<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:11562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-11T09:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/7835</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-04T08:29:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:11562 Rechtbank Den Haag , 15-10-2019 / AWB 19/7835</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:11562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landelijk piket, Colombia, verblijfsdoel en verblijfomstandigheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:11562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AWB 19/7835</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 15 oktober 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] , verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R. Jonkman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op 14 oktober 2019 administratief beroep ingesteld tegen de toegangsweigering tot Nederland van 13 oktober 2019. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat zij niet wordt uitgezet en dat haar alsnog de toegang wordt verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verzoekster is geboren op [geboortedatum] en heeft de Colombiaanse nationaliteit. Op 13 oktober 2019 is zij vanuit Colombia aangekomen op luchthaven Schiphol. Verweerder heeft verzoekster de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6, van de Schengengrenscode. Voor verzoekster is een vlucht geboekt naar Bogota die zal vertrekken op 16 oktober 2019 om 9:50 uur (KL 741).</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft zich bij de toegangsweigering op het standpunt gesteld dat verzoekster niet in bezit is van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van haar verblijf blijkt.</para>
    <para />
    <para>3. Op wat verzoekster hiertegen heeft ingebracht, wordt hierna ingegaan.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter dient te beoordelen of het administratief beroep een redelijke kans van slagen heeft. </para>
    <para />
    <para>5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoekster het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden niet heeft aangetoond. Verweerder heeft daarbij terecht gewezen op de verklaringen van verzoekster ten overstaan van de KMar<footnote-ref linkend="_3d03b388-e69b-46f5-ab98-151bb999c016" />, waaruit blijkt dat zij in eerste instantie heeft verklaard dat zij geen kennissen en vrienden in Europa heeft. Deze verklaring is tegenstrijdig met de latere uitleg van verzoekster, waarin zij stelt dat zij een vriend heeft met een Spaanse verblijfsvergunning. Verzoekster heeft deze uitleg pas gegeven nadat zij werd geconfronteerd met de verklaring van deze vriend dat hij samen met haar naar Europa was gereisd. Dat deze vriend de Dominicaanse nationaliteit heeft doet niet aan dit oordeel af.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft verder mogen tegenwerpen dat verzoekster bevreemdend en tegenstrijdig heeft verklaard over haar geboekte accommodatie en vakantieplannen. Verzoekster was immers niet op de hoogte waar haar accommodatie zich bevindt, en anders dan verzoekster verklaarde, is de reservering niet met behulp van een reisbureau gemaakt. Dat verzoekster een reservering heeft gemaakt bij een ‘bed &amp; breakfast’ kan niet aan het oordeel van de voorzieningenrechter afdoen, verzoekster heeft voor deze reservering immers nog niet betaald.</para>
    <para>Verweerder heeft het ook bevreemdend mogen achten dat verzoekster spontaan naar Nederland op vakantie gaat, terwijl zij een maandinkomen heeft van € 316,-. Daar komt bij dat verzoekster niet concreet heeft kunnen aangeven welke plaatsen zij in Nederland wil bezoeken.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op het voorgaande heeft het administratief beroep tegen de toegangsweigering geen redelijke kans van slagen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De voorzieningenrechter wijst de voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier. De griffier heeft de beslissing op 15 oktober 2019 om 10:58 uur telefonisch bekend gemaakt aan de gemachtigde van verweerder en om 10:59 uur aan de gemachtigde van verzoekster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3d03b388-e69b-46f5-ab98-151bb999c016" label="1">
    <para> Koninklijke Marechaussee</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>