<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:10906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-08T15:43:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7880328/19-15135</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-08T15:41:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:10906 Rechtbank Den Haag , 16-10-2019 / 7880328/19-15135</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:10906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling van online bestelde goederen is niet opeisbaar als goederen bij de voerbuurman zijn bezorgd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:10906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats ‘s-Gravenhage </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnr.: 7880328/19 - 15135</para>
      <para>16 oktober 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht <emphasis role="bold">ZALANDO SE</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Berlijn (Duitsland),</para>
      <para>eisende partij, </para>
      <para>gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso, </para>
      <para>
        <?linebreak?>tegen<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>gedaagde partij,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hier worden aangeduid als ‘Zalando’ en ‘ [gedaagde] ’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 21 juni 2019 met twee producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte aan de zijde van Zalando met één productie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 september 2019 was een comparitie van partijen bepaald. Partijen zijn niet verschenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In verband met de aankoop van diverse artikelen heeft Zalando medio september aan [gedaagde] een factuur gestuurd ten bedrage van  € 988,45. De factuur is gedateerd op 18 september 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De diverse artikelen zijn op 19 september 2018 om 15.59 uur bij de overburen van [gedaagde] afgeleverd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 28 maart 2019 heeft Zalando [gedaagde] een betalingsherinnering toegezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De factuur is onbetaald gebleven.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zalando vordert - samengevat – [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om aan Zalando te voldoen een bedrag van € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over € 500,00 vanaf heden tot de algehele voldoening, en vermeerderd met de kosten van deze procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Zalando legt aan haar vordering tegen grondslag - kort weergegeven – dat [gedaagde] diverse kledingstukken heeft besteld van Zalando, daarvoor een factuur heeft ontvangen en deze onbetaald heeft gelaten, terwijl de betalingstermijn 14 dagen na ontvangst van de goederen betreft. Ook na een betalingsherinnering is geen betaling verricht. Met het oog op de hoogte van het griffierecht, heeft Zalando haar vordering beperkt tot € 500,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] is – samengevat – dat hij nooit zaken heeft besteld, deze ook nooit heeft ontvangen en dat uit de overgelegde productie niet blijkt dat er iets aan hem is afgeleverd. [gedaagde] vordert de proceskosten van Zalando. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nakoming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor een geslaagd beroep op de nakoming van een overeenkomst is vereist dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen middels aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Daarnaast dient de prestatie waarvoor nakoming wordt gevorderd opeisbaar te zijn. Als een tijd voor de nakoming is bepaald, kan de schuldeiser niet voor het verstrijken van die tijd nakoming vorderen (artikel 6:39 BW).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de stelling van Zalando betwist dat hij diverse artikelen bij Zalando heeft besteld en deze artikelen heeft ontvangen. In het midden kan blijven of [gedaagde] de diverse artikelen heeft besteld en tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, aangezien Zalando niet heeft gesteld dat [gedaagde] de diverse artikelen heeft ontvangen. Uit de stelling van Zalando, dat de overburen van [gedaagde] de diverse artikelen hebben ontvangen, blijkt dat de bestelde artikelen niet aan [gedaagde] zijn geleverd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nu Zalando onbetwist heeft gesteld dat de betalingstermijn van de factuur 14 dagen na ontvangst van de goederen betreft en niet vast staat dat de diverse artikelen door [gedaagde] zijn ontvangen, is de betalingstermijn niet aangevangen of verstreken. Dit heeft tot gevolg dat de vordering van Zalando op [gedaagde] niet opeisbaar is en Zalando geen nakoming kan vorderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de vorderingen van Zalando af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Zalando wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] . [gedaagde] heeft in persoon heeft geprocedeerd, waardoor de proceskosten van [gedaagde] op de helft van het salaris gemachtigde wordt begroot. Dit betreft een bedrag van € 36,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. wijst de vorderingen van Zalando af,</para>
      <para />
      <para>2 veroordeelt Zalando in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 36,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.F. Dam en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 oktober 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>