 te [geboorteplaats] (hierna: de man), en als moeder [moe Y] dochter van [grootva Y 2] , geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] (hierna: de vrouw).</para>
    <bridgehead role="italic">Ten aanzien van de man en de vrouw </bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Blijkens een kopie van een ‘Expedition d’Acte Testimonal de Mariage’, opgemaakt op 26 april 1989 en afgegeven op 25 maart 2019 (hierna: de lafif-akte), is op verzoek van de man op 19 januari 1989 door twaalf getuigen verklaard dat de man en de vrouw sinds acht jaar met elkaar gehuwd zijn en dat zij samen een kind hebben genaamd [naam anders dan Y] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Blijkens een kopie van een ‘Acte de Repudiation’ met nummer [nr] van het jaar 1989, opgemaakt op [datum] 1989 heeft [va Y] (de rechtbank begrijpt: de man) op diezelfde datum de verstoting uitgesproken van [andere naam dan moe Y] (de rechtbank begrijpt: de vrouw).</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 6 februari 1995 heeft de man een verzoek om naturalisatie tot Nederlander ingediend. Bij Koninklijk Besluit van 24 januari 1996 is aan de man het Nederlanderschap verleend. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De man is op [datum overlijden] 2000 te Rotterdam overleden. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>In geschil is of verzoeker in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 3 lid 1 Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) is Nederlander het kind waarvan ten tijde van zijn geboorte de vader of de moeder Nederlander is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat de op de geboorteakte van verzoeker vermelde moeder (de vrouw) niet over de Nederlandse nationaliteit beschikt. Verzoeker kan dus alleen via zijn vader de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de vaststelling van het Nederlanderschap van verzoeker moet dus vast komen te staan dat de man de juridische vader was van verzoeker ten tijde van de geboorte en dat de man toen de Nederlandse nationaliteit had. Het enkele feit dat de man vermeld staat op de geboorteakte van verzoeker is daarvoor onvoldoende. Om vast te stellen dat de man de juridische vader van verzoeker is, dient naar Marokkaans recht verzoeker geboren te zijn tijdens een wettig gesloten huwelijk van de man met de op zijn geboorteakte vermelde moeder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar Marokkaans recht is enkel een huwelijksakte het rechtsgeldig bewijs van een huwelijk. Verzoeker heeft, ondanks dat hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen originele huwelijksakte, voorzien van een apostille, overgelegd waaruit blijkt dat de personen die als zijn ouders staan vermeld op zijn geboorteakte rechtsgeldig met elkaar zijn gehuwd.</para>
      <para>Volgens verzoeker is er ten tijde van het tussen de man en de vrouw gesloten huwelijk geen huwelijksakte opgemaakt, althans er is geen akte aangetroffen in de registers bij de rechtbank van [plaatsnaam 2] , waar verzoeker navraag heeft gedaan. Volgens verzoeker wordt het huwelijk van zijn ouders echter ook door de zich in het dossier bevindende kopie van de lafif-akte aangetoond. Deze lafif-akte is opgemaakt op 26 april 1989 en de kopie is voorzien van een apostille. Verzoeker heeft daarnaast diverse andere documenten overgelegd, waaronder een kopie van een afschrift van een huwelijksakte, afgegeven op 8 oktober 2018 en een kopie van een afschrift van een huwelijksakte, afgegeven op 7 juni 2013. Van al deze documenten heeft verzoeker echter geen origineel exemplaar overgelegd, zodat deze niet op echtheid konden worden beoordeeld door het Bureau Documenten van de IND, ook niet voor zover ze voorzien waren van een apostille. Reeds om die reden is met de overgelegde stukken niet op wettige wijze aangetoond dat de man en de vrouw ten tijde van de geboorte van verzoeker rechtsgeldig met elkaar waren gehuwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan verzoeker is de rechtbank bovendien van oordeel dat de overgelegde lafif-akte (of beter gezegd, de verschillende kopieën hiervan die door verzoeker zijn overgelegd) geen bewijs kan opleveren voor het aannemen van een rechtsgeldig huwelijk tussen de man en de vrouw. Nog los van het feit dat een lafif-akte ook naar Marokkaans recht in beginsel niet voldoende is voor het aannemen van een huwelijk, bevat de overgelegde lafif-akte ook niet de benodigde kenmerken die als bewijs van een huwelijk zouden kunnen dienen, waaronder de instemming van de huwelijksvoogd en informatie over de betaling van de bruidsgift aan de vrouw. In de lafif-akte wordt vermeld dat de daarin genoemde personen met elkaar zijn gehuwd, maar staan de overige huwelijksvoorwaarden niet vermeld. Het lijkt erop dat de door verzoeker overgelegde lafif-akte (slechts) is opgesteld om de daarin vermelde zoon van de man en de vrouw te wettigen. Ook om die reden kan het document, ook wanneer het wel in origineel en voorzien van de vereiste legalisatie zou zijn ingediend, niet dienen als bewijs voor het huwelijk van de man en de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu verzoeker het bestaan van een wettig en rechtsgeldig huwelijk tussen zijn ouders niet heeft aangetoond, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de eveneens overgelegde documenten ten aanzien van een echtscheiding tussen de man en de vrouw op grond van een verstoting door de man van de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datzelfde geldt voor de door verzoeker overgelegde kopie van een verklaring omtrent verwantschap met nummer [nr] die is opgemaakt op 23 oktober 2018. Volgens deze verklaring is verzoeker het wettige kind van het echtpaar [va Y] en [moe Y] Omdat de wettige afstamming volgens het Marokkaanse recht wordt afgeleid uit het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk, en dat in deze zaak niet is aangetoond, is ook de overgelegde verklaring omtrent verwantschap niet voldoende om aan te nemen dat verzoeker als wettig kind van de op die verklaring vermelde ouders is geboren.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft gelet op het voorgaande niet aangetoond dat hij door geboorte in een familierechtelijke rechtsbetrekking tot de man is komen te staan en ook anderszins is niet gebleken dat sprake zou zijn van een afstammingsrelatie tussen verzoeker en de man, zodat verzoeker niet het Nederlanderschap kan ontlenen aan de man. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek zal daarom worden afgewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzochte af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, H.M. Boone en M.S. Vonck, rechters, bijgestaan door mr. I.M. Talstra-Touwen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>