<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:81</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:44:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 4982</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2018/1367</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2018/46.22.9</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/1563</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2018-1799</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2018062515</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:81">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:81</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-25T10:17:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:81 Rechtbank Den Haag , 02-01-2018 / AWB - 17 _ 4982</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:81:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvankelijkheid bezwaar. De rechtbank overweegt dat eiseres nadat zij de beschikking had ontvangen, het taxatierapport op internet had kunnen raadplegen en dit ook gold voor de gemachtigde. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:81:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 17/4982</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </title>
    <bridgehead role="bold">2 januari 2018 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres<?linebreak?>(gemachtigde: mr. J.W. Vugts),</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Westland, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para>De uitspraak van verweerder van 8 juni 2017 op het bezwaar van eiseres tegen na te noemen beschikking en aanslag.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting </title>
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2017. </para>
      <para>De gemachtigde van eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is eigenaar van de woning aan [adres] te [woonplaats] (de woning). Bij beschikking van 28 februari 2017 heeft verweerder op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken de waarde van de woning vastgesteld op € 159.000 (beschikking). De beschikking is gegeven voor het belastingjaar 2017, met als waardepeildatum 1 januari 2016. Tegelijkertijd is een aanslag onroerendezaakbelastingen vastgesteld. Op de achterzijde van het aanslagbiljet staat dat op de website van verweerder het taxatieverslag met betrekking tot de onroerende zaak kan worden ingezien/gedownload.</para>
    <para />
    <para>2. Mr. J.W. Vugts van Kosteloosbezwaar.nl heeft namens eiseres tegen de beschikking bezwaar gemaakt. In dit bezwaarschrift, gedagtekend 4 april 2017 is over de door verweerder vastgestelde waarde vermeld:</para>
    <bridgehead role="italic">“Tevens dienen wij pro-forma bezwaar in tegen de door u bij beschikking vastgestelde waarde van voorgemeld object. De reden hiervoor is dat de hoogte van de WOZ-waarde incorrect is vastgesteld.  Wij betwisten hierbij dan ook de juistheid van de vastgestelde waarde. De redenen zullen later worden aangevuld op basis van onder meer het nog te ontvangen taxatieverslag en de nog te ontvangen informatie uit onderstaande verzoeken om extra informatie.”</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Naar aanleiding van dit bezwaarschrift heeft verweerder bij brief van 10 april 2017 gemachtigde in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift vóór 10 mei 2017 nader te motiveren. Verder is in die brief vermeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien geen nadere motivering wordt verstrekt. Bij die brief heeft verweerder tevens het taxatieverslag van de onroerende zaak aan gemachtigde toegezonden. Bij brief van 17 mei 2017 heeft verweerder gemachtigde opnieuw in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift nader te motiveren. </para>
    <para />
    <para>4. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het pro forma bezwaarschrift niet is gemotiveerd. </para>
    <para />
    <para>5. In geschil is of het beroep ontvankelijk is, en zo ja, of het bezwaar terecht niet ontvankelijk is verklaard. Voorts is in geschil de waarde van woning op de waardepeildatum. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Naar aanleiding van de gemotiveerde betwisting door verweerder heeft de rechtbank onderzocht of mr. J.W. Vugts door eiseres gemachtigd was bezwaar en beroep in te stellen. Naar aanleiding van dit onderzoek is de rechtbank van oordeel dat mr. J.W. Vugts door eiseres is gemachtigd bezwaar en beroep tegen de beschikking in te stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid bezwaar</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>7. De rechtbank overweegt dat eiseres nadat zij de beschikking had ontvangen, het taxatierapport op internet had kunnen raadplegen en dit ook gold voor de gemachtigde. Verder staat vast dat verweerder dit taxatieverslag aan de gemachtigde heeft toegezonden met daarbij de vraag het pro-forma bezwaar nader te motiveren. Eiseres en haar gemachtigde waren dus op de hoogte van de onderbouwing van de door de verweerder bij beschikking vastgestelde waarde. Ook staat vast dat verweerder gemachtigde voldoende in de gelegenheid heeft gesteld het pro-forma bezwaar nader te motiveren. Desgevraagd heeft de gemachtigde ter zitting verklaard dat hij niet heeft gereageerd op de onder 3 vermelde brieven van verweerder, omdat er intern administratief iets bij gemachtigde was misgegaan.</para>
    <para>De rechtbank is van oordeel dat met het bezwaar zoals vermeld onder 2 niet is voldaan aan de motiveringseis van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Verder dient de door gemachtigde opgegeven reden waarom niet is gereageerd op de brieven van verweerder met een verzoek om motivering van het bezwaar, voor risico van eiseres te blijven. Gelet hierop heeft verweerder het bezwaar terecht niet ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond. </para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, </para>
      <para>2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>