<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:11555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-11T09:56:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 19/7806</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-04T08:24:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:11555 Rechtbank Den Haag , 15-10-2019 / AWB 19/7806</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:11555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landelijk piket, feitelijke overdracht Italië, interim measures</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:11555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/7806</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 15 oktober 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] , verzoeker,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2]
        </emphasis>, verzoekster,</para>
      <para>mede namens de minderjarige kinderen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 3]
        </emphasis> en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 4]
        </emphasis>
      </para>
      <para>hierna gezamenlijk: verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Jonkman).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben op 14 oktober 2019 bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen feitelijke overdracht aan Italië. Daarnaast hebben verzoekers op 14 oktober 2019 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat verweerder hen niet zal overdragen totdat op het bezwaar is beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Verzoekers hebben de Nigeriaanse nationaliteit. Verweerder is voornemens om verzoekers op 16 oktober 2019 om 9:35 uur (vluchtnummer KL1555) over te dragen aan Italië op grond van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_69056174-1fee-4255-8914-3fd9824c7e3b" />.  </para>
    <para />
    <para>2. Verzoekers stellen dat zij als gezin met jonge kinderen tot een bijzonder kwetsbare groep asielzoekers behoren die vallen onder de reikwijdte van het Tarakhel-arrest<footnote-ref linkend="_04f9fb69-7e0e-45e6-a010-8d2b541e9015" />. Recentelijk zijn door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) overdrachtsmaatregelen voor bijzonder kwetsbare asielzoekers opgeschort in afwachting van een arrest<footnote-ref linkend="_e9424c8a-1269-4e08-8cd0-82c83c70c53f" /> en heeft het EHRM vragen gesteld aan de Nederlandse autoriteiten. Ook zijn in vergelijkbare gevallen voorlopige voorzieningen toegewezen door verschillende zittingsplaatsen van deze rechtbank<footnote-ref linkend="_e425332e-a153-4df6-af09-4bf5b29d5860" /> en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling)<footnote-ref linkend="_312b465f-1da1-4de0-93e8-68b61f7dd409" /> in afwachting van een arrest van het EHRM.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder heeft verwezen naar de antwoorden van 20 september 2019 van de Nederlandse autoriteiten op de vragen van het EHRM. Daarbij is gewezen op de wijze waarop Italiaanse autoriteiten op de hoogte worden gesteld van de situatie van bijzonder kwetsbare asielzoekers. Uit de overgelegde gegevens van de DT&amp;V<footnote-ref linkend="_3a53d3ae-b740-48e7-a1a3-54bf8dfd9342" /> kan worden afgeleid dat in het geval van verzoekers een eerdere overdracht is uitgesteld op het verzoek van de Italiaanse autoriteiten. Hieruit blijkt dat niet onzorgvuldig met de overdracht van verzoekers wordt omgegaan. Tot slot verwijst verweerder naar een uitspraak van deze rechtbank van 25 september 2019<footnote-ref linkend="_620a0698-5433-4884-bb83-aefc39d7eb2c" /> waarbij de rechtbank heeft overwogen dat de ‘interim measures’ zonder nadere motivering zijn getroffen en daarom geen concreet aanknopingspunt bieden voor het oordeel dat het Italiaanse asielsysteem structureel tekortschiet.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter dient te beoordelen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. </para>
    <para />
    <para>5. Verzoekers hebben eerder asiel aangevraagd in Nederland. Hun aanvragen zijn bij besluiten van 1 augustus 2019 niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van hun asielaanvragen. Met de uitspraak van de Afdeling van 26 september 2019 zijn deze besluiten in rechte komen vast te staan. Het bezwaar tegen de feitelijke uitzetting is van 14 oktober 2019 en is dus kort na de uitspraak van de Afdeling ingediend.</para>
    <para />
    <para>6. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_24e4811a-8a44-4f0a-9549-04301df6526b" /> is de mogelijkheid tot het maken van bezwaar op basis van artikel 72, derde lid, van de Vw<footnote-ref linkend="_bfef5643-f3ab-47f0-b10c-fa7abc5487ee" /> tegen een voorgenomen feitelijke uitzetting beperkt tot een bezwaar over de wijze waarop verweerder van de bevoegdheid tot uitzetting gebruik maakt. Daarnaast is het maken van zodanig bezwaar mogelijk, indien de situatie ten tijde van de feitelijke uitzetting dusdanig verschilt van die ten tijde van het besluit waaruit de bevoegdheid tot uitzetting voortvloeit, dat niet langer onverkort van de rechtmatigheid van de voorgenomen feitelijke uitzetting kan worden uitgegaan. Zoals de Afdeling voorts heeft overwogen<footnote-ref linkend="_cf669ad2-7986-486a-b2c1-e10d90a0fdab" /> moet een vreemdeling in dat geval nieuwe feiten en omstandigheden aanvoeren ten opzichte van wat hij tegen het besluit waaruit de bevoegdheid tot die uitzetting voortvloeit heeft aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>7. Anders dan verweerder veronderstelt is in deze zaak niet aan de orde of het Italiaanse asielsysteem structurele tekortkomingen kent. Uit de door het EHRM gestelde vragen leidt de voorzieningenrechter af dat alleen aan de orde is of verweerder bijzonder kwetsbare vreemdelingen op grond van de Dublinverordening aan Italië kan overgedragen zonder individuele garanties. In de zaken M.T. tegen Nederland en A.S. tegen Nederland heeft verweerder de vragen op 20 september 2019 beantwoord. Niettemin heeft het EHRM de ‘interim measures’ in die zaken verlengd.</para>
    <para />
    <para>8. Dit betekent dat niet kan worden uitgesloten dat verweerder individuele garanties voor verzoekers zal moeten vragen aan Italië met betrekking tot opvang- en andere voorzieningen, alvorens tot overdracht kan worden overgegaan. In zoverre verschilt de situatie voor verzoekers van die ten tijde van de besluiten waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling waren genomen.</para>
    <para />
    <para>9. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, en bepaalt dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië totdat op het bezwaar tegen de feitelijke overdracht is beslist.</para>
    <para />
    <para>10. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 512,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1). </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De voorzieningenrechter:</para>
    <para>- treft de voorlopige voorziening dat verzoekers niet mogen worden overgedragen aan Italië</para>
    <para>  tot na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 512,-.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier. De griffier heeft de beslissing op 15 oktober 2019 om 13:34 uur telefonisch bekend gemaakt aan de gemachtigde van verweerder en om 13:43 uur aan de gemachtigde van verzoekers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_69056174-1fee-4255-8914-3fd9824c7e3b" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04f9fb69-7e0e-45e6-a010-8d2b541e9015" label="2">
    <para> ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9424c8a-1269-4e08-8cd0-82c83c70c53f" label="3">
    <para> M.T. tegen Nederland van 6 september 2019 (no. 46595/19);</para>
    <para>V.A. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48062/19):</para>
    <para>F.O. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48125/19);</para>
    <para>A.S. tegen Nederland van 17 september 2019 (no. 48397/19) en;</para>
    <para>S.O. tegen Nederland van 24 september 2019 (no. 49569/19).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e425332e-a153-4df6-af09-4bf5b29d5860" label="4">
    <para> Zie bijvoorbeeld zaaknummers NL19.22064, NL19.22069 en NL19.22072 van zittingsplaats ’s-Hertogenbosch en zaaknummer NL19.20763, van zittingsplaats Middelburg</para>
  </footnote>
  <footnote id="_312b465f-1da1-4de0-93e8-68b61f7dd409" label="5">
    <para> Zaaknummer 201907167/2/V1</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a53d3ae-b740-48e7-a1a3-54bf8dfd9342" label="6">
    <para> Dienst Terugkeer en Vertrek</para>
  </footnote>
  <footnote id="_620a0698-5433-4884-bb83-aefc39d7eb2c" label="7">
    <para> Zaaknummer NL19.20318</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24e4811a-8a44-4f0a-9549-04301df6526b" label="8">
    <para>  onder meer de uitspraak van 21 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2788</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bfef5643-f3ab-47f0-b10c-fa7abc5487ee" label="9">
    <para> Vreemdelingenwet 2000</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf669ad2-7986-486a-b2c1-e10d90a0fdab" label="10">
    <para> zie de uitspraak van 26 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ8704</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>