<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2019:10209</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-09T18:43:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/578625 / JE RK 19-2044</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2020:1810" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2020:1810, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10209">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:10209</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-03T09:02:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2019:10209 Rechtbank Den Haag , 30-08-2019 / C/09/578625 / JE RK 19-2044</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2019:10209:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2019:10209:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd &amp; Bopz</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/578625 / JE RK 19-2044</para>
      <para>Datum uitspraak: 30 augustus 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 14 augustus 2019 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag </bridgehead>
    <para>(hierna te noemen: het college),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">- [minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] ,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Celikkal te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vrouw] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [belanghebbenden] ,</para>
      <para>hierna te noemen: de pleegouders.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het verzoekschrift met bijlagen;</para>
    <para>- de instemmingsverklaring d.d. 9 augustus 2019 van een gedragswetenschapper als bedoeld</para>
    <parablock>
      <para>in artikel 6.1.4, vierde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren </para>
      <para>heeft onderzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 augustus 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <para>- [vertegenwoordigers CJG] van het Centrum Jeugd en Gezin, namens het college; </para>
    <para>- de moeder;</para>
    <para>- de pleegouders;</para>
    <para>- [minderjarige] bijgestaan door zijn advocaat;</para>
    <para>- de heer [A.] , gedragsdeskundige bij School2Care. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] is op 30 augustus 2019 ook in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>- De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag. </para>
    <para>- [minderjarige] verblijft op vrijwillige basis bij de pleegouders en soms bij de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <parablock>
      <para>Verzocht wordt een voorwaardelijke machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van zes maanden. </para>
      <para>Aan het verzoek ligt ten grondslag dat er al langere tijd zorgen zijn om [minderjarige] en zijn ontwikkeling. Er is sprake van hechtingsproblematiek en een jonge sociaal-emotionele leeftijd en er is in zijn jonge jaren veel sprake geweest van gedragsproblematiek. Hij is snel overprikkeld en afgeleid, is bekend met een impulscontroleprobleem en een geringe frustratietolerantie. Dit kan leiden tot ontremd en grensoverschrijdend gedrag. In groepen functioneren is daarom lastig voor [minderjarige] . Begeleiding van een vertrouwde volwassene leidt tot meer gevoelens van veiligheid en een betere regulatie van zijn gedrag. [minderjarige] behoeft structuur, toezicht en externe sturing. Sinds [minderjarige] grotendeels bij de pleegouders verblijft gaat het geleidelijk aan beter. Er is hierbij sprake van goede familierelaties. </para>
      <para>Dat er momenteel sprake is van een sterk versnipperd dagbestedings- en hulpverleningsaanbod en wisselingen in zijn verblijf bij de moeder en pleegouders, maakt echter dat hij zich steeds moet aanpassen en dat vraagt veel van hem. School2Care is een combinatie van zorg en onderwijs in één omgeving en sluit goed aan bij [minderjarige] waardoor hij naar verwachting zowel op cognitief en sociaal-emotioneel gebied beter tot leren komt. Hier moet blijken of hij in staat is tot zelfbeheersing en probleemoplossing in voor hem moeilijke situaties. Bij goede resultaten kan hij doorstromen naar regulier onderwijs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. [minderjarige] heeft inzicht in zijn problematiek en is gemotiveerd om bij School2Care aan de slag te gaan. Hij heeft er ook vertrouwen in dat het goed zal verlopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder en de pleegouders hebben verweer gevoerd. Zij geven aan dat zij onvoldoende voorgelicht waren over de voorwaarde van een gesloten plaatsing en vinden dit te risicovol. Zij zijn daar gisteren pas achter gekomen. Ook vandaag op de zitting hebben zij informatie van de gedragsdeskundige van School2Care gehoord, die niet bij hen bekend was. De moeder heeft aangegeven niet (meer) in te stemmen met de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. Daarbij overweegt de kinderrechter dat hiervan in onderhavige zaak sprake is. </para>
      <para>Ook aan de juridische voorwaarden ten aanzien van het hulpverleningsplan en de bereidverklaring van [minderjarige] tot naleving van de voorwaarden is voldaan.</para>
      <para>De kinderrechter overweegt echter dat het verzoek (nu er geen sprake is van een ondertoezichtstelling), op grond van artikel 6.1.2, derde lid, van de Jeugdwet ook de instemming behoeft van de gezaghebbende ouder. Aangezien de moeder op de zitting heeft aangegeven niet in te stemmen met het verzoek, zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2019 door mr. C.F. Mewe, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr . R. Westerhof als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 september 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:  </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>