<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:11623</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-15T12:47:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/570430 / HA ZA 19-289</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11623">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11623</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-14T09:31:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:11623 Rechtbank Den Haag , 30-10-2019 / C/09/570430 / HA ZA 19-289</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:11623:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bevoegdheidsincident. Zijn partners in de partnership naar Engels recht gebonden aan de forumkeuze van de partnership voor de Nederlandse rechter?</para>
        <para>zie ook ECLI:NL:RBDHA:2019:7727.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:11623:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5665952b-7815-40bb-b851-a1584fef482c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d36e08b4-253b-4254-a16a-54442c95c7af" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/570430 / HA ZA 19-289</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 30 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B.V. I]
        </emphasis>, te [plaats 1] ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. L.E.Q. Smits van Oyen te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de parnership naar Engels recht</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [Partnership]
      </emphasis>, te [plaats 2] , Verenigd Koninkrijk,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, te [plaats 3] , Verenigd Koninkrijk,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 3]</emphasis>, te [plaats 3] , Verenigd</para>
    <parablock>
      <para>Koninkrijk,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisers in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. D. Becht te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> Partijen zullen hierna afzonderlijk [B.V. I] , [Partnership] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] genoemd worden. Met [Partnership c.s.] worden hierna gedaagden in de hoofdzaak/eisers in het incident gezamenlijk aangeduid. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis in het incident van 24 juli 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten van [Partnership c.s.] van 21 augustus 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Naar aanleiding van het tussenvonnis in het incident van 24 juli 2019 hebben [Partnership c.s.] bij akte uitlaten van 21 augustus 2019 gereageerd op de stelling van [B.V. I] dat naar Engels recht [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] contractspartij bij zijn bij de overeenkomsten die [Partnership] met [B.V. I] heeft gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In het incident is al vastgesteld dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] partners zijn in [Partnership] . Partijen zijn het erover eens dat op hun rechtsverhouding de <emphasis role="italic">Partnership Act 1890</emphasis> van toepassing is, waarvan artikel 6, voor zover thans van belang, als volgt luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“An act or instrument relating to the business of the firm done or executed in the firm-name, or in any other manner showing an intention to bind the firm, by any person thereto authorised, whether a partner or not, is binding on the firm and all the partners.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit dit artikel volgt onder meer dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] naar Engels recht gebonden zijn aan overeenkomsten die zij namens [Partnership] met derden hebben gesloten. Dit betekent dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] gebonden aan de tussen [B.V. I] en ( [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] namens) [Partnership] overeengekomen forumkeuze (als bedoeld in artikel 25 lid 1 sub b Brussel I bis Vo) voor deze rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De slotsom in het incident is dat de vordering in het incident wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in de hoofdzaak</title>
    <bridgehead role="underline">Bepaling van een comparitie van partijen</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen een schikking kunnen bereiken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Informatieverstrekking door partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 85 lid 3 jo artikel 21 Rv bestaat de mogelijkheid om vóór de comparitie stukken in het geding te brengen. Advocaten dienen deze stukken, zo nodig voorzien van een korte toelichting op de relevantie ervan, ingevolge artikel 2.9 Landelijk Procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken <emphasis role="bold">uiterlijk twee weken vóór de comparitiedatum</emphasis>, met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij, per brief te sturen aan: Paleis van Justitie, <emphasis role="bold">CNA-bureau</emphasis> kamer P2-1415, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. In de brief dienen de naam van de comparitierechter alsmede de datum en het tijdstip van de zitting te worden vermeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Informatieverzoek van de rechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De comparitierechter kan op de voet van artikel 22 Rv een partij verzoeken om op de zitting bepaalde stellingen toe te lichten of op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen dan wel een informant mee te nemen. In dat geval zullen advocaten een formulier ontvangen met nadere instructies. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Pleiten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Advocaten kunnen op de comparitie een juridische toelichting geven maar géén pleitnota voordragen, tenzij de rechter dit van te voren heeft toegestaan. Een advocaat kan daartoe uiterlijk vier weken voorafgaand aan de comparitie een gemotiveerd schriftelijk verzoek bij het CNA-bureau indienen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verzoek om uitstel comparitie wegens verhindering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Een uitstelverzoek wegens verhindering, overmacht, klemmende reden of lopende onderhandelingen over een schikking moet <emphasis role="bold">schriftelijk</emphasis> worden gedaan aan het CNA-bureau, en wel bij voorkeur per B-formulier (conform artikel 1.8 van het Landelijk procesreglement), met gelijktijdige kopie aan de advocaat van de wederpartij. In het verzoek dienen te worden vermeld: de naam van de comparitierechter, de datum en het tijdstip van de zitting, alsmede de verhinderdata voor de eerstkomende drie maanden na de comparitiedatum. De rechtbank zal elk verzoek tot uitstel afwijzen dat niet <emphasis role="bold">binnen twee weken na</emphasis> een ambtshalve dagbepaling van de zitting is ontvangen (conform artikel 8.3 van het Landelijk procesreglement) of dat is ontvangen na een dagbepaling in overleg met partijen, tenzij sprake is van klemmende redenen of overmacht (conform artikel 8.5 van het Landelijk procesreglement) en behoudens het bepaalde onder 3.6.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verzoek om uitstel comparitie wegens schikkingsonderhandelingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Een verzoek om uitstel wegens lopende schikkingsonderhandelingen gedaan binnen twee weken voor de zitting, is in beginsel te laat. De comparitie zal gewoon doorgang vinden. Een uitzondering op deze regel wordt (in ieder geval) gemaakt in het geval dat alle betrokken advocaten het CNA-bureau <emphasis role="bold">uiterlijk twee werkdagen vóór de comparitiedatum</emphasis> schriftelijk hebben bericht dat a) de zaak op eenstemmig verzoek moet worden verwezen naar een mediator of b) de procedure kan worden doorgehaald wegens een alsnog getroffen schikking. In dat laatste geval kunt u de rechtbank verzoeken een door of namens alle partijen getekende en vóór de zitting ontvangen vaststellingsovereenkomst aan te hechten aan een in executoriale vorm opgemaakt proces-verbaal. Indien de rechter een uitstel wegens lopende schikkingsonderhandelingen toestaat maar partijen zijn niet tot een regeling gekomen, dan zal bij de bepaling van een nieuwe zittingsdatum geen voorrang worden verleend boven andere zaken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten in het incident aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>beveelt een verschijning van partijen en hun advocaten, met de hiervoor aangegeven doelen en met inachtneming van al het hiervoor bepaalde, op een nader te bepalen datum en tijdstip ten overstaan van een nader te bepalen comparitierechter;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 6 november 2019 voor het opgeven van verhinderdata aan de zijde van partijen voor de periode december 2019 tot en met februari 2020;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2019.<footnote-ref linkend="_0057cbfa-00a8-45d8-b56b-7dd20c647bcd" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0057cbfa-00a8-45d8-b56b-7dd20c647bcd" label="1">
    <para>type: 1554</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>