<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2018:5433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-09T10:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/550687 / KG RK 18-482</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:5433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2018:5433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-07T14:18:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2018:5433 Rechtbank Den Haag , 07-05-2018 / C/09/550687 / KG RK 18-482</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2018:5433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afgewezen wrakingsverzoek. De beslissing van de rechter om de zaak niet aan te houden en geen deskundige te benoemen is een beslissing van processuele aard, waarvan de juistheid niet in het kader van een wrakingsverzoek kan worden getoetst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2018:5433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="817b7170-2b3c-4d29-b0f7-7f09f7d0aa0c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4a02be7d-03e9-4a9a-b5a7-7166572c0a4a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Meervoudige wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingnummer 2018/23</emphasis>
      </para>
      <para>zaak-/rekestnummer: 550687 KG RK 18-482</para>
      <para>parketnummers: 09/218274-17 en 09/232028-17  	</para>
      <para>datum beschikking: 7 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker, </para>
      <para>advocaat: mr. J. de Vries;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. D. Biever,</emphasis>
      </para>
      <para>rechter in de rechtbank Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De voorgeschiedenis en het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster wordt verdacht van diefstal. Bij aanvang van de zitting bij de politierechter heeft de gemachtigde van verzoekster verzocht beide zaken aan te houden opdat het NIFP over haar een rapport kan opmaken aangaande de toerekeningsvatbaarheid. Na een korte schorsing heeft de gewraakte rechter gemotiveerd te kennen gegeven hiertoe geen aanleiding te zien. Hierop heeft verzoekster de rechter gewraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 april 2018 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. De officier van justitie is verschenen. Verzoekster is niet verschenen. De gewraakte rechter is, met bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven – ten grondslag gelegd dat verzoekster geen goed verweer over haar toerekeningsvatbaarheid kan voeren doordat de rechter het verzoek tot het opmaken van het NIFP-rapport heeft afgewezen. Hier bestond volgens verzoekster wel aanleiding toe, gelet op haar medische geschiedenis en het rapport van de reclassering. De rechter heeft aldus volgens verzoekster al een besluit over haar persoon genomen terwijl dat door een deskundige moet worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de gewraakte rechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gewraakte rechter berust niet in de wraking. De rechter stelt zich op het standpunt dat hetgeen uit het dossier bekend is te weinige aanknopingspunten biedt voor het aannemen van een psychische problematiek, zoals een psychotisch beeld of ernstige verwardheid, die van doorslaggevende betekenis zou kunnen zijn voor het al dan niet aan haar toerekenen van de tenlastegelegde winkeldiefstallen. De reclassering heeft weliswaar gerapporteerd over psychische kwetsbaarheid van verzoekster en gesteld dat  haar psychische gesteldheid een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het delictgedrag, maar heeft niet aangegeven dat een nader psychiatrisch of psychologisch onderzoek noodzakelijk is. Bij deze stand van het dossier is het volgens de rechter aan de verdediging een dergelijk verzoek te onderbouwen met concrete medische informatie. De rechter stelt zich op het standpunt dat hij met het afwijzen van het verzoek geen oordeel heeft gegeven over de persoon van de verdachte, maar dat hij een gemotiveerde procedurele beslissing heeft genomen die geen blijk geeft van vooringenomenheid.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter zitting bij de wrakingskamer het standpunt ingenomen dat sprake is van een zuiver processuele beslissing en dat van (schijn van) vooringenomenheid niet is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De beslissing van de rechter om de zaak niet aan te houden en geen deskundige te benoemen is een beslissing van processuele aard, waarvan de juistheid niet in het kader van een wrakingsverzoek kan worden getoetst. Die beslissing en de daaraan meegegeven motivering zijn ook niet zodanig onbegrijpelijk, dat daardoor de schijn van vooringenomenheid is gewekt. </para>
        <para>De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden bieden derhalve geen grond voor het oordeel dat de rechter vooringenomen is of de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot wraking af;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;</para>
    <para />
    <para />
    <para>- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 515, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegezonden aan: </para>
    <parablock>
      <para>		•	de verzoeker p/a zijn advocaat mr. J. de Vries;</para>
      <para>•	de officier van justitie mr. M. Boekhoud;</para>
      <para>•	de rechter mr. D. Biever;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus ter terechtzitting van deze rechtbank uitgesproken op 7 mei 2018 door </para>
      <para>mrs O. van der Burg, P.M.E. Bernini en M. Nijenhuis, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. M.E. Stikvoort-Ydema als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>