<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:10210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-03T08:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/572499 / JE RK 19-971</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-03T08:51:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:10210 Rechtbank Den Haag , 30-08-2019 / C/09/572499 / JE RK 19-971</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:10210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:10210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd &amp; Bopz</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/572499 / JE RK 19-971</para>
      <para>Datum uitspraak: 30 augustus 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 23 april 2019 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden</emphasis> (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 1]</emphasis>geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ,</para>
    <para>  hierna te noemen: [minderjarige 1] ;</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 2]</emphasis>geboren op [geboortedag 2] 2012 te [geboorteplaats 1] ,</para>
    <para>  hierna te noemen: [minderjarige 2] ;</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 3]</emphasis>geboren op [geboortedag 3] 2013 te [geboorteplaats 1] ,</para>
    <para>  hierna te noemen: [minderjarige 3] ;</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 4]</emphasis>geboren op [geboortedag 4] 2015 te [geboorteplaats 2] ,</para>
    <parablock>
      <para>  hierna te noemen: [minderjarige 4] ;</para>
      <para>  tezamen te noemen: de minderjarigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vrouw] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats 1]</para>
      <para>advocaat: mr. Z. Benguedda te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Bij beschikking d.d. 28 mei 2019 van de kinderrechter in deze rechtbank is de machtiging verlengd om [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij grootmoeder moederszijde, van 4 juni 2019 tot 4 september 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:</para>
    </parablock>
    <para>- voornoemde beschikking d.d. 28 mei 2019;</para>
    <para>- de brief d.d. 14 augustus 2019 van de zijde van de gecertificeerde instelling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 augustus 2019 is de behandeling van de zaak ter zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>- dhr. [vertegenwoordiger van de GI] , namens de gecertificeerde instelling;</para>
    <para>- mr. Z. Benguedda, namens de moeder. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder en de grootmoeder moederszijde zijn opgeroepen, maar niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootmoeder aan moederszijde, voor de duur van de ondertoezichtstelling. Dit betreft een aangehouden verzoek en wordt gehandhaafd, omdat nog een aantal stappen moeten worden gezet voor een eventuele thuisplaatsing. </para>
      <para>Het is ten eerste noodzakelijk om Voorkomen Uithuisplaatsing (VUHP) in te zetten, maar dit is nog niet gestart in verband met een lange wachtlijst. Naar verwachting start het binnen enkele weken. Er komt dan meer zicht op de veiligheid in de thuissituatie op de langere termijn. De veiligheid is nu onvoldoende gegarandeerd. Daarnaast loopt het strafrechtelijk onderzoek naar kindermishandeling en verwaarlozing door de moeder, waarbij de oudste twee vanuit de woonsituatie bij de grootmoeder moederszijde worden onderzocht door een klinisch psycholoog. De officier van justitie heeft aangegeven dat hun leefomstandigheden gedurende het onderzoek niet moeten veranderen. In het strafrechtelijk onderzoek moeten voorts de oude school en de grootmoeder moederszijde voorts nog worden gesproken. De gecertificeerde instelling wacht de uitslag van het strafrechtelijk onderzoek en de dagvaarding af voor een eventuele thuisplaatsing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de moeder is verweer gevoerd en afwijzing van het verzoek bepleit. Daartoe is het volgende aangevoerd.  Het oorspronkelijke verzoek is van bijna een jaar geleden en het heeft inmiddels te lang geduurd. Daarbij is een beroep gedaan op artikel 8 EVRM (het recht op “family life”). Een uithuisplaatsing is in eerste instantie gericht op een thuisplaatsing. Het betreft een zware maatregel, waarbij verwacht mag worden dat er adequaat wordt gehandeld. De stand van zaken op dit moment is echter hetzelfde als drie maanden geleden. Als het strafrechtelijk onderzoek echt zo dringend was, dan was het wel voortvarender opgepakt door het Openbaar Ministerie. Dit onderzoek kan nog lang duren en dan moet er bovendien volgens het huidige plan nog aan thuisplaatsing worden gewerkt. Er moet door de gecertificeerde instelling niet langer worden afgewacht. Door de gecertificeerde instelling is voorts niet gemotiveerd aangegeven waarom er niet aan de slag kan worden gegaan vanuit de thuissituatie bij de moeder, waarvoor de moeder pleit. De moeder is met de grootouders en de vier minderjarigen op vakantie geweest en dat is hartstikke goed verlopen. Ook hebben de minderjarigen aangegeven graag naar huis te willen. </para>
      <para>Er is op dit moment onvoldoende grond om de uithuisplaatsing langer voort te laten duren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing nog aanwezig zijn.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de minderjarigen nu bijna een jaar bij de grootouders moederszijde wonen, vanwege ernstige zorgen over verwaarlozing, mishandeling van de minderjarigen en een vermoeden van seksueel misbruik van [minderjarige 3] in de thuissituatie bij de moeder en haar partner. Er zijn sindsdien al veel stappen in de goede richting gezet, maar nog onvoldoende voor een thuisplaatsing. De kinderrechter acht dat op dit moment nog niet verantwoord. Het is van belang voor het welzijn en de ontwikkeling van de minderjarigen dat zij zich in een voldoende veilige, stabiele en voorspelbare opvoedsituatie bevinden. Er bestaat nu nog te veel onduidelijkheid over de opvoedsituatie bij de moeder, omdat bijvoorbeeld VUHP nog niet is gestart. De zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder zijn daardoor nog onvoldoende weggenomen. Een thuisplaatsing moet bovendien gefaseerd verlopen. Daarin zijn op dit moment nog geen stappen gezet. Voortzetting van de huidige maatregel is daarom passend en geboden. </para>
      <para>De kinderrechter overweegt wel dat bij een verlengingsverzoek meer en concretere informatie van de zijde van de gecertificeerde instelling wordt verlangd. Het bijvoegen van een duidelijk plan van aanpak voor een terugplaatsing bij de moeder (wat in beginsel het uitgangspunt bij een uithuisplaatsing is) en het verloop daarvan, een verslag van VUHP en andere hulpverlening, een beschrijving van de ontwikkeling van de minderjarigen, alsmede concretere informatie van het openbaar ministerie over de huidige stand van het strafrechtelijk onderzoek en het eventuele vervolg, is daarbij aangewezen. De kinderrechter merkt daartoe nog op dat in het oog moet worden gehouden dat het afwachten van de afronding van dit onderzoek en het eventuele vervolg daarop mogelijk te lang kan duren, gelet op de belangen van de minderjarigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden verleende machtiging [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootmoeder aan moederszijde van 4 september 2019 tot </para>
      <para>4 december 2019, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2019 door mr. C.F. Mewe, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Westerhof als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 september 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>